Naar het overzicht
van stukken over GENEESKUNDE





19 januari 1829: De directeur over medicijnbereiding op de Ommerschans, Van Steenwijk en Hubert

In een brief van 19 januari 1829, invnr 95, die ook gaat over de maatregelen tegen de sterfte onder weeskinderen te Veenhuizen (dat gedeelte staat hier), behandelt de directeur ook de Ommerschans. Het is beter dat de twee aan drank verslaafde hulpkrachten bij de geneeskundige zorg niet te veel met elkaar te maken hebben.

(...)

Dat de bed. kol. Hubert uit het 2e Gesticht Veenh. is ontslagen, zich daarna te O.S. heeft doen terugbrengen, en wij over t algemeen geene reden van klagen hebben tegen het gedrag van dien kolonist, hoewel het anders algemeen bekend is, dat hij dikwijls in het gebruik van sterken drank te buiten gaat.

Tijdens de Hr Hanson te OS was, is Hubert in de apotheek werkzaam geweest, zoo wel als onder den geneesheer Smit te Veenhuizen, en heeft steeds blijken van grote bekwaamheid in dat vak aan den dag gelegd;

toen bij het vertrek van Hanson de tegenw. van Steenwijk met de zorg der zieken te OS belast werdt, verkoos deze liever zelve de medicijnen gereed te maken, waardoor Hubert in de apotheek onnodig werdt,

wij hadden hier te minder tegen:

1e wijl er destijds zoo als nog weinig zieken zijn, en deezen dienst dus wel door van Steenwijk alleen konde worden waargenomen en

2e daar Hubert en van Steenwijk elkander van der jeugd gekend hebbende en aan dezelfde kwaal laboreren, het beter scheen van niet te zeer in aanraking te komen.

()

Ik heb de eer te zijn,
de Directeur der Kolonien,
Visser