Oorspronkelijk en tot niet zo lang geleden
was
het niet
gebruikelijk om ook bij documentaires vooraf een scenario te schrijven.
Een aantal citaten uit 1991:
- Louis van Gasteren zet "grosso modo wel iets op
papier.
Maar dat is zeldzaam. En ook niet meer dan een A4-tje." En dat is dan
alleen
voor de buitenwereld die de film moet gaan betalen, want voor zichzelf
zet hij "geen regel" op papier. Want: "De film wordt gemaakt tijdens
het
draaien."
- Ook de veel jongere Maarten Schmidt en Thomas
Doebele
werken zonder scenario: "We schrijven één bladzijde of
een
halve pagina, waarin we ideeën of thema's benoemen. Tot nu toe is
dat altijd goed gegaan, denk ik dan." Want: "Bij een documentaire kun
je
nooit vante voren vastleggen wat je tegenkomt." En het gaat zelfs
verder:
"Volgens mij is een heel groot gevaar als je een uitgebreid scenario
schrijft,
dat je jezelf blokkeert in de draaiperiode."
Dat lichten ze toe met een voorbeeld: "Je kunt
stellen:
een film over een bejaardenhuis, dan moet ik eenzaamheid hebben, daar
kan
ik absoluut niet omheen. Dus zoek ik naar een mevrouw die treurig is
omdat
haar kinderen niet op bezoek komen. Dan kun je zó gefixeerd
raken
op het vinden van dat ene thema dat je niet meer gevoelig bent voor
andere
thema's. En mis je zelfs de thema's die daaraan raken, maar minder
expliciet
zijn."
- Olivier Koning: "Er is geld en alles is
geregeld en
dan wordt alles ineens blanco, want dan moet je die film gaan maken en
daar heeft niemand inzicht in. Iedereen is meegegaan met een idee, een
concept en dat ga je ook uitvoeren, maar wat betekent dat concreet. Dat
kun je niet van tevoren verzinnen, omdat je niet weet of het rond zal
komen
zoals je het hebt bedacht."
Dat was dus driemaal 1991, maar inmiddels
was het tij
al aan het keren.
In 1988 werd voor de eerste keer in het kader van
de
International Docu mentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) een
scenarioworkshop
voor documentaires georganiseerd en dat werd een jaarlijkse traditie.
En Henk Suèr (voormalig hoofd Informatieve
Programma's
bij de NOS) begon zich links en rechts te ontpoppen als de
belangrijkste
propagan dist. "Ik was inmiddels zo vaak gevraagd iets over mijn
ervaringen
op dit gebied te vertellen dat ik dacht 'laat ik het maar eens
opschrijven'."
Dat werd het boekje 'Scenarioschrijven voor documentaires' (1992), tot
op heden een bestseller binnen de beroepsgroep en uitgegroeid tot het
standaardwerk
op dit terrein (al is het maar omdat er verder bijna GEEN literatuur
over
het onderwerp was en is).
Inmiddels zijn er naast de IDFA-cursus legio
opleidingen
voor docu mentaire-scenario's, ondermeer op de Filmacademie en bij de
Media
Academie.
Waarom een scenario bij een documentaire
Ik begin met een (enigszins bewerkt) citaat van
Henk
Suèr:
"Een moderne documentaire kan niet zonder een
helder
uitgeschreven opzet. Voor deze noodzaak bestaan tal van redenen,
waarvan
ik hier slechts de drie belangrijkste weergeef:
A) De kwaliteit van een documentaire kan sterk
verbeterd
worden door het verloop van de beeldvertelling van te voren zo ver als
mogelijk is op papier te ontwikkelen.
B) Opdrachtgevers en subsidieverleners kunnen
geïnformeerd
worden over de inhoud en betekenis van de te maken film; bovendien kan
de kostenbegroting meer verantwoord.
C) Het werkplan kan meer gedetailleerd met de
leden van
het filmpro duktieplan besproken worden, zodat ieders individuele
bijdrage
van hoger gehalte kan zijn".
De tweede reden is het minst omstreden en
wordt zelfs
- zij het niet van harte - erkend door de in het begin opgevoerde
documentairemakers
die liever zonder scenario werken. Er zijn veel meer
documentaire-plannen
en potentiële documentaire-makers dan beschikbare gelden en
zendtijd.
Wouter Snip van het stimuleringsfonds culturele
omroepprodukties:
"Toen ik achteneenhalf jaar geleden begon kreeg het stimuleringsfonds
250
documentaire-aanvragen per jaar, de laatste jaren zijn dat er meer dan
driehonderd". En er is maar één mogelijk medium om uit de
plannen te kiezen: papier.
Er is enig verschil tussen enerzijds gevestigde
en anderzijds
beginnende documentairemakers. Niek Koppen: "Ik bevind me tegenwoordig
in een luxe positie. Met mijn eerste film moest ik op papier veel meer
bewijzen. Ik heb het gevoel dat het scenario wat makkelijker leest als
ze mijn werk kennen."
Maar dat verschil is niet zo heel groot, want ook
een
erkende groot macht als Heddy Honigmann meldt: "Als niet duidelijk is
wat
je van plan bent en wat de kracht van je plan is, krijg je geen geld.
Zo
simpel ligt het."
Een relativering: het hangt af van de soort
documentaire
De derde reden, samen te vatten als 'alle neuzen
dezelfde
kant op', is eigenlijk een afgeleide van de eerste: de kwaliteit van je
documentaire is beter als het eerst op papier uitontwikkeld is.
Dit is dus niet onomstreden. Zie de citaten
helemaal
in het begin van mensen die menen dat een documentaire beter wordt
ZONDER
scenario. Samengevat komt het neer op de principiële opvatting dat
de werkelijkheid zich niet vooraf vast laat leggen.
Dat hangt natuurlijk af van het soort
documentaire dat
je gaat maken. Digna Sinke zegt eerst dat zij altijd wel een scenario
schrijft,
maar voegt daaraan toe dat het niet altijd zo hoeft te zijn: "Het
scenario
is voor mij een soort check of de indeling, het verloop, de verhouding
wel een beetje klopt. Of ik ergens op uit kan komen met mijn betoog.
Maar...
je kan ook op een andere manier met zulke vragen bezig zijn zonder dat
in de vorm van een scenario te gieten. Sommige films komen anders tot
stand.
Zonder veel nadenken van te voren, maar door in het diepe te springen
en
er zo achter te komen waar het om gaat."
En ook Ireen van Ditshuyzen reageert op de vraag
of een
scenario noodzakelijk is met "Dat hangt af van het soort documentaire
dat
je maakt."
Het valt niet absoluut te behandelen, het ligt
relatief.
Een documentaire met straatinterviews is natuurlijk veel
onvoorspelbaarder
dan een documentaire die volledig bestaat uit archiefbeelden. Maar ook
in het eerste geval moet er vooraf iets op papier staan omdat de maker
anders 'verzandt in een moeras van indrukken en de werkelijkheid met
hem
aan de haal gaat' (citaat uit de Plot) en in het tweede geval moet het
vooraf geschreven scenario ruimte open laten voor nieuwe inzichten die
tijdens het bekijken van de archiefbeelden op kunnen komen.
De MATE waarin er vooraf iets op papier kan
komen, verschilt
wel per soort.
Een tweede relativering: een scenario is
geen film
Hans Hylkema: "Niets is dodelijker voor een
documentaire
project dan het besef dat je de film al gezien hebt na het lezen van
het
script. Er moet iets te raden overblijven: een sluier van nog niet
ingevulde
ver wachting."
Henk Suèr: "Het perfecte scenario voor een
documentaire
bestaat waarschijnlijk niet eens; de film zal altijd anders worden
óf
het is geen documentaire meer."
En meer op de praktijk toegepast, Heddy Honigman:
"Veel
personen uit de scripts, zitten niet in de film. Die zijn in een latere
fase overtroffen door anderen. Dat gebeurt vaak. Je wilt de allerbeste
mensen hebben. Dus je blijft ook na de scenario-fase zoeken."
Ireen van Ditshuyzen: "Zoals Jan Vrijman zei: bij
de
documentairepro duktie wordt de film drie keer gemaakt. Eén keer
in de ontwikkel- of scenariofase, waarin je de film beschrijft die je
wilt
maken op basis van de research die je hebt gedaan; vervolgens in de
opnamefase
het vastleggen van de realiteit waar je mee te maken krijgt, met alle
onver
wachte wendingen van dien; en tenslotte in de montagekamer, bij de
uiteindelijke
interpretatie en samenstelling van het materiaal."
Waar ligt dan de grens?
Hans Hylkema: "Het scenario is 'slechts' de
parituur
en niet het ten gehore gebracht muziekstuk. Het is 'slechts' het
spoorboekje
dat de vertrek- en eindpunten aangeeft en de route regelt."
Henk Suèr: "Het scenario dient ruimte te
laten
voor improvisatie en aanpassing. De werkelijkheid zal herhaaldelijk
afwijken
van hetgeen men achter het bureau heeft bedacht en daar zal de
regisseur
op moe ten reageren. Niet alleen zal de scenarist bereid moeten zijn
tussentijdse
wijzigingen aan te brengen, de schrijver moet juist voorzien dat het
gefilmde
resultaat zal kunnen afwijken van de zo bloedig uitgeschreven
scenario-opzet."
En: "Het scenario is niet meer dan een fase,
zoals de
research dat is, en de draaiperiode en de montage en de afwerking. Elk
van die fases is gericht op de volgende fase, en uiteindelijk op de
vertoning."
Op welke momenten in het proces is het
scenario van
belang
Heddy Honigmann: "Hoe precieser je je idee
verwoordt,
hoe helderder ook je eigen beeld van de film wordt."
En Niek Koppen meldt (na de constatering dat hij
het
vreselijk werk vindt): "Maar ik moet zeggen dat het heel erg goed is
dat
ik verplicht wordt om het te schrijven, want het zit toch wat steviger
in je hoofd dan daarvoor natuurlijk. Het is zeker geen zinloze
exercitie."
Ireen van Ditshuyzen: "Zo'n scenario, of
filmplan, is
in de meeste geval len wel zinnig. Je wordt gedwongen goed na te denken
over de film die je wilt maken. En dat is altijd goed."
En: "Je probeert de essentie van je film te
beschrijven.
Het thema dat je wilt pakken, de stijl die je voor je ziet, de vragen
waar
je antwoorden op probeert te vinden, de dilemma's en dramatische
ontwikkelingen
die je verwacht tegen te komen."
Deze citaten slaan allemaal op het belang van het
scenario
bij de beginopzet en daarover vallen nog veel meer citaten te
verzamelen.
Slechts een enkeling heeft het ook over
verderop in het
proces. Hedy Honigmann: "Het schrijven dwingt je je gedachten te
ordenen.
Je bakent je idee af. Wat wil ik met deze film? Waar ben ik naar op
zoek?
Als je dat helder hebt, is dat een grote steun in het verloop van het
proces,
want vervolgens word je alle kanten opgeduwd. Mensen reageren op je
script,
komen met op- en aanmerkingen. De fondsen beoordelen het. Tijdens het
draaien
gebeuren allerlei dingen waarvan je moet inschatten of ze wel of niet
van
belang zijn. Met andere woorden: er bestaat een kans dat je af en toe
ontspoort.
Dan is het zaak je even af te vragen: 'Was was mijn oorspronkelijke
idee?'
Op dit soort momenten kan een script erg handig zijn."
En het eerder al aangehaalde citaat van Henk
Suèr
("... de scenarist zal bereid moeten zijn tussentijdse wijzigingen aan
te brengen") houdt in dat er ook tijdens het proces aan
scenarioschrijven
gedaan wordt.
Eventjes de termen: scenario,
scenario-opzet, filmplan
Zoals op alle onderdelen van de filmwereld heerst
verwarring
over terminologiën. Net zoals termen als treatment en synopsis
door
ver schillende mensen op verschillende manieren gedefinieerd worden,
goochelt
men ook met de term scenario voor een documentaire.
Henk Suèr: "Waar ik scenario schrijf,
bedoel ik
'scenario-opzet'. Dat is nog niet het definitieve patroon van de film.
De regisseur bepaalt in laatste instantie de inhoud en vorm van de film
waarvan de scenario schrijver als mede-samensteller zoveel als mogelijk
de route bepaald heeft."
Ireen van Ditshuyzen: "Wij spreken bij onze
produkties
liever van een filmplan: waarin het idee uitgewerkt wordt, de thema's
die
je wilt ver beelden worden benoemd en een mogelijk verloop van het
verhaal
met mogelijke hoofdpersonen en eventueel mogelijke dramatische verhaal
wendingen beschreven staan."
Aan al dat gedoe doen wij niet mee, we hebben het
gewoon
over het scenario. Ik noem het alleen maar even voorgeval iemand
gevraagd
wordt naar bijvoorbeeld het filmplan. Dan bedoelen ze dus het scenario.
De vorm van het scenario
Hans Hylkema: "Bij de speelfilm zijn er
wereldwijd gebruikte
codes voor vorm, indeling, beschrijving en weergave van dialoog in het
script. Bij documentaires ontbreken die."
Je komt bij scenario's voor documentaires dan ook
alle
mogelijke vor men tegen. Ook dat kan niet in zwart-wit behandeld, maar
als tinten op een lijn.
Het ene uiterste is een tot in scènes,
inclusief
scènenummers uitgewerkt script. Mart Dominicus (filmjournalist):
"De tendens is dat het steeds omvangrijker wordt. Je ziet steeds meer
plannen
die scène voor scène zijn uitgeschreven."
Digna Sinke: "Ik schrijf ook voor documentaires
graag
een in scènes uitgewerkt scenario. Ik merk dat dat soms
belachelijk
gevonden wordt. 'Je kan dat toch niet weten', is dan het verwijt. Nee,
dat is waar, maar ik mag toch wel beschrijven wat ik verwacht of hoop
of
zoek?"
Heddy Honigmann vindt het "(...) niet verstandig.
Zo
maak je geen documentaire. Zo'n script wordt eerder een blok aan je
been
dan een houvast."
Ze heeft daar ook ervaring mee opgedaan: "De
eerste drie,
vier draai dagen van Metaal en Melancholie waren echt hopeloos. Het
materiaal
dat we draaiden was volstrekt onbruikbaar. Ik hield me zo krampachtig
vast
aan het script, dat al het leven uit de gesprekken, uit de
scènes
verdween. Ik had al jaren geen documentaires meer gemaakt, alleen
fictie
en bij fictie kun je mensen laten doen wat je wilt. Gaandeweg leer je
je
script wat meer los te laten, het niet zoals bij een speelfilm naar de
letter te verfilmen, maar het als een basis te zien, een basis die je
richting
aangeeft en je voortdurend voedt."
Zij (Honigmann) beperkt zich liever tot het
opschrijven
van het "uit gangspunt. Wat is het onderwerp en hoe ga je het
benaderen?
Wat is de beweging van je film? Waarom wil je juist deze film maken?
Daar
gaat het om."
Kortom, bij documentairescenario's is een
grote vormvrijheid,
je kunt veel vooraf opschrijven of weinig, gedetailleerd of globaal, en
dat hangt samen met het soort documentaire, maar de tendens is dat de
scenarioschrijver
een steeds grotere rol gaat spelen. In de cursus volgen we die
ontwikkeling
door een documentaire en documentaire-scenario's te bekijken en gaan we
bij eventuele eigen documentaire-ideeën bekijken welk soort
scenario
daar bij zou horen.
|