kop

Transcripties van enkele belangrijke stukken uit de geschiedenis van de kinderkolonie


kkOntwerp voor een opvoedings instituut, oftewel het instituut voor landbouwkundige opvoeding te Wateren, geschreven door Johannes van den Bosch en op 23 mei 1823 vanuit Drenthe naar de permanente commissie in Den Haag gezonden.
ONTWERP voor een Opvoedings Instituut
Drents Archief toegang 0186 invnr 65

Dit ontwerp ten doel hebbende om een aantal kinderen op te voeden en een geschikte opleiding te verschaffen, om daar uit in het vervolg Wijkmeesters, onderDirekteurs, Boekhouders, Adjunkt Direkteurs enz. te vormen behoort een uitgebreidheid te bezitten, of althans vatbaar te zijn om die te verkrijgen, voldoende voor het getal der benoodigde perzonen, terwijl de opleiding van die kinderen tevens zodanig strekking behoort te bezitten dat de zodanige die voor genoemde betrekking min geschikt bevonden worden als redelijk bekwame Bouwknegts elders hun bestaan kunne vinden. –

In alles wat de zeedelijke godsdienstige en physische opvoeding der kinderen betreft kan het Instituut van den heer Fellenberg in Zwitserland ten voorbeeld verstrekken en dan wel te meer daar de Heer Mulder Elève van dat Instituut bestemd is om hier Instituteur te zijn en volkomen met de inrichtingen van de Heer Fellenberg bekend is. Ik kan mij derhalve hier alleen bepalen tot eene ontwikkeling van den aard dezer inrichting, met betrekking tot de vereischte uitgebreidheid en wijze van onderhoud van dit Instituut ter bereiking van ons doel –

Het Instituut zou behoren te zijn eene groten landbouwende hoeve, de kinderen daarin opgevoed, zoude onder behoorelijk toezicht van den Instituteur en aanvankelijk met behulp van een knegt de gronden bearbeiden –

Een gedeelte der veldvruchten zoude in de eerste plaats behoren te strekken tot onderhoud van het Instituut, van het overschot zou een gedeelte strekken om de vlijt der kinderen te belonen, en het overschot strekken kunnen, om aan de Maatschappij eene renten voor hare uitschotten etc te verschaffen –

De kinderen zoude alleen behoren te zijn van het mannelijke geslagt, in zeker getal in een bijzonder Apartement kunne logeeren, echter deze vertrekken met de woning van den Instituteur zodanig verbonden behoren te zijn, dat dezelve ieder ogenblik de vreije toegang tot dezelve open stond. Een gemeenschappelijk schoolvertrek en eetzaal van toereikende groote beneffens keuken logies voor die der Instituteur etc  – zijn alle zo veele nodige gedeeltens van zulke eene inrichting, en waar van de uitgebreidheid van ieder derzelve grotendeels afhangd van den omvang die men aan het Instituut geven wil en die dus straks nader zullen worden bepaald –

De voeding, ligging, bewassing en kleeding kan op eene soortgelijke wijze ingericht worden als die der Ommerschans, met dat onderscheid echter dat dezelve in alles iets beters behoorde te zijn dan die der overige kolonisten ten einde het als een voorrecht te doen beschouwen in het Instituut geplaatst te zijn –

kkHet onderhoud van ieder kind, kan mijnes inziens gesteld worden als volgd –

kleeding jaarlijksch                             f 20, ,,
1 pond roggebrood daags, ?? 7 pond jaarlijksch        f 10, ,,
20 pond boter s jaars                             f   6, ,,
de portie middageeten 1½ pond s jaarlijksch            f 27,37
melk en anderen versnaper.                         f   6,63
transporteren                                 f 70,00

Transport                                f 70,00
Zakgeld                                     f    5, ,,
Totaal                                    f 75,00
Ter vinding dezer kosten, zou voor ieder kind behoren gecultiveerd te worden ¾ morgen bouwland, ¾ weide land, dus 1 ½ morgen per hoofd –

Ter bemesting van dezelve zijn 5 schapen nodig, of wel een aantal koeijen, onder dezelve een koeij tegens 10 schapen gerekend en derhalve kan de veestapel hier na worden ingericht –

Na mijn inzien zou dit Etablissement 60 kinderen behoren te kunne bevatten, doch tevens vatbaar moeten zijn, om aldaar 14 à 15 kinderen meerder gratis te kunne plaatsen, zo den opbrengst der gronden zulks gedoogde, reekenen men dat onder de 60 twaalf kinderen gevonden worden zullen  voor welke jaarlijksch f 60 – aan de Maatschappij betaald word – 18 ?? van f 45 – en 30 van f 35 – dan zou dit een jaarlijkschen revenu van f 2850 – opleveren en dus genoegzaam om een kapitaal van f 30,000 – te kunne negotieeren, en daar van rente en aflossing te betalen-

90 à 100 morgen lands zoude voor zulk een Instituut nodig zijn. 70 morgen zoude daar van voor reekening der Maatschappij tot cultuur gebracht kunne worden en de overige succesivelijk door het Instituut zelve om de middelen te behouden van de leerlingen met het cultiveren van woeste gronden bekend te maken–

de veestapel zou dan kunnen bestaan uit 20 koeijen, 2 paarden en 150 schapen–

de kosten kunne bereekend worden als volgd.
Van ieder kind kleeding en huisraad f 50 -        Totaal     f    3000 -
het cultiveren van 70 morgen grond à f 150-  . . . . . .    f 10,500-
Transporteren                     f 13,500-

Transport  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .    f 13, 500-
20 Koeijen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .    f        700-
2 Paarden  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . f          80-
150 Schapen  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . f       600-
Boerderij Gereedschappen  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . f     1000-
Woning  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . f     5000-
Schuur  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . f     1200-
voorschotten voor ieder kind (à) f 50 . . . . . . . . . . . . . f     3000-
grond   . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . f     3000-
onvoorziene uitgaven  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . f     1920-
                    Totaal    f  30,000,-

Ik meen deze posten ruim genoeg genomen te hebben om op de ma....?? geen tekort te moeten vreezen daar overigens deze inrichting zo veel gelijksoortigs heeft met die voor het landbouwend Weeshuis voorgesteld kan dezelve daar na genoegzaam beoordeeld worden–

Aanvankelijk zal het raadzaam zijn het instituut van 6 of 8 kinderen begonnen en vervolgens naar maten een goede geest gevestigd is, hetzelve verder uit te breiden

alle overige bepalingen zullen dan tevens door de ondervinding zelve worden aangewezen en met overleg van den Instituteur kunnen worden ontworpen  zijnde het voor eerst voldoende de hoofdtrekken te hebben ontworpen, later zal men kunnen oordeelen in hoe verre het nodig zal zijn beloning naar arbeid te reegelen of wel of het mogelijk is de nijverheid van zeedelijke beginselen afhankelijk te maken, in alle gevallen zou mijns inziens het onderhoud van het Gestigt aanvankelijk gevonden moeten worden door het arbeidsloon aan het cultiveren der gronden verdient en later gelijk reeds gezegd is, door de vruchten dezer gronden voorbehouden eenige voorschotten aanvankelijk aan de kinderen zo dezelve nodig zijn mogte –

Het eerst wat behoort te worden daargesteld is voorzeker het hoofdgebouw en Schuur–

Klein Wateren bied hier tot eene gunstige gelegenheid aan, de grond is er tamelijk vruchtbaar, er is eenig groenland, en dus gelegenheid om dadelijk eenig vee te houden, en mest te maken, de ligging is tamelijk afgezondert en dus schijnt mij deze gelegentheid de voornaamste vereischtens te bezitten. Er bestaan een paar oude gebouwen waar van de materialen gevoegelijk tot constructie der nieuwe kunne worde gebruikt–
Zo de Permanente Kommissie dit plan in zijne hoofdtrekken goed keurd, zal het plan dat van het Hoofdgebouw ontworpen word, nagegenoeg het volgende figuur hebben–

wateren


Neffensgaande plan bevat de teekening van zodanig een gebouw bestaande het stuk A ten dienste van den Instituteur, met een Hoofdvertrek A, Keuken B, een woonvertrek C met een daar bij behorende Kabinettje of Slaapplaats-
hier op volgt het School en Eetzaal D, vervolgens een Keuken voor het Instituut met twee kleine vertrekkjes voor een meid en knegt–
Ter logering van de kinderen zijn twee zalen bestemd F en G ieder lang 40 voeten, en aan de zelve twee kamertjes voor twee ondermeesters of zaalopzichters, verder H.J: aangewezen–rechts
De Schuur zoude 60 voeten lang dienen te zijn en aan het einde van eene woning voorzien behoren te worden, voor een arbeider, welkers vrouw tevens met de bewassing en verstelling der kleeding belast kan zijn–
uit hoofde van den moeielijkheid van naderhand het Gebouw te vergroten proponeer ik aan de Permanente Kommissie om het zelve dadelijk dien form en uitgebreidheid te geven, zo als hier voorgesteld word, en mits dien zo dra mijn voorstel  de vereischte verbetering ondergaan zal hebben, de vereischte plans daar van te doen opmaken–

Frederiksoord den 11 mei 1823
J van den Bosch