Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie uit de notulen van den kleinen raad der kolonien, maand september 1826


Zaturdag den 2 september 1826

Verschenen heden voor den raad, de navolgende kolonisten:

1. Schelte Runia, ingedeelde bij Aukes in kol no 1, verzoekende met
2. Pieter Huidinga, bij denzelven, en
3. Gerrit Runia, bij Elstrodt in kol no 2, in compagnie naar Bolsward te mogen gaan voor den tijd van 14 dagen. Zij hadden daartoe verlof van hunnen kommissie bekomen, en zijn van het noodige tot deze reis voorzien.
Is onder nader approbatie van de Heer Direkteur toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Door den Heer Direkteur geaccordeerd.

4. Vrouw Mulder, van kol no 2, naar Haarlem;

5. Johan Godfriedt Klein, van kol no 2, naar 's Hage;

6. Jan Hoedemaker, van kol no 2, naar Amsterdam;

7. Vrouw de Kruiff, van kol no 1, naar Utrecht;

8. Debora Oostveen, ingedeelde bij Ebert in kol no 1, naar Utrecht;

9. Jan Kolier, ingedeeld bij Kok, kol no 1, en
10. Gijsbert van Zuilekom, ingedeeld bij de wed. Molenbroek, in kol no 3, beide naar Delft;

11. Vrouw Gaal, van kol no 3, naar 's Hage;

12. Breek, van kol no 3, naar Purmerende;

13. Pieter van der Sluis, van kol no 3, naar Utrecht;

14. Abraham Strau, van kol no 3, naar Harlingen;

15. Vrouw Mulder, van kol no 3, naar Gorkum;

16. Bolkenstein, van kol no 3, naar Amsterdam;

17. Jan Snoek, van kol no 3, naar Zwijndrecht;

18. Jacobus van der Koog, en
19. Karel van der Koog, beide ingedeeld bij Langenberg, in kol no 3, naar Dordrecht, hebben autorisatie van hunne kommissie en zijn alle van het noodige reisgeld en behoorlijke kleeding voorzien.

Onder inwachting der nadere approbatie van den Heer Direkteur is het verlofgaan aan deze lieden toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur geaccordeerd.


20. Nieuwenhoven, van kol no 2, naar 's Gravenhage;

21. Vrouw Kalbie, van dezelfde kolonie, naar Amsterdam;

22. Vrouw van Putten, van kol no 3, naar Kampen;

23. Stijntje Tijmes, ingedeelde bij de wed. Kuijpers, in kol no 3, naar St. Jansga prov. Vriesland.

Het verlofgaan dezer laatsten is afgeraden en alzoo uitgesteld, echter onder approbatie als boven.

(get.) M. Bersma Pres.
J.H.van Wolda secr



Zaturdag den 9 september 1826

Compareerde;

1. Wiederholt, van kol no 2, klagende
a. dat de schapen zijnen tuin beschadigd hebben, vraagt alzoo daarvoor schadevergoeding;
b. verzoekt te mogen ontvangen een paar schoenen of klompen, voor zijn kind, oud 11 jaren, alsmede een wateremmer voor het huisgezin, waarnaar hij reeds lang gewacht had, en eindelijk eene tweede koe.
Deze zaak zal onderzocht en zoo veel mogelijk in orde gebragt worden.

2. Vrouw Pelt, van kol no 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Dordrecht, om de familie te bezoeken;

3. Dirk den Ouden, van kol 3, naar Rotterdam, om zijne oude moeder te bezoeken;

4. Vrouw Winkelhuis, en haar zoon
5. Willem Winkelhuis, van kol no 1, verlangende met verlof te gaan naar naar Amsterdam.
Het oogmerk der moeder is, om hare zoon, te voren 1 jaar in het dolhuis bewaard, en met welke thans wederom onaangenaamheden hebben plaats gehad, zoo mogelijk wederom in Amsterdam te laten.

De vier vorengenoemde personen zijn van kleeding en reisgeld voorzien, en de raad staat hun gevraagde verlof, onder nadere approbatie van den Heer Direkteur der kolonien, toe.

In de kantlijn bijgeschreven: Dit verlofgaan is insgelijks door den Heer Direkteur geaccordeerd.


6. Vrouw Visscher, van kol no 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Amsterdam;

7. Drevers, van kol no 3, verlangt voor 8 dagen te gaan naar Amsterdam om de Duitschen bode te zien, en over zijne familie te spreken, alsmede verzoekt dezelve om 28 stuivers te verwisselen aan zilvergeld, ten einde daarvoor een wieg te kopen.

8. Elisabeth Bosman, van kol no 1, voor 14 dagen naar Amsterdam om hare tante te bezoeken;

Het verlofgaan dezer drie personen is voor eenige tijd uitgesteld, terwijl Drijvers beloofd is, dat zijne 28 stuivers verwisseld zouden worden.


9. Maria van Straten, ingedeeld weesmeisje bij de wed. de Vroeg in kol no 1, verzoekende om aangevoerde redenen vandaar verplaatst te worden.
Is goedgevonden het meisje provisioneel, onder nadere approbatie te plaatsen bij van Vliet in kol no 1, bij wien ook hare broeder is en waarbij zij verzoekt geplaatst te worden.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur is van oordeel dat Maria van Straten bij van Vliet niet moet blijven, uit hoofde daar zoo vele kinderen zijn, maar bij eenen anderen moet ingedeeld worden.


10. De wed. Kruidhoed, van kol no 1, vragende zoo veel voorschot van de Maatschappij, dat zij hare 30 stok turf te huis kan laten halen; zij belooft gaarne de onkosten vervolgens wederom van week tot week af te lossen en te betalen.
De weduwe moet haar turf voor den winter te huis hebben.
De zaak wordt alzoo opgedragen aan den Adjunct-Direkteur der kolonien en den onderdirekteur van kol no 1.

11. Maria Reynders, ingedeeld bij Haakmeester kol no 1, verzoekt van hier verplaatst te worden, daar Haakmeester haar volgens haar zeggen slecht behandeld en kleedt.

In de kantlijn bijgeschreven: Daar de bij Haakmeester ingedeelde wezen telkens over de behandeling hunner huisverzorger klagen, en dikwijls ook met redenen, zoo draagt de Heer Directeur den kleine raad op, om een plan te beramen, waarnaar de weezen bij de in de kolonie als kolonist aangekomen Haakmeester geplaatst, ingedeeld kunnen worden.

12. Johanna Emmes, ingedeelde bij Eise de Graaf, klagende over haar huisverzorgers; de weezen kregen nimmer boter op het brood, maar alleenlijk kaas, verzocht insgelijks verplaatst te worden.
Is besloten een kommissie te benoemen, bestaande uit Bersma en van Wolda, benevens den onderdirekteur van de respective kolonien, welke deze beide zaken aanstaanden dingsdag zal onderzoeken en zoo mogelijk in orde brengen.

(get.) M. Bersma Pres.
J.H.van Wolda secr



Zaturdag den 16 september 1826

Verzochten heden om 14 dagen met verlof te mogen gaan:

1. Bijmans, van kol no 1, naar Leyden, menende aldaar eenige te goed hebbende gelden te zullen ontvangen;
2. Henderica Muyen, van kol no 1, naar Dordrecht, om haar familie te bezoeken; zijn beide van reisgeld en kleeding voorzien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur geaccordeerd.


3. Vrouw Prins, van kol no 1, verlangende met verlof te gaan naar Winschoten, prov Groningen.
Om de veelvuldige ziekten in de Ommelanden, is dit verlofgaan afgeraden en uitgesteld.


Ten gevolge het voorstel van de Heer Direkteur der Kolonie heeft de raad opgemaakt de volgende wijziging van indeling der wezen. thans bij Haakmeester geplaatst, als
a. Maria Reynders. oud 18 jaren, te plaatsen bij Van der Lugd hoef nr 90;
b. Johannes Reynders, oud 16 jaren, bij de wed. Groen, op hoef nr  89;
c. Elizabeth Reynders, oud 14 jaren, bij de wed. de Vroeg, hoef nr 55;
d. Alexander Schoonewald, oud 12 jaren, bij Hopman, hoef nr 24;
e. Johannes Geluk, oud 19 jaren, bij de weduwe Kruidhoed, noef nr 37, allen in kol nr 1

En eindelijk
f. Maria van Straten, tot hiertoe ingedeeld bij de wed. de Vroeg, doch welke haar niet langer verkiest te houden, thans in te deelen bij de huisverzorger Bultman, in kol no 1, hoef nr 1, alwaar op dit meisje goed toezigt wordt gehouden.

Verzoekende de kleine raad al zoo den Heer Directeur en de Permanente Kommissie dat deze voorgestelde wijziging van indeling geaccepteerd moge worden.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur keurt deze wijze van indeeling goed.

In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd 14 Oct 1826 door de Perm Komm van Weld., vK

(get.) M. Bersma Pres.
J.H.van Wolda secr


Zaturdag den 23 september 1826

Verzochten om voor 14 dagen met verlof te mogen gaan:

1. Franke, van kol no 1, naar Leyden, alwaar zijne toestemming gevorderd werd tot de voltrekking van een huwelijk, dat zijn zoon voornemens was aan te gaan;

2.De wed. Westhoff, van kol no 2, naar Texel, om hare familie te bezoeken.

Zijn van kleeding en reisgeld voorzien, en kunnen wegens huisselijke aangelegenheden voor dien tijd gemist worden. Onder nadere approbatie van den Heer Direkteur is hun verzoek toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Het verlofgaan dezer twee lieden is ook door den Heer Direkteur geaccordeerd.


3. Aaltje Abbenes, en
4. Hendrik Kolder, ingedeeld bij de wed. Westhoff in kol no 2,
5. Frouwtje Slot, huishoudend meisje bij den kolonist Stoeters in kol no 1,
6. Vrouw Kalbie, uit kol no 2, naar Amsterdam, om eenige kennissen en vrienden te bezoeken.

De raad meent geene vrijheid te hebben, de vier laatstgemelden in dezen drukken tijd, met verlof te laten gaan; te minder nog daar hetzelve in geenen deele noodzakelijk kan beschouwd worden.

(get.) M. Bersma Pres.
J.H.van Wolda secr


Zaturdag den 30 september 1826

Voor den kleinen raad is verschenen de navolgende kolonist:

1. De wed. Beets van kol no 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Purmerende.
Deze weduwe noodzakelijk bij hare twee kinderen moetende blijven, is haar het verlofgaan afgeraden.

De kleine raad neemt tevens de vrijheid te verzoeken, om nader te melden redenen, de navolgende veranderingen te mogen bewerkstelligen, als:
a. Geertje Geerts en
b. Eise Hoosman, ingedeeld bij de huisverzorgster de wed. Wolff, op kol no 3, hoef nr 95, te plaatsen op hoef nr ?? der zelfde kolonie, bij de huisverzorgster de wed. van Sent, en van deze laatste wederom af te nemen:
c. Bernardus Ekens, en
d. Barbara van Bolhuis, en wederom in te deelen bij de wed. Wolff bovengenoemd.

Deze verandering wordt voorgedragen, mede op verzoek der beiden huisverzorgsters, zusters zijnde, als kunnende de wed Wolff anders met haar huisgezin niet aan de verdiensten komen, en de wed, van Sent zich dan nog behoorlijk redden kan.

In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd 14 Oct 1836 door de P.K. van W., vK.

En eindelijk:
e. Jan Bakker, geplaatst bij Poot, kol no 1, hoef nr 106, in te deelen bij de huisverzorgster de wed. Westhoff in kol no 2, hoef nr 19.
De huisvrouw van Poot, te voren Hendrikje Douwes genaamd, en toen huisverzorgster zijnde, kan thans met den bij haar ingedeelden zoon Jan Bakker niet meer te regt.
De raad neemt ook in dezen de vrijheid te verzoeken, dezelven als boven gezegd is, te mogen verplaatsen, dan is hij wederom, even als ook zijn moeder is, bij een Texelsch huisgezin en daar zijn te weinig weezen terwijl er bij Poot teveel zijn.

In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd 14 Oct 1836 door de P.K. van W., vK.

(get.) M. Bersma Pres.
J.H.van Wolda secr


Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda