Naar het overzicht
van stukken over Kniesenburg




Het vertrek van de familie Kniesenburg van de kolonie en enige nasleep,
26 juli en 24 augustus 1843


Op 31 juli 1843 stuurt de directeur der koloniŽn enkele stukken van adjunct-directeur Coenraad Hulst door naar de permanente commissie. Zijn begeleidende briefje bevindt zich in invnr 277, klik hier en vul rechtsonder het scannummer 171 in:

Frederiksoord den 31 July 1843

No. 2143

Ik heb de eer Uwhoogedelgeb. met toezending van een copij brief des Adjunct Directeurs voor de gewone KoloniŽn te vragen hoedanig, UwHoogedelgeb.  verlangen gehandeld te zien aangaande de door het ontslagen huisgezin van J.H. Kniezenburg heimelijk medegenomen huisraad en gereedschappen ad É 38 waartegen de verstrekkingen van eene week ad É 2,79 niet zijn geschied.

De Directeur der KoloniŽn,
J. van Konijnenburg

Vervolging?

De bijgevoegde stukken van Hulst beginnen met een brief gedateerd 27 juli 1843 waarin terloops zowel de datum van het vertrek van de familie onthuld wordt als de bestemming. De brief bevindt zich in invnr 277, klik hier en vul rechtsonder het scannummer 173 in:

Copy nr. 225

Welgelegen, 27 July 1843

Aan de Heer Directeur der KoloniŽn

Ik heb de eer hiernevens aan UEd. te doen toekomen eene nota van huisraad en gereedschappen voor eerste verstrekking aan het huisgezin van Kniezenburg uitgegeven bij deszelfs aankomst en van hetgeen aanwezig bevonden is, door den OnderDirecteur en wijkmeester op den 13 July j.l., toen men aan het huisgezin mededeeling deed van het besluit der Permanente Commissie nopens het ontslag, mitsgaders van hetgeen voorhanden was en ingeleverd is op gister bij het vertrek naar de hutten onder Noordwolde.

Ik zend Ued. deze nota toe, of misschien de Permanente Commissie het medenemen van een gedeelte der goederen voor eerste verstrekking, ook wil aangemerkt hebben, als ontvreemding en het huisgezin daarom verlangt te zien vervolgd.
                                     
De Adjunct Directeur C. Hulst
voor copij conform,
de Directeur der KoloniŽn,
J. van Konijnenburg

Niet uitbetaald

Op de achterkant van de brief is door Hulst opgetekend hoeveel geld waar de familie recht op had niet aan hen is uitbetaald, in invnr 277, klik hier en vul rechtsonder het scannummer 174 in:

Doordien het huisgezin van Kniezenburg goederen heeft medegenomen en minder kwaliteit heeft ingeleverd dan het werkelijk in gebruik had, heeft den OnderDirecteur geweigerd aan hetzelve af te geven

1. Het tegoed op kleeding  ad É 1.26
waarvan af moet het aandeel van een ingedeelde
4 weken ŗ 24 c. = É .96
Blijft:
É.30
2. Het winkelgeld   É 1,11
zakgeld É .21
É1,32
3. Het geld in plaats van aardappelen
3 zielen ŗ 18 c. É 0.54
brood 9 N. pond ŗ 7 c. É .63
     É 1,17

É 2,79

4. De omwisseling van É 3 koloniale munt.

Wanneer de Perm. Comm. de zaak van het huisraad en gereedschappen mogt hebben willen vervolgd, dan zou ik van meening zijn, dat het beter was, om het vorenstaande al nog uit te betalen.

Het tegoed op reserve is É 27,07Ĺ.

get. C. H.
AdjunctDirecteur

Meegenomen

Tenslotte bevinden zich hierbij overzichten van wat de familie bij haar aankomst heeft ontvangen, welke spullen er nog stonden toen hen op 13 juli 1843 het ontslag werd aangezegd en wat er nog stond nadat de familie op 26 juli 1843 was weggegaan. Het tweede minus het derde geeft een goede indruk hoe het nieuwe onderkomen van de familie is ingericht. De overzichten bevinden zich in invnr 277, klik hier en vul rechtsonder het scannummers 175 en 176 in.

Berusten

De permanente commissie laat de brief bijna een maand liggen. Dan neemt ze op 24 augustus 1843 onder agendapunt N17 een besluit erover. Dit bevindt zich in invnr 543 waarvan geen scans bestaan:

24 augustus 1843 N17

De permanente commissie,

Gelezen den brief van den Directeur der Kolonien van den 31 July ll N2143,

Geeft aan den Directeur bij dezen te kennen dat de PC besloten heeft in het gebeurde met Kniesenburg te berusten.