Archiefstukken komen uit het archief van de Maatschappij van Weldadigheid bij het Drents Archief, inventarisnummer 0186. Onderstaande brieven zijn allemaal van september/oktober 1818 en komen uit de invoernummers 48 en 49.


 o
m onbewimpeld te spreken


Stavoren, over haar kandidaat Jacob Ruurt Stellinga:
     Na een nauwkeurig onderzoek van den in­wendigen staat en behoeften van dit huis­gezin, durft de sub-kommissie, hetzelve, ge­rustelijk, en met gegronden hoop op een goeden uitslag, aan de Kommissie van Wel­dadigheid aanbevelen, dewijl men in dit huis­gezin alle die vereischten vind, welke bij kolo­nisten in de eerste onderneming gevor­derd worden.

Edam, als de pc zegt dat Walraven van Haften niet aan de voorwaarden voldoet:
   (...) heeft de sub-commissie de eer UWEds te berichten, dat zij ten deezen aanzien.over het algemeen wel degelijk UWEds voor­schriften heeft in acht genoomen en geen jota daarvan is afgeweeke (...).

Axel, bij het voordragen van Hubrecht de Ruiter:
En met betrek­king tot dit laatste stuk neemt zij de vrijheid met allen ernst te verzoe­ken om, zoo het mooglijk is, het daar henen te dirigeren, dat dit huisgezin van Axel, al verenigen zij daar in niet alle vereischten, worden opgenomen om naar de colonie te ver­trek­ken, want, om onbewimpeld te spreken, de menigte van armen is hier buitengewoon groot, de inge­zetenen onder­vinden jaarlijks het verbazend bezwaar van dezelve onderhoud, het geen hun kan wor­den toegedeeld is zeer gering; en wanneer nu Axel van niet één huisgezin ontlast wierd, niet tegenstaande deszelfs aan­merkelijke bijdrage, kan de subcommissie hare vrees niet ontveinzen dat veelen van de inteke­naars, die de zaak niet in deszelfs gevolgen beschouwen, maar slegts opper­vlakkig oor­dee­len, bij eene volgende inteke­ning zouden refuseren om zig tot de gewone contributie te verbinden

Medemblik, bij de voordracht van Martinus Alblas
   't ontbreekt de subkommissie alhier aan genoegzame woor­den, om Ulieden deze familie te eenstigste aantebevelen. Zij is uit den alzints deftigen burgerstand. Op de ze­delijke en godsdienstige opvoe­ding welke de ouden, die van den jeugd aan zelve braaf en deugdzaam zijn, opgeleid en aan hunne kin­deren gegeven, valt niets aan te mer­ken.

Maas­sluis, als haar voordracht Jan Breukel door de pc eerst wordt afgewezen:
  Wij willen niet ontveinzen groote vreze te voelen, indien onze plaats niet van een­ige arme voorwerpen ontlast kan wor­den, wel­ker getal van tijd tot tijd vrij sterk, vooral door de mislukte visscherij t bijzon­derlijk door den bitter schralen haring­vangst aan­groeid, wij groot gevaar lopen, bij een vol­gend jaar eene aanmerkelijke verminde­ring in 't quan­tum der leden en bijdragers te moe­ten on­dergaan, ja zelfs zijn wij in dat geval huive­rig voor eene geheele te niet looping alhier.

Almelo, als zij Hendrikus Krabshuis voordraagt:
    Alleen de bekendmaking, dat er misschien nog dezen herfst een behoeftig huisgezin uit deze gemeente in de kolonie zoude overgebragt worden, heeft ten gevolge gehad, dat in den tijd van twee dagen het getal der leden met twee en veertig vermeerderd is.