| Enkele latere
koloniebewoners |
| Externe
links (vet) openen in een
nieuw venster, dus om hier terug te komen moet je dat venster weer
sluiten. Bij interne (naar elders op de site)
links, kun je de back-knop gebruiken. |
| In het boek beschrijf ik de
belevenissen van de eerste 52 kolonisten. Daarna
komen er duizenden in dezelfde omstandigheden te leven, maar alleen van
die eerste 52 heb ik ook de persoonlijke gegevens bijeengegaard, vaak
(in 2/3de van de gevallen) met hulp van nazaten van die
proefkolonisten. Van die duizenden die erna kwamen mogen dan de leefomstandigheden in het boek staan, maar ken ik in de meeste gevallen de persoonlijke feiten niet. Ik krijg er wel vaak vragen over en ik vind het lullig dat ik daar dan geen antwoord op kan geven. Daarom heb ik hier een verzameling aangelegd van latere kolonisten. Bij voorkeur verwijs ik hieronder eerst naar een verhaaltje of informatie elders op de site en dan staan daar soms verwijzingen naar (genealogie)sites op het net. Als er geen verhaaltje bij is, link ik meteen door naar zulke sites en dan staat de naam vet. Let wel: er zijn er tienduizenden geweest, dus dit overzicht zal nooit compleet worden. In principe noem ik alleen de eerstaankomende van een geslacht. NB: Op deze pagina verzamel ik ook alle koloniebewoners die ergens op de site genoemd worden, dus daar hoef je niet meer na te zoeken. Alleen bij de publicaties staan er een paar die ik hieronder niet noem. Elders op internet op plaats van herkomst: |
| - Op basis van onderzoek in het Provinciaal Bestuurlijk Archief van Friesland 1813-1924 gemaakte lijsten met Friezen van door die provincie gestuurde bedelaars, wezen en kolonisten (kies 'Bedelaars' en kijk ook bij 'Toevalsvondsten'). |
| - Een aantal Noordoost Friezen die in Veenhuizen/Ommerschans zijn terechtgekomen, op de site van de Dokkum Sneuper.. |
| Mensen die in Gouda geboren zijn en in de tijd
van de signalementskaarten (1896-1901) in Veenhuizen zaten, staan op de
site van Jan Lafeber. |
| - De kolonisten uit Monnickendam zijn beschreven in twee artikelen van Charles Groot die op de site van Oud Monnickendam staan. Kies de knop 'Archief' en zoek dan op 'weldadigheid'. |
| -Een overzichtje van de eerste Hoogeveense kolonisten staat elders op de site. |
De eerstelingen: |
| De eerste 52 bewoners van
Frederiksoord staan niet hieronder maar alleen bij proefkolonisten |
| Onderaan die
proefkolonistenpagina staan de eerste zeven opvolgers van
gevluchte, weggezonden of verbannen proefkolonisten, maar die zijn ook
in onderstaande alfabetische lijst opgenomen. Datzelfde, dus dat ze ook allemaal hieronder alfabetisch staan, geldt voor: - de eerste bewoners van Frederiksoord II op volgorde van aankomst, - op volgorde van hoeves de oogstresultaten 1821 van Frederiksoord II, - het overzicht van vroege bewoners van Wilhelminaoord. - het stamboek Willemsoord 1822-1824 |
Verder alfabetisch op achternaam gezinshoofd: |
| - Kornelis Pieter van Aaken behoort tot de eerste groep van 59 Dordtse weeskinderen die 4 juni 1820 aankomen in Willemsoord, hoeve 73 |
| - Aaltje Abbenes is een ingedeelde bij de weduwe Hendrikje Douwes, met wie zij juli 1822 uit Texel aankomt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79 |
| - Wijkmeester Jan van Agteren jr,
zoon van de in 1823 aangekomen gelijknamige kolonist uit Hoogeveen
speelt
een rol in een
verhaaltje op de site. |
| - Klaas Teeuwes Albertsma komt in 1847
op de kolonie, vanuit Heerenveen, en hij wordt even genoemd bij Wilhelminaoord
hoeve 43 |
| - Elders op de site de
dramatische reis van Maarten Alles
vanuit De Beemster naar de kolonie en wat zijn
kinderen nog meer overkomt. Zijn aankomst staat hier. |
| - Aan Johann Gotthelf
Amende is al een plaats op de kolonie toegezegd als hij te
Amsterdam overlijdt. Zijn weduwe wordt genoemd onderaan dit verhaaltje. |
| - Symon Andriessen en Hendrika Andriessen zijn
weeskinderen die juni 1820 door het Armenweeshuis te Harderwijk worden
ingedeeld op hoeve
73 van Willemsoord |
| - Simon Appel is de bij aankomst in
1820 16-jarige voorzoon van de echtgenote van Jan Sieuwerts,
huisverzorger uit De Rijp. Zie hoeve 33 van Willemsoord. |
| - Adam Assenbroek en echtgenote Willemijntje Kuiphart
of Kiephart komen juni 1820
uit Dordrecht en worden geplaatst op hoeve 40 van Willemsoord |
| -
Christiaan Johannes Auberlé is een 1820 uit Den Haag
gekomen hulponderwijzer, die hopeloos verliefd wordt, zie de pagina Appingedam |
| - Kolonist Johannes Augustijn
uit Bergen op Zoom, komt 1830 via de militaire subcommissie
Noord-Braband. Zijn zoon neemt 22 jaar later over, een dochter trouwt
een zoon van Nieuwenhuis, zie ook hier.. |
| - Jans Aukes komt maart 1821 uit Den Haag naar Frederiksoord-2 - hoeve 38 - en sticht een groot kolonistengeslacht. |
| - Hendrik van Baarle
wordt in 1837 door de subcommissie Den Haag als ingedeelde geplaatst
als hij 44 is, treedt op als getuige bij dronken mede-bestedeling, zie hier. |
| - Op 22 juli 1821 arriveert,
vanuit Goes, Thomas Baas in
de kolonie. Het gezin dat diverse koloniale vertakkingen zal krijgen,
begint in Wilhelminaoord
hoeve 54 |
| - Teunis Bagchus, wiens achternaam
talloze spellingsvariaties kent, komt 1820 uit Vlaardingen in
Willemsoord, zie het inschrijfregister hoeve 74. |
| - Als wees uit Den Haag gekomen, wordt Johannes Baijlé schrijver bij de fabriek. Hij staat nu eventjes bij hoeve 52 van het overzicht van Willemsoord, maar er komt meer. |
| - Jacob Jans Bakker, Klaas Jansz Bakker
en Martje Jansz Bakker zijn
voorkinderen van de weduwe Trijntje Tjebbes, aankomst juli 1822 uit
Texel, Wilhelminaoord
hoeve 81 |
| - Jan Pieterszn Bakker is een voorzoon van de weduwe Hendrikje Douwes, met wie hij juli 1822 uit Texel aankomt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79 |
| - Reinoudje Bakker is een van de (vele) weduwen uit Texel, zij komt aan juli 1822 en wordt gehuisvest in Wilhelminaoord hoeve 81 |
| - Over drie kinderen Balm die al in 1824 naar Veenhuizen gaan, dus behoren tot de eerste wezen die daar opgenomen werden. |
| - Zeer moeilijk leesbaar,
volgens mij staat er Adrianus Urias
van
Banchement.Hij komt in ieder geval juli 1821 als wees uit
Leiden, Willemsoord
hoeve 68 |
| - Johannes en Adrianus Bangers zijn ingedeelden die horen bij de tweede massa-lading (8 juni 1820) uit Dordrecht, Willemsoord hoeve 66 |
| - Catharina Bärenfanger
komt als wees, vermoedelijk samen met haar broer Christiaan, uit
Schiedam. Haar broer schopt het ver, Catharina krijgt problemen met de
weduwe Hille. |
| - Nicolaas Barnauw is een uit Schiedam afkomstige wees die wordt ingedeeld bij de weduwe Karper op hoeve 81 van Willemsoord |
| - Pieter Bartels
is een van de (vele) kolonisten uit Bergen op Zoom. Hij vestigt zich
1828 in Wilhelminaoord, maar overlijdt drie jaar later. Zijn weduwe
komt voor op
deze pagina. |
| - Jacques Bartholomij komt 21 juni 1822 vanuit Den Haag samen met het gezin van kolonist Arie van den Brink, zie Wilhelminaoord hoeve 73 |
| - Hendrik Bartol is de zoon van Geertruij Romijn en hoort bij de tweede massa-lading uit Dordrecht (8 juni 1820), Willemsoord hoeve 56 |
| - Klaas Batink behoort tot de eerste lichting kolonisten uit Kampen, die allemaal in het net opgerichte Willemsoord terechtkomen, zie hier bij hoeve 7. |
| - Johannes Bax en gezin komen juni
1821 vanuit Dordrecht in Wilhelminaoord en betrekken hoeve nummer 24 |
| - Johannes Baylé komt als wees
uit Den Haag, trouwt een kolonistendochter en wordt schrijver bij de
fabrieksbaas. Hij begint Willemsoord hoeve 35 |
| - Andries van der Beek is een van de eind 1820 tijdelijk op de kolonie ondergebrachte Delftse jongeren en wordt dan ook in dat verhaaltje even genoemd. |
| - Harmen Beekman (46) en Angenita Kleipoel (36) komen
augustus 1820 uit Schiedam en bewonen hoeve 89 te Willemsoord |
| - Johannes Beekman komt in augustus 1820 uit Dokkum als ingedeelde bij de weduwe Karper op hoeve 81 te Willemsoord |
| - Jacob de Beer is korte tijd in 1821
kolonist, maar keert al binnen vier maanden terug naar Enkhuizen, hij
wordt even genoemd bij Wilhelminaoord hoeve nr 29 |
| - Jacob Muusz Beets, uit de contributie van het arrondissement Purmerend, komt december 1819 in Frederiksoord-2 op hoeve nummer 28 |
| - Akke Beezem is de weduwe van
J.K.Jacobs, ze komt uit de Beemster en ze neemt november 1821 haar
intrek in Wilhelminaoord hoeve nummer 49 |
| - Petronella Cornelia Begeri komt 21 juni 1822 vanuit Den Haag samen met het gezin van kolonist Arie van den Brink, zie Wilhelminaoord hoeve 73 |
| - Martina Hendrika Beks behoort tot de
weeskinderen uit Vlissingen die juli 1821 Wilhelminaoord bevolken, zie dit verhaal. |
| - In 1823 aangekomen uit
Leeuwarden, wordt hij een succesvol kolonist, al heeft Broer van Belkum in
dit verhaaltje even een probleem. |
| - Cornelis van den Berg arriveert juli
1821 vanuit Vlaardingen en begint zijn koloniale carrière, die
35 jaar zal duren, op hoeve 6 van het dan net
gebouwde Wilhelminaoord. |
| - Frans van den Bergh behoort tot het
groepje door Den Haag geleverde huisverzorgers dat 26 februari 1820 in
de kolonie aankomt, zie hier. |
| - Eind 1819 solliciteerden ze en
midden 1820 komen als huisverzorgers, Teunis
Berkenkamp
en Machteltje ten Heuvel,
Zij zorgen o.m. voor Marianne der Nederlanden, zie hier. |
| - Johannes Beun, herkomst Leiden,
aankomst juli 1820, sticht een kolonie-dynastie. Diverse verwijzingen
zijn opgenomen onderaan die dynastie-pagina |
| - Buurtbewoner Meine Hendriks Bijker huwt een
kolonistendochter en neemt de hoeve van zijn schoonouders over. Na 4
jaar kolonie (1843-1847) houden ze er al mee op. |
| - Op de site van 'yellowdog'
staat bijzondere informatie over de Utrechtse kolonist Bijkerk in het
overlijdensbericht van zijn vrouw, die hem ooit als marketenster naar
Rusland gevolgd was. |
| - Theodorus Martinus van den Bijlaard
komt 8 augustus 1821 aan vanuit Den Haag en komt in Wilhelminaoord hoeve 59.
Voor hoe lang is onbekend. |
| - Albert Bijleveld is een wees uit die juli 1821 door de schout van De Rijp wordt ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord |
| -
Pieter Bijsterveld
komt in 1823 vanuit Gorinchem als kolonist in de kolonie. Een
bloedstollend verhaal over zoon Adrianus, die twee keer wegens doodslag
wordt veroordeeld, staat in het boek Drachten mensen
door de tijd
van Douwe de Graaf. |
| - Paulus van der Bil komt in 1824
vanuit Schiedam in Willemsoord en is een smetteloze kolonist die in
1830 gerekend wordt onder de vrijboeren, zie reglement 1830. |
| - De in 1824 door de Utrechtse
Aalmoezenierskamer naar de kolonie gezonden A.G. Bilde(r)s heeft er echt geen zin
in. De 14-jarige jongeman is chronisch vluchtgevaarlijk. |
| - Voorzover mij bekend is hij de
eerste brigadier-veldwachter op de Ommerschans: Jan Blatter. Dat zal best goed
gegaan zijn, maar op de site een verhaaltje over het moment dat het
fout ging. |
| - Vanuit de Beemster komt Niesje Blokkers weduwe Molenbroek in
1820 op de kolonie. Zie Willemsoord hoeve 100 waar ook
de internetverwijzingen staan |
| - Broer Wytzes Blom (28) en Ake van der Stok (30) komen op de
laatste dag van 1821 uit Harlingen en komen dan op hoeve 95 van Willemsoord |
| - Adriaan Boddendijk komt meestal voor
als Adriaan van Ommen-Boddendijk, is in 1821 de eerste kolonist uit
Coevorden, Wilhelminaoord
hoeve 68 |
| - In 1845 vanuit Amsterdam naar
Willemsoord gekomen Wilhelm Christian Bödeker.
Een zoon wordt
kort vrijboer, maar na een kleine twintig jaar zijn ze allemaal terug
in Amsterdam |
| - Frans Boers is een wees uit
Dordrecht die 1820 met de grote mep (en volgens mij meer die Boers
heten) aankomt en in hoeve 21 van Willemsoord
terechtkomt |
| - Een weesmeisje uit Tholen, met
de fraaie voornaam Louwerina
en als achternaam Bo(e)rgoenje,
schrijft een brief
aan het thuisfront. Later trouwt ze met een zoon van kolonist Hopman. |
| - Caspar Bollen, is weduwnaar en wordt
door de provinciale commandant Limburg op de kolonie geplaatst. Zie hier (met externe link)
en het geslacht kom ook even hier langs. |
| - Antje Booms is een ingedeelde uit
Harderwijk en vast familie van onderstaande Martinus, zij is ingedeeld
op hoeve 71 van
Willemsoord |
| - Martinus Booms, soms Boom, uit
Harderwijk is een ingedeelde die in de strafkolonie terechtkomt.
Daarvoor woont hij Willemsoord
hoeve 65 |
| - Johannes Sipkes Boomsma is een van
de Harlingse weeskinderen die in de begintijd Willemsoord hoeve 12 bevolken. |
| - Kornelis Boon komt op 12 juli 1821
aan uit Texel en komt in kolonie nummer 6, zie de aankomststaat
afgedrukt op de pagina
Texelse kolonisten |
| - Johannes van Borsum komt in 1822 uit
Groningen en wordt eventjes genoemd bij een 'wanzedelijke verkering'
bij de pagina
Willemsoord hoeve 24 |
| - De fuselier G. van den Bosch behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - Willem van den Bosch en Cornelis van den Bosch zijn zoons
van de in 1821 aankomende weduwe van den Bosch-Smallenburg, zie in en
onder de pagina Snijder. |
| - Barteld Jans Bosma begint al in 1818
als onderopziener, wordt daarna onderdirecteur van Wilhelminaoord,
eventjes in actie te zien bij hoeve 9 |
| - Op het rijke tractement van
500 gulden per jaar was Jan Bosscha van 1823 tot 1833 de eerste
onderdirecteur van Ommerschans-Buiten. Zie voor genealogische gegevens. |
| - Cornelia Bosterdijk is een wees- of armenkind dat in 1828 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Frans Bouquet komt 1 augustus 1821
met zijn gezin aan en ondergebracht in Wilhelminaoord hoeve 50,
maar de koloniale carrière wordt al na enkele dagen
beëindigd |
| - Adrianus de Bouter hoort met gezin
bij de tweede mega-lading uit Dordrecht die 8 juni 1820 aankomt, zie Willemsoord
hoeve 83 |
| - Jacobus Bouwman arriveert 5 juli
1821 vanuit Oudewater in Wilhelminaoord, maakt problemen over de
afstand tot de kerk, maar blijft toch, zie hoeve nummer 15 |
| - Willem Brauckman, herkomst
Bodegraven, aankomst juli 1821. Staat nu alleen genoemd bij Wilhelminaoord
hoeve 60, maar er komt meer. |
| - Barend en Steven Bremer komen juni 1821 als al wat
oudere wezen uit Hoogeveen en blijven niet zo heel lang, Willemsoord hoeve 34 |
| - Arie van den Brink komt 21 juni 1822
vanuit Den Haag met echtgenote en vier kinderen, waarvan twee ook
kolonist zullen worden, zie Wilhelminaoord hoeve 73 |
| - Hermanus Roelofs Brink komt in augustus 1820 uit Dokkum als ingedeelde bij de weduwe Karper op hoeve 81 te Willemsoord |
| - Kort na zijn aankomst vanuit
Groningen in 1821 komt kolonist Arnoldus
Brinkman uit Wilhelminaoord met een
curieuze reden waarom het hem niet bevalt. |
| - Garm Hendrik Brinksma komt pas
januari 1862 vanuit het vlakbij gelegen Steenwijkerwold in Willemsoord,
maar verwerft toch een plaatsje bij de kolonie-dynastiën |
| - Adriana Broekman is een door
Schiedam gezonden weduwe die als huisverzorgster op vooral Schiedamse
wezen past, Willemsoord
hoeve 86 |
| - De eerste kolonist uit Den Briel arriveert eind 1819 in Frederiksoord-2, Frans Broekhuijzen, verwijzingen staan onder een verhaaltje over vrijboeren. |
| - Katharina Johanna Brons behoort tot de (enorme) lading wezen uit Dordrecht die juni 1820 aankomen, Willemsoord hoeve nummer 14 |
| - De aankomst van de
eerste
kolonisten uit de Wieringerwaard, februari 1820, Pieter Aarjenszn Brouwer
en gezin. |
| - De sergeant C. de Bruin is de eerste Opper-veldwachter als november 1828 veteranen als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - Johannes de Bruijn komt 1824 uit
Middelburg en hij en zijn dochter Ariana
worden even genoemd bij hoeve 12 te Wilhelminaoord. |
| - Hendrik Buijs (40) en Aaltje van Loon
(50) worden december 1822 vanuit Amersfoort huisverzorgers, zie de
pagina over Amersfoortse
ingedeelden |
| - Paulus Bulk (50) en echtgenote Cornelia Verkaik komen uit Boskoop
en
arriveren juni 1820 met vijf, meest al wat oudere kinderen, Willemsoord hoeve 24 |
| - De korporaal E. Bulach behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - Hendrik Roelof Bultman komt uit
Zwolle als huisverzorger, aankomst januari 1822, gevestigd in
Frederiksoord-2, hoeve 31. |
| , die zijn kinderen allemaal hele chique namen geeft; ze trouwen allemaal buiten de kolonie en er komen geen opvolgers uit de familie.. |
| - Een paar kinderen Ciri, of
Cirri, komen vanuit Vlissingen als hun ouders voor de derde keer zijn
veroordeeld wegens diestal en heling. Een van hen is Catharina Celina Maria Ciri. |
| - Christiaan van Cleef of Cleeff
arriveert maart 1821, gezonden door de subcommissie van weldadigheid 's
Gravenhage, en komt in Frederiksoord 2, zie hoeve 8 |
| - Cornelia Cordia (soms Kordia),
weduwe van de op zee omgekomen Kors
Groen, komt juli 1821 uit Vlaardingen met vijf kinderen en
betrekt hoeve
nummer 12 te Wilhelminaoord. |
| - De fuselier J. E. Derwvijn behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - Edze Jurjen Diekema is een wees- of armenkind dat in 1834 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Elisabeth van Diermen is een wees- of armenkind dat in 1845 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Kornelis van Dijk en echtgenote Trijntje Boot komen juni 1820 uit
Monnickendam. Van Dijk wordt eerst wijkmeester, later strafkolonist, Willemsoord hoeve 11 |
| - David, Maria, Jacoba & Dina van Dijke, wezen uit Vlissingen die bij de overname door de Staat in 1859 van Veenhuizen naar de vrije kolonien gaan, zie Familiestichting Van Dijke |
| - Een file op de site over Pieter Dijkshoorn, uitgezonden door Delft. Die stad had al eerder een kolonist mogen leveren, maar had toen niemand bereid gevonden! |
| - Anske
Alles Dijkstra en echtgenote Baukje
Pieters Halma zijn in 1822 de zoveelste poging Harlingse
huisverzorgers te vinden, Willemsoord hoeve 12 |
| - Klaas Pieters
Dijkstra (33) en Klaaske
Kiestra (41) komen augustus 1820 uit Dokkum, ze bewonen hoeve 96 te
Willemsoord |
| - Klaas en Hendrina Dimans zijn twee Utrechtse wezen, aankomst 7 april 1822, huisvesting Willemsoord hoeve 35 |
| - Johannes Petrus van Dinter komt
oktober 1821 uit Rotterdam, en begint in Steggerda, dan kolonie 6,
later bij Willemsoord getrokken, zie genealogie Sevinga |
| - Andries Dirksen (54) en Johanna van Duffelen (51)
uit Harderwijk,
aangetrokken als huisverzorgers, aankomst
29 juni 1820, Willemsoord
hoeve 73 |
| - Eerste kolonisten uit Nijkerk,
Jan Dirksen en Maria
van Plattenburg, komen juni 1820 aan in Willemsoord, zie het
inschrijfregister hoeve 72. |
| - Hendrik Ditmar (33) en Maria Huizemans (37)
komen juni 1820 als kolonisten uit Harderwijk, Willemsoord hoeve 65 |
| - Hendrik den Dolder is een wees- of armenkind dat in 1828 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Christiaan Doodhagen komt als
weduwnaar met drie zoons uit Zaltbommel en ze blijken zeer honkvast,
zie eerste
bewoners Wilhelminaoord. |
| - Willem Doornbos is een wees- of armenkind dat in 1834 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - De fuselier C. Dops behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - Hendrik Douwes (of misschien met
achternaam Koopmans) is een wees uit Leeuwarden die mét
motivatie particulier besteed wordt in de kolonie, zie dit verhaal. |
| - Hendrikje Douwes is een weduwe die juli 1822 uit Texel aankomt met twee eigen en vier ingedeelde kinderen en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79 |
| - Tjitske Douwes komt in augustus 1820 uit Dokkum als ingedeelde bij de weduwe Karper op hoeve 81 te Willemsoord |
| - Jan Andries van Driel arriveert juni
1821 vanuit Dordrecht en moet gaan dienen als huisverzorger op hoeve nummer 8
van Wilhelminaoord. |
| - Jan Dubbeldeman en Ezechiel Dubbeldeman zijn uit Leiden
afkomstige wezen die in 1821 worden ingedeeld op respectievelijk hoeve 68 en 81 van
Willemsoord |
| - Nicolaas en Cornelis van Duinen zijn twee wezen
uit Dordrecht die aankomen juni 1820 en ondergebracht worden op Willemsoord hoeve 49 |
| Over de Texeler Dirk Duinker, die met moeder en stiefvader in 1821 in Frederiksoord aankwam, twintig jaar later daar een bruid vond en toen 'deserteerde'; zie ook hier.. |
| - Hendrik Jans Duiker (soms Duijker)
wordt kolonist dankzij de contribuanten van de subcommissie Workum,
aankomst juli 1821, Wilhelminaoord hoeve nummer 14 |
| - Krijntje van Duffelen is een wees- of armenkind uit Vlaardingen die juli 1820 aankomst en in huis komt bij Geertje Starrenberg, Willemsoord hoeve nummer 80 |
| - Klaas en Maria Hendrika Dumans komen 1822 uit
Utrecht als ingedeelden; er is een godsdienstprobleempje, zie bij Willemsoord hoeve 35 |
| - Hendrik Duym is juni 1820 een van de kinderen die door het Algemeen Armbestuur te Rotterdam zijn ingedeeld op hoeve 69 te Willemsoord |
| - Egbert van Dijk
(op die pagina Vg), rond 1880 bewoner van Willemsoord, maar van beroep
wegwerker a/d Staats Spoorwegen, met echtgenote Johanna Spin,
spoorwachteres aldaar. |
| - Pieter Dirks Dijkstra
uit Bolsward had eerst niet zo'n zin in de kolonie (zie hier), maar
komt toch in Willemsoord terecht. |
| - Jan Ebert behoort tot het groepje
door Den Haag geleverde huisverzorgers dat 26 februari 1820 in de
kolonie aankomt, en gaat een paar maanden later naar Willemsoord hoeve 5 |
| - Wilhelmina Eesterman behoort tot de weeskinderen uit Vlissingen die juli 1821 Wilhelminaoord bevolken, zie dit verhaal. |
| - Vier jaar na de dood van zijn vrouw sneuvelt zijn enige zoon als militair op Java en dan gaat Johan Jacob Eger uit Utrecht vrijwillig het bedelaarsgesticht in (1830) en blijft er, met een korte onderbreking, tot zijn dood in 1838. |
| - Harmen van Egmond is juni 1820 een
van de kinderen die door het Algemeen Armbestuur te Rotterdam zijn
ingedeeld op hoeve
69 te Willemsoord |
| - Jacob Eilders is een kolonist uit 's
Gravenhage die in 1838 aankomst in Wilhelminaoord en even genoemd wordt
onderaan deze
pagina |
| - Leonardus van
Eisden behoort met zijn 26 jaar tot de jongere Dordtse
kolonisten die juni 1820 in Willemsoord komen, zie hoeve 85. |
| - Anthonie Elstrodt en gezin komen
juli 1821 vanuit Enkhuizen in Wilhelminaoord en betrekken hoeve nummer 31 |
| - Pieter Elzing, soms Elsing, is een
Haagse kolonist die juli 1821 aankomt. Zie hun onderkomen hoeve
nummer 43 in
Wilhelminaoord |
| - Johanna Engelbert behoort tot de weeskinderen uit Vlissingen die juli 1821 Wilhelminaoord bevolken, zie dit verhaal. |
| - Embdenaar (voornaam moet ik nog
opzoeken) is een tot stalknecht bevorderde bedelaar in de Ommerschans,
die een rolletje speelt in het Blatter-verhaal |
| - Nicolaas Engels en Anna van der Voort komen uit
Delfshaven, arrondissement Rotterdam, en arriveren juni 1820, Willemsoord hoeve 28 |
| - Adrianus van Es behoort tot het groepje door Den Haag geleverde huisverzorgers dat 26 februari 1820 in de kolonie aankomt, zie hier. |
| - In 1835 vanuit Arnhem
opgezonden naar Frederiksoord Hendrik Hendrik Evers. Diverse zoons
huwen
kolonistendochters en blijven op de kolonie. |
| - De fuselier F. Fagnaad behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - Huisverzorger Fanner (geen voornaam bekend)
arriveert 11 maart 1820 in Frederiksoord-2, zie hier, maar moet een
half jaar later het veld ruimen. |
| - Frederiks Farenkamp,
soms Fahrenkamp, is in 1821 met zijn 26 jaar een van de jongsten onder
de eerste bewoners van Wilhelminaoord. Begint op hoeve nummer 74. |
| - Een van de drie eerste strafkolonisten, Leendert van der Feijst uit Delft, die na zijn aankomst in 1820 met twee kameraden binnen drie dagen deserteerde, zie dit verhaal |
| - Hendrik Femer
komt in 1824 als arbeidershuisgezin uit Kampen, maar wordt snel
bevorderd tot vrijboer. Een dochter trouwt zoon Nicolaas van
proefkolonist Klaas
Visser en
blijft altijd in Veenhuizen, zie
hier. |
| - De Bredaenaar Adrianus Feskens
wordt in 1829 vrijboer bij Veenhuizen. De verwijzing staat onder een
verhaaltje waar 2 medespelenden een dochter van hem trouwen. |
| - Vanuit Schagen, arrondissement
Alkmaar, arriveert in 1853 Cornelies
Fiene. Hij overlijdt twee jaar later, zijn weduwe komt voor op deze pagina. |
| - De weduwe Flap, van zichzelf
Trientje
Roelofs, 1820 uit
Hoogeveen naar Willemsoord gekomen als huishoudster
voor een huishouding van wezen, daarna huisverzorgster. |
| - Pieter Foest wordt door Amsterdam
gezien als huisverzorger, maar de directie kan het dar niet mee eens
zijn, Willemsoord
hoeve 34 |
| - Johannes Franken komt met zijn
gezin uit Leiden in mei 1820 en vestigt zich in Frederiksoord-2, op hoeve nummer
14. |
| - Jacobus Frans is juni 1820 een van de kinderen die door het Algemeen Armbestuur te Rotterdam zijn ingedeeld op hoeve 69 te Willemsoord |
| - Gijsbertus Fraterman is de enige
(volgens mij) kolonist uit Heusden, met een groot gezin in september
1828 aangekomen, zie de
pagina transportkosten |
| - Er zijn ook spellingsvariaties
als Tuncken, maar meestal heet de in 1821 uit Zaltbommel aangekomen
kolonist Johannes Fukke. Zie eerste bewoners
Wilhelminaoord. (hoeve 11) |
| - Rond zijn 50ste komt Johannes Antonie Funcke in 1823
als 'schrijver'
bij het Algemeen Bureau in Frederiksoord. Hij blijft er tot zijn dood,
bijna 40 jaar later. |
| - De kinderen van kolonist Adrianus Gaal,
1822 uit Den Haag, storten zich vol overgave op de koloniale
huwelijksmarkt, ze trouwen Lodewijks (2x), van Kesteren, Taatgen,
Puper, Muzegaas, zie de stamboom Gaal |
| - Een van de Monnickendammers, Arie van Galen
(zie hoeve 4)
, die juni 1820 in Willemsoord aankomst en daar dus tot
de eerste bewoners behoort. |
| - Frans Ganzinga is als huisverzorger
gekoppeld aan een ongehuwde moeder uit zijn woonplaats Vlissingen. Zie Wilhelminaoord
(hoeve 28) met een link naar een verhaal. |
| - De fuselier J. Gasman behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - Andries Geijtenbeek is een wees- of armenkind dat in 1836 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - De als timmerman te Veenhuizen
gekomen Willem Gerrits, die trouwt met de
(jonge) dochter van een veldwachter en van 1841 tot 1855
wagenmakersbaas bij het derde etablissement is. |
| - Zaalopzieners in Veenhuizen,
bijvoorbeeld de broers Diederik en Hermanus ten Geuzendam, hadden een woning
tussen twee zalen, en konden vanuit hun woning allebei die zalen
overzien. |
| - Kolonist te Veenhuizen Christoffel Giel, een spannende beschrijving van de zoektocht naar het wedervaren van hem en zijn gezin. |
| - Petrus Gilliam komt als
onderofficier in Frederiksoord-2, maar heeft het al na een half jaartje
bekeken, zodat ik alleen zijn aankomst
heb. |
| - Jannetje de Goede is een wees- of armenkind dat in 1841 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Berend Goossens (soms Gosems) wordt
1821 door de subcommissie Meppel geplaatst in Wilhelminaoord, zie hoeve 66. |
| - Johannes Götz komt maart 1821
uit Den Haag en betrekt een hoeve in de oorspronkelijke proefkolonie.
Een zoon komt voor in verhaal 4 van de Verhalen uit Wilhelminaoord
|
| - Jan Grebe komt augustus 1820 op zijn
zestiende vanuit Schiedam en wordt ingedeelde bij huisverzorgster
Broekman, Willemsoord
hoeve 86 |
| - Iemand uit Sliedrecht dringt
voor als kolonist door ongevraagd naar Frederiksoord te komen. Hubert van der Griend komt op
Frederiksoord-2 hoeve nummer 44, van
waaraf ook een eigen pagina over hem te bereiken is. |
| - Arie Groen, Huibrecht Groen, Johannes Groen, Elisabeth Groen en Korsje Groen zijn kinderen van
Cornelia Cordia, zie hoeve nummer 12 van
Wilhelminaoord. |
| - Arend Groen is een wees- of armenkind uit Vlaardingen die juli 1820 aankomst en in huis komt bij Geertje Starrenberg, Willemsoord hoeve nummer 80 |
| - Willem Groenewoud en echtgenote Maretje Donker vestigen zich juni
1820 in Willemsoord, zie bij hoeve nummer 8 |
| - Anthonie Grollee en Maria Danens komen met de tweede
massa-lading (8 juni 1820) uit Dordrecht, Willemsoord hoeve 54 |
| - Met vrouw en drie dochtertjes
arriveert Johannes Grondhout
juni 1821 vanuit Dordrecht in Wilhelminaoord en betrekt daar hoeve nummer 7 |
| - Volgens de overlevering
bijgenaamd 'Potje' bedelaarkolonist de Groot |
| - Abraham Grunnekemeier komt op zijn
24ste als ingedeelde uit Purmerend, trouwt een 'Flap' en wordt
huisverzorger-kolonist. Kort genoemd onderaan dit verhaal. |
| - Johannes Gunther begint in 1819 als
spinbaas, maar moet het veld ruimen. Twee jaar later keert hij terug
als huisverzorger, zie Wilhelminaoord bij hoeve 26 |
| - Theodorus Wilhelmus Gutzeloe (36) en
Johanna Maria van Eisenberg
(46) komen juni 1820 uit Rotterdam, Willemsoord hoeve 99 |
| - Een verhaaltje over Martinus Haakmeester, die in 1823 uit Den Haag kwam en huisverzoger werd, op oudere leeftijd in de problemen raakte (vanwege 'achterlappen'!!), maar wel een hele kolonie-dynastie stichtte. Bij dat verhaaltje staan ook diverse genealogische links. |
| - Johannes Jacob Haassis behoort tot de (enorme) lading wezen uit Dordrecht die juni 1820 aankomen, Willemsoord hoeve nummer 14 |
| - Johannes van Haazen, echtgenote Jacoba van Luin en hun dochter
komen september 1828 aan maar verdwijnen héék snel naar
de strafkolonie, zie
hier. |
| - Twee jongens Hachmer die na de dood van hun moeder naar de Mij gaan |
| - Gezinskaarten van kolonist van Ham sr, bij wie ook een zoon
van proefkoloniste Richmond
ingedeeld wordt, en van van Ham jr die hem opvolgt. |
| - Marieke Antonia van Ham is de eerste
echtgenote van huisverzorger Arbraham Smit en komt 1820 met hem uit
Groningen, maar overlijdt na enkele maanden, zie hier. |
| - Johannes Rijnard Hamilton is een wees- of armenkind dat in 1843 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Jan Hamstra is een wees uit Leeuwarden die - met bijzondere motivatie - particulier besteed wordt in de kolonie, zie dit verhaal. |
| - Jacob Vertraugot Harloff is eerst
wijkmeester te Frederiksoord en vanaf 1822 onderdirecteur van de
Ommerschans, zie ook onderaan de pagina van proefkolonist Meeder |
| - Johannes Harskamp is een wees- of armenkind dat in 1840 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - In 1820 vanuit Hoogeveen gezonden met zes weeskinderen plus één huishoudster, Arend Lamberts Hartman Willemsoord hoeve 46, hij overlijdt na twee jaar.. |
| - Pieter Haverboek is een voorkind van
Barbara Goud, de echtgenote van de in 1821 aankomende kolonist Thomas
Baas uit Goes, Wilhelminaoord
hoeve 54 |
| - De eerste (en enige?) kolonisten uit Goor, Manus Haverkort (43) en Willemina Brookhuis (44) arriveren 14 juli 1820, Willemsoord hoeve 15 |
| - Izaak Salomon Hazelip beleeft een
korte koloniale carrière, van augustus 1821 tot november 1822,
maar staat wel op het oogstoverzicht van Wilhelminaoord, hoeve 57. |
| - Johannes Gerhardus Hazeloop (of
Haseloop) verlaat juni 1822 Den Haag om zich in Wilhelminaoord te
vestigen. Zie
hoeve nummer 75. Een zoon wordt wijkmeester. |
| - Na drie huwelijken met
overleden echtgenotes en na negen kinderen die allemaal jon overleden
zijn, belandt Tjaard Hazelfhoff in de
Ommerschans waar hij 1844 overlijdt. |
| - In de categorie 'hele korte
koloniale carrières', Hendricus
Hechterman, in 1828 uit Maastricht komend, even genoemd op de pagina transportkosten |
| - Martinus van Heerd is een wees- of armenkind dat in 1844 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Jacob van Heert is een wees uit Den
Haag, die bij een Utrechtse huisverzorgster in huis komt, zie Willemsoord hoeve 35 |
| - Jan Corstiaans van Heest begon 1823 als wijkmeester in Willemsoord en vervulde later diezelfde functie in Wilhelminaoord en Veenhuizen. Nageslacht tot in Amerika: |
| - Pieter Johannes Heidt komt als jongeman van 21 uit
Den Haag als bestedeling. Hij huwt een kolonistenweduwe en wordt
kolonist, zie
hier. |
| - Egbert de Held wordt december 1820
op de boot gezet door de subcommissie van weldadigheid Schiedam en
betrekt in Frederiksoord-2 hoeve nummer 34 |
| - Volgens de inschrijving op de Ommerschans heeft de met paard en wagen uit Zwolle afgevoerde Akke Jans Hemrika een 'mismaakt gezicht'. Ze overleeft de schans wel. |
| - In de categorie 'hele korte koloniale carrières', Jan Hendriks, in 1828 uit Maastricht komend, even genoemd op de pagina transportkosten |
| - Hendrientje Hendriks is een wees- of armenkind die juni 1820 door de Provisoren van het Armenweeshuis te Harderwijk is ingedeeld op hoeve 73 van Willemsoord |
| - Hendrik Hendriks, of Hendriksen,
komt vanuit Leiden in juli 1822. Het enige dat verder bekend is, is dat
hij woont op Wilhelminaoord
hoeve 84 |
| - Cornelis Hendriksen en Dirkje Hendriksen zijn weeskinderen die juni 1820 door het Armenweeshuis te Harderwijk worden ingedeeld op hoeve 73 van Willemsoord |
| - Dirkje Hendriksen is vast familie van bovenstaande, ook zij wordt juni 1820 door de Provisoren van het Armenweeshuis te Harderwijk ingedeeld op hoeve 73 van Willemsoord |
| - Frans van Hensbergen arriveert 1826
vanuit Den Haag in Frederiksoord. Een zoon komt voor bij verhaal nr 4
van de Verhalen
uit Wilhelminaoord. |
| - Hendrik Henze komt juli 1822 als ingedeelde uit Amsterdam mee met de familie Hoedemaker en hij zal de kolonie nooit meer verlaten, zie Wilhelminaoord hoeve 68 |
| - Franciscus Herskamp komt juni 1820
uit Den Haag in Frederiksoord-2, zie hoeve 9, Op 23 januari 1829 fikt zijn huis af en achteraf krijgen ze daar de schuld van.. |
| - Pieternella van Herwaarde staat op
de kolonie beter bekend als 'de weduwe Zwak'. Herkomst Gorinchem,
aankomst juni 1820, woonstek Willemsoord hoeve 44 |
| - Nicolaas van Heusden is een uit Leiden afkomstige wees die in 1821 wordt ingedeeld bij de weduwe Karper op hoeve 81 van Willemsoord |
| - Jacobus van den Heuvel is een van de drie jongens die december 1821 door Amersfoort bij een gezin gevoegd worden, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Maria en Huibert Heybrink zijn door de Leeuwarder voogden in huis gestop bij het gezin van Jelle Wessels de vries, zie hoeve 34 in Wilhelminaoord |
| - Johan Herman Hilkemeijer
arriveert met zijn gezin maart 1826 en wordt na verloop van tijd
vrijboer te Frederiksoord, zie de pagina vrijboerenreglement 1830. |
| - Een verhaaltje op de site over
de familie Hille uit
Schiedam en hun ingedeelde Cathatina Berenfanger. Met onderaan die
pagina de verwijzingen naar sites die over Hille gaan. |
| - Jannetje His zou een bij huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16, behorend dochtertje zijn maar het is moeilijk leesbaar, misschien is het Slis. |
| - Hendrik Hoedemaker vertrekt juli 1822 vanuit Amsterdam naar de kolonie, maar zal die nooit bereiken. Zie verder bij Wilhelminaoord hoeve 68 |
| - Leendert Hoedjes is een wees- of armenkind uit Haarlem die juli 1821 wordt ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord |
| - Jan van der Hoeff
arriveert 1826 uit Amersfoort. Van zijn zes kinderen zullen er maar
liefst vier ook voor het koloniale bestaan kiezen, eentje staat hier bij
hoeve 8. |
| - Jan van der Hoek behoort tot de
Amersfoortse wees- of armenkinderen die in 1854 op de kolonie aankomen,
zie Amersfoortse
ingedeelden |
| - Sikke Hessels Hoekstra komt juni
1820 vanuit Hennaarderadeel (arr Leeuwarden), met achterlating van een
zoon, en vestigt zich in Frederiksoord-2, zie hoeve 26 |
| - Gerrit van der Hoeven is een wees- of armenkind dat in 1834 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Johannes Adamus Hoffman arriveert
april 1820 vanuit Amsterdam en woont Frederiksoord-2 hoeve 39. |
| - Elders op de site twee brieven
van twee wezen uit Tholen, Johannes en Nicolaas Hof(f)man, die aan het
thuisfront schrijven vanuit het Landbouwkundig Instituut in Wateren. |
| - Jan Koene Hofman,
hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit Steenwijkerwold, fungeert rond 1822
korte tijd als waijkmeester, Willemsoord hoeve 97bis
(onderaan die pagina) |
| - Jan Homberg is juni 1820 een van de kinderen die door het Algemeen Armbestuur te Rotterdam zijn ingedeeld op hoeve 69 te Willemsoord |
| - Dirk van Hoogmoed komt op 9 juli 1821 met zijn gezin aan en wordt gehuisvest in Wilhelminaoord hoeve 47 |
| - Hendrik Hopman
uit Amersfoort heeft een
eigen file op de site, want hij hoorde tot de
eerste opvolgers. Midden 1819 verving hij de naar huis gestuurde
proefkolonist Metz. |
| - Cornelis Horemans, Susanna Horemans en Petronella Horemans zijn wezen uit
Haarlem die julie 1821 worden ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord |
| - Joannes van der Horst is een van de drie jongens die december 1821 door Amersfoort bij een gezin gevoegd worden, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Een van de topstukken als
verzorger van wezen is de door Leeuwarden gezonden Johann Heinrich Horst, opvolger van
de hieronder genoemde Hubert, zie Wilhelminaoord hoeve 52. |
| - Rijmert van van der Horst behoort tot de Amersfoortse wees- of armenkinderen die in 1854 op de kolonie aankomen, zie Amersfoortse ingedeelden |
| - Willem Hubert en Geertje Dirks zijn door Leeuwarden
gezonden als huisverzorgers voor zes Leeuwardense wezen, en betrekken hoeve 52 op
Wilhelminaoord, maar niet voor lang. |
| - Jan Hubbeling behoort tot de Enkhuizense wezen die in 1821 worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16 |
| - Vier jaar na hun aankomst in
1828 verdwijnt Gerrit
Huisman met zijn moeder naar de strafkolonie, maar later wordt hij
kolonist via een huwelijk met een dochter van Bollen |
| - Schrijver van een hele mooie
sollicitatiebrief die een dezer dagen nog op de site komt, Coenraad Hulst, wordt 1824 de
eerste
onderdirecteur van Veenhuizen III. |
| - De
40-jarige Jan
Egbert Idinga wordt 1822 uit Steenwijkerwold aangetrokken omdat
er gebrek aan huisverzorgers is, Willemsoord hoeve 14 |
| - Voormalig metselaar en
kanonnier Andries Indorp
komt rond zijn 40ste vanuit Walcheren in de Ommerschans met vrouw en 4
van zijn 5 kinderen. Binnen twee jaar zijn ze allemaal overleden. |
| - Elsje Jacobs, Hendrik Jacobs, Cornelis Jacobs en Grietje Jacobs (op volgorde van oud
naar jong) zijn kinderen van Akke Beezem, zie Wilhelminaoord hoeve 49 |
| - Trijntje Jans (40) is weduwe van
Schelte Karper en augustus 1820 door Dokkum gezonden als
huisverzorgster, welk vak ze uitoefent op hoeve 81 te Willemsoord |
| - Wouter Jansen (48) en Geertrui Hendriksen (50)
komen augustus 1820 met zes kinderen uit Amersfoort en vestigen zich Willemsoord hoeve 64 |
| - Johannes Huijzer is juni 1820 een van de kinderen die door het Algemeen Armbestuur te Rotterdam zijn ingedeeld op hoeve 69 te Willemsoord |
| - Als de proefkolonistenfamilie Dikkeboom naar huis
is gestuurd (boek blz 125-126),
plaatst Steenwijk het veel gezeglijker gezin van Sietsen Jansz, zie zijn file. |
| - Crijn Cornelis Jaspers uit Leiden
begint 1825 als arbeidershuisgezin, maar wordt al hetzelfde jaar vrije
kolonist in Willemsoord, zie de pagina met Leidse kolonisten |
| - Naar eigen zeggen is het een
boze stiefmoeder die Rigtje Jellema
in Leeuwarden tot een losbandig en crimineel bestaan brengt. Als zij in
1828 opnieuw achter de tralies verdwijnt, worden de
drie zoons Rense, Joseph en Jelle 4 jaar in Veenhuizen ondergebracht. |
| - Dirk van Jeveren komt op zijn 40ste
in de kolonie, vanuit het arrondissement Rotterdam. Zie de pagina over
Rotterdam en vandaaruit de andere vermeldingen. |
| - Bregtje de Jong is een voorkind van de weduwe Reinoudje Bakker, met wie zij juli 1822 uit Texel komt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 81 |
| - Marijtje de Jong komt juli 1822 van
Texel als ingedeelde bij het ook daarvandaan afkomstige gezin van
gerrit Slot, zie over haar de pagina Texel |
| - Grietje Klaas Jongens staat op de kolonie bekend als de weduwe Muis en komt 1820 uit Krommenie. Raakt in de problemen, zie bij hoeve nummer 12 van Wilhelminaoord. |
| - Herman Jurgens komt uit Delfzijl,
althans daar is hij sergeant, en treedt februari 1822 in dienst van de
Maatschappij, zie hoeve
2 in Willemsoord |
| - Hermanus Jürgens
begint als ingedeelde wees, wordt later arbeidershuisgezin en nog later
hoevenaar. Maar bij de Burgerlijke Stand heet hij Hermanus van der
Most, zie ook deze pagina. |
| - Jurgen Jurgens komt per 1 juni 1823
als wijkmeester de wijkmeesterswoning 97bis in Willemsoord (onderaan
die pagina) bewonen, |
| - Een stukje op de site met een
rijmpje over kolonist Kamans,
de opvolger van de Arie Kamans
die in 1820 vanuit Schiedam naar de
kolonie kwam. |
| - De fuselier J.H. vander Kamp behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - Hendrik
en Carel van Kampen behoren
tot de (enorme) lading wezen uit Dordrecht die juni 1820 aankomen, ze
komen op Willemsoord
hoeve 14 en hoeve 23 |
| - Schelte Karper is de zoon van Trijntje Jans met wie hij augustus 1820 uit Dokkum komt en met wie hij woont op hoeve 81 te Willemsoord |
| - Aagje Jans Keg
is 39 jaar als ze 1820 uit Koog aan de Zaan in de kolonie komt en wordt
ingedeeld bij huisverzorger Smit. Als zie weduwnaar is geworden,
trouwen ze, zie hier. |
| - Anthonie Keizer die natuurlijk ook
als Keyzer en Keijzer voorkomt, arriveert juli 1821 en betrekt in
Wilhelminaoord hoeve
nummer 46 |
| - Frans Kerker en echtgenote Trijntje Gerrits komen juni 1820 met
het contingent uit Kampen en worden ondergebracht op hoeve 9 van Willemsoord |
| - Dirk en Jan van Kesteren komen als wezen
uit Delftshaven in juni 1820 aan en worden gehuisvest in Willemsoord hoeve 27 |
| - Hendrik Kiebe is een in 1821 aankomende wees uit Dordrecht, die wordt ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord |
| - Frederika Klaudi is weduwe van ene Cornelis wiens achternaam ik niet kan ontcijferen en komt september 1820 uit Amsterdam als huisverzorgster, Willemsoord hoeve 58 |
| - Evert Kleberg is een zoon van
Maartje Verberne, afkomstig van Texel, aankomst juli 1822,
vestigingsplaats Wilhelminaoord hoeve 82 |
| - Tot de grote groep
Rotterdammers die in 1820 naar Willemsoord komen, behoort ook Gijsbert van der Kleij, zie hier
met enkele verwijzingen naar elders op de site. |
| - Johan Godfried Kleijn
(of Klijn of Klein) heeeft een van de kortst denkbare koloniale
carrières, hij overlijdt na twee maanden. Zijn weduwe hertrouwt,
zie
hier. |
| - Cornelis de Klein komt 1841 uit Utrecht met een stoot kinderen die grotendeels andere koloniebewoners zullen trouwen; zie over hem de kwartierstaat C.G. Langelaar |
| - Arend Oijens Kleinman komt uit
Steenwijk en arriveert in mei 1820 te Frederiksoord-2, hij komt op hoeve nummer
12. |
| - Willem Klingen komt op 1 augustus
1821 met echtgenote en drie kinderen uit Rotterdam en ze worden -
waarschijnlijk de tweede - bewonerss van Wilhelminaoord hoeve 56 |
| - Over voormalig omroeper Martinus Klink, die op oudere leeftijd in de Ommerschans terechtkomt en daar in 1879 overlijdt. |
| - De jubeldichter uit Opperdoes
is een stukje op de site over kolonist Sipke Kloppenburg, hoog opgeleid,
maar door een 'ontijdig en ongelijk huwelijk' tot armoede vervallen. |
| - Teunis Klopper, Klaas Klopper en Marijtje Klopper zijn voorkinderen van de echtgenote van Gerrit Jans Slord die op hoeve 29 van Wilhelminaoord woont |
| - Een van de meest spraakmakend
kolonisten, de Utrechter Johannes
Hermanus Kniessenberg. Er komt meer maar nu alleen
zijn inschrijving
Willemsoord hoeve 35. |
| - Hendrik Koene is
veteraan-veldwachter te Ommerschans en komt even voor in een stukje uit
1836 onderaan de pagina van proefkolonist Molenaar |
| - Kornelis Koger is een ingedeelde bij de weduwe Hendrikje Douwes, met wie hij juli 1822 uit Texel aankomt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79 |
| - Auke Volkerts Kok wordt december
1819 aangesteld als huisverzorger op hoeve nummer 29 in
Frederiksoord-2. |
| - Hilletje Kok is vanaf 1831
bestedelinge uit Broek in Waterland, er volgt meer maar nu komt ze
eventjes langs in dit
verhaaltje. |
| - Joannes Hendrik de Kok (57) en Helena
Thijsse van Middelaar (47) komen december 1821 uit Amersfoort,
zie de pagina over Amersfoortse
ingedeelden |
| - Jan Klaaszn Kompaan behoort tot de Enkhuizense wezen die in 1821 worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16 |
| - Jan van Konijnenburg is van 1829 tot
1859 directeur van de koloniën en komt in 1834 even langs bij het Blatter-verhaal. |
| - Ale Boelens Kooistra, kolonist uit Leeuwarden sinds 1828, is buurman van Leloux en vooral van diens echtgenote. Daar krijgt hij weet van! Zie het onderste verhaal. |
| - Wilhelmus Heronimus Kool is een Rotterdamse bestedeling die kolonist wordt (1834) en later vrijboer (1838). Genoemd op de pagina van proefkolonist Walraven van Haften |
| - Petronella Koot is een wees- of armenkind uit Haarlem die juli 1821 wordt ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord |
| - In een verhaaltje op de site komen ook gezinsleden van de Woerdense kolonist Leendert van Kooten voor, zie hier |
| - Jacobus Koppens komt december 1819
als huisverzorger uit Den Haag, zie zijn aankomst.
Binnen twee jaar wordt hij weggezonden. |
| - In 1820 vanuit Hoogeveen gezonden met zes weeskinderen plus één huishoudster, de 68-jarige Frederik Koster. Willemsoord hoeve 38, hij overlijdt na twee jaar.. |
| - Kortstondig kolonist Jan Kraak uit Utrecht |
| - Willemina Kraan behoort tot de (enorme) lading wezen uit Dordrecht die juni 1820 aankomen, Willemsoord hoeve nummer 14 |
| - Op grond van 'de tweede helft
van het contract van 16 en 19 juni 1826' komt Hermanus Krabbendam in 1835 vanuit
Hoorn in de kolonie, en trouwt twee jaar later, zie hier. |
| - Hendrik
Anthonij Jozeph Kramer (51) en Johanna
Maria van der Maat (40) komen augustus 1820 uit Amersfoort,
woning Willemsoord
hoeve 60 |
| - Voor Edo Jans Kremer,
herkomst Groningen, aankomst mei 1822, moet ik nog een plekje op de
site vinden, maar dochter Geertruijda wordt al genoemd bij Wilhelminaoord
nr 73 |
| - Willem Jans Kriek behoort tot de Enkhuizense wezen die in 1821 worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16 |
| - Albert Bouke Krol is pas 30 jaar als
hij in 1822 uit Groningen in Willemsoord komt, in 1830 is hij vrijboer,
zie het
reglement, in 1832 wordt hij wijkmeester. |
| - Er zijn veel bestedelingen die
het niet lang op de kolonie uithouden. Bijvoorbeeld Johannes Philippus Krook die op zijn 17de in
Willemsoord komt en op zijn 19de de benen neemt. |
| - Hendrik Kruidhoed, in de
kolonie-administratie ook wel aangeduid met Kruithoek, arriveert
eind 1819 uit 's Fraveland als bewoner van Frederiksoord-2, zie hier. |
| - Herke of Herko Kruk behoort tot de Enkhuizense wezen die in 1821 worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16 |
| - Jan Kuit behoort tot de eerstelingen uit Hoogeveen
en zijn geschiedenis staat op de daaraan gewijde pagina. |
| - Heere Jaakes Kuiper en gezin
arriveren augustus 1821, geplaatst door de subcommissie
Leeuwarden uit de contributie en bewoners van Wilhelminaoord hoeve 65. |
| - De joodse kolonisten Joel de Kuit en Henriette Polak uit Den Haag blijven
slechts enkele jaren, Willemsoord hoeve 39 |
| - Willem Kuiters en Geertje Hoymans horen bij de tweede massa-lading uit Dordrecht (8 juni 1820), Willemsoord hoeve nummer 61 |
| - Jan Kwak is een wees- of armenkind
uit Vlaardingen die juli 1820 aankomst en in huis komt bij Geertje
Starrenberg, Willemsoord
hoeve nummer 80 |
| - Jacobus van Laar komt uit Amsterdam
en komt met nog twee gezinnen uit die stad op 18 oktober 1821 aan. Hij
woont korte tijd op hoeve 61 in Wilhelminaoord |
| - Uit Amsterdam komt 6 december
1819 Anthonie Hugo Ladru, 'met
huisvrouw, 3 kinderen' in de dan net begonnen kolonie Frederiksord-2, zie hier. |
| - Martijntje Lager staat in haar korte koloniale carrière beter bekend als 'de weduwe Van Meppelen'. Herkomst Dordrecht, aankomst juni 1820, Willemsoord hoeve 49 |
| - De korporaal M. Lang behoort tot de eerste
veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht
Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - In 1829 komt Samuel de Lange vanuit
Rotterdam naar Willemsoord. Onderaan dit verhaaltje staat dat hij niet
erg lang blijft. |
| - Jacobus Langenberg (51) en Lena van
der Boor (41) horen bij de tweede grote groep (8 juni 1820) uit
Dordrecht, Willemsoord
hoeve 78 |
| - Jan Lannooy is een wees- of armenkind uit Vlaardingen die juli 1820 aankomst en in huis komt bij Geertje Starrenberg, Willemsoord hoeve nummer 80 |
| - Lorentz Latour behoort
tot de Vlissingers die in juli 1821 drie net gebouwde hoeves in het
spiksplinternieuwe Wilhelminaoord in gebruik nemen, zie hoeve 20. |
| - Cornelis Lawende komt 1839 als kolonist uit Rotterdam. Zijn dochter Anna wordt even genoemd bij hoeve nummer 61 te Wilhelminaoord |
| - Vanuit Middelburg kwam in 1823
kolonist Willem Pieter Lazoe of Laroe naar
Frederiksoord met echtgenote en drie kleine kinderen. Nakomelingen
worden later ook kolonist. |
| - Een huisverzorger uit
Harlingen, Rense Siebrens Le(e)ba,
weigert om ook zelf te
werken en mag van Johannes van den Bosch acuut vertrekken, zie dit verhaal |
| - De uit Den Haag afkomstige Elisabeth Leefman behoort tot de eersten die na een periode in de strafkolonie weer worden vrijgelaten, wn wordt dan ook genoemd in dit verhaal. |
| - Regnerus de Leeuw komt in 1821 als
ingedeelde uit Harlingen en speelt een rol in een verhaaltje elders op de site |
| - Maarten van Leeuwen hoort bij de tweede massa-lading uit Dordrecht (8 juni 1820), hij komt als ingedeelde op Willemsoord hoeve 56 |
| - Philip Leeuwenberg en Elisabeth Fonteijn komen 8 juni 1820
als onderdeel van de Rotterdamse delegatie in Willemsoord, zie hoeve 25 |
| - Franciscus Johannes Leloux
is de eerste kolonist uit Epe, zijn echtgenote maakt (zie hier) veel problemen,
maar uiteindelijk is Franciscus de stamvader van een grote
kolonie-dynastie. |
| - Johann Godfried Leonhardt komt juli
1821 met gezin vanuit Den Haag en wordt ondergebracht in
Wilhelminaoord, zie hoeve nummer 42 |
| - Onderaan een verhaaltje over vrijboeren op de
site staan de verwijzingen van kolonist Bernardus van Limbeek,
februari 1820 uit Nijmegen aangekomen. |
| - Adrianus van der Linden is
een bij huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16,
behorende (voor?)zoon. |
| - De 17-jarige Maria Anna Lindhaus
(dossier 153 op deze site) mag na 8 jaar
Veenhuizen naar een
kinderloos echtpaar van landbouwers en turfwerkers in de gemeente
Hardenberg. |
| - Hendrik Lodewijk is een bij Akke
Beezem weduwe Jacobs ingedeelde wees uit de Beemster, zie Wilhelminaoord
hoeve 49. Maar het duurt niet zo heel lang |
| - Jan Lodewijk
(40) en Femigje Jans Koopman
(42) arriveren 1820 vanuit Hoogeveen en komen op Willemsoord hoeve 36 |
| - Jan Lodewijks lijkr qua naam sterk
op bovenstaande kolonist maar is een wees uit Hoogeveen die ook juni
1820 aankomt, Willemsoord
hoeve 34 |
| - Kolonistengeslacht (XI-d & XII-g op die pagina) Loenen |
| - Cornelis Reijert van Loenen is een voorkind van de weduwe Reinoudje Bakker, met wie hij juli 1822 uit Texel komt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 81 |
| - Gijsbert Cornelis Loers wordt in de
kolonie geplaatst door de Regenten der gecombineerde Weeshuizen te
Zaltbommel, Willemsoord
hoeve 80 |
| - Vanaf de invoering van de
functie wijkmeester (september 1821) bekleedt Hendrik Loggel uit
Harderwijk die positie, zie woning 60bis in
Willemsoord. (onderaan die pagina). |
| - De weduwnaar Loggies (of: Hendrik
Arents Metselaar) komt juni 1820 met
drie eigen kinderen en drie wezen uit Hoogeveen en woont korte tijd Willemsoord hoeve 34 |
| - Neeltje Looijers is de voordochter
van Neeltje Boendermaker, de echtgenote van de Alkmaarse kolonist Jacob
Mollevanger, die begint op Frederiksoord-2 hoeve 13. |
| - Frans Lo(o)meier is ingedeelde bij
de familie Weender, zie
het file van dat proefkolonistengezin. Hij huwt een dochter van de
Goudse proefkoloniste weduwe Vergeer.. |
| - Jean-Baptiste Loubriat is de naam
van het onechte kind van huisverzorgster Thérèse Olijve
uit Vlissingen, zie
dit verhaal |
| - Voormalig stadszakkendrager (wat een vak!!) Johannes van der Lugt wordt in 1821 met zijn gezin vanuit Vlaardingen geplaatst, zie hoeve nummerr 13 |
| - Jacob van Luijpen heeft een
eigen file op de
site, want hij behoort tot de eerste
opvolgers. Hij kwam uit Maassluis voor de van de kolonie weggestuurde familie Breukel. |
| - 'Hendrik Jan Lutgering met deszelfs
huisvrouw Wilhelmina Nijboer'
worden 30 juni 1820 door heel
Zwolle uitgezwaaid, op weg naar Willemsoord, hoeve 76. |
| - Zacharias Lutkenhaus en Elisabeth Kerkhoff komen juni 1820
uit De Rijp en verblijven, tót hun verbanning naar de
strafkolonie, op Willemsoord
hoeve 29 |
| - Nicolaas Annes Maatje, die ook voor komt als Likle Annes Maatje, aankomst 1820, Kloosterburen, arrondissement Appingedam, zie de pagina Appingedam |
| - Willem Machgielsen is een uit
Amsterdam komende weduwnaar die in 1836 aankomt en eventjes genoemd
wordt bij hoeve 54 van Wilhelminaoord |
| - Johannes Magchielse komt juli 1821 uit Zaandam als ingedeelde bij Van der Werf, deserteert na één maand en wordt teruggebracht, zie Wilhelminaoord hoeve 53 |
| - Zijn vertrek wordt genoemd in
een krantenberichtje
uit 1820, de Schiedammer Frans Mandos.
Meer informatie staat in en onder dit verhaaltje. |
| - Kolonistengeslacht (en niet zo klein ook!!) Marinus uit Groningen |
| - Jacobus van der Mark is een juli
1821 aangekomen wees- of armenkind uit Leiden, ondergebracht Willemsoord hoeve 97 |
| - Berend van Marle en echtgenote Berendje Gervelink komen mei 1821
als opvolger- juisverzorgers op hoeve nummer 6 in Willemsoord |
| - Pieter Matena loopt al tegen de 60
als hij met echtgenote Pieternella Mouthaan plus zes kinderen op 8 juni
1820 te Willemsoord arriveert, zie hoeve 79 |
| - Jan Janse Meij komt juni 1820 vanuit
Monnickendam in Frederiksoord-2, zie hoeve 16, verdwijnt
vijf jaar later naar de strafkolonie, maar keert terug en de volgende
twee generaties worden ook kolonist. |
| - Een van de bedelaars die na
aankomst in de Ommerschans niet lang meer leven: Gerrit Meijer, nr. 873, aankomst
24-06-1830, overlijden 24-08-1830. |
| - Hendrik Meijer is een van de
Monnickendamse weeskinderen die vanaf juni 1820 worden ingedeeld bij
huisverzorger Ebert op hoeve 5 van Willemsoord |
| - Johannes Beerends Meijer komt vanuit
Harlingen en betrekt juni 1820 hoeve nr 21 in
Frederiksoord-2 |
| - Pieternella van Meppelen, Heiltje van Meppelen, Christiaan van Meppelen, Hermina van Meppelen en Johanna van Meppelen wonen 3 jaar Willemsoord hoeve 49 |
| - De fuselier J. M. Mildners behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - Kolonist Jan Minkman
arriveert in 1831 vanuit het arrondissement Arnhem. Hij doet het goed
en wordt vrijboer, al komt hij wel een keer voor de tuchtraad, zie hier. |
| - Willem Gerritsen Moen komt juli 1821
uit Nieuwendam, wat valt onder het arrondissement Monnickendam, komt in
Wilhelminaoord (zie hoeve 50) en doet een
vluchtpoging. |
| - De Hoogeveense wees Gerrit Molen behoort tot de eersten
die na een periode in de strafkolonie weer worden vrijgelaten, en wordt
dan ook genoemd in dit verhaal. |
| - Jacob Mollevanger komt mei 1821 uit
Alkmaar en vestigt zich op hoeve nummer 13 van
Frederiksoord-2. |
| - Pieter Frederik Monfels komt juli
1821 vanuit Leiden en wordt als ingedeelde geplaatst op Willemsoord hoeve 83 |
| - Pieter Mommers komt op 1 augustus 1821 met echtgenote en zoon uit Rotterdam en ze worden - waarschijnlijk de tweede - bewonerss van Wilhelminaoord hoeve 58 |
| - Albert Jacob Mooij is in 1821 de eerste kolonist uit Oude Pekela, wat valt onder het arrondissement Winschoten, Wilhelminaoord hoeve 40 |
| - Lammert
Mooij is een voorzoon van de weduwe Hendrikje Douwes, met wie
hij juli 1822 uit Texel aankomt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79 |
| - Pieter Mook komt uit Utrecht,
aankomst september 1821, vestiging in Wilhelminaoord hoeve nummer 70 |
| - Voormalig advocaat Johannes Jacobus Montanus, die 1822 als assistent-boekhouder begint, en daarna eventjes kolonist is op Wilhelminaoord hoeve 78 |
| - Kolonist Paulus Morel,
in 1854 door Den Haag gezonden, pikt de veranderingen in 1859 (als de
Staat Veenhuizen overneemt) niet
en roept op de boel dan maar in de brand te steken (zie onderaan die
pagina). Dezelfde Morel staat ook in een andere
genealogie. |
| - Jacobus du Mortier uit Leiden,
kolonist van 1821 tot 1829, hij begint met vrouw en twee kinderen op
hoeve nummer
38 in Wilhelminaoord |
| - Lambertus Muijen komt 1821 met zijn
gezin uit Dordrecht en volgens mij is hij de fout gespelde bewoner van hoeve 1 in
Wilhelminaoord |
| - IJtje Muis, Cornelis Muis, Antje Muis en Grietje Muis zijn kinderen van
Grietje Jongens en moeten met moeders mee naar de strafkolonie, zie bij
hoeve
nummer 12. |
| - Jan Mulder en Wilhelmina Streefland komen juni 1820 uit Kampen en worden geplaatst op hoeve 43 van Willemsoord |
| - Johanna Maria Mulders komt juni 1821
vanuit Dordrecht in de kolonie aan en wordt als ingedeelde
ondergebracht op hoeve
80 van Willemsoord |
| - Willem
en Hendrik de Munter behoren tot de (enorme) lading wezen uit
Dordrecht die juni 1820 aankomen, Willemsoord hoeve nummer 14 |
| - Johannes Nagtegaal is een in 1821
aankomende wees uit Dordrecht, die wordt ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord |
| - De in 1820 aankomende en
roemruchte kinderen Willem
en Marianne der
Nederlanden met hun verdachte herkomst worden elders op de site
beschreven. |
| - Tien jaar na de de dood van
haar man heeft Geertje Neef
uit Krimpen aan de Lek (nr. 7 op die pagina) het zo armoedig dat ze in
1831 als bestedelinge in de kolonie komt, achtereenvolgens in huis bij Hopman, Dijkshoorn en
proefkolonist Lucassen
voor ze na 4 jaar terugkeert. |
| - Jacobus de Nekker (44) en Maria van Krugten (48) uit
Sleeuwijk,
met vier kinderen. Aankomst 23 juni 1820. Willemsoord hoeve 16 |
| - In 1821 gezonden door
Dordrecht, komen kolonist Johan
Hendrik Nienkemper en opvolger-zoon Gerrit Jan Nienkemper voor
in dit verhaaltje |
| - Eerst woonachtig op de
Gebuurte nr 55 in Leiden, kwam Cornelis
van Nieuwenhoven
juli 1821 in Wilhelminaoord, zie hoeve 37, met
verwijzing naar andere vermeldingen. |
| - Het kolonistengezin van Jannes Hendrik Nieuwenhuis komt 1820 uit Groningen. Zie rond vrijboerschap, een huwelijk, een ziekte, en tenslotte dochter Geesje in dit verhaal. |
| - Adrianus van Nieuwervaart (64) en de
evenoude Johanna Dijsterberge
komen 1820 als huisverzorgers uit Dordrecht, maar niet lang, zie Willemsoord hoeve 14 |
- Bij Cornelia Nobbe maar eens een plaatje
anders wordt de bladzijde zo saai.![]() Haar aankomststaat op 30 april vanuit Amsterdam met vijf kinderen. De twee zoons trouwen kolonistendochters, een meisje De Kruif en een meisje Bakema, zelf hertrouwt ze ook, en hier nog een externe link naar het geslacht Nobbe |
| - Catharina Joh. Nol is weduwe van ene
Ouwerkerk en ze is van
1820 tot en met 1822 huisverzorgster, zie de pagina Amersfoortse ingedeelden |
| - Door het Aalmoezeniershuis te Alkmaar gezonden, arriveren Jan Olie of Olij en echtgenote Aagje Schrama juni 1820 in Frederiksoord-2, zie hoeve nummer 30. |
| - Thérèse Olijve
is een ongehuwde moeder uit Vlissingen, die als huisverzorgster in
Wilhelminaoord wordt geplaatst, maar in problemen raakt en moet
verdwijnen, zie
hier. |
| - Adriaan van Ommen-Boddendijk, soms alleen Adriaan Boddendijk, is in 1821 de eerste kolonist uit Coevorden, Wilhelminaoord hoeve 68 |
| - Albertus en Abraham Onvlee zijn wees- of armenkinderen
uit Leiden, die juli 1821 worde ingedeeld bij respectievelijk hoeve 84 en 88 te
Willemsoord |
| - Jacobus Onvlee kome juli 1823 vanuit
Leiden in Wilhelminaoord en wordt binnen twee jaar bevorderd tot
vrijboer, zie verhaal nr 6 op de
pagina Ommerschans. |
| - Cornelis van Ooijnen arriveert juli
1821 uit Wijk bij Duurstede als (verlate) opvolger van Saris van Rhee.
Hij heeft een eigen file. |
| - Abraham Oostmeier komt 18 oktober
1821 vanuit Amsterdam, zijn vrouw komt later, en wordt ondergebracht op
hoeve
nummer 61 te Wilhelminaoord. |
| - Cornelis van Os heeft een eigen file op de site, want
hij
behoort tot de eerste
opvolgers. Hij kwam uit Tiel voor de van de kolonie weggestuurde
'kapitein van het complot' Hendrik de Vos. |
| - Hendrik van Os behoort tot het groepje door Den Haag geleverde huisverzorgers dat 26 februari 1820 in de kolonie aankomt, daarna Willemsoord hoeve 12. |
| - De familie van Osta, die november 1821 vanuit Bergen op Zoom een hoeve betrekt en na 4 jaar vrijboer bij de Ommerschans wordt. Een zoon trouwt kolonistendochter Fukke, zie hier. |
| - In 1822 komt Harmen Berend Otten,
23 jaar oud, in Willemsoord als onderwijzer op de hoofdschool
Willemsoord; zie
onderwijspagina. |
| - Dirk den Ouden, soms 'van Ouden', vestigt zich 1821 in de kolonie, maar ik kan niet vinden waar precies. Twee zoons worden later ook kolonist, zie onderaan deze pagina. |
| - Johannes van den Oudenalder wordt in
1840 door de Amersfoortse regenten als wees- of armenkind in de vrije
koloniën geplaatst, zie Amersfoortse ingedeelden |
| - Johannes Oudenhoven en echtgenote
behoren tot de grote groep Dordrechters die 10 juni 1821 als eerste
bewoners van Wilhelminaoord arriveren, zie hoeve 22 |
| - Hendrikus en Michel Antonius Overhoff,
ingedeelden uit Bergen op Zoom. Laatstgenoemde wordt, mét link,
vermeld op pagina van proefkolonist
Lucassen. |
| - De schoonzoon van
proefkolonist Bosch, Wouter
Peen, komt in 1820 als huisverzorger uit Harlingen naar
Willemsoord. Zie zijn
bladzijde |
| - Met de tweede grote groep
Dordtenaren op 8 juni 1820 (de eerste lading kwam 4 juni) arriveert ook
Hendrik Peetsold in Willemsoord
(hoeve 55). |
| - Een verhaaltje op de site met een
slachtofferrol voor een dochter van kolonist Hendrik Penning (ook wel Pennink)
uit Schiedam.. |
| - Pieter Jan Pennings arriveert 5 juli
1821, als onderdeel van het contract met Regenten van het
Burgerweeshuis te Middelburg, Wilhelminaoord hoeve 17 |
| - Catharina Perridon zou de bij
huisverzorger Cornelis Reedijk behorende echtgenote zijn maar het is
moeilijk leesbaar, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16 |
| - Hendrik Siemons Piebenga is een van de Harlingse weeskinderen die in de begintijd Willemsoord hoeve 12 bevolken. |
| - Hendrik Pierre en Trijntje Pierre zijn kinderen van
Neeltje de Wijn uit Texel en ze krijgen na hun aankomst in 1821 twee
keer een nieuwe stiefvader, Wilhelminaoord hoeve 63 |
| - Trijntje Pieters is de echtgenote
van Jan Zwiers en fungeert als huisverzorgster voor eerstelingen uit Hoogeveen, hun
eigen kind heet Bouwke Zwiers. |
| - Pieter Pigge komt juli 1821 uit
Zaandam als ingedeelde bij Van der Werf, deserteert na
één maand en wordt teruggebracht, zie Wilhelminaoord hoeve 53 |
| - Van origine 'knoopjesmaker'(!)
komt Jan van
Piggelen
in 1820 met zijn gezin vanuit Utrecht in Wiollemsoord hoeve 52)
terecht. |
| - De weduwe van Pijlen (zie 7g op die pagina) die trouwt met een kolonist |
| - Pieter Pijpers (46) en Yda Demans (56) komen juni 1820 uit Rotterdam en worden geplaatst op hoeve 41 van Willemsoord |
| - Christoffel de Plot arriveert 5 juli 1821, als onderdeel van het contract met Regenten van het Burgerweeshuis te Middelburg, Wilhelminaoord hoeve 17 |
| - Hart Lippes Poelstra komt vanuit
Leeuwarden juli 1821 in Wilhelminaoord hoeve 45,
twee van zijn zoons worden later ook kolonist |
| - Bijzonder verhaal over Gerrit Ponne
die al een drankprobleem had toen hij... cafébaas werd. Ja, dan
beland je wel in Ommerschans en Veenhuizen. Eind 19e eeuw, dus
mét foto. Er staat nog een signalementskaart van een Leendert Ponne in Veenhuizen op
die site. |
| - Jacobus Ponsen (39) en Elisabeth van der Linden (35) komen met de tweede massa-lading (8 juni 1820) uit Dordrecht, Willemsoord hoeve 66 |
| - Meindert van der Poort is de eerste
(maar er zullen er meer volgen) kolonist uit Dokkum. Zie zijn aankomst in
Frederiksoord-2 |
| - Frederik Postma komt 1831 uit
Leeuwarden in Willemsoord, daarna worden meer Postma's kolonist. Op de
site alleen in een kleine anecdote bij Willemsoord hoeve 3 |
| - Abraham Prins en Hester de Jel komen uit Schiedam en wonen anderhalf jaar in Willemsoord (zie hoeve 92) voor ze naar de strafkolonie vliegen. |
| - Adrianus Prins is juni 1820 een van de kinderen die door het Algemeen Armbestuur te Rotterdam zijn ingedeeld op hoeve 69 te Willemsoord |
| - Jacobus Pronk is een bij Akke Beezem weduwe Jacobs ingedeelde wees uit de Beemster, zie Wilhelminaoord hoeve 49. Maar het duurt niet zo heel lang |
| - Scheveningse vissers worden kolonist, artikel op de site van historische vereniging 't Fledder Kerspel over Leendert Pronk en Simon Pronk |
| - In 1821 een van de eerste
bewoners van Wilhelminaoord, zie hoeve nr 21 met
verwijzingen naar elders op de site en zie boek blz 336), Anthonij van Puffelen uit Oudewater. |
| - Hendrik Christiaan Puper, ook wel
voorkomend als Pijper of Pieper, komt 1820 vanuit Bourtange
(arrondissement Appingedam) in Frederiksoord-2, zie hoeve 54. |
| - Barend van Putten en echtgenote Margje van der Weg uit Kampen
behoren juni 1820 tot de eerste bewoners van Willemsoord, zie aldaar hoeve nr 3 |
| - Simon en Johannes van Putten zijn twee
Utrechtse wezen, aankomst 7 april 1822, huisvesting Willemsoord hoeve 35 |
| - Daniel Raadman is een van de wezen
die op contract met Burgemeesteren van Dordrecht juni 1820 in de
kolonie komt, Willemsoord
hoeve 84 |
| - Johannes Radix is veteraan, later veldwachter op de Ommerschans. Gegevens staan in de genealogie van Jan Radix en de belevenissen van het gezin zijn er ook in verhaalvorm. |
| - Op basis van een contract van
het Hervormd Armbestuur te Steenwijk komt Jan Ragius (zie hoeve 57) in 1820 in
Willemsoord om op Steenwijkse wezen te passen. |
| - Simon Ran is een 16-jarige ingedeelde uit Texel met volgens de directie 'aan beide beenen beeneters en groene wonden', zie de Texelse pagina. |
| - Bij mijn weten de enige
koloniebewoner uit Zuid-Sleen, Jacobus
Ras, begint als wijkmeester in Willemsoord, hoeve 60bis. |
| - Elizabeth
Raukema is de door Tymen van de Werf - zie Wilhelminaoord hoeve 53
- te Veenhuizen opgeduikelde tweede echtgenote die later op de kolonie
komt |
| - Cornelis Reedijk wordt io aandringen
van Johannes van den Bosch geplaatst in Wilhelminaoord om het tekort
aan huisverzorgers op te vangen, zie hoeve 16 |
| - A. Reichart (geen voornaam bekend) komt 11
maart 1820 als onderopziener in Frederiksoord-2, maar is al vlot
spoorloos uit de boeken verdwenen. |
| - Op zijn dringend verzoek
krijgt Johan Paulus Reichenbach
per 1819 een functie in de kolonie en trekt hij vanuit Geertruidenberg
naar Frederiksoord-2, zie hier. |
| - Maria Wilhelmina Reling komt samen
met haar moeder Maria Reling
in 1837 uit Deventer, trouwt een kolonistenzoon en verbruit het
helemaal, zie
hoeve nr 13. |
| - Een employée waar de koloniedirectie hoogst tevreden over is, Cornelis Wilhelmus Rensing uit Zwolle.In 1823 boekhouder, in 1832, als dit verhaaltje speelt, onderdirecteur Ommerschans.. |
| - Carel Christoffel Richter komt 1846
uit Haarlem in Frederiksoord, maar overlijdt na vijf maanden. Het
hertrouwen van zijn weduwe wordt hier en hier genoemd. |
| - De 27-jarige Jeltje Klazen Riemersma
komt in 1831 als bestedelinge in de kolonie en maakt daar het nodige
mee. Onderaan dit verhaaltje de internetverwijzing. |
| - Hermanus Rietberg komt 1825 met zijn
gezin uit Kampen, wordt even genoemd op deze pagina, maar diverse
huwelijksverbindingen met andere kolonisten moet ik nog opnemen |
| - Ommerschansbewoner, daarna naar Veenhuizen, Rietvoort |
| - Florian Rigter is een wees uit
Rotterdam die juni 1820 aankomt en wordt ingedeeld bij Schiedammers, hoeve 91 te
Willemsoord |
| - De kanonnier H de Rijke behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - Arie Roesteen
komt in 1821 uit Oudewater, is elf jaar als hij aankomt en speelt een
rol in een verhaaltje dat is te bereiken via Wilhelminaoord hoeve nummer 14 |
| - Egbert van Roijen komt als kolonist
in 1929 uit Amsterdam en werkt blijkbaar in de smederij want hij komt
even voor in een verhaaltje onderaan deze pagina |
| - Geertruij Romijn de weduwe Bartol hoort bij de
tweede massa-lading uit Dordrecht (8 juni 1820), Willemsoord hoeve 56 |
| - De bij aankomst - tegelijk met twee zusjes - in 1833 twaalfjarige Antonij de Ronde uit Schiedam werkt zich in de kolonie op van bestedeling tot kolonist, zie hier |
| - Jan Klaazes Rootje is een van de Harlingse weeskinderen die in de begintijd Willemsoord hoeve 12 bevolken. |
| - Hette Ros is een wees uit Leeuwarden die mét motivatie particulier besteed wordt in de kolonie, zie dit verhaal. |
| - Grietje van Rozendaal behoort tot de eerste zes kinderen die augustus 1820 uit Amersfoort komen, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Wilhelmus en Johanna Rozendaal komen als
Amersfoortse wees- of armenkinderen 1855 in de kolonie, zie Amersfoortse ingedeelden |
| - Johannes van Rozendaal is een van de drie jongens die december 1821 door Amersfoort bij een gezin gevoegd worden, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Julia Maria Rubaij is de nog zeer
jonge weduwe van Jan Hendrik Wakker en via bemiddeling van een oom van
laatstgenoemde geplaatst in Wilhelminaoord hoeve 55 |
| - Dirk Minnes de Ruiter (géén
familie van de gelijknamige proefkolonist) woonde altijd al in de
omgeving voor hij kolonist te Frederiksoord werd. |
| - Kolonist Pieter Hansen Rusch komt in 1833 vanuit Amsterdam naar Willemsoord, diverse nazaten worden ook kolonist, zie bij de kolonie-dynastieën. |
| - Maria van Salm verliest kort na
aankomst (Wilhelminaoord
hoeve 30) haar echtgenoot, maar huwt vervolgens een kolonistenzoon. |
| - Adrianus van Schaick uit Amsterdam,
aankomst 1820, komt in het boek even langs (niet bij naam) als
ontslagen huisverzorger, Willemsoord hoeve 19 |
| - Nicolaas Scheffers, gehuwd met
Johanna Evaars, komt uit Bergen op Zoom. Aankomst 1821 en vrijboer te
Willemsoord volgens het vrijboerenreglement 1830. |
| - Hendrik Adrianus Schepman komt op
zijn 25ste via ene Welborn Schepman (vast familie) in de kolonie en
veroorzaakt diverse problemen, oa op hoeve 1 te Wilhelminaoord. |
| - De halfwees Hendrik van Schie en de wees Adam van Schie (géén
familie van elkaar) behoren in 1820 tot de eerste drie bannelingen in
de strafkolonie, zie dit verhaal |
| - De korporaal J. Schipper behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - Johan Andries Schmidt komt in 1821
vanuit Den Haag in de kolonie na persoonlijk contact met Paulus van
Hemert, zie
Willemsoord hoeve 68 |
| - Michael Schnell
is in 1820 een van de eerste wijkmeesters in de kolonie; drankmisbruik
en huiselijk geweld leiden 1828 tot ontslag, een dochter staat op genealogie Van der Blom |
| - Johan F.A. Schnoor, aankomst 1830
uit Amsterdam, wordt alleen heel eventjes genoemd in de tekst bij hoeve
35 op de
pagina Wilhelminaoord |
| - Bedelaar-kolonist Hendericus Schoenmaker die rond 1855 verbleef op zaal 10 van de Ommerschans |
| - Bernardus Scholten arriveert juni
1821 vanuit Zaltbommel en wordt geplaatst op hoeve nummer `51 van
Wilhelminaoord |
| -
Gerrit Scholtens, herkomst Groningen, aankomst 1830. Zijn
dochter zal trouwen met Willem der Nederlanden, zie de pagina Nederlander |
| - David Schouten is een ingedeelde uit
(volgens mij) Texel, aankomst 1824, die huwt met een op de kolonie
wonende Texelse weduwe, zie Wilhelminaoord hoeve 82 |
| - Kolonist Schouten |
| - Uit het archief armenzaken van
Ambt Hardenberg: de verweesde Maria Schröder (dossier 214
op de bladzij) wordt in Zwolle opgepakt en naar het bedelaarsgesticht
gezonden. |
| - Anna Maria Schuurman komt in 1821 als ingedeelde uit Harlingen en speelt een rol in een verhaaltje elders op de site |
| - Doeke Schuurman komt in augustus 1820 uit Dokkum als ingedeelde bij de weduwe Karper op hoeve 81 te Willemsoord |
| - Een van de eerste vier
onderofficieren die toezicht op kolonisten houden, en daarom krijgt Ignatius Seil nog een eigen
file.maar voorlopig wordt hij alleen hier genoemd. |
| - Hendrikus
Joseph Sicking, Cornelia
Alijda Sicking en Aleida
Sicking (of Siking) komen gedrieën in 1848 als Amersfoortse ingedeelden
op de kolonie |
| - Jan
Sieuwerts (52) en Jannetje
Boekjes (43) zijn door de schout van De Rijp als huisverzorgers
gezonden, Willemsoord
hoeve 33 |
| - Adrianus Fredericus Simons behoort tot de eerste zes kinderen die augustus 1820 uit Amersfoort komen, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Barend Simons en Sitske Nautha worden vanuit
Noordwolde de kolonie binnengehaald, waarschijnlijk om het
gebrek aan huisverzorgers op te vangen, Willemsoord hoeve 45. |
| - Jan Sirrep is 70 jaar als hij juni
1820 met echtgenote Aaltje
Benken uit Hoogeveen komt om als huisverzorgers te dienen, Willemsoord hoeve 37 |
| - Gerrit Jans Slord komt oktober 1821
met echtgenote en vijf kinderen aan vanuit Enkhuizen en wordt geplaatst
in hoeve nummer 29 van Wilhelminaoord |
| - Gerris Slot komt als kolonist uit
Texel en
arriveert juli 1822. Verder is er helaas weinig bekend, alleen dat hij
woont op Wilhelminaoord,
hoeve nr 83 |
| - Vrouwtje Slot is een ingedeelde bij de weduwe Hendrikje Douwes, met wie zij juli 1822 uit Texel aankomt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79 |
| - Anme
Antoons Smal is een ingedeelde uit Sneek die later kolonist
wordt, hij wordt even genoemd bij Willemsoord hoeve 59 |
| - Kristiaan Smallenbagh is een van de
enorme lading wezen uit Dordrecht die juni 1820 aankomen, Willemsoord hoeve
nummer 14 |
| - Elisabeth Smallenburg, weduwe met
twee zoons, behoort tot de
grote groep Dordrechters die 10 juni 1821 arriveren, zie in en onderaan
de pagina Snijder |
| - De uit Brielle afkomstige Jacob Smient, veldwachter te Veenhuizen van 1826 tot 1839, een van de veteranen die de Maatschappij tegen vergoeding overnam van het ministerie. |
| - De kolonisten Jan Smies
sr en Jan Smies jr komen
voor in een stukje op
de site. Voor andere
'Smiesen' zie de pagina van hun stiefvader, proefkolonist Hubrecht de Ruiter uit Axel. |
| - Huisverzorger Abraham Smit uit Groningen, die in
het huisje van Bosch komt (boek blz. 282),
en met de weduwe Weender
hertrouwt. Zijn aankomst staat hier. |
| - Klaas Smit
komt op 12 september 1821 aan, gelijk met andere Texelse kolonisten. Ik
heb hem opgenomen onderaan de pagina Texelse kolonisten |
| - Huisverzorgers Cornelis Andries Smith en echtgenote
Barrege Pieters Postma
krijgen negen Harlingse kinderen in huis,Willemsoord hoeve 87 |
| - Een van de eerste opvolgers van de proefkolonisten, Hendrik Sneijder uit Den Haag, aankomst maart 1821, komt aan bod in een verhaaltje elders op de site. |
| - Jan Snoek en Neeltje Kleinjan komen juni 1820
vanuit Dordrecht. Er is nog een Snoek op de kolonie maar dat moet ik
nog uitzoeken. Deze woont Willemsoord hoeve 26 |
| - Hendrik Snoek
en Willemina van Erven. Dit is
dus de andere Snoek (zie boven), ook Dordrecht, ook juni 1820, Willemsoord hoeve 53 |
| - Bedelaar-kolonist Peter Jacob van Son
uit Tiel, die op zijn 30ste ook al een half jaar op de Ommerschans had
gezeten, maar na de opname in 1865 na een jaar overlijdt. |
| - Jan Spel, de eerste (en enige?)
kolonist uit het Zuid-Hollandse Montfoort, bewoont te Willemsoord hoeve nummer 13 |
| - Gerrit Spruijt en Trijntje Versloot komen juni 1820 uit Dordrecht en worden geplaatst op hoeve 47 van Willemsoord |
| - Pieter Staal
was bijna proefkolonist geweest, maar komt uiteindelijk pas in 1820 uit
Enkhuizen, oorspronkelijk was de naam Stahl, Willemsoord hoeve 20 |
| - Geertje Starrenberg (43)
is als huisverzorgster uit Vlaardingen gekomen in juli 1820 en voert
die taak uit op hoeve
nummer 80 in Willemsoord |
| - Afkomstig uit de hogere
standen van Dokkum, is Douwe Petrus
van Steenwijk door een
liederlijk leven in de Ommerschans terechtgekomen. Daar praktizeert hij
als arts, zie hier. |
| - Jacomina Johanna Steenhuizen wordt
juli 1821 vermeld als ingedeelde bij Wilhelminaoord hoeve 59.
Verdere gegevens ontbreken. |
| - Johannes Willem Steenhuizen
komt in 1822 uit Amsterdam, na twee jaar vlucht hij vanwege huwelijkse
onenigheid, hij keert terug maar verlaat in 1826 voorgoed de kolonie, zie verhaaltje. |
| - Jan Steenmetz uit Amsterdam overlijdt in
1836 na acht jaar kolonie. Zijn weduwe komt voor op deze pagina. |
| - Vader overlijdt in 1827,
moeder in 1831, en dan gaan drie kindjes Steneker
(zie II-a op die pagina) naar Veenhuizen en... overleven alledrie. Je
vergeet het soms, maar het merendeel komt er toch levend weer uit. |
| - Hendrik Steunenberg arriveert in
1820 als eerste kolonist uit Deventer en krijgt hoeve nummer 6 in
Frederiksoord-2, zie hier. |
| - Geertje Stevens is een wees- of armenkind die juni 1820 door de Provisoren van het Armenweeshuis te Harderwijk is ingedeeld op hoeve 73 van Willemsoord |
| - Johannes van Stijn is een wees- of armenkind uit Haarlem die juli 1821 wordt ingedeeld op hoeve 70 van Willemsoord |
| - Samuel Stoeder behoort tot de Vlissingers die in juli 1821 drie net gebouwde hoeves in het spiksplinternieuwe Wilhelminaoord in gebruik nemen, zie hoeve 19. |
| - Abraham Stokheimer werkt 1827 tot 1830 op de kolonie en is misschien dezelfde Stokheimer als hieronder, daarom wordt hij even genoemd bij hoeve 2 van Willemsoord |
| - J.F. Stokheimer wordt oktober 1821
aangesteld als wijkmeester te Willemsoord, maar de carrière
duurt niet lang, zie hoeve 2 van Willemsoord |
| - Kolonisten Stolmeijer
die na vijftien jaar kolonie (1846-1861) kiezen voor de
textielindustrie in Nijverdal (zoals nogal veel kolonistengezinnen dat
rond die tijd
doen). |
| - Een heel mooi en
gedocumenteerd verhaal hoe de weduwe Storimans na klachten van de
buurt wordt opgepakt en in de Ommerschans belandt. |
| - Pieter Stuiver behoort met zijn
gezin tot het grote contingent Hagenaars in Wilhelminaoord, zie hoeve 41. |
| - Jan Hendrik Suer (of Suer van
Hardenberg) is een zéér kortstondige ingedeelde, wiens
ultrakorte koloniale carrière te lezen is bij huisverzorger
Ebert op Willemsoord
hoeve 5 |
| - Hendrik
Jans Taatgen (47) en Feitje
Dirks de Boer (44) komen juli 1820 vanuit Farnsum,
arrondissement Appingedam, zie verder de pagina Appingedam |
| - Ene Tape of Taape uit Harlingen heeft een
carrière als huisverzorger van slechts enkele dagen; wordt
genoemd bij Willemsoord
hoeve 12 |
| - Gerrit en Catharina Elisabeth Terweij zijn twee Utrechtse wezen, aankomst 7 april 1822, huisvesting Willemsoord hoeve 35 |
| - Huibert Timmermans behoort tot de
eerste groep van 59 Dordtse weeskinderen die 4 juni 1820 aankomen in Willemsoord, hoeve 73 |
| - Een Amsterdammer op de hei,
Thomas Lewis Titsing wordt rond 1840 te
Willemsoord geplaatst en veel van zijn nageslacht blijft daar hangen. |
| -
Trijntje Tjebbes is een van de (vele) weduwen uit Texel, zij
komt aan juli 1822 en wordt gehuisvest in Wilhelminaoord hoeve 81 |
| - Elisabeth van der Tol is een uit Utrecht afkomstige wees die wordt ingedeeld bij de weduwe Karper op hoeve 81 van Willemsoord |
| - Hendrika of Riekje Troost wordt door de Algemene
Armenvoogden Texel in september 1821 meegestuurd met het gezin van
Neeltje de Wijn, zie Wilhelminaoord hoeve 63 |
| - Kolonist Antoon Reinhard Uhl, februari 1820 door Bergen op Zoom geplaatst in Frederiksoord-2, met een zoon als opvolger en een andere die onderwijzer op de kolonie wordt. |
| - Johan Daniel Unverzagt uit Utrecht
wordt later zaalopziener in Veenhuizen, maar begint 1821 als
wijkmeester te Wilemsoord, hoeve nummer 22 |
| - Wilhelmina Vaas weduwe
Pieter de Groot komt in 1822 aan als huisverzorgster uit
Maarssenbroek bij Utrecht, zie Willemsoord hoeve 35 |
| - Pieter van der
Veen en gezin komen gelijk met de familie Lutgering uit Zwolle,
vertrekt 30 juni 1820, en vestigen zich in Willemsoord, hoeve 93. |
| - Symen (of Simon) Veen
is juni 1820 gezonden door de 'subcommissie van weldadigheid Zijp',
arrondissement Alkmaar, en komt in Frederiksoord-2, hoeve nummer 36 |
| - Een wees uit Harlingen, 1821
aangekomen, die ervan wordt verdacht de aan hem verstrekte kleding te
hebben doorverkocht, Uiltje Ebes
Veen, zie
hier. |
| - Rense en Roelof Veenstra zijn voorkinderen
van de echtgenote van Barend Simons, maar worden juni 1820 elders op
Willemsoord ondergebracht, het spoor begint op hoeve 45. |
| - Een huisverzorger uit
Harlingen, Tjerk Pieters Veenstra,
1820 aangekomen in
Willemsoord, waar nu eens géén klachten over zijn, zie hier.. |
| - Abraham Vegters komt juli 1821 met
echtgenote en vijf kinderen vanuit Haarlem naar de kolonie en blijft
daar tot zijn dood zestien jaar later, hoeve 48 Wilhelminaoord |
| - Bartholomeus van der Velde behoort tot de eerste zes kinderen die augustus 1820 uit Amersfoort komen, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Willem van Veldhuizen behoort tot de Amersfoortse wees- of armenkinderen die in 1854 op de kolonie aankomen, zie Amersfoortse ingedeelden |
| - Kolonistengeslacht Veldmeijer (zie op die pagina
vanaf 5e
generatie), waarvan een zoon trouwt met de onechte dochter van
Catharina Smies, voordochter van proefkolonist de Ruiter. |
| - Ruim twintig jaar, van 1839
tot 1860, was Mattheus van der Ven voor de Maatschappij
de winkelier van Willemsoord en bewoonde hij het winkelhuisje daar. |
| - Kolonist Jacobus Venker
uit Alkmaar; een dochter wordt kolonistenvrouw in Willemsoord, een
andere trouwt met een kolonistenzoon uit Texel en verlaat de kolonie. |
| - Johannes Verbeek uit Rotterdam komt als stichter van een uitgebreid kolonie-geslacht (maar dat weet hij dan nog niet) december 1819, verwijzingen onderaan de Rotterdamse pagina |
| - Maartje Verberne is weduwe van ene
Kleberg, zij komt juli 1822 uit Texel met oa het onechte zoontje Maarten Verberne en wordt
gehuisvest Wilhelminaoord
hoeve 82 |
| - Teunis Verboom komt juni 1821 uit
Den Haag en komt terecht op hoeve nummer 23 van
Wilhgelminaoord, daar staan de verwijzingen. |
| - Lambertus Verhagen (28) en Barbera Boudewijns (37), geboren St
Oedenrode, maar juni 1820 geplaatst vanuit het dorpje Schiebroek bij
Rotterdam, Willemsoord
hoeve 67 |
| - Christiaan Verhoeks arriveert 24
juni 1821 te Wilhelminaoord als onderdeel van het contingent uit
Zaltbommel, zie eerste bewoners Wilhelminaoord. |
| - Nicolaas Verhulst en Geertje Geus komen uit Delfshaven,
arrondissement Rotterdam, en wonen vanaf augustus 1820 op Willemsoord hoeve 51 |
| - Barend Vermeulen behoort tot de
eerste zes kinderen die augustus 1820 uit Amersfoort komen, zie de
pagina over Amersfoortse
ingedeelden |
| - Bartholomeus Vermeulen is de eerste
kolonist uit Breda. Het begint goed in 1820, maar eindigt slecht. Hij
staat o.m. bij het overzicht van
eerste bewoners Frederiksoord-2. |
| - Jan Vermeij uit Gouda behoort tot de
eerste opvolgers van proefkolonisten en heeft een (bescheiden) eigen paginaatje. |
| - Coenraad Vernouw of Fernouw behoort tot het
groepje uit Den Haag gekomen huisverzorgers dat 26 februari 1820 in
de kolonie aankomt, zie hier en vandaar
verder. |
| - Jacobus Verra maakt deel uit van het
38 koppen tellende gezelschap uit Leiden dat op 9 of 19 juli 1821
arriveert en in Wilhelminaoord
wordt gehuisvest, zie hoeve 35 |
| - Vanuit de contributie
Amsterdam komt Derk Verschoor maart 1847 in
Frederiksoord. Tegen die tijd wordt er getrouwd met kleinkinderen
van de eerste kolonisten. Zoals een dochter van Verschoor doet met een
van Souverijn en een andere met een van proefkolonist Harmeling. |
| - Kolonist J.H. Versluis uit Amsterdam komt even
voor in een stukje op de site, of beter: zijn dochter Agnes.
Verwijzingen daar moet ik nog maken. |
| - Zelf wordt Willem Versnel op zijn 45ste
veroordeeld tot Veenhuizen, waar hij ook overlijdt, maar dochter
Margaretha en ook zoon Cornelis Versnel
blijven in de gewone maatschappij. |
| - Bartelina Verstraten behoort tot de weeskinderen uit Vlissingen die juli 1821 Wilhelminaoord bevolken, zie dit verhaal. |
| - Gerrit Veth hoort bij de eerste
lading van 59 weeskinderen uit Dordrecht en hij wordt eerst
ondergebracht op hoeve
83 van Willlemsoord |
| - Simon David Vieyra, soms Vieira,
wordt bij aankomst december 1819 gevestigs op hoeve nummer 15 van
Frederiksoord-2. |
| - Jacob Vink (56) en Trijntje Hayes Pruimboom
(53) zijn uit Leeuwarden afkomstige huisverzorgers die vanaf juni 1820
resideren op hoeve
70 van Willemsoord |
| - Petronella Vink is een uit Den Haag afkomstige wees die wordt ingedeeld bij de weduwe Karper op hoeve 81 van Willemsoord |
| - Bastiaan de Visser (30) en Johanna Maria Sigtermans (25) zijn
dus relatief jong als ze in 1820 uit Dordrecht komen, Willemsoord hoeve 84 |
| - Jan Vlaming is een ingedeelde bij de weduwe Hendrikje Douwes, met wie hij juli 1822 uit Texel aankomt en neerstrijkt in Wilhelminaoord hoeve 79 |
| - Hendrik van Vliet begint op hoeve nummer
11 in Frederiksoord-2, met echtgenote Alida Elisabeth Koppelman en een
gestaag uitbreidend kindertal. |
| - Dirk
Vogel behoort juni 1820 tot de tweede grote lading Dordtse
weeskinderen die aankomt in Willemsoord, zie hoeve 74 |
| - Leendert Vogelsang (38), gedetacheerd sergeant uit Brugge, met Anna Magdalena Jans (31) beginnen hun kolonieleven Willemsoord hoeve 97bis (onderaan die pagina) |
| - Barend Vogel(en)zang is eeen
kolonist uit Rotterdam, die november 1821 aankomt in Wilhelminaoord hoeve 33 en
wiens nageslacht aan de halve kolonie parenteert. |
| - Hendrik Bartels de Vos komt 1821 als kolonist via de subcommissie van weldadigheid Steenwijk in Frederiksoord-2, zie hoeve nr 7 |
| - Jacob de Vos is al 23 als Steenwijk
hem als ingedeelde op de kolonie plaatst, het spoor begint bij Willemsoord hoeve 99 |
| - Hij schijnt K. Vosch te heten en tot de eerste Hoogeveeners in de
kolonie te behoren, maar hij loopt zo snel weg dat verder niets
bekend is. |
| - Een weesmeisje uit Tholen,
waarvan een
brief op de site staat, maar waarvan verder helemaal niets
bekend is: Frederika Margrieta Voster. |
| - Willem Vrieling en echtgenote Klaartje Hartwijk komen juni 1820 uit Monnickendam. Later is het meestal Vreeling, zie Willemsoord hoeve 10 |
| - Allevijf de kinderen die in
1823 met Cornelis de Vries uit
Purmerend komen, worden ook kolonist. Er volgt meer, nu alleen even
genoemd bij Wilhelminaoord
hoeve 45 |
| - Doede Klaaszn de Vries
(op die pagina generatie IV nr. 8) kwam vanuit Medemblik in 1826 als
laagingeschaald arbeidershuisgezin in Veenhuizen, maar werd al na twee
jaar bevorderd tot gewoon kolonist in Willemsoord. |
| - Jacobus de Vries en Susanna Nieuwendorp komen juni 1820 uit Dordrecht en worden geplaatst op hoeve 48 van Willemsoord |
| - Vanuit Meppel rond 1855
geplaatst in Willemsoord Jan Takes de Vries.
Twee dochters en één zoon trouwen met nakomelingen van
Vreeling uit Monnickendam die als sinds juni 1820 op de kolonie woont. |
| / Jelle Wessels de Vries komt
inderdaad uit ´Vriesland´, om precies te zijn Leeuwarden en
vestigt zich 1821 op hoeve 34 te Wilhelminaoord. |
| - De uit Breda gekomen Stephanus Vrijhoef
(zie zijn
aankomst) is de eerste onderofficier in
Frederiksoord-2, maar zal overlijden als in 1822 de besmettelijke
ziekte over de kolonie waart. |
| - De 1819 uit Heerenveen gezonden Jacobus de Vroeg komt in Frederiksoord-2, zie hoeve nr 27, maar zal anderhalf jaar later in de scheepssloot verdrinken (boek blz 288) |
| - Arend Louws van
der Waard uit Kampen is bijna zestig als hij in 1820 kolonist te
Willemsoord wordt, zie
bij hoeve 32. En dan is hij nog
lang niet de oudste. |
| - Pieter Wagenmaker en Trijtje Ratman waren bijna
proefkolonist geweest, maar komen uiteindelijk pas in 1820 uit
Enkhuizen, Willemsoord
hoeve 18 |
| - Anna Frederika Wakker, Elisabeth Josefina
Wakker en Julia Maria Wakker
zijn de kinderen van Julia Rubaij van Wilhelminaoord hoeve nummer 55 |
| - Violetta Walbloem behoort tot de eerste zes kinderen die augustus 1820 uit Amersfoort komen, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Jacob Walbroek (44) en Kornelia Halo (ofzoiets, 48) komen
juni 1820 uit Rotterdam en wonen hoeve 90 in Willemsoord |
| - Izak van der Walle en gezin komen
uit Leiden en beginnen 1825 als arbeidershuisgezin in Veenhuizen en
worden daarna kolonist, zie onderaan de pagina over Leidse kolonisten. |
| - Maarten
Walle is vermoedelijk een wees uit Leiden, maar moet nog verder
uitgezocht. Hij komt voor bij Willemsoord hoeve 35 |
| - Over adjunct-directeur van Wardenburg die na zijn ontslag werd beschuldigd van het schrijven van een kritisch pamflet over de Maatschappij (rond 1827). |
| - De in 1820 via de
Stadsarmenkamer Schiedam in Willemsoord aangekomen kolonistenfamilie
van Jan Wardenier
wordt bij de
pagina Nederlanden behandeld. |
| -Theunis,
Klaas en Elisabeth van Waveren worden juni
1820 als Monnickendamse wezen ingedeeld op hoeve nummer 11 van Willemsoord. |
| - Anna Wederer verliest juli 1822 op de reis van Amsterdam naar de kolonie haar echtgenoot, maar vindt later een nieuwe, zie Wilhelminaoord hoeve 68 |
| - Jacoba Wels behoort tot de eerste zes kinderen die augustus 1820 uit Amersfoort komen, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Arie van Welsum en gezin behoren tot
de vele Dordrechters die op grond van een mega-contract juni 1820 naar
Willemsoord komen, zie
hoeve 59. |
| - Johannes
Wentelman (36) en Jozina Ceraal
(42) komen maart 1821 uit Den Haag en worden bij afwezigheid van eigen
kinderen huisverzorgers, Willemsoord hoeve 30 |
| - Adam Werf (32) en echtgenote Judina Geertrui over de Linde (29)
komen uit Enkhuizen, Adam houdt wel van een geintje, Willemsoord hoeve 21 |
| - Tymen van de Werf komt uit
Zaandam op 19 juli 1821 en vestigt zich in Wilhelminaoord op hoeve 53,
maar verdwijnt al na anderhalf jaar naar de strafkolonie. |
| - Twee jongens Westerweel van 10 en 15 die een half jaar na de dood van hun ouders in 1829 als wezen in Veenhuizen komen en na respectievelijk 1/2 en 1 jaar overlijden |
| - Franciskus Johannis Baptist Westhoff
komt
oktober 1821 uit Amsterdam als weduwnaar met vijf kinderen, komt in Wilhelminaoord
hoeve 62 |
| - Hendrik Wetsteen is een van de eind
1820 tijdelijk op de kolonie ondergebrachte Delftse jongeren en wordt
dan ook in dat
verhaaltje even
genoemd. |
| - De eerste Belgische kolonist is Gabriel Wibier die in 1823 uit Mons komt en al snel tot vrijboer wordt bevorderd. Volgt meer maar even ondergebracht onderaan deze pagina. |
| - Een van de personen die uit
Steenwijkerwold zijn gehaald, Rudolf
Widmar, om als wijkmeester in Willemsoord te fungeren. In zijn
geval duurt het niet lang, hoeve 97bis. |
| - Michiel Wiebes en Anna Marg. Horning komen juni 1820 uit Rotterdam en worden geplaatst op hoeve 42 van Willemsoord |
| - Anna Sophia van Wijk, ingedeelde uit
Alkmaar, gekomen in de plaats van Sijtje Verdwaald (boek blz 248),
eventjes genoemd op de
pagina Van Ooijen |
| - De kanonnier A. van Wijk behoort tot de eerste veteranen die november 1828 als veldwachters bij het bedelaarsgesticht Ommerschans worden aangesteld, zie deze pagina |
| - Eerst wijkmeester, later
onderdirecteur van Ommerschans Buiten Alle
Jans Wijkstra, of soms: Alle Jans, speelt
een rol in het
Blatter-verhaal. Daaronder staat meer info over hem. |
| - Salomon David Wijl arriveert 3
december 1819 als (grifgeschat) vijfde inwoner van Frederiksoord-2, zie
zijn
aankomst hier. |
| - Neeltje de Wijn staat op de kolonie
eerst bekend als de weduwe Pierre en later de weduwe Westhoff. uit
Texel, aankomst september 1821, Wilhelminaoord hoeve 63 |
| - Jan van Wijnen en Sara Coenraads komen juni 1820 uit Dordrecht en worden geplaatst op hoeve 50 van Willemsoord |
| - Simon Wijshoven komt met vrouw en
vijf kinderen naar de kolonie in 1828 en daarom zijn enkele gegevens
van zijn reis bewaard gebleven, zie bij de transportkosten. |
| - Jan de Willigen
(41) en Geertrui van der Hout
(37) arriveren 3 juli 1820 uit Vlaardingen en settelen zich op hoeve 77 van
Willemsoord |
| - Trijntje van Willigen is een wees- of armenkind uit Vlaardingen die juli 1820 aankomst en in huis komt bij Geertje Starrenberg, Willemsoord hoeve nummer 80 |
| - Hartman Wils behoort tot de Enkhuizense wezen die in 1821 worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16 |
| - Pieter van der Windt is een wees- of armenkind uit Vlaardingen die juli 1820 aankomst en in huis komt bij Geertje Starrenberg, Willemsoord hoeve nummer 80 |
| - Willem Winkelhuis
komt in 1821 uit Amsterdam. Zijn zoon is 'buiten zinnen',
een weduwe geworden dochter komt het gezin versterken. Ze spelen een
rolletje in verhaal De
Ronde. |
| - Klaasje Winters is de in het boek
(blz 103-104) genoemde
ingedeelde die de groenten stelselmatig ongekookt krijgt, ze keert
later terug, Willemsoord
hoeve 57 |
| - De eerste kolonist uit Zutphen, Petrus (Josephus) Wolfs, ook wel Wolf, Wolff en De Wolf, komt in 1820 in Willemsoord. Rn al snel in de strafkolonie, zie dit verhaal |
| - Albertus Pieter Wolvendijk behoort tot de Enkhuizense wezen die in 1821 worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Reedijk, zie Wilhelminaoord hoeve nummer 16 |
| - Hendrik Wulfling komt met echtgenote
Adriana Verkaart en 4
kinderen in 1839 aan; een dochter wordt genoemd bij hoeve 76 van Willemsoord |
| - Arie van der Wulp komt met de eerste
grote groep juni 1820 uit Dordrecht en vestigt zich in Willemsoord, zie hoeve 82. |
| - Hendrik Johannes van der Wulp komt
juni 1821 uit Dordrecht en wordt geplaatst op hoeve 40 van
Frederiksoord-2. |
| - IJde Jans Ydema is een door de
subcommissie Harlingen gezonden huisverzorger die juni 1820 terechtkomt
in Frederiksoord-2, hoeve 19 |
| - Matthijs Zandwijk uit Oudewater,
aankomst 1821, behoort tot de ingedeelden die het tot kolonist brengen,
zie hoeve
nummer 12 van Wilhelminaoord. |
| - Anthonie Zeeuws (63) en Kornelia Johanna Rase (62) zijn door
Rotterdam geselecteerd om vanaf juni 1820 als huisverzorgers te
fungeren, Willemsoord
hoeve 28 |
| - Hendrik Zevenbergen (40)
en Margaretha Raayen (39) uit
Harderwijk,
aankomst 28 juni 1820, woning hoeve 71 te Willemsoord |
| - Hendrik Hendriks Zeylmaker komt
juni 1820 vanuit Harlingen naar kolonie Frederiksoord-2, hoeve 42 |
| - Albert Kier van Zijl is een wees- of armenkind dat in 1834 door Amersfoort in de kolonie wordt geplaatst, zie de pagina over Amersfoortse ingedeelden |
| - Februari 1820 reist het gezin
van Lodewijk Zorn vanuit
Utrecht naar Frederiksoord-2, de uitbreiding van de proefkolonie, zie hier. |
| - Barbara
Johanna Zwaag komt 1820 als ingedeelde uit Dordrecht en wordt
ondergebracht op hoeve
82 van Willemsoord |
| - Jan Zwaan en echtgenote Marijtje Kramer komen 8
juni 1820 uit De Rijp, Jan Zwaan overlijdt snel maar de weduwe blijft
wonen Willemsoord
hoeve 62 |
| - Een stukje op de site
beschrijft het relletje over de dood van de in 1820 in Willemsoord
aangekomen kolonist Roelof Zwaan
uit Bovenkarspel. |
| - Johannes Zwak, Jehilla Zwak, Jan Zwak en Janneke Zwak uit Gorinchem komen
juni 1820 aan en wonen met hun moeder Willemsoord hoeve 44 |
| - Willem en Adrianus Zwang zijn twee wezen uit Dordrecht
die worden ondergebracht bij een Hoogeveense huisverzorger, Willemsoord hoeve 37 |
| - Albert Zwier arriveert 1821 vanuit
Enkhuizen. Het geslacht begint in Wilhelminaoord hoeve 32,
maar dankzij de trouwzucht van de zoons komen er steeds meer hoeves bij. |
| - Jan Zwiers komt juni 1820 met de
rest van de Hoogeveense afvaardiging en na enig speurwerk blijkt hij
zich te hebben gevestigd op hoeve nr 1 van Willemsoord. |