Naar het overzicht
van stukken over FENNER





14 mei 1824: Fenner meldt dat hij nog niets gehoord heeft over zijn verzoek om terugbetaling van voorgeschoten gelden


Ondanks de verzekering eind december 1823 dat zijn verzoek om terugbetaling wordt onderzocht, heeft Fenner op 14 mei 1824 nog niets gehoord en schrijft hij onderstaande brief, die zich bevindt in invnr 69.


De ondergeteekende heeft zich den 22 december 1823 verzoekende geadre­seert aan die Heeren der Permanente Kommissie van Weldadigheid, met vuurigen wensch dat het den Heeren Wetgeevers behaagen mogte, door billijke schikkingen, over zijn dd: 21 novemb: 1823 ingediende schriften, een voor hem favorabel besluit te neemen.

Darop hadde de ondergeteekende de eer, eene missive te ontvangen dd: 22 decemb: 1823, inhoudende, dat ter zelfden tijd de afgezondene stukken nog niet terug waaren, of zijn konden, maar dat het besluit der Permanente Kommissie an den ondergeteekenden op zijne tijd zoude toegezonden worden, aan t adres t welk hij aan t Bureau zoude opgeven, -

dus naar dat hij daran voldaan hadde, heeft de ondergeteekende hartelijk vertrouwende op edelmoedige gevoelens der Heeren Wetgevers, den Haag verlaaten en is naar zijn woonplaas retoerneert.

Maar tot heden tot noch niet vereert geworden zijnde, met een besluit in zulden voor hem zoo naardeelige als verdrietige omstandigheeden, darin hij nu reets van decemb: 1822 tot hier heen geleeft heeft, door enkelen toedoen des WEdGestr: Heer von Hoff, genoegzaam door de veele schriften en verzoekingen bekent aan de Heeren der Permanente Kommissie.

Neemt de ondergeteekende; in hoop dat voornoemde stukken terug zijn; nogmaals zich de vrijheid, aan de Heeren Wetgevers zijnde den 21 novemb: 1823 en vorige reets ingediende schriften in eene gunstige anmer­king te brengen, oodmoedigst verzoekende, op eene billijk menschlievende en voor hem in zijnen gevallen gunstige wijze, zijn lot te beslissen.

Jagtlust bij Dalfsem. Prov. OberIJssel
14 meij 1824

Volgens het brievenboek met invnr 348 wordt dir door de permanente commissie besproken op 19 mei bij artikel (= agendapunt) 21 en krijgt hij 20 mei antwoord