Ik_en___STADTKLINIK
Op deze tamelijk ongeordende pagina een hoeveelheid informatie over mijn tijd (1992-1999) als schrijfteamleider bij de serie Stadtklinik. Binnenkort zal ik het wat overzichtelijker opzetten. Nu staat er:


 
 

Stadtklinik logoVERSCHILLEN
De bedoeling was dat Stadtklinik een 'remake' van Medisch Centrum West zou worden en daarom ontwikkelden we een analyse-methode om oud MCW-materiaal te kunnen her-gebruiken. Al snel werd echter duidelijk dat de Duitse situatie sterk verschilt van die in een Nederlands ziekenhuis.

Om te beginnen is bekend dat Duitsers formelere onderlinge betrekkingen hebben dan Nederlanders. Dat komt ook tot uiting in de structuur van een Duits ziekenhuis. Hoewel in Nederland bijvoorbeeld een co-assistent ook niet zo veel in te brengen heeft, zijn de relaties tussen een chefarzt, Oberärzte en arzt-assistenten toch een stuk hiërarchiser dan bij ons. Dat geldt ook voor aanspreekvormen. Bij mijn eerste bezoek aan de set in het Marien Hospital in Keulen, begon ik de verwaltungsleiter (= de directeur) van dat ziekenhuis meteen als 'Du' te adresseren en achteraf realiseerde ik mij dat hij toen wit wegtrok. Meer algemeen leidden de andere verhoudingen er toe dat er meer moest worden aangepast dan eerst verwacht.
Eén aspect van de andere relaties hebben we volkomen genegeerd. Kenmerk van MCW waren verpleegkundigen en artsen die tot in het extreme empathisch waren en al binnen twee scènes op de rand van het bed van een patiënt gingen zitten om zijn/haar hand vast te houden. Nederlandse verpleegkundigen reageerden daar meestal op met de verzuchting "Had ik daar in het echt maar tijd voor". Dat stijlaspect kopieerden we plompverloren naar de Duitse serie. We hadden het gewoon nodig om de verhalen te kunnen vertellen! Op sommige Internet-sites van Duitse medicijnstudenten vind je leuke commentaren op dit stijlaspect.

In de loop der tijd kwam er redenen bij waarom sommige MCW-verhalen niet overgenomen konden worden en er nieuw materiaal bij moest komen. Medisch Centrum West duurde 'maar' honderd afleveringen en bij Stadtklinik gingen we daar ver overheen. Maar bovendien liep Medisch Centrum West over een veel langere periode, grofweg werden 13 afleveringen per jaar uitgezonden, terwijl Stadtklinik vanaf het begin 26 afleveringen per jaar erdoorheen rausde. Dus terwijl een verhaal in MCW 77 best sterk mocht lijken op een verhaal in MCW 12, kon dat bij Stadtklinik door de kortere afstand tussen de uitzendingen, echt niet. Daarnaast speelde dat zaken als 'abortus' en 'euthanasie' in Duitsland anders liggen dan in Nederland. En tenslotte mag ook niet verzwegen worden dat alle auteurs steeds beter en ervarener werden en we af en toe nieuwe wegen wilden inslaan.
 

Wat betreft het PROTAGONISTENTABLEAU voerden we een dochter van de chefarzt in, die zelf chirurge was en die veel verhaalmateriaal kreeg dat in MCW bij Ingrid van der Linden hoorde. Inmiddels is die dochter (Marianne Himmel) al uit de serie verdwenen. Enkele andere Duitse protagonisten namen karaktertrekken van MCW-protagonisten over:

Hauptschwester Marion Kemmer is grotendeels de Duitse Reini Hermans. Mede door de uitmuntende acteerprestatie van de actrice (Jane Hempel) is zij een heel belangrijke drager voor de serie.

Oberarzt Walter Schmidt heeft veel kenmerken die Dick van Lennep bij MCW had. De beide acteurs lijken qua uiterlijk ook nog eens op elkaar, maar omdat Stadtklinik langer loopt zijn er inmiddels aspecten aan het karakter toegevoegd. Zo heeft Walter Schmidt een RAF-verleden en enig vreemdgaan meer in zijn bagage dan Dick van Lennep.

Oberarzt Günther Bach lijkt sterk op Erik Koning, Schwester Ulrike Wezlenbrink is een verder uitgebouwde versie van Nel Terborg en iets soortgelijks kan gezegd worden van Pfleger Rolf Zöllner als een uit-ontwikkelde kloon van MCW-verpleger Guus Tolhuis. Met name de laatste timmert in Duitsland nogal aan de weg. De acteur (Claus Jansen) is niet alleen op het scherm, maar ook in werkelijkheid een homo-activist en zijn rol wordt in de Duitse pers vaak genoemd als een van de eerste grote homo-rollen in een tv-serie in Duitsland. Om dat nog eens goed in te wrijven, zenden we in Stadtklinik 116 het eerste homo-huwelijk op de Duitse tv uit.

Professor Wilhelm Himmel heeft kenmerken van de MCW-chef Paul van der Voort, maar heeft de eerste tachtig afleveringen een veel groter stempel op de serie gedrukt (deels omdat een Duitse chefarzt erg machtig is). Hij verliet de serie per aflevering 81, maar zal in Stadtklinik 134 weer terugkeren.

In de eerste afleveringen zaten nog meer Duitse 'vertalingen' van MCW-protagonisten. Bijvoorbeeld Assistenz-arzt André Groddeck was een verDuitsing van Jan van de Woude en Schwester Gaby leek sterk op zuster Suzanne. Maar die zijn inmiddels al lang van het scherm verdwenen en de nieuwelingen in het protagonistenbestand, als bijvoorbeeld chefarzt Richard Baaden, psychiater Christa Baaden, assistenz-arzt Rainer Wandke en schwester Katja Urbach (eindelijk eens een kreng van een verpleegster!) zijn allemaal nieuw-ontwikkelde karakters. Zie helemaal onderaan deze pagina een foto van het protagonistentableau.
 

DRAMATURGISCHE OPMERKINGEN. Resultaat van al het voorafgaande is dat de Nederlandse kijker die zich MCW herinnert bij Stadtklinik af en toe bekende aspecten, maar grotendeels nieuwe protagonisten en nieuwe verhalen tegenkomt. Wat zo goed als geheel hetzelfde is gebleven is het 'format', de structuur van de afleveringen. In principe heeft elke aflevering een patiëntenverhaal, dat in die aflevering wordt afgerond, terwijl meestal drie, soms vier lange verhaallijnen doorlopen. Het afgeronde patiëntenverhaal geeft de kijker ook een 'afgerond' gevoel, terwijl de lange lijnen 'cliffhangeren' naar de volgende uitzending.
Een verschil met MCW is dat Stadtklinik een teaser kent. Dat is een gevolg van de programmering van RTL Deutschland, die eerst de teaser uitzendt, dan de leader en dan - voor het verhaal echt begonnen is - een reclameblok ertussen duwt. Inmiddels zijn wij geheel verslingerd aan het werken met teasers door de extra mogelijkheden dit dit biedt. Behalve het gebruikelijke 'vragen oproepen', kun je bijvoorbeeld ook de kijker aan het begin van de aflevering helemaal op het verkeerde been zetten of bijvoorbeeld hem/haar via de teaser voor-informatie geven die de protagonisten niet hebben.
Maar als gezegd volgt de rest getrouw het MCW-format, met als belangrijkste pijler het patiëntenverhaal, wat wij in de wandeling een PV noemen. Vaak is dat een katharsis-verhaal: als gevolg van een ziekenhuis-opname komen allerlei lang-weggestopte zaken aan de oppervlakte. Meestal valt dat te brengen onder de noemer 'familie-drama'. Ter afwisseling stoppen we er af en toe een thrillerachtig verhaal of een love-storytje tussen.
De al genoemde lange lijnen betreffen niet altijd, maar wel vaak het privéleven van een vaste cast-lid. Bijvoorbeeld Pfleger Rolf wil met zijn vaste (mannelijke) partner trouwen, schwester Ulrike krijgt een nieuwe relatie, enzovoort, enzovoort. Het aantal vaste castleden (= mensen die een vast contract met de producer hebben en dus elke aflevering wel een paar scènetjes in beeld moeten komen) varieert per set van 10 tot 13. Het aantal gastrollen dat daarnaast kan optreden is - om financiële en organisatorische redenen - beperkt: streefgetal is 7, maar daar zit je snel boven.
Het aantal scènes per aflevering is in de loop der jaren eerder af- dan toegenomen en ligt momenteel op 28. Dat is een resultante van wederzijdse aanpassing: wij zijn wat minder stof in een aflevering gaan stoppen dan we eigenlijk zouden willen en de Duitse acteurs - die van oudsher gewend waren tamelijk langzaam te acteren - hebben hun tempo iets opgevoerd.
 

PRODUKTIONEEL. Net als MCW werd Stadtklinik een produktie van John de Mol, maar dan de Duitse tak. Momenteel heet dat EndeMol GmbH. Uitvoerend producente was vanaf het begin tot heden Nel de Clerck-Berghout, die eerder al tekende voor MCW.
De opnamen vinden plaats in een leegstaande vleugel van het St. Marien Hospital in Keulen. Dat echte ziekenhuis ligt op tien minuutjes lopen van het Keulse centraal station aan de Kunibertskloster in een tamelijk vervallen gedeelte van de stad. Vanuit het ziekenhuis is de Rijnboulevard zichtbaar en dat is dan ook een lokatie waar we vaak gebruik van maken.
In die leegstaande vleugel is een hele mooie en authentiek ogende set gebouwd. Ook elders in het ziekenhuis bevinden zich een paar plekken die gebruikt kunnen worden. Bijvoorbeeld de tuin van het ziekenhuis, een niet meer in gebruik zijnde operatiekamer plus wasruimte, een fitnesszaal en een oude kantine. Als de omstandigheden het toelaten, kunnen we af en toe ook gebruik maken van de Eerste Hulp.
De afspraak luidt dat deze vaste lokaties 70 % van een aflevering moeten beslaan. Zodoende blijft voor extra lokaties (woningen van vaste castleden, maar ook filmisch aantrekkelijker objecten) slechts 30 % over, wat bij een scène-aantal van dertig dus neerkomt op negen scènes op lokatie. Dat kunnen dan niet 9 verschillende extra lokaties zijn, want dat trekt de produktie niet. Gedeeltelijk door de hoge kosten van een verplaatsing, gedeeltelijk door de beperkte opnametijd, waarbij per draaidag gemiddeld 7 minuten screentime moet worden opgenomen.
De produktie werkt in clusters van drie afleveringen. Zo'n cluster duurt vijf weken, waarbinnen eerst anderhalve week de drie afleveringen droog gerepeteerd worden en er daarna drieëneenhalve week rest om ze op te nemen. Er werken twee à drie regisseurs mee, die steeds elk een paar blokken doen.
Tot groot verdriet van de schrijvers wordt opgenomen op video en niet op film. Slechts af en toe zijn extra's als een steadycam of een hoogwerker beschikbaar.
 

SCHRIJFTEAM. In eerste instantie (oktober 1992) waren Jan-Bernard Bussemaker en ik op de klus gezet, maar het bleek al snel meer werk dan we aankonden. Per 1 november 1992 kregen we extra menskracht, Paul Lochtenberg en Anita Haas traden toe tot het schrijfteam. Maart 1993 begon de produktie en vanaf dat moment werden zesentwintig afleveringen per jaar verwacht. Aan de schrijfkant lukte dat alleen doordat het deels een recyclingsproces was.
Medio 1993 hield Jan-Bernard Bussemaker er mee op en zijn plaats werd ingenomen door Sjaak Vlaming. Een hele lange tijd werkten wij  als viermens schrijfteam, waarbij een taakverdeling en vaste werkwijze ontstond. Sjaak en ik werkten aan de treatmentkant, terwijl Anita en Paul de dialoogkant voor hun rekening namen. Natuurlijk waren er wisselwerkingen: van Paul en Anita werden opzetjes verwacht voor nieuwe verhalen en verhaallijntjes en eens in de vijf weken bespraken we plenair drie gereedgekomen dialoogversies. Maar afgezien van die wisselwerkingen bevalt tot op heden het onderscheid in treatmentwerk en dialoogwerk en de daaruit voortvloeiende specialisatie erg goed.
Binnen het treatmentwerk is de meest gebruikelijke taakverdeling dat Sjaak als ideëenman fungeert en ik alle binnengekomen verhaalstof in elkaar componeer tot afleveringstreatment. Binnen het dialoogwerk verdelen de 'dialogisten' de verhaallijnen: als er een lijn over drie afleveringen loopt werkt één dialogist die lijn uit, zodat hij/zij goed 'in de karakters' komt te zitten. Vervolgens worden de lijnen samengebracht in afleveringen. Formeel ben ik teamleider en hoewel alle beslissingen in collegiaal teamoverleg plaatsvinden, moet ik af en toe - in samenspraak met Hans - een laatste knoop doorhakken.
Het hoge tempo van 26 afleveringen per jaar en de korte afstand tot de produktie lieten weinig ruimte voor andere activiteiten en daarom ging ondergetekende er twee keer voor een paar maanden tussenuit. Begin 1995 voorzagen we problemen omdat er onvoldoende tijd was om die set voor te bereiden en dat jaar werd Els Launspach aan het team toegevoegd. Els schreef mee aan de afleveringen 62 - 87.
Per aflevering 94 stond Hans Galesloot voor een moeilijke beslissing. Het oude MCW-materiaal was nu definitief op en dat betekende dat een oplevertempo van 26 afleveringen per jaar absoluut niet meer haalbaar was. Wij als schrijfteam adviseerden om er dan maar de brui aan te geven, maar Hans bedacht een andere oplossing: hij formeerde een tweede schrijfteam. Elk schrijfteam moest dan dertien nieuwe afleveringen per jaar opleveren en dat aantal is wèl haalbaar. Onder zijn leiding schreef het andere team, met onder andere Ferd Hugas die ook het merendeel van MCW als co-auteur gefungeerd had, de afleveringen 95 tot en met 107. Wij namen de volgende set, de afleveringen 108 tot en met 120 voor ons rekening, waarbij we het moesten stellen zonder Anita Haas, die genoeg had van ziekenhuisseries. Haar plaats werd tot algemene tevredenheid ingenomen door Michiel Hanrath en in die nieuwe samenstelling hebben wij de oude werkwijze gecontinueerd: Sjaak werpt ballen op, Wil slaat ze ineen tot treatment, Paul en Michiel vullen waar nodig verder in en dialogiseren en gezamenlijk zetten we de Pünkte auf die 'i's. Volgens ons, en Hans, zijn 108 tot en met 120 goede afleveringen geworden, maar wie dat wil kan dat zelf beoordelen, want ze worden najaar 1998 door RTL Deutschland uitgezonden.
Daarna maakte het andere team Stadklinik 121 tot en met 133 en momenteel werken wij weer, in ongewijzigde samenstelling, aan de set 134 tot en met 146. Hoelang dat op deze manier nog doorgaat, hangt geheel af van het volgende puntje, kijkersgunst.
Voor alle duidelijkheid nog even antwoord op een veelgestelde vraag: wij schrijven gewoon in het Nederlands. Na ons komt een vertaalbureau dat - samen met een Duitse editor - de Deutschfassung maakt die door ons nog eens kritisch bekeken wordt voor die in produktie gaat.

KIJKERSGUNST. Vanaf het allereerste begin heeft Stadtklinik zich mogen verheugen in briljante kijkcijfers. De eerste uitzending najaar 1993 trok 6,08 miljoen kijkers, in woorden: zes miljoen tachtigduizend kijkers. En zulke aantallen is de serie altijd blijven halen. Maart 1994 bijvoorbeeld schommelde het tussen de 5,52 miljoen en de 6,07 miljoen. Bij het begin van een nieuwe set, wanneer de serie meerdere maanden niet op het scherm was geweest, zette het meestal lager in. Zo begon oktober 1995 een nieuwe set met 4,95 miljoen (Stadtklinik 56), 5,71 miljoen (SK 57), 4,6 miljoen (SK 58, een laagtepunt) om daarna geleidelijk op te klimmen tot 6,12 miljoen bij SK 67 (11 januari 1996). Na een korte pauze in uitzendingen, en dat was begin 1996 het geval, worden die kijkers beter vastgehouden. De daaropvolgende set werd vanaf 14 maart uitgezonden en opende meteen met 6,47 miljoen, om op te klimmen tot 7,04 miljoen bij SK 76 op 9 mei 1996.
In Nederland praat men meestal over kijkdichtheid, maar in Duitsland gaat het altijd over marktaandeel. Het verschil is dat een kijkdichtheid van bijvoorbeeld 5 % betekent dat van alle mensen in een land met een televisietoestel er 5 % naar de uitzending keek, terwijl een marktaandeel van 5 % betekent dat van alle mensen in een land die op dat moment televisie zitten te kijken er 5 % naar dat programma keek. Stadtklinik heeft in Duitsland een marktaandeel van tussen de 20 en de 25 procent. De verschillen zitten hem enerzijds in de hiervoor genoemde 'opstart-tijd' van een nieuwe set en anderzijds in wat de concurrentie op de andere zenders ertegenover stelt.
Tenslotte: met echte gründlichkeit zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de kijkersgroep. Dat ging zelfs zover dat gediplomeerde psychologen uitzochten welke hoofdrolspelers de kijkers wel en welke ze niet zagen zitten, maar hier beperken we ons tot de vaststelling dat de serie meer bekeken wordt door vrouwen dan door mannen (63% - 37%) en meer door ouderen dan door jongeren (57 % is boven de vijftig jaar).
 


En ter afsluiting van het onderwerp nog een portretje van de vaste cast :