Op 16 november 1819 arriveert als
eerste Abraham Smit,
huisverzorger. Met echtgenote Marieke Antonia van Ham, maar die
overlijdt na
drie maanden. September 1820 hertrouwt hij met een bij hem ingedeelde
vrouw, de 39-jarige Aagje Jans Keg uit Koog aan de Zaan. Ook die
overlijdt, oktober 1824. Weer een jaar later hertrouwt hij met Grietje
van der Voorst, weduwe van proefkolonist Weender.
Zodra proefkolonist Johannes Bosch april 1821 als eerste gezinshoofd
naar de strafkolonie is gestuurd, wordt Abraham Smit in diens huisje
gestopt, zodat hij dan van Frederiksoord-2 naae Frederiksoord-1 gaat.
Over hem staat een
file op de site met ook zijn vermeldingen in het boek, zie hier.
|
Ook 16 november is de aankomst van de
eerste onderofficier voor de nieuwe kolonie, Stephanus
Vrijhoef, uit Breda.met
echtgenote Anna Catharina Reijgers en een dochter van 20. Opmerkelijk
is dat hij 'zijne levensmiddelen heeft mede gebragt' en bovendien 'al
zijne meubelen, bedden etc'.Hij wordt magazijnmeester in
Frederiksoord-2 en wordt door de directie gezien zijn oude functie in
het leger meestal 'de wachtmeester' genoemd. Hij overlijdt (boek blz. 326) aan de
besmettelijke ziekte voorjaar 1822:
|
Op 28 november 1819 arriveert Hendrik Kruidhoed uit 's-Graveland
met echtgenote Geertruij van den Broek, twee
zoons en zes dochters. Ze komen op hoeve nummer 46
Onderstaande plaatje komt van de aankomststaat, Drents
Archief, toegang 0186, invnr 53. De eerste kolom na de namen zijn de
leeftijden, de kolome daarna het aantal gezinsleden.
NB: In de database Maatschappij van Weldadigheid staan ze als Kruidhoek
ipv Kruidhoed, maar alleen in de laatste vorm vind ik ze in
genealogiën terug. Vooral de dochter die nog niet op het plaatje
staat omdat ze in Frederiksoord werd geboren (na de dood van haar
vader) wordt her en der gevolgd. Bijvoorbeeld in de genealogie van Rijn, en in de Voorouders van Ir. Stephan Kaneman en
Patrick Kaneman Ing en bij de Kwartierstaat van Berend (Berry) van
Scherpenzeel en in de Genealogie Hilversumse en Gooische Families
In die laatste komt ook zoon Rijk Kruidhoek voor.
|
Ook op 28 november komt Frans Broekhuizen uit Den Briel aan, met echtgenote, drie
zoons en een ingedeelde jongeman. Hij komt op hoeve nummer 44. Alle verdere verwijzingen zijn
bijeengebracht onderaan dit
verhaaltje over vrijboeren
|
Als hij de aankomst van bovengenoemden
meldt, schrijft Benjamin: (...) met vriendelijk verzoek
dat de verzending van huisraad zo spoedig mogelijk moge plaats hebben,
dewijl bij den 4 aangekomen huisgezinnen, morgen nog 2 uit
Amsterdam zich voegen zullen, en mijne verlegenheid daar door zal
toenemen'
Dus waarschijnlijk zitten ze gewoon op de grond en eten ze met hun
handen!
|
Enkele dagen daarna, op 3 december 1819, komt uit Amsterdam het gezin van Salomon David Wijl. Hij komt op hoeve nummer 22
Met echtgenote
Rachel Moses Glasslijper en drie dochters plus een ingedeelde jongen
gestuurd door het joodse Nut en Beschaving.
|
Evenals de op 3 december aankomende Simon David Vieyra, echtgenote Sara
Messias, twee zoons en twee dochters. Hij komt op hoeve nummer 15 Ook uit Amsterdam, ook van Nut en Beschaving.
|
Ook op 3 december komen twee
onderofficieren aan. Petrus Gilliam
uit Den Haag, met echtgenote,
twee zoons en twee dochters. Hij zal na een half jaar weer ontslag
nemen.
|
Diezelfde 3 december komt de andere
onderofficier die toezicht op de nieuwe kolonie en de nieuwe kolonisten
gaat houden, Johan(n) Paulus
Reichenbach, met
echtgenote en twee zoons vanuit Geertruidenberg.Zowel
hij als de hierboven staande Gilliam blijken volgens Benjamin
'geen de minste kennis van landbouw' te hebben. Maar Reichenbach wil
graag, in juli had hij nog geschreven, 'aandringende op zijn
verzoek om plaatsing in de kolonie'. Volgens de directie
'ongeschikt voor wijkmeester', wordt hij 'provisioneel bij
de steenbakkerij geemploijeerd.' Begin juni 1825 gaat hij over naar de
gestichten in Veenhuizen, waar hij tot zijn dood als portier werkzaam
zal zijn.
Genealogische gegevens staan in de genealogie Hanswijk.
|
Na hun aankomst schrijft
Benjamin op 5
december:
'Het huisraad is nog niet
aangekomen, zo dat de onder
officieren en kolonisten zich zeer moeten behelpen.'
Maar twee dagen later kan hij melden:
'Heden morgen is het
huisraad, in goeden staat, en overeenkomstig daar van ontvangen nota,
aangekomen.'
|
Op 8 december 1819 komt Johannes Verbeek met echtgenote,
drie zoons en drie dochters uit Rotterdam.
Ze komen op hoeve
nummer 33 Dit wordt een uitgebreid kolonistengeslacht. Zie voor
verwijzingen onderaan de
Rotterdamse pagina.
|
Ook op 8 december arriveert Antonie Hugo Ladru uit Amsterdam,
met echtgenote Elisabeth
Stokebrand (mooie naam is dat toch!) en drie zoons. Op de kolonie komt
daar later nog een dochtertje bij. Een 'oppassend gezin uit Amsterdam'
noemt de directie het, met de nadruk op de combinatie van die twee
gegevens, want ze zijn uit Amsterdam wel andere gezinnen gewend!
De jongste zoon, Johannes, wordt na de dood van zijn vader
opvolger-kolonist. Hij trouwt een dochter van de Arnhemse kolonist
Minkman en komt zodoende voor in de Parenteel van Harmen Minkman en
de Genealogie van het geslacht Minkman.
Een zoon van Johannes trouwt met een nakomelinge van de Groningse
kolonist Marinus en wordt ook weer kolonist en een dikke eeuw nadat
Antoine Hugo voet in de kolonie zette, wonen er nog Ladru's in de
kolonie. Zie voor meer genealogische informatie ook van den Hurk en bij Oldebroekse
families,
Ze worden geplaatst op hoeve nummer 32
|
En tenslotte is op 8 december de aankomst van Jacob Muusz Beets uit Purmerend, met echtgenote Sijtje
Klaas Dusselman, een zoon en drie dochters. Zie hoeve nummer 28
|
Op 12 december komt weer een
huisverzorgersstel, Auke Volkerts Kok
uit Wolvega, met echtgenote
Judigje Geerts. Zij zullen - op hoeve nummer 29 - vooral
kinderen uit Koog aan de Zaan onder
hun hoede krijgen.
|
Op 13 december arriveert Jacobus de Vroeg, met echtgenote,
drie zoons en een dochter uit Heerenveen.
Hij komt op hoeve
nummer 27
Hij zal begin 1821 verdrinken in de schipsloot, iets waarvoor
proefkolonist Thijs Douwes de Haan mede-verantwoordelijk wordt
gehouden. Zie enige
genealogische data van het gezin op deze link.
|
Op 14 december 1819 komt aan de
huisverzorger Jacobus Koppens
uit Den Haag, met echtgenote
Sophia de Wit. Hij is aangetrokken om op weeskinderen uit Monnickendam
te passen en zal dat een tijdje doen tot hij oktober 1821 wordt
weggestuurd onder verdenking van 'het misbruiken van sterke drank' en
omdat hij 'op deze te vrijer wet zoude leven, met de vrouw van den
kolonist Olij'.
|
Op 19 december 1819 wordt ingeschreven Hubert van der Griend uit
Sliedrecht,
die geen subcommissie achter zich heeft maar toch wordt aangenomen. Zie
hoeve
nummer 44 plus een apart verhaal over hem op deze pagina.
|
Dan valt de winter in.Tussendoor arriveert
nog Meindert van der Poort,
met 'vrouw en 5 kinder', uit Dokkum. Omdat Dokkum vond dat het gezin 'te
talrijk' voor de kolonie was, had hij
'op last zijner subcommissie, het oudste kind, een meisje van 17 jaar,
achter gelaten'. Dat vindt Benjamin jammer omdat zij
'in deze huishouding van veel dienst zijn kon.'
Volgens de
subcommissie Appingedam arriveert in januari nog 'het gezin van
L.H.Maatje, te Kloosterburen te huis behoorende'.
Zie voor Maatje ook - inclusief internetverwijzing - onderaan de pagina Appingedam.
De
rest komt pas vanaf februari.
|
NB: de meeste bewoners van kolonie 2 die er
vóór 3
februari 1920 zijn, komen ook voor op de lijst van donaties voor de
slachtoffers van de watersnoodramp in Gelderland, zie hier onderaan de pagina.
|
Op 18 februari 1820 komt aan Bernardus Limbeek uit Nijmegen met vrouw en zes kinderen.
Hij komt op hoeve
nummer 35 Zie verder de verwijzingen onderaan een verhaaltje over vrijboeren.
|
Ook 18 februari arriveert Antoon Reinhardt Uhl uit Bergen op Zoom met vrouw en vijf
kinderen Hij overlijdt na twee jaar, maar kinderen blijven en trouwen
met andere kolonistenkinderen. Diversen van hen gaan posities binnen de
kolonie bekleden, zo wordt Martinus
Uhl eerst hulpmeester en krijgt hij later de school in
Wilhelminaoord onder zijn hoede. Lodewijk
Willem Uhl wordt zaalopziener in de Ommerschans, Jean Antoine Uhl wordt wijkmeester
in Frederiksoord en Willem Frederik
Uhl eerst wijkmeester in Wilhelminaoord en later bakkersbaas in
Frederiksoord.
Bij aankomst worden ze gehuisvest op hoeve nummer 17
Hun subcommissie behoorde tot de eerste zeven die opgericht waren
(boek blz. 16) en had
problemen gehad met de lijst van de plaatselijke
vrijmetselaarsloge (boek blz. 183).
|
En ook op 18 februari is de aankomst van Lodewijk Zorn uit Utrecht
met vrouw en vier kinderen. De subcommissie van weldadigheid Utrecht
geeft ze 3 gulden reisgeld mee (DrA, toegang 0186, invnr 1110). Hij
komt op hoeve
nummer 20
In de
beginjaren, eind 1825, staat hij onder zware verdenking rogge en
boekweit van de Maatschappij te hebben verkocht. Maar hij wordt
vrijgesproken 'als zijnde de misdaad niet genoegzaam bewezen tot
nadere opheldering onbeoordeeld te laten' en daarna wordt hij een
redelijk succesvol kolonist en komt hij niet meer in de
problemen.Genealogische informatie staat bij de Zorn Family History en met name
het nageslacht van zoon Andreas wordt gevolgd in de Kwartierstaat De Wit
|
Op 26 februari 1820 arriveren 'vier
huisverzorgers' en 'een weesjongen' uit Den Haag. Vermoedelijk zijn dit de
huisverzorgers die door de winterse omstandigheden al een tijdje
onderweg zijn en 15 februari vast kwamen te zitten in Leiden.
Waarschijnlijk zijn dit hun namen:
- Frans van den Bergh.
- Hendrik van Os.
Hij zal na een jaar ontslag nemen. Zie ook Willemsoord hoeve 12
- Jan Ebert. Hij
zal huisverzorger worden voor kinderen uit Monnickendam, al krijgt hij
af en toe ook andere 'vreemde gasten'. Hij is terug te vinden in
Willemsoord op hoeve
nummer 5.
- Coenraad Vernouw. Een
van de eerste pupillen waarover hij als huisverzorger de scepter gaat
zwaaien, is de dan nog piepkleine Willem der Nederlanden, zie de pagina daarover.
- Adrianus van Es.
Er is in de planning iets ernstig fout gegaan, want zij waren bestemd
als
huisverzorgers voor kolonie Wilemsoord en die moet op dit moment nog
gebouwd worden! Benjamin zet ze tijdelijk in kolonie 2.
|
Op 27 februari 1820 arriveert Pieter Brouwer uit de Wieringerwaard met vrouw en vijf
kinderen. Genealogische gegevens in de stamboom
Brouwer en bij het Drents Archief staat er ook iets over (moet ik
nog opzoeken). Ze wonen Frederiksoord-2, hoeve nummer 52
|
Ook op 27 februari komt aan Hendrik Puper uit Bourtange, met vrouw en zes
kinderen. De meeste gegevens heb ik verzameld bij het overzicht van
Frederiksoord-2, zie
hoeve 54. Genealogische informatie over hem staat bij deze link.
|
Op 11 maart 1820 arriveert een groep
waaronder het gezin van Bartholomeus
Vermeulen, 'sterk 7 hoofden', uit Breda. Hij komt op hoeve nummer 5
en zal na anderhalf jaar
overlijden waarna de kinderen worden teruggevraagd, zie hier.
|
Ook 11 maart komt de onderopziener A. Reichart uit Den Haag. Hij is degeen wiens vrouw
van het bataillon is weggejaagd (boek blz. 229).
|
Ook 11 maart is de aankomst van
huisverzorger Fanner uit Den Haag. Hij wordt in oktober
alweer weggestuurd omdat hij zijn uit Den Haag gekomen en ongehuwd
zwangere dochter onderdak had verleend.
|
En ook 11 maart arriveert het gezin
van Arij Kamans uit Schiedam, 'sterk 8 hoofden'. Ook
genoemd door de subcommissie Schiedam in een krantenbericht, zie hier.
Genealogische informatie over hem staat bij deze link.
|
Er wonen nu eenendertig gezinnen in
kolonie 2. Met diezelfde lading van 11 maart komt ook de nieuwe,
strenge opzichter van de spinnerij, Anthonie Brouwer (boek blz. 227).
Daarna volgt de opstand in de spinzaal en houdt Benjamin de aankomsten
van nieuwe kolonisten niet meer goed bij. Alleen een bijzonder triest
geval meldt hij nog:
|
15 maart 1820 komt vanuit de
Beemster aan Maarten Alles, die
een dramatische reis heeft gehad, zie elders op de site. In Frederikoord-2 wonen
ze op hoeve
nummer 50
|