Naar het overzicht
van stukken over FENNER





Door Fenner bijgevoegd bij zijn klaagschrift over adjunct-directeur Hoff van 14 februari 1823: 1) Verhaal eener anmerkingswaardigen discipline in der kollonie Ommer­schanz


Het Wetboek betijteld Huishoudelijke Bepaal­ingen voor de kollonien volgens de jongste besluiten der Permanente Kommissie van Weldadigheid bladz. 45 reg. 14 begind te zeggen van de straffen, en reg 22 als het vergrijp van eenig gewigd is, dan word op last van der Directeur, de Raad van Toezigt in de kollonie belegd. Deze Raad onderzoekt de gegrondheid der klagten, en beslist over de schuld of onschuld van der beschuldigte enz. enz:

Dus moeten alle gewigtige misbedrijven, door den Raad van Toezigd beoordeelt wor­den, en staad niet in de magd van een amb­tenaar alleen over criminele of anders gewig­tige fouten willekeurig ten voor of nadeel van den kollonist te beschikken; maar dat de Heer Adjunct Directeur von Hoff, recht­streeks tegen de Wet, in zulken en meerderen geval­len willekeurig handelt, blijkt enkel uit naar­volgendem.

In de maand junij ll. gebeurte het, dat twee kollonisten, Toon Star 18 jaar en H. van Schie 20 jaaren oud, beide weezen uit Delft, zich schuldig hadden gemaakt an diefstal; - zij waaren voerlieden of geemploieerd bij den wagens der Maadschappij; zij hadden brood van der Maadschappij, dat voor de paarde bestemd waar, ontvreemd, en an eenen vreemden daghuurder in dienst der Maad­schappij verkogt.

Dit door Boscha den Onder-Directeur der buiten kollonie ondekt; die an mij om dat de wezen onder mijn ressort behoorden, darvan kennis gaf, - maar de wees A. Star ging da­delijk desserdeeren, angaande den andern wees H. van Schie arresteerde ik, op t oog­enbik doen ik ontwaar wierde, dat Star des­serdeert was.

Ik stuurde evenzoogouw der wijkmeester Sijl Star agter naar; en maakte oogenblikkelijk rapport an den Heer Adjunct Directeur. ZWEdGest. kwam op de Schanz, zette zich te paard hem agter na rijdende.

ZWEdGest. vond hem 2 uur van de Schanz in een boerenhuis, da de Heer Ad­junct bij geval inging: ZWEdGest. brachte hem terug op de Schanz, en bij de intreede in de kolonie, bevaal de Heer Adjunct stren­gelijk, dat geen mensch een woord darvan zeggen moeste; - H. van Schie moeste als meedeplichtige ook weeder losgelaaten wor­den, en haare zonden waaren hun stilzwei­gend vergeeven.

Ook de daghuurder, de kooper van het brood, bleef stilzweigend in daghuur voor de Maadschappij.

Ik zegde tegen den Capitain, ik weed niet of men volgens de Wett: - en voor de Maadschappij een grooter kwaad voorte­koomen, en ook tot nut en waarschouwing der bijden jongelingen, het verzweigen mag, voornaamendlijk daar de geheele kollonie reeds kennis darvan heefd, en de wees A. Star van natuur niet goed is.

ZWEdGest. andwoorde, wat denkt gij! dat ik gije gendarme ben, ik kan straffen en vergeeven naar mijn goedvinden. - de Ond: Directeur schaam­de zich, van zijnem supe­rieur eene zulke andwoord te hooren -

De schrijver van dit vermeend dat alle ambte­naaren der Maadschappij van Weldadigheid haar dienen in eener bepaalden rangschik­king; en niet voor een of den andern ambte­naar in t bijzonder, dus moet ieder tot het wel zoo veel meede werken als zijne kragten, en ambt hem toelaten.

De Heer von Hoff, hadde darmeede noch niet genoeg, maar om de bijden Onder-Directeurs noch meer te tergen, en haar wet­tig gezag belache­lijk te maaken, maakte ZWEdGest. A. Star dadelijk tot oppasser van zijn paard en bewees hem alle mogelijke genegenheid, - darnevens recommen­deerte ZWEdGest. den andern wees H. van Schie, als een wel oppassende jonge an ZWEdGest. den Heer Generaal, dardoor hij uit der straf­kollonie ontslagen wierde.

Intusschen in de maand novemb: ll. ontstaal A. Star zoo als reets in het eerst verhaal gezegd is, den Heer Adjunct Direc­teur eene zakhorlogie, buiten het overige dat niet in t openbaare gekoomen is.

De schrijver merkt hier an, als men de voerlieden, of de lieden dewelke altoos bij den paarden zij, en hooi, haaver, brood en alle gereed­schappen nevens dau(?)werk, toer enz. enz. tot paarde en waagens behoor­en­de, onder handen hebben, niet behoorlijk naargaan wil, en zulke groffe misbedrijven, niet alleen onbestraafd laaten, ja noch be­loonen wil; wat kan op die wijs den Ond: Directeur of wijkmeesters haare waakzaam­heid helpen, deze doen dan beter, of ook alles van der Maadschappij gestoolen of vernietigd word, stil te zweigen, zij zullen alsdan geen verdriet hebben, en hoeven zich darboven van zulken knaapen niet uitlachen te laaten.

Ook de Ond: Directeur van der binnen kollonie, hoefd om zich in zijn ressort niet belachelijk te maaken, an dergelijken klagden geen gehoor te geeven.

De schrijver van dit, was in die tijd van gevoelen, dat deze twee weezen, voor den Raad van Toezigd verscheinen moesten, en deze zaak just niet ten vollen als crimimeel beschouwd, hadden zij tot waarschouwing voor hun en andere, eene maatige straf heb­ben moeten, en H. van Schie noch niet ont­slagen uit der strafkollonie, darnevens de daghuurder, de kooper van het brood - om dat altoos verbooden is geweest niets van een kollonist te koopen, buiten voorweten van den Ond: Directeur - uit de binnen en buiten kollonie verweezen, om nooit weeder in dienst der Maadschappij te werken; - maar ZWEdGest. stoort zich an geenen Raad van Toezigd, die voor dat de Heer von Hoff op de Schanz is gekoomen, bestaan heefd; en de Ond: Directeur buiten dien, niets van belang ontscheiden heefd.

De schrijver
Fenner