Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie uit de notulen van het verhandelde bij den kleinen raad, over de maand november 1827


Zaturdag den 3 november 1827

Vervoegden zich in den raad:

1. Vrelink, van kol 3, verzoekende voor den gewonen tijd met verlof te gaan naar Monnickendam, om zijne familie te bezoeken, die hij in geene 8 jaren gezien heeft.

2. Engels, van kol 3, idem, naar Delftshage.

3. Hielkemeijer, van kol 1, voor 4 dagen naar Hardenberg, om de erfenis zijnen overledenen moeder te regelen.

4. Slot, van kol 1 wijk 3, voor den zelfden tijd naar Kampen, om zijne familie te bezoeken.

Naar inzien en het gevoelen van den kleinen raad, kan de bovengenoemde kolonisten dat genoegen toegestaan worden. Onder nadere approbatie van den Heer Direkteur, is hun het verlofgaan vergund.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den heer Direkteur toegestaan.


5. Gerrit Franke, van kol 1, verzoekende de vrijheid om zich te mogen besteeden en eenige tijd te gaan dienen te Oldemarkt, waar hij meende, thans eenen zeer goeden dienst te kunnen bekomen.
De kleinen raad heeft hem te kennen gegeven, hierin niet te kunnen beslissen, daar hij tot de instandhouding van zijn ouderlijke huisgezin noodig scheen, doch zijn verzoek een den Heer Direkteur te zullen voorstellen.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur stelt voor, om te onderzoeken of den jongen Franken dit dienen niet kan ontraden worden; zoo neen. dat hij dan den raad bezorge een bewijs van zich bij eenen boer voor zekeren tijd verhuurd te hebben.

(Get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 10 november 1827

Kwam voor den raad:

1. Vrouw Volkering, van kol 2, te kennen gevende, in Holland nog eene dochter te hebben, met name Henderica Bagge, oud 14 jaren, zijnde eene voordochter van haren eersten man; dit meisje was omzwervende en zonder dienst. - Haar huisgezin bestaat uit drie zielen, zij verzocht alzoo op eene ootmoedige wijze, deze hare dochter, welke bij hunne aankomst in de kolonien niet is opgegeven of in de registers ingeschreven, bij zich in huis te mogen nemen.
Men heeft haar geraden, dit bij de Subkommissie harer stad te verzoeken.

2. Sabelis, van kol 1 wijk 3, verzoekende voor 8 dagen met verlof te mogen gaan naar Haarlem, met een tweeledig oogmerk
a. Om meerder spoed te verzoeken met het door hem gevraagde ontslag van de kolonie
b. Om kindergoed te halen, daar zijne vrouw eerstdaags staat te bevallen.
Verzoekende voorts, ingeval zijn ontslag niet komen mogt, naar eene andere wijk verplaatst te mogen worden, omdat de wijkmeester Jan de Jonge hem
1e. in de eertse plaats niet uitbetaalde, wat hij verdiende, als latende hem telkens eenige centen te goed houden, die denzelven naderhand vergeten waren.
2e hem een eind wal, waarop brem gezaaid zoude worden, zonder eenige verdienste had laten klaar maken.
3e hem in het voorjaar 1827 eenige schepels aardappelen had te kort gedaan, die hij nimmer weder had ontvangen of genoten.
Eindelijk klaagt hij nog, zoo wel als zijne vrouw, die hem hier adsisteert, dat zijl in 14 dagen van de Maatschappij niets genoten hebben, dan een schepel aardappelen, zeggende daarvan niet te kunnen leven, en er eindelijk bijvoegende dat hij onder den wijkmeester de Jong niet meer werken kan en wil, al ging hij in den dood.

3. Grondhout, van kol 1, verzoekende 14 dagen met verlof te gaan naar Rotterdam. Zijn oudste dochter zoude aldaar trouwen. Hij wilden den jongeling liefst eerst zelf zien.

4. Westhoff, van kol 2, verzoekende 14 dagen met verlof te gaan naar Amsterdam, om zijne familie te bezoeken.

5. Ladru, van kol 1, verzoekende met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, waar hij een legaat van de laatste nu overleden, vrouw zijns vaders, ontvangen kon.

6. Prins, van kol 1, verzoekende 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Veendam, om zijne familie te bezoeken. Is ook heden zomer derwaards geweest.

7. van Jeveren, van kol 3, verzoekende voor twee dagen met verlof te mogen gaan naar de Ommerschans, om zijnen zoon te zien, die dienst genomen zoude hebben voor de OostindiŽn.

8. De wed. de Koning, thans ingedeeld bij Koenrades, kol 2, vragende eenige kleedingstukken voor hare kindertjes.
Dat zal onderzocht, en naar bevinding der behoefte, gegeven worden.

Het verlofgaan der kolonisten, voorkomende onder no 3, 4, 5 en 7, is onder nadere approbatie van den Heer Direkteur der koloniŽn, tioegestaan, als zijnde dezelve ook van de benodigde kleeding en reispenningen voorzien;
- dat van Prins onder no 6, en van Sabelis onder no 2, wiens opgave dadelijk onderzocht zal worden, is eenigen tijd uitgesteld.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den heer Direkteur toegestaan.


Hierop is de wijkmeester Jan de Jong, omtrent de ingeleverde klagte van Sabelis gehoord.
Hij zegt:
1e Dat Sabelis wel eens centen te goed heeft gehouden, doch meermalen ook te veel ontvangen, omdat de uitbetaling geschiedt met kaartjes van 5 en 10 stuivers, hetgene eene effene verrekening tusschen wijkmr en kolonisten onmogelijk maakt; dat deze te goed gehoudene centen dan in den loop der week, of ten laatste bij den eerstvolgende uitbetaling vereffend worden.
2e Dat Sabelis, of eigenlijk deszelfs huisvrouw, daar de man eenige maanden in Assen gevangen zat, in den loop van het voorjaar wel 22 schepels aardappelen aan den wijkmr had afgegeven, uit hoofde er toen gebrek aan aardappelen in de wijk was. - Dit was geschiedt op order van den AdjunktDirekteur, maar dat deze aardappelen bij het daarop volgende ??, volgens zijn aanteekening waren terug gegeven.
3e Dat Sabelis van het opzetten van den wal geene betaling heeft erlangd, omdat de andere kolonisten  van diezelfde wallen, bijlangs den weg voor den tuin ook geene betaling hebben genoten. -
(De onderdirekteur zegt Sabelis daarvan betaling beloofd te hebben, dus zal de wijkmeester die verdienste op de staat brengen.)
4e Dat Sabelis geene voeding heeft gehad, omdat de wijkmr op hooger order, geen brood of aardappelen afgeven mogt aan menschen die niet wilden werken, en Sabelis zich volgens zijn zeggen in eenige weken niet van eenig belang gewerkt hebben.

De wijkmeester is geraden in zoodanige en alle andere gevallen, strikte regtvaardigheid en billijkheid in het oog te houden, en zoo veel mogelijk te zorgen, dat de kolonisten geene aanleiding tot klagten hebben.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur verlangde dat een der leden van de raad beproeven zoude om Sabelis het verkeerde zijner handelingen onder het oog te brengen, en hem tot de betrachting zijner pligten aan te sporen, kan hierbij gevraagd worden, dat zulks met een goed gevolg geschied is.
Almede verlangt ZWEdG dat er onderzoek gedaan wordt naar de uitbetaling in kaartjes, of het waarheid is, dat de wijkmeesters met kaartjes van 50 en 25 centen worden uitbetaald, daar er zoo wel dubbeltjes, stuivers, centen en halve centen bestaan als tien en vijf stuivers, ten minste van den beginne aan aanwezend zijn geweest, en dus te onderzoeken, waar door deze moeijelijkheid om eene effene rekening te verkrijgen, ontstaat.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 17 november 1827

Verschenen voor den kleinen raad:

1. Vrouw Volkering, van kol 2, verzoekende voor den gewonen tijd met verlof te mogen gaan naar Rotterdam, om hare kommissie te spreken over hare omzwervende dochter.

2. Trijntje Krom, ingedeelde bij de wed. van Driel, kol 1, verzoekende met verlof te mogen gaan naar Schiedam, om hare familie te bezoeken.

Onder nadere approbatie van den Heer Direkteur is dit verlof toegestaan.


3. De dochter van Smallenburg van kol 1 wijk 3, te kennen gevende dat hare moeder ziek is, en vragende alzoo wekelijks wat meer uitbetaald te mogen hebben.
Aan dit verzoek zal voldaan worden, daar hetzelve billijk is.

4. Jan Vermeulen, ingedeeld bij Geertsema in kol 1, verzoekende om aangevoerde redenen in een ander huisgezin, en wel bij Gereformeerden geplaatst te worden. Hij kon het daar niet meer houden.

Bij eene volgende gelegenheid zal daarover nader geraadpleegd worden.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 24 november 1827

Compareerden voor den raad:

1. Sabelis, van kol 1 wijk 3, verzoekende voor 8 dagen met verlof te mogen gaan naar Haarlem, om zijne familie te bezoeken..
De man heeft nu wederom 14 dagen vlijtig gewerkt en zich wel gedragen. Daarom is hem het verlofgaan, onder nadere approbatie van den Heer Direkteur, toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur heeft liefst dat den man dit verlofgaan ontraden worde, immers zoo zulks geschikt geschieden kan.


Geene kolonisten meer verschijnende, neemt de raad de vrijheid de navolgende veranderingen voor te dragen.

1. Jan Vermeulen, ingedeelde bij Gerritsma, in kol 1, op goef no 31, die instantelijk verzocht heeft bij een gereformeerd huisgezin geplaatst te worden. in te deelen bij den huisverzorger Smit, kol 1 hoef no 11, daar nog een wees geplaatst kan worden.

2. Hendrik Kila, ingedeelde bij de wed. Zwaan, kol 3 hoef no 101, te plaatsen bij de huisverzorgster dfe wed. van Driel, kol 1, wijk 3 hoef no 117.
3. Barend de Vos, van hetzelfde huisgezin, te plaatsen bij vrouw van Dalen, kol 2, hoef no 24.
De verplaatsing dezer twee weezen, wordt belangrijk geacht, omdat de oudste zoon dezer weduwe een diefstal heeft begaan, en zijl. daaromtrent verklaring hebben afgelegd.

De drie volgende zijn geplaatst geweest bij Van Borsum, veroordeeld en verplaatst naar de OmmerschansĪ
4. Everdina Langhorst (Oosterhoff), te doen bij Berkenkamp, kol 3 hoef no 1;
5. Trijntje Zijlstra, bij Tek van Rijneveldtshoek, kol 3 hoef no 83;
6. Johanne Zijlstra, bij Bachius, kol 3 hoef no 70.

In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd door de P.K. van Weld. op den 28 Dec 1827, vK

Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda