Archiefstukken komen uit het archief van de Maatschappij van Weldadigheid bij het Drents Archief, inventarisnummer 0186. Onderstaande komt uit invoernummer 64.


Heer Ginderaal der kooloniste

 
 De subcommissie Breda stuurt
begin 1820 Bartholomeus Vermeulen, met echtgenote Joanna Omen en vijf kinderen. Op 1 maart komen ze bij Ameshoff in Amsterdam, 11 maart zijn ze op de kolonie en ze worden gehuisvest in Frederiksoord II, de eind 1819 gebouwde uitbreiding aan de overkant van de Vledderweg.

December van dat jaar meldt de subcommissie in het Dagblad der provincie Noord-Brabant dat haar secretaris P. van Raden een brief heeft ontvangen van Vermeulen:

     zijnde deze brief hoofdzakelijk van dezen inhoud: "dat het geheele gezin hoogst te vreden is met deszelfs lot en standverwisseling, zoo door den voorspoed op hunnen arbeid, en de voordeelen, die zij reeds van het hun toegewezen gedeelte lands getrokken hebben, en de aangename vooruitzigten, die de toekomst hun belooft, als in de goede zorg voor hunne kinderen, die, wanneer zij hun werk op het land of in de spinzaal verrigt hebben, door een doelmatig onderwijs in de scholen, het geluk voor hun volgend leven leeren bevorderen.

     Waaraan dan ook voornoemd huisgezin den hartelijksten dank betuigt aan de sub-commissie voorschreven voor de weldaden, in dezen, aan hetzelve betoond."

Maar twee jaar later gaat het mis. In juni overlijdt een zeventienjarige zoon - dat is in de periode dat de besmettelijke ziekte over de kolonie waart, boek blz. 325 ev - en in oktober vader Bartholomeus.

16 oktober 1822 Vledder, overlijdensakte, 17 oktober 1822, aktenr. 30
Overledene: Bartholomeus Vermeulen, geboren te Oosterhout op 22-01-1768; beroep: arbeider; overleden te Frederiksoord (Vledder) op 16-10-1822, zoon van Pieter Vermeulen en Gudula Hoesmans.
Gehuwd geweest met NN NN, in leven.


Volgens de stamboeken is dat jaar ook zijn vrouw overleden, maar een akte daarvan is niet gevonden.


 Op 4 februari zendt directeur Visser een brief die aan Johannes van den Bosch was gericht naar de permanente commissie. Alleen al de datering is curieus.



    Breda den 35 december 1822

      Wel EdL Gestrenge Heer Ginderaal der kooloniste maar UE naam is ons onbekend

      Wij als broers en susters van den overleedene Barteloomeus vermeulen versoek UE Gs Heer vriendelijk of UE zoo goet niet zout gelieve te weese om de kinderen van den overleedene tot ons te laate koome.

       Wij zulle die uyt liefde voor onzer gestorve broer en zuster en ook voor die vaader en moe­derlooze kinde onder maalkandere tot ons neeme en ook volgens ons eyge kindere tragten op te brengen en wij hebben hier erst bij de commissie geweest die ons volle permissie hebbe gegeev om de kinder tot ons te neeme.

       En zoo UE op ons schrijven geen genoege blieft te neeme dan zulle de heere van de komissie zelver schrijven.

      Hier meede vergeeft mijn vrijpostigheid om aan UE te schrijven verblijve UE dinaar

     J. Witkoren de vrouw van A. Vermeulen
     A. Vermeulen



Een paar maanden later, 5 april 1823 vertrekken de kinderen van de kolonie naar hun familie in Breda.