In het boek wordt op blz. 248 de aankomst van de eerste (en tweede) lading Dordtse wezen gemeld en vanaf blz. 253 hoe Johannes van den Bosch ze in het koloniale gareel brengt. Hier ter aanvulling een stukje over hun reis uituit de Amsterdamsche Courant, overgenomen in de Staatscourant van 13 juni 1820, plus meer uit de brieven van Johannes, uit het archief van de Maatschappij van Weldadigheid bij het Drents Archief, toegang 0186, inv.nr 55. Een cursief vraagteken tussen haakjes achter een woord betekent dat het echt onleesbaar is.


Alle zijn schurft van kop tot teen


Amsterdamsche Courant

Amsterdam, den 11 junij.

   Zaturdag den 3den dezer zagen wij, in den vroegen morgen, twee schuiten van Gouda, met ruim zestig dordsche wees- en armen-kinderen, aankomen, bestemd voor de kolonie no. 3, van de Maatschappij van Weldadigheid. Na eenigen tijd te hebben vertoefd, voeren dezelve naar een schip, geankerd in den Binnen-Amstel. Op het gezigt van dit vaartuig betuigden deze ouderloozen, zoo door het uitsteken van kleine vlaggen, als door een aangeheven geroep van leve onze Koning! leve onze Prins en onze nieuwe Vaders! hun vertrouwen, dat voor hunnen verderen leeftijd, op eene vaderlijke wijze, zoude gezorgd worden. Aan boord overgenomen en van levensmiddelen voorzien, was het schip weldra zeilree en stevende naar Steenwijk, in welke plaats zij Zondag morgen vroeg zullen aangeland zijn.
(...)
    De eenvoudige en weinig omslagtige orde, bij het overnemen der transporten, heeft elk aanschouwer voldaan, en doen zegenen eene inrigting, die aan behoefti gen en ouderloozen een zorgvrij bestaan geeft, en hun een eervol middel verschaft, om, hoe de wisselvalligheden der fortuin ook zijn mogen, bestendig zonder zorgen voor hen en hun kroost te zijn.


Brief van Johannes van den Bosch aan de pc:

Steenwijk 4 junij 1820

    59 kinderen van Dordrecht zijn aangekomen. Dan daarbij is slechts een huisgezin en een huisverzorger, de laatste nog bestaande uit man, vrouw en kind. Dus strijdig met het reglement. Het schijnt dat de subkommissien niet een maal de moeite nemen van te denken bij het geen zij doen. Dat men huisverzorgers vooruit zond laat zich begrijpen, maar kinderen alleen is ongerijmd. Ongelofelijk is de moeite om die van het nodige te voorzien. Men kan hun niets verstrekken uit vrees dat het verlopen word. Ik ben verplicht geagt om hen in een huisgezin intedeelen en daar over een onder officier te stellen. Doch ook aan deze heb ik gebrek. Ik vrees zeer dat de subkommissie te Dordrecht nu eerst haar huisverzorgers zal moeten gaan zoeken. Hadden zij ons in tijd geinformeerd dat zij er geen bekomen konden dan zouden wij zo menig bruikbaar voorwerp niet hebben weggezonden en thans niet verlegen zitten.

    Ik geloof het raadzaam te zijn in het vervolg de subkommissien die kinderen zullen zenden aan te schrijven van eerst de huisverzorgers te doen vertrekken. Zijn deze aangekomen dan is het niet moeijelijk daar bij kinderen intedeelen. Ik heb de roomsche huisverzorgers uit de kolonie no. 2 ontboden en zal nu eerst van die gebruik moeten maken. Dan ik kom er nog zes à zeven te kort en op den duur kunnen zij bij roomschen niet blijven.

     De kinderen voor het overige zijn wel geassor teerd, meest jongens voor meer als 3/4 boven de twaalf jaren oud. Veele hebben een ziekelijk chelig(?) voorkomen doch de kantschop en goed voedsel zal hun spoedig cureren. De groote jongens intusschen schijnen gelijk doorgaans de weesjongens van grote weeshuizen verduveld baldadig. De huisverzorgers zullen dus duchtige knapen moeten zijn. De zodanige die wij reeds naar herwaards geexpidieert hebben volstaan buiten van den Berg (die een lap is door en door) zeer wel. In de zelfde stad(?) hebben wij er nog een paar zitten, waarvan de eene meen ik Heze(?) genaamt is. Het zal raadzaam worden die naar herwaards te dirigeren, gelijk ook nog meer andere indien er geschikte voorwerpen op de lijst gevonden worden.

     Zo even meld mij Ameshof dat hij dinsdag 120 zielen van Dordrecht mij nog zal toezenden. Mogelijk zijn daarbij huisverzorgers en dan zal het zich wel schikken.


Brief van Johannes van den Bosch aan secretaris Ockerse:

Steenwijk den 7 juny

    Zijt zo goed mijn waarde vriend om met ommegaande te melden of Dordrecht al of geen huisverzorgers zenden zal. Thans ben ik bij gebrek van personen daar ik die bij indeelen kan, verplicht er 10 in een huis te logeren. Ze slapen in een bed. Alle zijn schurft van kop tot teen. De huisgezinnen daar bij gevoegd zijn niet alleen slecht gecomposeerd maar bij zeer veele zijn, strijdig met de bepalingen, kinderen ingedeelt.
   Andere subcommissies zenden tot huisverzorgers getrouwde lieden niet alleen met kinderen, maar zelfs met hoogzwangere vrouwen. Ik kan die niet terug zenden omdat ik mij niet weet te redden met de kinderen. De duvel is niet in staat order te houden onder zulk een boel. Ik behoef u niet te zeggen met hoe veel verlangen ik ander (?) oftre(?)en tegemoet zie. Ik zal zoo dra ik de chaos enigzins gedebrouilleerd heb een nader omstandig bericht inzenden.
     Vooral bericht omtrent de huisverzorgers van Dordrecht. Na vriendelijke groeten.
TT

VdBosch


Meer informatie en met name een lijst van de eerste groep Dordtse wezen staat in:  Leo van der Linden, Opvang van Dordtse weeskinderen; een voorbeeld van kinderzorg in 1820 door de Maatschappij van Weldadigheid, Gens Nostra 2005