Dat allen deze der­waarts vertrokkenen aldaar in welstand zijn gekomen, en met genoegen en ijver in hunne nieuwe loopbaan verkeeren

Vijfenveertig plaatsen mochten een gezin naar de proefkolonie sturen (zie het overzichtje van proefkolonisten achterin De proefkolonie en op de site van dat boek). Schiedam behoorde daar niet toe, waarschijnlijk omdat er ook al gezinnen uit Vlaardingen, Maassluis en Rotterdam gingen en de permanente commissie een landelijke spreiding wilde.
Als het later dan toch zo ver komt dat men kolonisten mag sturen, pakt men publicitair flink uit. De  subcommissie van weldadigheid Schiedam (zie deze pagina) plaatst onderstaande stukje propaganda in de Staatscourant van 3 oktober 1820.

Schiedam, den 30 september.

De sub-commissie der maatschappij van Weldadigheid binnen deze stad geeft bij deze kennis aan derzelver contribuanten, en aan allen, welke deel nemen in de goede pogin­gen, die in het werk gesteld worden, ter ont­ginning der onvruchtbaar geweest zijnde landerijen, en ter voorziening in den nood der behoeftigen, welke tot dat gewigtig en heil­zaam doel werkzaam zijn, dat, in het begin der maand maart dezes jaars, naar de kolo­nie Frederiksoord, van hier vertrokken zijn,
Arie Kammans en zijne huisvrouw Margaret­ha Broekhuizen, met hunne zes kinderen, en, den 14 augustus laatstleden, de volgende zes kinderen:
Jan Grebe, oud 16,
Nicolaas Barnouw, oud 14,
Jan Barnouw, oud 12,
Hermanus Jurgens, oud 14,
Christiaan Ba­rend Pinger, oud 9 en
Frederik Hanneman, oud 6 jaren.

Ieder voor de som van ƒ 60 in het jaar, met bijvoeging van eene huisver­zorgster, genaamd Adriana Broekman wed. Cornelis Tuijlen, en van twee huisgezinnen,
het een van Frans Mandos en Geertruij Hal­verhout, met hunne drie kinderen,
en het ander van Jan Wardenier en Elisabeth Tim­merman, ook met hunne drie kinderen, allen zonder eenige betaling;

als ook, dat, op den laatstgemelden dag, van hier verzonden zijn twee huisgezinnen, tegen betaling van ƒ 25 per hoofd, en waarvoor 3/4 der contributie in bereke­ning komt; zijnde deze huisgezinnen dat van
Abraham Prins en Hester de Jel, met hun kind, en dat van
Herman Beekman en Agneta Klei­poot, met 2 kinderen.

De sub-commissie voornoemd, berigt ontvangen te hebben, dat alle deze der­waarts vertrokkenen aldaar in welstand zijn gekomen, en met genoegen en ijver in hunne nieuwe loopbaan verkeeren, verheugt zich, dit een en ander openlijk te kunnen melden, tot blijdschap van die allen, welke tot hiertoe hunne penningen daartoe gegeven hebben, en die ter hunner aanmoediging, om hierme­de voort te gaan; als ook ter opwekking van anderen, die met deze heilzame inrigting niet bekend zijn, om ook hierin, door hunne gif­ten, de behulpzame hand te leenen, volko­men overtuigd zijnde, dat voor de kolonis­ten in allen opzigte wordt gezorgd, aan de kinde­ren gepast school-onderwijs verleend en aan allen, ieder naar zijne godsdienstige denk­wijs, de gelegen­heid voor godsdienstig on­derwijs, en de openlijke godsvereering beschikt.

De sub-commissie voor­noemd,
W.J. Heiligers, president.
J.T. de Greve.
P. Loopuijt.
C. van Herwerden, secretaris.
J.L. Loggen, thesaurier
C.J. Nolet.



Tot zover de propaganda. Dan, voor zover te achterhalen, hoe het de genoemde personen op de kolonie vergaat. Met eerst:


De zes kinderen uit Schiedam die op 20 augustus 1820 in de kolonie Willemsoord aankomen

Met uitzondering van Hermanus Jürgens komen de kinderen in huis bij Adriana Broekman weduwe Coenraad Tuilen op hoeve 86 van Willemsoord, zie dit stamboek

Jan Grebe is de oudste van het clubje en volgens de kolonieadministratie geboren 12 februari 1804. Achter zijn naam staat genoteerd: 'Jan Grebe gedeserteerd 4 sept 1822, Grebe den 2 nov 1822 van desertie terug doch den 27 jan 1823 overleden'.

Nicolaas Barnouw is volgens de kolonieadministratie geboren in 1805. Hij wordt na twee jaar overgeplaatst: 'N. Barnauw overgeplaatst 1 July 1822 naar hoeve 81'. Hij komt dan bij Trijntje Jans, weduwe Karper,  een huisverzorgster uit Dokkum.
Bij de aanmerkingen staat hier: 'N. Barnauw gedeserteerd geweest zijnde, 26 Nov 1822'. Hij gaat 1 mei 1825 'in dienst der Nationale Militie', dus zijn dienstplicht vervullen.

Jan Barnouw is ongetwijfeld een broer van Nicolaas en volgens de kolonieadministratie geboren  in 1807. Als zijn broer wordt overgeplaatst blijft hij bij de weduwe Tuilen. Hij deserteert van de kolonie op 1 maart 1827.

● Hermanus Jurgens blijkt later de achternaam van der Most te hebben en is een voorvader van de ondernemer die een pretpark van kerncentrale Kalkar heeft gemaakt. Genealogische informatie staat in de Kwartierstaan van der Most. Meer informatie op deze bladzijden volgt nog.

Christiaan Ba­rend Pinger heet later Christiaan Bärenfanger, maar er zijn nog talloze andere variaties op zijn achternaam, en heeft als geboortedata in de kolonieadministratie staan 25 november 1809 en 12 februari 1810. Een van de twee zal allicht in de buurt zijn. Twee jaar later komt zijn aan een geslachtsziekte lijdende zus Catharina ook in de kolonie.
Hij gaat op 24 juni 1824 van de weduwe Tuilen naar het Instituut voor Landbouw Kundige Opvoeding te Wateren, zie voor meer over dat instituut. Daarmee is hij een van de eerste 'kwekelingen'. Kort daarop, 14 juli 1824, invnr 70, schrijft de subcommissie Schiedam: 'De familie van Christiaan Beerevinger door ons in de kolonie besteed heeft verzogt of hun broeder ook verlof mogt hebben en om eens over te komen. Geene redenen existerende waarom UEd hem zulks zoude weigeren, zoo verzoeken wij UEd dit aan hem te willen acoorderen.'
Hij staat met kwekelingennummer 19 in het register van kwekelingen met invnr 1610 met de vermelding 'Op 17 jan 1828 overgeplaatst naar het Alg Bureau, blijft tot de sterkte van dit etablissement begrepen'.
Hij werkt dus, waarschijnlijk als schrijver/boekhouder, op het bureau in Frederiksoord. Dat blijft de komende jaren tot in het kwekelingenregister met invnr 1584 wordt vermeld 'Barenfanger afgevoerd 1 maart 1833'. Later, in ieder geval in 1841, werkt hij op het bureau van de Maatschappij in Den Haag.

Frederik Han(n)eman is volgens de kolonieadministratie geboren 29 december 1813. Hij doet het ook erg goed. Hij komt ook (zie bij Christiaan Bärenfanger) in het Instituut in Wateren en heeft daar het kwekelingennummer 20 in het kwekelingenregister met invnr 1610. In het daaropvolgende register met invnr 1584 staat 'Hanneman naar kol3 h57 17 april 1832'.
Hij werkt dan als ondermeester in het koloniale onderwijs en woont bij de weduwe Zwak, zie het stamboek Willemsoord met invnr 1360 bij hoeve 57. Daar staat vermeld dat hij op 19 juli 1834 de kolonie moet verlaten om in militaire dienst te gaan. Zie de vermelding van 'ondermeester Hanneman' in het schoolverslag van september 1834.


Dan de gezinnen die in 1820 door Schiedam naar de kolonie gezonden zijn


Adriana Broekman weduwe Coenraad Tuilen zorgt acht jaar voor Schiedamse en andere wezen en heeft er dan genoeg van en gaat ervandoor.

Arie Kamans vestigt een kolonie-dynastietje, en een verre nakomeling komt voor op deze pagina.

Frans Mandos is een van de weinige kolonisten die géén nakomelingen op de kolonie achterlaat.

Jan Wardenier heeft weer wel nageslacht dat op de kolonie blijft, zie bijvoorbeeld deze pagina waar ze misschien prinselijk bloed in de familie krijgen.

Zie over Abraham Prins en echtgenote deze pagina.

Herman Beekman volgt nog