kop

Transcripties van belangrijke stukken uit de geschiedenis van de kinderkolonie



kkReglement van Tucht voor de Gestichten van Weezen, Vondelingen en verlatene kinderen van den 8 july 1829, met daarin de opriching van een Raad van Tucht in elk kindergesticht, omschrijvingen van de overtredingen die wezen kunnen begaan en van de straffen die daarvoor opgelegd kunnen worden.
Reglement van Tucht voor de Gestichten van Weezen, Vondelingen en verlatene kinderen van den 8 july 1829
Drents Archief toegang 0186 invnr 967 en 1617

Artikel 1
De weezen, vondelingen en verlatene kinderen in de Gestichten opgenomen, zijn verpligt zich gehoorzaam, naarstig, zedelijk, stil en godsdienstig te gedragen, en zijn gevolgelijk onderworpen aan de navolgende strafbepalingen, op pligtverzuim en het begaan van verkeerdheden en misdrijven gesteld.

Artikel 2
Het oppertoezigt daarover wordt opgedragen aan eenen Raad van Tucht, welke in ieder Gesticht zal bestaan uit den Adjunct-Directeur, als voorzitter van denzelven, - de beide Onder-directeurs van binnen en buiten, - twee zaalopzieners, door den Adjunct-Directeur daartoe jaarlijks te benoemen, - en den boekhouder van het Gesticht binnen, als Secretaris, waarvan ten minsten vier leden moeten tegenwoordig zijn om te kunnen besluiten.
Deze Raad zal gewoonlijk eenmaal s'weeks op een bepaalden tijd zitting houden, om alle beschuldigingen en klagten over het gedrag der kinderen te hooren en te onderzoeken en om dezen ook, hen daarop te hebben gehoord, bij meerderheid van stemmen waarbij aan den Voorzitter, in geval van het staken der stemmen, eene afdoende stem wordt toegekend, de straffen op te leggen, welke bij dit reglement zijn voorgeschreven en om wijders te handelen zoo als hierna wordt voorgeschreven.
De Secretaris houdt korte aanteekening van al het verhandelde, welke aanteekeningen vóór het scheiden van den Raad door de aanwezige leden moeten worden onderteekend, vervolgens ingeschreven in een daartoe aangelegd boek hetwelk steeds bij den Voorzitter van den Raad berustende blijft en voorhanden moet zijn; en daarna in originali maandelijks door tusschenkomst van den Directeur aan de P.C. ingezonden.
De Raad van Tucht zal wijders zoo dikwijls buitengewoon vergaderen, als de Voorzitter dat naar gelang van zaken zal noodig oordeelen, doch zullen de gewoone niettemin gezet moeten worden gehouden.

Artikel 3
Als strafwaardige overtredingen van hunnen pligt door de kinderen worden gehouden, als:
    Jegens zijne Overheid
1. Ongehoorzaamheid, weerspannigheid of verzetting tegen zijnen zaalopziener, een der Onder-Directeurs, den Adjunct-Directeur en in het algemeen tegen elken ambtenaar, onder wiens op- of toezigt men werkzaam is.
2. Zich zonder verlof uit de kolonièn verwijderen.
    Jegens zich zelven
3. Doorgaande luiheid.
4. Doorgaande onzindelijkheid.
5. Ontuchtige bedrijven of gesprekken die daartoe verleiden kunnen.
6. Misbruik maken van sterken drank.
7. Vloeken, spotten en nalatigheid of verzuim in de waarneming zijner Godsdienstpligten.
    En jegens anderen
8. Ontvreemding, verwaarloozing en beschadiging van eens anders goed of dat der Maatschappij,  tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigen kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde koloniale goederen.
en 9. Vechten, slaan, schelden en baldadigheden begaan.

Artikel 4
De straffen daarop gesteld zijn, als op
1e Ongehoorzaamheid
Opsluiting van een tot drie nachten in de strafkamer en bij herhaling van een tot acht dagen, om den anderen dag te water en brood.
2. Verwijdering uit de kolonien zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeyen aan.
3. Luiheid en
4. Onzindelijkheid
Tepronkstelling in de zaal gedurende den middag maaltijd, van een tot drie malen, benevens onthouding van de helft van de gewone hoeveelheid voedsel zullende deze de halve portie eerst na den afloop van den maaltijd worden toegediend.
5. Ontuchtige bedrijven of gesprekken
Strafarbeiden van een tot acht dagen hetzij van meerder hetzij van zwaarder werk; naar omstandigheden met onthouding tevens van de helft van het gewoon middageten bij aldien de taak van den eenen middag tot den anderen niet geheel is afgewerkt waarvan den opziener of den zaalopziener alsdan de noodige kennis zal geven.
6. Misbruik maken van sterken drank
 Opsluiting in de strafkamer van een tot acht dagen om den anderen dag te water en brood.
7. Ongodsdienstigheid
Zaal arrest gedurende een tot acht zon- of feestdagen.
8. Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed
Dubbele vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met boeijen aan.
en 9. Vechten, slaan, schelden en baldadigheden bedrijven
Opsluiting van een tot drie nachten in de strafkamer en, bij herhaling, van een tot acht dagen, om den anderen dag te water en brood.

Artikel 5
Van de in het vorig artikel opgen. straffen, zullen de volgende door den Adjunct-Directeur en ook door den Onder-Directeur binnen kunnen worden opgelegd:
Te pronk stelling met onthouding van voedsel.
Oplegging van strafarbeid, des noodig met onthouding van voedsel.
kkZaal arrest op zon- en feestdagen.
Mits hij zich van de strafschuldigheid genoegzaam hebbe overtuigd en hij hiervan in de eerstvolgende zitting van den Raad behoorlijk verslag doe van welke toegepaste straffen dan ook in de Notulen van den Raad mede moet worden melding gemaakt.
Nog zal door den Adjunct- en Onder-directeur tezamen opsluiting van een tot drie nachten in de strafkamer kunnen worden opgelegd.
Alle overige straffen moeten door den Raad zelven worden opgelegd, terwijl alle andere wijze van straffen nadrukkelijk is verboden.

Artikel 6
De strafkamer zal bestaan in een afgesloten, ledig, duister doch voor de gezondheid onschadelijk vertrek met een planken vloer, alleen voorzien van wat stroo om op te leggen, genoegzame dekking in den winter, een stoel en een gemak.

Artikel 7
Op alle ambtenaren berust de verpligting, om van alle overtredingen die zij zien begaan of welke te hunner kennis komen, aan den Onder-directeur of bij aldien dezelve ter kennisneeming van den Raad behooren, aan dezen mededeling te doen, moetende het mede aan de kinderen steeds worden vrijgelaten, om bij den Raad ook hunne klagten intebrengen, zoo over alle mishandelingen van medgezellen, als over onregtmatige straffen, welke hun door eenig ambtenaar, strijdig met dit reglement, mogten zijn opgelegd, ten einde de Raad die klagten zoude onderzoeken en de schuldigen naar behooren straffen, of bij aldien het een ambtenaar geldt, daarvan verslag doen aan den Directeur der kolonien.

Artikel 8
De Raad van Tucht wordt ernstig vermaand, om in de toepassing der voorgeschrevene strafbepalingen zeer spaarzaam te werk te gaan, mitsdien den schuldigen zoo veel mogelijk voor het ondergaan van straf te behoeden, wanneer met eenigen grond kan worden verwacht, dat eene gepaste, beredeneerde, doch tevens met genoegzame klem uitgesproken vermaning van den Voorzitter van den Raad, den schuldigen tot eenig berouw en voornemen van beterschap zal kunnen brengen; - doch wordt de Raad daarentegen tevens ernstig aangemaand, om, bij aldien de straf eenmaal opgelegd is, dezelve met alle nauwgezetheid te doen volbrengen en al zoo te zorgen, dat wanneer er onthouding van voedsel, te pronkstelling, strafarbeid, arrest of opsluiting is opgelegd en bevolen, geen dezer straffen op eenigerlei wijze krachteloos worde gemaakt; - moetende degeen welke hiertoe behulpzaam mogt zijn geweest, met de meeste gestrengheid daarvoor worden gecorrigeerd.

Artikel 9
Bij aldien het blijken mogt, dat geen der voorgeschrevene strafbepalingen voldoende was, om een of ander bij uitstek ondeugend voorwerp van zijne verkeerdheid terug te brengen, zal de Raad van Tucht besluiten tot een voorstel aan de Perm. Comm. om zoodanig onverbeterlijk persoon uit het Gesticht te verwijderen en in de Ommerschans overteplaatsen, welk voorstel zal moeten geschieden met aanhaling der Notulen, volgens welke hij vroeger zonder vrucht is gestraft geworden.

Artikel 10
De meerderjarige en bejaarde personen, welke nogtans tot de bevolking der weezen geacht worden te behooren zijn onderworpen aan het reglement van tucht voor de gewone kolonisten.rechts

Artikel 11
Dit reglement zal den kinderen eenmaal s'maands op een geschikt en bepaald tijdstip, waarop zij allen aanwezig moeten zijn, door iederen zaalopziener in zijne zaal in het bijzijn van den Onder-Directeur of den Adjunct-Directeur verstaanbaar worden voorgelezen opdat een ieder wete, aan welke strafbepalingen hij onderworpen is, hoedanig en door wie dezelve worden toegepast en waar zij, die mishandeld of onwettiglijk gestraft mogten zijn, of zulks althans mogten vermeenen, hunne klagten vrijelijk en met vrucht kunnen inbrengen.