kop

Transcripties van enkele belangrijke stukken uit de geschiedenis van de kinderkolonie


kkKoninklijk Besluit van 6 november 1822, met daarin de aankondiging dat met de Maatschappij van Weldadigheid een contract gesloten zal worden voor het opnemen van 4.000 kinderen
((er opent zich een nieuw venster van www.debedelaarskolonie.nl; de eerste 7 artikelen gaan alleen over bedelaars, daarna gaat het afwisselend over weeskinderen en bedelaars))

kkBestek voor de bouw van het eerste gesticht (en dus ook voor het tweede en derde gesticht). Door Johannes van den Bosch op 18 februari 1823 naar de permanente commissie gestuurd. Later teruggevonden in het Rijksarchief in Brussel.

kkContract tussen het gouvernement en de Maatschappij van Weldadigheid van 1 maart 1823, waarbij de voorwaarden voor de opname van 4.000 'weezen, vondelingen en verlatene kinderen' worden omschreven en zaken als transportkosten en invaliditeit worden geregeld.

kkOntwerp voor een opvoedings instituut, oftewel het instituut voor landbouwkundige opvoeding te Wateren, geschreven door Johannes van den Bosch en op 11 mei 1823 vanuit Drenthe naar de permanente commissie in Den Haag gezonden.

kkConcept Besluit Huishoudelijke Inrichtingen voor het Instituut te Veenhuizen van 8 november 1823, dus voordat de eerste kinderen er zijn. Zal later op enkele punten worden geamendeerd zodat het niet volledig de situatie gedurende 35 jaar wezengesticht beschrijft.

kk'Vaste bepalingen omtrent de kleeding en het huisraad' voor de weeskinderen. Op 22 januari 1824, kort voor de komst van de eerste kinderen vastgesteld.

kk'Reglement voor de Administratie van het Gesticht van Weezen te Veenhuizen. Op 2 februari 1824, kort voor de komst van de eerste kinderen vastgesteld. Hierbij bevindt zich los bijgevoegd ook het volgende stuk:

kkStaat der Geemployeerden voor het Gesticht te Veenhuizen, de eerste personeelsopzet voor het nieuwe gesticht, ook  op 2 februari 1824 opgesteld en aangenomen.

kkKoninklijk Besluit van 24 maart 1824, waarbij artikel 1 het einde inluidt van het Amsterdamse Aalmoezeniersweeshuis en de volgende artikelen de basis leggen voor de opzendingen naar de kolonie in het volgende jaar, al is daar nog een extra besluit in januari 1825 voor nodig (zie onder).

kkKoninklijk Besluit van 15 januari 1825, inhoudende dat de komende maanden 2700 kinderen uit weeskinderen naar Veenhuizen moeten, te weten 900 vr 1 april, 900 vr 1 mei en 900 vr 1 juni, wat uiteindelijk in de praktijk niet helemaal haalbaar zal blijken.
kk Plaatsen van herkomst van de wezen die op contract met het gouvernement in de kinderetablissementen aankomen vanaf de start van het gesticht, op 19 februari 1824, tot 1 juli 1825. Afgeleid uit de stamboeken en uit sommige aankomststaten in invnr 1370.

kk Contract van 16 en 19 juni 1826 tussen het gouvernement en de Maatschappij van Weldadigheid, voor de opneming van 9200 personen, van wie een gedeelte pas zal komen als de Maatschappij er klaar voor is.

kkContract tussen gouvernement en Maatschappij van Weldadigheid van 23 juni 1827 over de  extra vergoeding voor invalide bedelaars en weeskinderen, met indelingen in geheel of gedeeltelijk invalide en de daarbij behorende bedragen ((er opent zich een nieuw venster van www.debedelaarskolonie.nl; het contract gaat afwisselend over weeskinderen en bedelaars))
kkReglement van Tucht voor de Gestichten van Weezen, Vondelingen en verlatene kinderen van den 8 july 1829, met daarin de opriching van een Raad van Tucht in elk kindergesticht, omschrijvingen van de overtredingen die wezen kunnen begaan en van de straffen die daarvoor opgelegd kunnen worden.

kkBepalingen nopens de algemeene wapening en de handhaving der rust in de kolonie, opgesteld op 8 oktober 1830 na de Belgische Opstand, met er door mij achter geplakt het terugkrabbelen van dit besluit op 31 december 1830.

Het kkKoninklijk Besluit nummer 84 van 17 januari 1836, met de redactie waarvan Johannes van den Bosch zich nogal bemoeid zou hebben, waarin de kolonin en met name de kindergestichten een rol krijgen voor de overzeese gebiedsdelen.