Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Deels transcriptie, deels losse aantekeningen bij

Notulen van de Kleine Raad juli 1826:



Zaturdag den 1 juli 1826

Verzochten persoonlijk om met verlofbuiten de kolonie te mogen gaan, de navolgende kolonisten:

1. Christiaan Trump, ingedeeld bij Bachius, van kol N3, voor 14 dagen naar Rotterdam; is van de noodige autorisatie zijner besteders, alsmede van reisgeld en kleeding voorzien.
2. vrouw van Duren, uit kol N2, voor gelijken tijd naar Utrecht, kan gemist worden, heeft ook reisgeld en kleeding. Het huisgezin houdt zich zeer wel.
3. Matje Hogenbirk, van kol 2, naar Amsterdam. In de nabijheid dezer stad, zoude zij bij eenen boer, een dienst bekomen, en gedurende haar 14 daagsch verlof, zouden hare ouders om haar ontslag verzoeken.
Het komt den raad voor dat dit meisje, dat zich zeer wel gedragen heeft, bij hare ouders wel gemist kan worden.
4. vrouw van Pigchelen, van kol N3, voor 14 dagen naar Utrecht, ten einde aldaar, zoo als naar gewoonte, hare jaarlijksche intrest te ontvangen. Is van het noodige voorzien.
5. Bohle, van kol N2, voor gelijken tijd naar Amsterdam, om wegens zeker sterfgeval familie aangelegenheden waar te nemen. Is een best huisgezin.

(bij al de bovenstaande verlofvragers geeft de directeur in de kantlijn toestemming)

6. vrouw Nieuwenhuis, van kol N1, voor 14 dagen naar Texel, is gekleed, heeft reisgeld en hare familiebetrekkingen aldaar in langen tijd niet gezien.
7, vrouw Poot, tevoren genaamd Hendrikje Douwes, ook naar Texel. Van deze is op te geven, hetgeen van de voorgaande gezegd is.

(in de kantlijn:) Het verlofgaan van vrouw Nieuwenhuis en vrouw Poot is niet geaccordeerd, daar de Kommissie van Texel verzocht heeft, geene van de door haar opgezondene kolonisten derwaarts te laten gaan, zonder hare toestemming.

8. Langenberg, van kol N3, als boven naar Dordrecht. Heeft tot deze reis het noodige, en is een zeer goed kolonist.
9. Wiebes, van dezelfde kolonie, voor 14 dagen naar Stavoren, heeft ook het noodige, en men meent, dat hij het waardig is, dit genoegen te smaken.
10. vrouw Krol, van kol 3, voor 14 dagen naar Groningen. Is een zeer goed huisgezin.

(bij de voorgaande drie geeft de directeur in de kantlijn toestemming)

11. Pieter Kamans, van kol no 1, naar Delft. Deze jongen is arbeidzaam, ofschoon dezelver er niet gezond uitziet.

(in de kantlijn:) Is niet geaccordeerd, omdat dezelve voor het huisgezin van Kamans noodzakelijk iets verdienen moet.

12. De huisverzorgster wed. Kuipers, van kol no 3, naar Groningen, is zeer oppassend voor hare kinderen, en ieder derzelve is met haar te vreden, is van het noodige tot de reis voorzien.
13. vrouw van der Brink, van kol nr 1, 14 dagen Den Haag. Reeds onderscheidene malen heeft zij verlof voor haren man gevraagd, dan deze te veel timmerwerk in de kolonie hebbende, kan niet gemist worden.
14. Gerrit Franken, 14 dagen Leyden
15. Modderman, ingedeeld bij Wiemes, in kol no 1, Zaandam
16, De kolonist Marinus, van kol 2, voor eenige dagen naar Groningen, is een goed kolonist en heeft het noodige tot de reis.
17. Hendrik Piebenga en
18. Jan Rootjes, ingedeelden bij Dijkstra, 14 dagen Harlingen.
(in de kantlijn:) Het verlofgaan der personen, voorkomende onder nr 16, 17 en 18 is ook geaccordeerd, doch zullen dezelve 8 dagen moeten wachten, dewijl het getal zoo groot is.

19. vrouw Coenrades, uit kol no 2, voor 14 dagen naar Utrecht, om hare goederen, aldaar in de bank van leening staande te lossen of te verkoopen. Dit huisgezin is nog maar jaar in de kolonie.
20. Jan Kolier, ingedeelde bij Kok in kol 1, naar Delft. De besteders der wezen van Delft hebben tot het eenmaal in het jaar verlofgaan hunner bestedelingen autorisatie gegeven, mits zij zulks door een braaf gedrag zich hadden waardig gemaakt.
De raad is over het doorgaande gedrag dier jongen niet geheel te vreden, en heeft daarom dit verlofgaan eenige tijd uitgesteld, zoo wel als dat van vrouw Coenrades, onder nr 19

(in de kantlijn gaat de directeur met alles akkoord)

was getekend

Zaturdag den 8 juli 1826

1. vrouw van Putten uit Kampen. Niet.
2. vrouw Batink
3. Jan Jansen, ingedeelde bij Krabshuis
4. vrouw Nak en haar zoon Hermanus naar Harlingen
5. vrouw Pennink en haar stiefdochter
6. Jannetje Pennink, van kol no 1, naar Den Haag, ten einde gezamenlijk de familie der dochter te bezoeken. De ouders zien zwarigheid, de dochter alleen te laten gaan.
7. vrouw Stuiver van kol N2, die eerlang staat te bevallen, verzoekende haar 2 gulden papieren geld te verwisselen, ten einde daarvoor dan het een en ander in haar aanstaande omstandigheden noodig, aan te koopen.
Is goedgevonden, den Heer Reese, algemeen boekhouder schriftelijk te verzoeken, dit geld te verwisselen.
8. De kolonist Poot, benevens deszelfs stiefzoon Jan Bakker, verzoekende een verlofpas, voor eenen onbepaalden tijd, voor den laatstgemelden, ten einde in Vledder bij eenen boer te gaan dienen, bij wien hij zich provisioneel had verhuurd.
In aanmerking nemende, dat Jan Bakker bij zijne moeder en stiefvader als wees is ingedeeld, is begrepen, dit niet te mogen toestaan.
(= van der Poort)

was getekend

Zaturdag den 15 juli

1. Neeltje Mollevanger, 14 dagen Alkmaar
2. wed Gunther, 8 dagen Leeuwarden
3. Jan Hamstra, ingedeelde bij Smid in kol no 1, verlangt voor 14 dagen naar zijne moeder te gaan, wonende te Leeuwarden
4. Hermanus Bergwever en
5. Maria van Helden, ingedeelde wezen bij Kok in kol no 1, 14 dagen Alkmaar
6. vrouw Francot, Gravenhage
7 t/m 16 kolonisten die allemaal toestemming krijgen

17. De huisverzorger Buis, naar Utrecht
18. vrouw Kalbe, van kol no 2, naar Amsterdam, om hunne femilie te bezoeken
voor eenige tijd uigesteld, uit hoofde er zoo vele met verlof gaan

Zaturdag den 22 juli 1826

In aanmerking genomen zijnde, dat de weezen, van het huisgezin van Sieuwerts, in kol no 3, waarvan de huisvader en huismoeder zich hebben verwijderd, behoorden verplaatst en onder behoorlijk toezigt geplaatst te worden, ... enzovoort:
- Gabe Laan bij Jan Frens
- Jan Schuurman bij Dijkstra
- Willem Zaan bij Schmidt
- Jan Brasser bij Jan Kist
- Kornelis Brasser bij Jan Kist
- Elisabeth Akema bij de wed Broekman

Ook is de kleine raad van gevoelen dat de weezen, ingedeeld bij den huisverzorger Brasser, in kol. nr 3, voortaan verplaatst dienden te worden, als zijnde Brasser en deszelfs huisvrouw, in de kolonien aangekomen als kolonisten, doch hier tot huisverzorgers aangesteld, ongeschikt bevonden voor deze post.
Man en vrouw schijnen dit ook zelve te begrijpen, daar zij verzocht hebben van de weezen ontslagen en zij op nieuw als kolonisten aangesteld te worden.
zoja, dan voorstel voor verplaatsing
(staat in database als Brase)
(in de kantlijn:) Goedgekeurd Not 25 aug 1826 art 2

Verder nog enkele verplaatsingen
a. Leendert Waasdijk van Westhoff naar Smit
b. Johannes Geluk, van Smit naar Haakmeester
c. Lodewijk Mulder, van Haakmeester terug naar Westhof
De verplaatsing dezer weezen komt de raad belangrijk en gunstig voor.
d. Hendrik van Assen van wed Koster naar Grunnekemeijer
e. Frans Reinhard, geemployeerd op de fabriek en wonende bij den spinbaas G. ten Broek, ten voordeele van den jongeling, in te deelen bij Gronthout, kol no 1, hoef nr 84, in de nabijheid der fabriek.

was getekend

Zaturdag den 29 juli 1826

Verschenen voor den kleinen raad om voor eenigen tijd verlof te vragen, de volgende kolonisten:

1. J. Baade, van kol N1, verzoekende voor 14 dagen te mogen gaan naar Amsterdam. t/m
2. Hoofien, van kol N1, naar Groningen, ten einde eenen geneesheer over zijne ongesteldheid te consulteren.
3. Elisabeth, en
4. Hilletje Schaefer, ingedeelde wezen bij Horst, in kol N2, voor 14 dagen naar Leeuwarden. De subkommissie te dien stede heeft haar verzoek geaccordeerd.
5. Vrouw Hoffman, uit kol N1, voor 8 dagen naar Zwol.
6. Klaas Werf, van kol N3, verzoekende voor 14 dagen te gaan naar Enkhuizen.
7. G. van Helten, van kol N3, voor gelijken tijd naar Amsterdam.
8. Vrouw du Mortier, van kol N2 naar Leyden, en
9. Wilhelmina Brem,
10. Jan Brem,
11. Hendrik Brummeling,
12. Albertus Jansen,
13. Evert Haverman, allen ingedeelde wezen bij H. Bultman in kol N1, voor 8 dagen naar Zwolle.
De bovengenoemde kolonisten zijn van kleeding en reisgeld behoorlijk voorzien. De kleine raad staat het gevraagde verlof alzoo toe, onder approbatie van den Heer Directeur der Kolonien.
(in de kantlijn keurt de directeur alles goed)

(get.) M. Bersma, Pres.
J.H. van Wolda, secr.

Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad J. H. van Wolda