Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie uit de notulen van het verhandelde in den kleinen raad der vrije kolonien, augustus 1828


Zaturdag den 2 augustus 1828

Verschenen voor den jkleinen raad:

1. Nieuwenhoven, van kol 2, verzoekende voortaan als schrobbelaar op de fabrijk geplaatst te worden, daar hem het landwerk te zwaar begon te worden.
De raad zal t verzoek nader overwegen, daar men verzekerd is, wel zwakker en ouder mannen tot dit werk in de kolonie te hebben.

2. Kornelis Hoedt, ingedeeld bij Fahrenkamp in kol 1, verzoekende om bij een ander huisgezin geplaatst te mogen worden, hij kon zijne huismoeder niets meer naar den zin doen.
Dit zal door den raad nader onderzocht, en zoo mogelijk weder in order gebragt worden, daar men gelooft, dat deze Hoedt het niet ligt beter vinden zal.

3. Kooistra, van kol 1, klagende dat hij niet van het grasmaayen aan de Kuinre, ontvangen had hetgene hij meende, verdiend te hebben.
De Adjunktdirekteur, die met het werk aan de Kuinre het best bekend is, heeft hem geraden, dit te onderzoeken bij den opziener van der Veen, welke alles bijgewoond en opgeteekend had, doch de man gaf daarop ten antwoord, dat hij er dan geene moeite meer toe aanwenden zoude.

4. Goudsblom, oudste ingedeelde bij de wed Gunther, kol 1, verzoekende namens zijne huismoeder, die niet voor den raad verschijnen kon, dat voor het kind van Stoeters, hetwelk met de gebrekkige Frouwtje Slot bij hen was ingedeeld, wekelijks eene zekere toelage mogt betaald worden, wijl zij anders niet in staat waren het noodige voor het huisgezin te verdienen.
Hierop is niets besloten, doch heeft de president van den raad hem geantwoord, dit nader te zullen overleggen.

Voorts verzochten om voor 14 dagen met verlof te mogen gaan, de navolgenden:

5. Gutseloe, van kol 3, naar Rotterdam;
6. Vrouw Berkenkamp, kol 3, naar Haarlem;
7. Vrouw Spel, kol 3, naar Montfoort;
8. De wed. Hogenbirk, van kol 2, naar Leyden;
9. Vrouw v. Galen, van kol 3, naar Monnickendam;
10. Vrouw Mooi, van kol 2, naar Pekel Aa,
allen met oogmerk om hunne fdamilien te bezoeken; zijn behoorlijk gekleed en van reisgeld voorzien.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur.

In de kantlijn bijgeschreven: Door de Heer Direkteur geapprobeerd.

Nog kwamen voor verlof te vragen:

11. Jan Plaats, ingedeeld bij v.d. Bil, in kol 1, hebbende volgens zijne zeggen toestemming van zijne besteders, doch niet bij zich
12. Vrouw Groenewoud, van kol 3, naar Monnickendam;
13. Vrouw van Putten, van kol 3, verzoekende dat hare dochter nog twee weken mag blijven werken aan de straatweg;
14. Engels, van kol 3, naar Delfshaven;
15. Vrouw Visser, van kol 3, naar Amsterdam. De man heeft langen tijd gesukkeld.
16. Gerrit Oostendorp, van kol 3, naar Haarlem om geld te halen;
17. van Bruchem, van kol 3 naar Zaltbommel, om zijne vader te bezoeken;
18. Leendert Houtman, ingedeeld bij Goosems in kol 2, naar 's Hage, heeft geene toestemming van zijne uitbesteders.

Het verlofgaan der acht laatsten is om de bezigheden en andere oorzaken, uitgesteld geworden.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 9 augustus 1828

Bij den kleinen raad is ingekomen, een stuk van den Heer Direkteur der kolonien, van den navolgenden inhoud:
"De direkteur der kolonien, vernomen hebbende, dat de winkeliers, vooral in kol no 3, zich niet ontzien, om de kolonisten te borgen, of wel, goed op schuld te geven, terwijl dan de wijkmeesters, nog meer strijdig met alle order, die sommen ten behoeve van de winkeliers, bij de wekelijksche uitbetaling, van de verdiensten der kolonisten inhouden, en daar een en ander niets anders, dan het nadeel der kolonisten kan ten gevolge hebben, zoo wordt bij dezen gelast, den kolonisten aan te zeggen, dat geen hunner eenige schulden bij de winkeliers hebben, en dat al het genotene en niet betaalde is kwijtgescholden, terwijl de Adjunkt- en onderdirekteurs verantwoordelijk worden gesteld, dat de wijkmeesters hoegenaamd geene gelden meer van de kolonisten voor de winkeliers inhouden.
(get.) Visser"
hetwelk in den raad is voorgelezen, en voorts, ter rigtige nakoming, in d notulen ingeschreven.

Verzochten om voor 14 dagen met verlof te mogen gaan, de navolgenden:

1. Vrouw Duiker van kol 1, naar Workum;
2. Vrouw de Vries van kol 3, naar Enkhuizen;
3. Oostendorp idem naar Amsterdam;
4. Vrouw Clinge van kol 3, naar Rotterdam;
5. Vrouw van Dijk, van kol 2, en
6. Geertje Zwarteveen, hare nicht, ingedeeld bij Ebert, kol 1, naar Monnickendam;
7. Doodhage van kol 2, naar Rotterdam,
allen om hunne betrekkingen te bzoeken, zijn van reisgeld en kleeding voorzien, en onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur ishun het verlofgaan geaccordeerd.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur toegestaan.


8. Engels, van kol 3, naar Delfshaven;
9. Vrouw Groenewoud van kol 3, naar Monnickendam;
10. Le Loux, van kol 1, naar Amersfoort,
dat eenigen tijd is uitgestld geworden.

11. Gerrit Runia, tot hiertoe ingedeelde bij den zwakken en ongelukkigen kolonist Kalbe in kol 2, verzoekende vandaar verplaatst te worden.
Is goedgevonden deze jongeling te plaatsen bij den huisverzorger Horst in kol 2, wiens huisgezin niet volledig is.

12. Vrouw van der Wulp, van kol 1, vragende verlof om hare volwassene dochter Johanna voor drie maanden te mogen laten dienen bij haar familie te Dordrecht.
Is onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur toegestaan.

Eindelijk is door de kommissie, verleden zaturdag, tot het onderzoek van de toestand van Kornelis Hoedt bij Fahrenkamp, benoemd, berigt dat dr alles wederom in orde was en de jongeling niet meer verlangde verplaatst te worden.

En heeft de raad goedgevonden, onder nadere goedkeuring van den heer Direkteur, te bepalen, dat aan de weduwe Gunther, voor het bij haar ingedeelde kind, de eenigste overgeblevene van het huisgezin van Stoeters, wekelijks vijftig centen zal betaald worden.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 16 augustus 1828

Verzochten om voor 14 dagen met verlof te mogen gaan:

1. Vrouw Breek, van kol 3, naar Purmerend;
2. Vrouw v.d. Lugt, van kol 1, naar Vlaardingen;
3. Elstrodt van kol 2, naar Alkmaar;
4. Vrouw Dumortier, van kol 2, naar Leyden;
5. Vrouw v.d. Walle, idem, naar Leuden;
6. Koos van Loenen, van kol 3, naar Holland,
verlangende allen om hunne betrekkingen te bezoeken, zijn behoorlijk gekleed en van het noodige reisgeld voorzien.
Onder nadere goedkeuring van den heer Direkteur is hun het gevraagde verlof toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur der kolonien geapprobeerd.

8. Grondhout, van kol 1, naar Dordrecht om zijne dochter te bezoeken. Deze is timmerman en heeft nog veel te doen.

9. Arnoldus de Vries, van kol 1, verzoekende verlof om vier weken in Steenwijk te mogen gaan werken.

Het verlofgaan van Grondhout en het in Steenwijk werken van Arnoldus de vries is afgeraden.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 23 augustus 1828

Verschenen voor den raad, en verzochten 14 dagen met verlof te mogen gaan, de navolgende kolonisten:

1. Pieter Lederdorf, ingedeeld bij Bartels, in kol 2, naar 's Gravenhage;
2. Bade, van kol 1, naar Amsterdam;
3. Pieter v.d. Windt, ingedeeld bij Geertje Starrenberg in kol 3, naar Vlaardingen;
4. Barent de Vos, ingedeeld bij van Dalen, kol 2, naar Dordrecht;
5. Trijntje Tjebbes, van kol 2, naar Texel;
6. Lels, van kol 2, naar Koudum;
7. Hoogendijk, van kol 2, naar Vlaardingen;
8. Simon Ran, ingedeeld bij Schouten, kol 1, wijk 3, naar Texel;
9. Anthonie van Vliet, van kol 1, naar Amsterdam;
10. Pieter Nomen, ingedeeld bij Wijmes, kol 1, naar Koog aan de Zaan.

Allen om hunne betrekkingen te bezoeken, zijn van kleeding en reisgeld en voor zo ver noodig, ook van de toestemming hunner uitbesteders voorzien. Onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur is hun het gevraagde verlof toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door de Heer Direkteur geapprobeerd.


11. Vrouw Bagchus, van kol 3, verzoekende het ontslag van de kolonie, voor haren zoon Kornelis.
De Adjunktdirekteur neemt op zich het ontslag bij den Heer Direkteur aan te vragen.

12. Jan Bakker, van kol 1, verzoekende, nu hij twee ingedeelde weesmeisjes gekregen had, nog twee bedlakens.
Is noodzakelijk beschouwd, en zijn hem de gevraagde lakens dadelijk ter hand gesteld.

13. Vrouw Bollen, van kol 1, verzoekende dat van haar afgenomen mogte worden Job de Valk, die van den gereformeerden godsdienst is, en zijlieden R.K. zijn.
Is goedgevonden dezen Job de Valk in te deelen bij de wed. Beets in kol 1, die slechts twee kinderen heeft

Voorts meent de kleine raad, de volgende verplaatsingen te moeten voorstellen, als:
a. Pieter Lederdorf, ingedeeld bij van Puffelen, in kol 1, te plaatsen bij Pieter Bartels, in kol 2;
b. Johanna van der Graaf, en
c. Hanna van der Graaf, beiden ingedeeld geweest als boven, te doen bij Jan Bakker, in kol 1, die slechts n kind heeft;
d. Frederika Opzomer, ingedeeld bij de wed. Gunther, kol 1, te plaatsen bij Zoutebier, kol 1, die slechts n kind heeft, en om dit meisje verzocht.
e. Kaatje Perenvanger, van Zoutebier af te nemen, en wederom te plaatsen bij den huisverzorger Horst, in kol 2, wiens aantal weezen niet vol is;
f. Elisabeth Krom, sedert eenigen tijd geweest bij Slot in kol 1, wijk 3, te plaatsen bij Anne Kleinman, in kol 1, wijk 2. Het meisje heeft instantelijk verzocht, van daar verplaatst te worden.

((NB: Uit de vergelijking van de verplaatsingen van wezen met het voorafgaande in deze zitting, blijkt dat het dan wel een voorstel mag heten, maar in werkelijkheid de verplaatsingen al geschied zijn.))

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 30 augustus 1828

Verzochten heden om voor 14 dagen met verlof te mogen gaan, de volgenden:

1. Cohen, van kol 1, naar Amsterdam;
2. De wed. Moen, van kol 2, naar Nieuwendam;
3. Bolkenstein, van kol 3, naar Amsterdam,
om hunne familien te bezoeken.
4. Bollen, van kol 1, verzoekende eene bedevaart te mogen doen naar Kevelaar.

((NB: Kevelaar staat op wikipedia als troosteres der bedroefden, bekend pelgrimsoord voor rooms katholieken))

Dezen zijn van kleeding en reisgeld voorzien, en onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur is hun verzoek toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door de Heer Direkteur geapprobeerd.


5. Vogelzang, van kol 2, vragende permissie om zijnen zoon Hein, welke in het aanstaande voorjaar in militairen dienst gaat, voor 3 maanden buiten de kolonie te mogen laten dienen;

6. Zwier Zwiers, van kol 2, verzoekende insgelijks eenigen tijd te mogen gaan werken buiten de kolonie, ten einde zoo veel geld te verdienen, als hij tot de afrekening van zij ncorps, Nov. 1828, zoude noodig hebben;

7. Henderica Nieuwenhuis, van kol 1, verzoekende eenigen tijd te mogen werken aan den nieuwen straatweg, in Vriesland.

Is goedgevonden deze lieden te raden, dat, zoo zij verlangen mogten buiten de kolonie te gaan, zij dan goede diensten zouden zoeken, en zoo zij die gevonden zouden hebben, de kleine raad hun ook daartoe het noodige verlof zoude geven.

(get.) J.H. van Wolda Secr.


Voor eensluidend afschrift
De secretaris van den kleinen raad der vrije kolonien
J.H. van Wolda


In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd door de Permanente Kommissie van Weldadigheid, te 's Gravenhage, den 28 Sept. 1828, van Konijnenburg, secretaris.