Naar het overzicht
van de maandbladen



Aantekeningen bij het maandblad de Star in 1824

Het hele jaar door wordt er melding gemaakt van de vorderingen in Veenhuizen. In het eerste gesticht wonen al wat 'arbeidershuisgezinnen' en arriveren vanaf februari de eerste weeskinderen. Tegelijkertijd bouwt aannemer Harmen Jannes Wind daar de gestichten Veenhuizen-2 en Veenhuizen-3.

In het juli-nummer wederom (net als in 1822) een bezoek van prins Frederik, dis nu ook de nieuwe koloniŽn Ommerschans en Veenhuizen bezichtigt. In het augustus-nummer is het jaarlijks verslag met de bijlagen. In het september-nummer de uitreiking van medailles: 'bij velen waren zachte tranen de tolken van het getroffen hart'.

De Star, het nummer van JANUARI 1824

pagina 1 Over den landbouw. (overgenomen uit de Discours sur les sujets les plus importants ŗ la prospťritť des Sociťtťs politiques. Tome II)

pagina 21 Stalvoedering (Medegedeeld door S.H.W.)

pagina 28 Gevangenisarbeid (Uit The Inquirer van 28 april 1822)

pagina 33 Overzigt van den staat des nationalen landbouws (Ontleend uit het Veertiende Stuk der uittreksels uit berigten van Leden Korrespondenten en Departementen der Nederlandsche Huishoudelijke Maatschappij, bij rapport eener Kommissie, uitgebragt ter Algemeene Vergadering, in junij 1822)

pagina 47 Uittreksel uit een Rekwest en inlichtende Memorie, namens een aanzienlijk aantal voorname landbouwers in de provincie Groningen, ter erlanging van een tijdelijk verbod en voortdurend bezwaar op den invoer van granen en peulvruchten, aan Z.M. den Koning der Nederlanden in den maand dec. 1823 ingediend. Te Groningen, bij h. eekhoff hz., 1823

pagina 60 Nijverheid en werkeloosheid (Een gesprek tusschen eene werkbij en een hommel)

pagina 64 Kolonieberichten (januari):
Melding van de gift van 300 bijbels, 333 gezangboeken en 1000 exemplaren van het vraagboekje Gods openbaring aan den mensch. Alle giften werden bij P.J. Ameshoff ingeleverd en door hem verder verzorgd.
Dominee Halberts≠ma uit Deventer heeft bij de feestelijke onthulling van het borstbeeld van de dichter Gijbert Jacobs Japikx in de Martinikerk in Bolsward verkocht Hollandsche en Boerenvriesche dichtstukjes, ten voordee≠le van de Kommis≠sie van Weldadigheid. De opbrengst was É137,80.

Volgens het maandelijksch berigt van den Heer Direkteur der koloniŽn, waren er in deze maand nog eenige zieken. De vrouw van den kolonist Nieuwen≠huis, in kolonie No 1, B. Simons en de vrouw van Verbruggen, in No 3 zijn niet buiten gevaar; de overige zieken zijn in mindere graden.

In deze maand zijn geboren:
in kolonie No.1 en 2...1
in kolonie No.3...........1
in kolonie No.4...........4
de Ommerschans......1  
te zamen................... 7 kinderen

En overleden:
in kolonie No. 1, 2 is de huisvrouw van Olij
bevallen van een' doden zoon..1
in kolonie No. 3: G. Spruijt........1
de huisvrouw van S. Nink.........1
de huisvrouw van H. Teunis......1
en Weggertje Loggens..............1
in kolonie No. 4, het dochtertje
van den spinbaas ten broek.......1
in de Ommerschans, (No. 5) B.B. Manus,
M. le Cloud en B. de Groot........3   
te zamen................................... 9 personen

Bij het genot van al het noodige, zijn de kolonisten over het geheel te vrede met hunnen stand, en beantwoorden aan dit voorregt door een aanhoudend goed gedrag. Slechts eenige zeer weinigen hebben zich aan het verboden gebruik van sterken drank schuldig gemaakt.

De scholen worden thans door de kinderen van alle jaren, en zelfs door volwassene jongens en meisjes, vlijtig bezocht. De onderwijzers, welke even ijverig als doelmatig in hunne kring werkzaam zijn, ondervinden de gewenschte vruchten hunner pogingen.
Het godsdienstig onderwijs wordt met levendige belangstelling, welke het gewigt der zaak vordert, door de dienaars der onderscheidene gemeenten en gezindheden aan de kolonisten toege≠diend, en ook hiervan zien wij meer en meer de goede gevolgen onder de bewoners der koloniŽn.

Ten Veenhuizen, waar alles tot den ontvangst van Weezen, zoo wel als van huisgezinnen, gereed is, waren den 20 dezer maand reeds 33 arbeids-familiŽn aangekomen, terwijl er nog van week tot week een aantal andere derwaards worden opgezonden. Ook heeft de Permanente Kommissie reeds de gereedheid van dat etablissement ten ontvangst van 1200 weezen aan het Gouvernement aangekon≠digd.

pagina 70 Brief van Do J.H. HEERSPINK te Vledder, aan den Heer Direkteur der koloniŽn, W. Visser.

De Star, het nummer van FEBRUARI 1824

pagina 73 Over de manufakturen (Uit de Discours sur les sujets les plus importants ŗ la prospťritť des Sociťtťs politiques. Tome II)

pagina 90 Nadere berigten wegens de Maatschappij van Weldadigheid, en den staat der koloniŽn, in de Zuidelijke ProvinciŽn. (vervolg van 1823 pagina 71)

pagina 108 Overzigt der Memorie, den 11 april 1822 door eene Kommissie van Kooplieden der Stad Amsterdam, aan den Koning aangeboden, betreffende den staat der landbouws, en de vrijheid of beperking van den Graanhandel in het Rijk der Nederlanden.

pagina 127 Kolonisatie- en Weldadigheidstelsel in Europa.

pagina 142 Landbouwkundige voorschriften. (Ontleend uit het Journal d'Agriculture, d'ťconomie rurale et des Manufactures du royaume de Pays-bas No 110 decembre 1823)

pagina 142 Gekalkwaterd korenzaad.

pagina 143 Manier van vlas en hennep te braken, zonder eenige weeking (roting) of eenigerlei scheikundige behandeling.

pagina 145 Kolonieberichten (februari):
Hoewel de ziekten, over het algeheel genomen, niet van groot gewigt zijn, en de meeste lijders spoedig genoeg herstellen, blijft echter derzelver aantal, vooral in kolonie No 3 nog al aanmerkelijk, hetgeen veelal aan het afwisse≠lend weder des openen winters schijnt te moeten worden toegeschre≠ven. Van daar dan ook, dat in de afgeloopen maand de sterfte aanmerkelijk grooter was, dan zij anders gewoonlijk is; zijnde overleden:

in kolonie No. 3 Wiggertje Loggius 7 jan. ...1
in kolonie No. 3 Barend Simons 23 jan. .....1
in kolonie No. 4 J. Nevels ...........................1
in kolonie No. 4 A. de Plot ..........................1
in kolonie No. 6 G. van der Hulst ................1
in kolonie No. 6 J.O. Noordberg 4 jan. ........1
in Ommerschans Johannes van Este 6 jan..1
in Ommerschans Elizabeth Jakobs 11 jan. ..1
in Ommerschans Rosalie Gaus 19 jan. .......1
in Ommerschans Bellanite le Grom 20 jan. .1
in Ommerschans J.O. de Bruin 24 jan. .......1
in Ommerschans G. Webbers 24 jan. .........1
te Veenhuizen L. Looijsen 18 jan. ...............1
te Veenhuizen F. van Welle 25 jan. .............1  
te zamen ................................................. 14 personen

Geboren zijn, in kolonie No. 3, ťťn, en in No. 6 ťťn. zamen twee kinderen.

Voortdu≠rend verblijden wij ons in het goed gedrag der kolonisten.

Gedurende deze maand is het overige der gronden voor vlas en aardappelen bestemd, gespit. Thans worden de klaverlanden overmest, hetgeen, daar zulks met kruiwagens geschiedt, wederom meerder werkzaamheid op de eigene hoeven verschaft
Intusschen zijn wij, naar evenredigheid van den tijd, met den gewonen veldarbeid ver gevorderd, en hebben dus steeds een aantal handen disponibel, om in de nieuwe koloniŽn te arbeiden. Behalve te Veenhuizen zijn ook eenige kolonisten tot de voorberei≠dende werkzaamhe≠den voor het opvoedings-instituut te Wateren geŽmploijeerd, Wij hopen aldaar vůůr den zaaitijd gereed te hebben 20 morgens, gelijk aan de Ommerschans en Veenhuizen, ieder 150 ŗ 200 morgens, nieuwe gronden.

Van de eerste 194 uit Amsterdam geannonceerde weezen zijn er nog geene aangekomen; zij worden echter in den loop der maand verwacht. - Den 19 februarij zijn aldaar aangekomen 98 weezen enz. van Wageningen, Thiel, Heemse en Goor.

De Star, het nummer van MAART 1824

pagina 149 Over de bevolking der aarde (een vertaald stuk)

pagina 171 Nadere berigten wegens de Maatschappij van Weldadigheid, en den staat der koloniŽn, in de Zuidelijke ProvinciŽn. (vervolg van pagina 90, onder ander met bezoek van Prins Frederik)

pagina 185 Beknopt uittreksel uit het rapport der staats kommissie, benoemd bij besluit van Z.K.M. van 7 maart 1822, tot onderzoek van den tegenwoordigen toestand van den landbouw, met betrekking tot den prijs der granen enz., overgeleverd den 4 julij 1822 (vervolg)

pagina 201 Iets uit het Groninger Weekblad: de lantaarn, nopens de bedelarij en het verschaffen van werk aan de armen.

pagina 207 Landhuishoudkundige aanmerkingen, nopens de evenrediging der dagloonen aan den beweegba≠ren marktprijs der granen. (medegedeeld door den Heer wds. Hora Siccama)

pagina 216 Geschiedkundige schets van de handels-gemeenschap tusschen Rusland en China, door Niederstetter. (overgenomen uit de Verhandlungen des Vereins zur befŲrderung des Gewerbfleises in Preussen, 1823 Berlin bey dunkcer und humblot)

pagina 223. Kolonieberichten (maart):
Den 10 maart ll. heeft het eerste jaarlijksch ontslag van 29 personen, die zich door braafheid en nijverheid, een jaar lang, onderscheiden, en hierdoor eene overwinst van hunne verdiensten gemaakt hadden, uit het bedelaars-etablis≠sement te Ommerschans plaats gehad, ten gevolge van eene, door Zijne Exc. den Heer Minister van Binnenlandsche Zaken en Waterstaat geappro≠beerde voordragt der Permanente Kommissie, aan welke personen, bij hun vertrek, door elkander, ongeveer É40.00 per hoofd, wegens opgelegde oververdiensten zijn uitbetaald.

Daar er nu en dan door luije en kwaadwillige kolonisten klaagbrieven aan derzelver sub-kommissiŽn of besteders geschreven, en deze soms al te ligt geloofd worden, kan het over en weder niet dan aangenaam zijn, hierachter een afschrift te doen lezen van eenen brief, door een onlangs opgezonden gezin van beteren aanleg aan de sub-kommissie te 's Gravenhage geschre≠ven, waarin hetzelve op de minst-gekunstelde wijze deszelfs geheele vol≠daanheid met zijn lot aan den dag legt. Mogten toch dergelijke voorbeelden alle zwakke gemoederen eindelijk overtuigen, dat niemand, die braaf en arbeidzaam is, in de koloniŽn der Maatschappij geene reden heeft van klagen of onvergenoegdheid!

Het getal der zieken in de vrije koloniŽn is in deze maand reeds zeer vermin≠derd.
Te Ommerschans waren, op het einde der voorgaande maand en in het begin van deze, vele zieken. Thans hebben wij het genoegen te berigten, dat dit getal aanmerkelijk is verminderd. Te Veenhuizen, waar zich thans 500 kolonisten, zoo weezen als huisgezinnen, vereenigd vinden, zijn weinige of geene zieken.

In deze maand zijn geboren:
in kolonie No. 4 ......... 2
in de Ommerschans ...2
te Veenhuizen ............1
zamen 5 kinderen

Terwijl overleden zijn:
in kolonie No. 4 J. van de Watering...1
in de Ommerschans 14 personen:
A.J. ThŲne
M.O. Meijer
J. Withoek
A. Meulenberg
H. Grotegoed
P. de Claire
M. van Mullekom
H. Zangers
K. Veenmans
H. van der Vliet}
C. Meeuwsen
W. Wolters
J.E. Desert
A. Abolius
en te Veenhuizen  J.M. Richard .........1   
te zamen ............................. .......16 personen

Omtrent het gedrag der kolonisten zijn geene klagten, hoe ook genaamd, ingekomen.

De kolonisten, welke tot den gewonen arbeid in die kolonie niet benoodigd zijn, worden tot de voorbereidende werkzaamheden voor het bedelaars-etablisse≠ment te Wateren geŽmploijeerd.

pagina 227 Extrakt uit eene missive van den Heer Med. Dr. schuurman, aan den Heer Direkteur der koloniŽn, wegens den staat der zieken in de Ommer≠schans. Het volledige verslag staat op de Geneeskunde-pagina's.

pagina 229 Brief van een Haagsch kolonist aan de subkommissie dier stad.

Kopie (Letterlijk het orgineel gevolgd)

Wel Edele Heer !
Den Ondergetekende neemt met de meeste Eerbied de vrijheid, om UwE deeze Mefiefe te zenden, teffens wensen wij, dat UwE deeze, benevens UwE Familje in een goede gezondheid mag ter hand koomen. Wat ons en onze kinders betreft, zijn wij door Gods goedheid in eene goede welftand, en hebben het hier in de kolonie heel wel na ons genoegen.
Wij zijn den 17 September 1823 's Avonds 6Ĺ uur In de. kolonie aangekomen, en op order van de Heer BERSMA door eene Bediende aan ons huis gebragt, maar eer wij daar waaren, zoo ware wij al voorzien van brood en beddegoed, en den volgenden dag waaren wij voorzien van al wat ons toekwam, zoodat ik den 22 Scpt. ll, aan het werk ging.. Hetwelke mij niet verdrietig vald, maar lastigh weegens mijne agt blesfuuren.
Dog God fterk en zeegend ons aan alle kanten, hetwelk wij klaarblijkelijk zien kunnen, als wij onze voorige dagen herinneren, want wat de Heere van de Kommisfie betreft, daar zijn Ik van overtuijgd van de braafe behandeling, van mijn Generaal af, tot mijn Onder-direkteur, Ja zelfs tot ons Wjjkmeester toe, zijn alle braafe en beste menfchen voor haar Evenmcnsch, en bijzonder voor Kolonisten, die haar best doen , hetwelke onze pligt is, maar menfchen die te traag zijn om te werken, en haar huis niet in ftand houwden, de zulke worde en moeten nagerede worden.
En langs die weg is het, dat zulke menfchen de Kolonie en onfe braafe Bezorgers der Kolonie Inftallig maken.
Ook zijn zij de voorregten, die zij genieten, niet waard, van braafe lieden, veel minder van het Opperwezen, want zulke zijn de Roede vergeten, waar God haar mede geflagen heeft.
Ook moet ik mijne Heere doen weten, dat ik 13 December ll mijn koebeest hep bekomen, en den dagdaaraan hooij en ftrooij, zoodat ik mijn koetje hadt, maar geen melk, om reden het Beest kalfe moest.
En tot ons geluk en zege kwam het Kalf den 2 Kersdag fnagts te een uur, zoodat ik nu melk, boter en vlees hep.
Nu vraag ik mij zelf, of ik God niet dankbaar moet zijn voor zulke gave; menigmaal denk ik aan de woorden, die UwE mijn gefegt heeft, dat ik moet oppasfen dan zal het ons nog wel gaan;
En ik twijfel ook geenzins, of ik zal door mijne Heere van de Komisfie wel verder geholpe worden, want het valt mijn verdrietig, dat ik door mijne bekoome wonden, die ik voor Koning en Vaderland bekomen hep, niet met mijne Kammeraads kan mede werken.
hetwelk doen Exz.
UwE Gehoorzame Dienaar.
(geleekend) J. DE WAAL, kolonist.
Wilhmina's-Oord
den 16 Januari] 1824.

Zie over Johannes de Waal op deze pagina.

De Star, het nummer van APRIL 1824

pagina 231 Iets over de tegenwoordige ruimte van het geld in Europa, over geldlee≠ningen en reduktiŽn van staatrenten, en over het openbaar krediet in het algemeen. (door Ockerse, deels vertaald uit een ander artikel)

pagina 255 Gedachten over de noodzakelijkheid, om den toestand der negerslaven (in de Britsche koloniŽn en elders) te verbeteren, met een uitzigt op derzelver eindelijke vrijgeving. (Uit The Inquirer vervolg)

pagina 276 Nadere berigten wegens de Maatschappij van Weldadigheid, en den staat der koloniŽn, in de Zuidelijke ProvinciŽn. (vervolg van pagina 171)

pagina 281 Beknopt uittreksel uit het rapport der staats kommissie, benoemd bij besluit van Z.K.M. van 7 maart 1822, tot onderzoek van den tegenwoordi≠gen toestand van den landbouw, met betrekking tot den prijs der granen enz., overgeleverd den 4 julij 1822 (vervolg van pagina 185)

pagina 299 Overzigt van den staat des landbouws, in sommige provinciŽn en distrikten onzes vaderlands, over den jare 1822. (Bij verkorting getrokken uit het Rapport der Kommissie van de Nederlandsche Huishoudelijke Maat≠schappij, ter vergadering van 12 junij 1822, of, Uittreksels uit berigten van leden, korrespondenten en departementen dezer maatschappij; vijftiende stuk.)

pagina 305 Kolonieberichten (april):
In de koloniŽn No 1 en 2 zijn geene zieken van eenig belang, In die van No 3, 4 en 6 zijn, behalve eenig weinige niet gevaarlijke, zeer ziek de dochter van Kuit, de wed. Zwaan, eene ingedeelde bij Langenberg, Elstrodt en de vrouw van Van Agteren.
Voorts heerscht in de kolonie No 6 de kinkhoest, die zich al meer en meer verspreidt; doch dezelve is van geen ergen aard, wijl de daaraan laborende spoedig genezen.
Te Ommerschans is het getal der zieken steeds minder, en te Veenhuizen verheugen wij ons in eene algemeene gezondheid der bewoners van dit etablissement.

In de afgelopene maand zijn geboren:
in kolonie No.1, 2 .... 1
in kolonie No.3 ........ 2
in kolonie No.4 ........ 2
in kolonie No.6 ........ 1
te Veenhuizen ......... 1   
te zamen ............. 7 kinderen

En overleden:
in kolonie No.3 ............. 1
in kolonie No.4 ............. 2
in de Ommerschans .....12
te Veenhuizen .............. 1   
te zamen ............  16 personen

Het gedrag der kolonisten laat, voor het tegenwoordige, niets te wenschen over.

Met het graven der sloot of vaart naar het bedelaars-instituut te Wateren is men reeds ver gevorderd.

Met de twee, onlangs openbaar aanbestede, nieuwe gebouwen te Veenhui≠zen is een begin gemaakt. de sluizen in het kanaal, door de koloniŽn gegra≠ven, zijn voltooid en geopend, waardoor de aanvoer van materialen thans gemakkelijk met groote vaartuigen tot op de plaats zelve kan geschieden.
Gelijk er in alle vrije koloniŽn en te Ommerschans voor het onderwijs der jeugd gezorgd wordt, zoo is ook te Veenhuizen een der zalen van het gebouw tot eene school ingerigt, en het onderwijs begonnen. Een onzer bekwaamste meesters, uit kolonie No 4, derwaarts verplaatst zijnde, hebben wij de gegronde hoop, ook dŠŠr de vruchten van zijnen arbeid spoedig te ondervinden.
De kerk te Ommerschans is reeds zoo ver gevorderd, dat op zondag den 2 mei aanstaande aldaar de eerste godsdienst zal worden gehouden.

De Star, het nummer van MEI 1824

pagina 309 Verhandeling over den vrijen of beperkten graanhandel, enz., uit eenige nieuwe oogpunten beschouwd. (medegedeeld door den Heer R.)

pagina 344 Gedachten over de noodzakelijkheid, om den toestand der neger≠slaven (in de Britsche koloniŽn en elders) te verbeteren, met een uitzigt op derzelver eindelijke vrijgeving. (Uit The Inquirer vervolg van 255)

pagina 373 Beknopt uittreksel uit het rapport der staats kommissie, benoemd bij besluit van Z.K.M. van 7 maart 1822, tot onderzoek van den tegenwoordi≠gen toestand van den landbouw, met betrekking tot den prijs der granen enz., overgeleverd den 4 julij 1822 (vervolg van pagina 281)

pagina 379 Overzigt van den staat des landbouws, in sommige provinciŽn en distrikten onzes vaderlands, over den jare 1822. (vervolg en slot van 299)

pagina 391 Kolonieberichten (mei):
In de vrije koloniŽn zijn thans geene zieken, dan alleen Wentelman en een ingedeelde bij Berkenkamp, in kolonie No 3. -
De kinkhoest, in No 3 en 6 vermindert. Zoo ook het getal der zieken te Ommer≠schans. Te Veenhuizen zijn enkel zieken onder de buitenbewoners of huisgezinnen; de weezen, en verdere die binnen het gesticht wonen, zijn alle, zonder eenige uitzondering, gezond.

In de afgelopene maand zijn geboren:
in kolonie No.3 ............. 1
in kolonie No.6 ............. 2
in de Ommerschans .....1
te Veenhuizen ...............2    
te zamen .............. 6 kinderen

En overleden:
in kolonie No.1 ................ 1
in kolonie No.2 ................ 1
in kolonie No.3 ................ 1
in kolonie No.4 ................ 2
in kolonie No.6 ................ 1
in de Ommerschans .......13
te Veenhuizen .................. 2   
te zamen ............... 21 personen

Het gedrag der kolonisten, over het geheel genomen, verdient steeds alle lof.
De middelen van bestaan zijn steeds dezelfde. Hoewel de werkzaam≠heden op eigen grond voor eenigen tijd wederom minder zijn, levert echter de nog onbevolkte kolonie No 7: en de pas begonnene te Diever en Wateren genoegzaam arbeid op, om de meest mogelijke verdiensten te verschaffen.

De werkzaamheden aan de nieuwe gebouwen te Veenhuizen worden met kracht doorgezet. Een der beide laast aanbesteden is nagenoeg tot zolder-hoogte opgetrokken. Op een gedeelte van hetzelve wordt reeds de kap gezet.
De kerk te Ommerschans is reeds voltooid; wordende de godsdienst aan beide gezindheden daarin reeds beurtelings uitgeoefend.

De Star, het nummer van JUNI 1824

pagina 395 Berekening over het voor- of nadeel van het aanhouden van horenvee, in het afgetrokkene beschouwd, voor den landbouwer, in zuivere landelijke betrekking geplaatst, voortvloeijende. (medegedeeld door de Heer wds. Hora Siccama)

pagina 409 Gedachten over de noodzakelijkheid, om den toestand der negerslaven (in de Britsche koloniŽn en elders) te verbeteren, met een uitzigt op derzelver eindelijke vrijgeving. (Uit The Inquirer vervolg en slot van 344)

pagina 437 Beknopt uittreksel uit het rapport der staats kommissie, benoemd bij besluit van Z.K.M. van 7 maart 1822, tot onderzoek van den tegenwoordigen toestand van den landbouw, met betrekking tot den prijs der granen enz., overgeleverd den 4 julij 1822 (vervolg en slot van 373)

pagina 460 Kolonieberichten (juni):
12 juni Algemene Vergadering.
Over het geheel genomen, verheugen wij ons steeds in de gezondheid der kolonisten. Alleenlijk zijn, in kolonie No 4, Westerhof, en, in No 6, De Lange, niet buiten gevaar. In de Ommerschans zijn thans geene zieken van eenig belang; de zinkingskoortsen, welke aldaar voor eenige maanden heerschten, hebben geheel opgehouden. Ook te Veenhuizen vindt men geene zieken.

In de laatste maand zijn er, in de koloniŽn en etablissementen, geboren:
in kolonie No.1 ..... 1
in kolonie No.2 ..... 1
in kolonie No.3 ..... 1
in kolonie No.4 ......1
te Veenhuizen ...... 2   
zamen ......... 6 kinderen

En overleden:
in kolonie No.4 ................... 1
in No. 5 (Ommerschans) ....11
te Veenhuizen ..................... 1   
zamen ........................ 13 personen

De kolonisten geven aanhoudend reden van volkomene tevredenheid over hun gedrag.

De aardappelen komen, in al de koloniŽn, goed op, doch worden door de droogte in hunnen groei gestremd.

Een der twee nieuwe gebouwen te Veenhuizen is reeds ver gevorderd. Van het andere zijn de muren voor een groot gedeelte opgetrokken.
Te Ommerschans worden wederom eenige nieuwe boerenwoningen geplaatst.
Het schoolonderwijs wordt thans te Veenhuizen, even als in de andere koloniŽn, in eene der daartoe ingerigte zalen geregeld gegeven, en vlijtig bijgewoond.

pagina 463 Extrakt uit het rapport van de kommissie van landbouw in Drenthe, over 1823, opgemaakt ter voldoening aan art. 9 van het Koninklijk Besluit van den 28 juny 1818, No 99, betreffende de koloniŽn, bijzonder die van Veenhuizen.

De Star, het nummer van JULI 1824

pagina 467 Brief aan den heer George Canning, over het beginsel en bestuur van de Engelsche armen-wetten. (vertaald stuk)

pagina 499 Iets over de Maatschappij van Weldadigheid (getrokken uit eene voorlezing door Mr. J.G. van Nes, geplaatst in de Euphonia voor 1824, No 18-20, met op pagina 520:

Wijders: dat sommigen de vlugt hebben beproefd; maar dat het loon ,der gevangenen betaald wordt in blikken munt, alleen geldig in de winkels der Maatschappij; dat zij dus het middel ontberen, om hunne vlugt voort te zetten, en daarbij overal kenbaar zijn aan de kleeding van het gesticht (...)

pagina 529 Hoofdzakelijke inhoud van het Jaarlijksch Verslag, door den Minister van Binnenlandsche Zaken, Onderwijs en KoloniŽn aan de Staten-Generaal gedaan, over de instellingen van Weldadigheid in 1824, met op pagina 539 dat het genootschap Voor Vrouwen Door Vrouwen haar menschlievende daden voortzet.

pagina 543 Kolonieberichten (juli):
In den 1ste en 2de koloniŽn waren, gedurende deze maand, geene zieken. In de 3de, 4de en 6de waren er meer dan gewoonlijk. De kolonisten Kuipers, Westhoff en de vrouw van Alblas zijn nog gevaarlijk krank. Ook is de kinkhoest in de koloniŽn No 3 en 6 wederom sterker dan in de voorgaande maand. In de Ommerschans zijn thans weinige, en te Veenhuizen bij voort≠during geene zieken.

Geboren zijn in deze maand:
in kolonie No.2 ......... 2
in kolonie No.3 ......... 1
in kolonie No.4 ......... 3
in kolonie No.6 ......... 3
Ommerschans ......... 1   
zamen  ....... 10 kinderen

En overleden:
in kolonie No.3 ......... 2
in kolonie No.6 ......... 2
de Ommerschans .... 11   
zamen ........... 15 personen

Nog kost het wederom eenige moeite, het dragen van andere dan koloniale kleeding tegen te gaan. De neiging openbaart zich telkens bij de vrouwen, zoodra deze door eene of andere meer gunstige omstandigheid geld in handen bekomen. -

Overigens blijven de kolonisten bij voortduring zich goed gedragen.

De bestaande koloniŽn leveren thans weinig arbeid op. Met de uitbreidingen te Ommerschans en Veenhuizen, gelijk ook met die bij het instituut te Wateren, worden groote voortgangen gemaakt. Zoo ook met het graven der kanalen, naar de Dieversche en Appelsche velden, voor het bedelaars-etablissement.

In het begin dezer maand hadden wij het genoegen, Z.K.H. Prins FREDERIK der Nederlanden de koloniŽn met Hoogstdeszelfs tegenwoordigheid te zien vereeren.
Den 5, 's morgens ten 9 ure, arriveerde Z.K.H., verzeld van Hoogstdeszelfs Adjudant, den Heer Luitenant-Kolonel Baron d'Yvoi, te Ommerschans, en bezigtigde het geheele etablissement en alle deszelfs bijzonderheden, als, de onderscheidene mannen- en vrouwenzalen, de keukens, werkplaatsen, kerk, school, bakkerij en hospitaal, enz.

Vervolgens de bebouwde gronden, nieuwe wijken en slooten, en verder grond-ontginning, tot de uitbreiding behoorende, de boerenwoningen enz., over al hetwelke Z.K.H. bijzondere tevredenheid en verwondering over de groote vorderingen en uitbreiding betuigde.

Na aan het logement van den Heer Krusinga, bij de Ommerschans, het middagmaal te hebben genomen, vertrok de Prins vandaar, en kwam over Meppel des avonds te Frederiksoord aan.

Den volgenden morgen reed Z.K.H. naar Veenhuizen, nam daar het eerste gesticht, zoo binnen als buiten, en op het land, even als te Ommerschans, in oogenschouw, zag de vaarten met hare sluizen en bruggen, en voorts het tweede en derde gebouw, en was hier niet minder tevrede over voedsel, netheid, orde, gezond≠heid, tevredenheid der weezen en kolonisten, alsmede over de vele en groote werken, in ruim een jaar tijds verrigt, en voorts over de heerlijke rogge, waarmede die velden, op welke voor 9 maanden nog heide groeide, thans prijken. -

Vervolgens retourneerde Z.K.H. langs het opvoedings-instituut te Wateren; ook dat nieuw, pas begonnen etablissement bezag Hoogstdezelve met gelijk genoegen, en kwam door kolonie No 7 en een gedeelte van No 1 en 2, des avonds wederom in het logement te Frede≠riksoord terug. -

's Woendags morgens doorwandelde de Prins de kolonie, naar Hoogstdeszelfs naam genoemd, zag de school, bakkerij en het maga≠zijn, en wandelde voorts door het ander gedeelte der 2de tot aan de 4de kolonie, hoorde het onderwijs, in de school door den onderwijzer Van Wolda aan de koloniale jeugd gegeven, en inspekteerde de onderscheiden werk≠plaatsen en gefabriceerde goederen, en vandaar reed Z.K.H. door het ander gedeelte van kolonie No 4 en door No 6 en 3, tot aan het huis van den Onder-Direkteur, zag ook daar nog de school en spinzaal, wandelde langs eenige hoeven en op het land, en vervolgde zoo den weg tot Steenwijk, alwaar de Prins van Zijn H.E.G. den Generaal-Majoor van den Bosch, 2den Adsessor der Maatschappij, die benevens den Heer Direkteur der koloniŽn, de eer had Z.K.H. overal te vergezellen, afscheid nam, onder herhaalde betuiging van de bijzondere tevredenheid en het genoegen, waarmede Hoogstdezelve alle de koloniŽn had gezien, en vertrok wederom naar het Loo, alwaar de Prins des avonds gelukkig arriveerde.

Het zou moeijelijk zijn, de vreugde te schetsen, welke zich op het gelaat der kolonisten in al de koloniŽn en etablissementen vertoonde, bij het zien van dien Koningszoon, wien hun lot, het lot aller armen in ons Vader≠land, zoo naauw ter harte gaat, en die krachtdadig wil medewerken, om hetzelve te verbeteren.

Sommige mogten hunne bijzondere belangen aan Z.K.H., zoo in geschrift, als mondelijk voordragen, en werden met de meeste welwillendheid aangenomen.

Velen der kolonisten hadden hunne woningen, zoo veel hun de gelegenheid en het vermogen toeliet, met bloemen en guirlandes versierd, en de kinderen in elke kolonie verwelkomden den Prins, met het zingen van volks- en expresselijk daartoe vervaardigde liederen, hetgeen Hoogstdezelve met blijkbaar genoegen aanhoorde.

Lang zal zeker het aandenken aan den Doorluchtigen Voorstander en Medewerker der Maatschappij van Weldadigheid in de harten der dankbare kolonisten levendig blijven; lang zal de dag gezegend worden, waarop Z.K.H., door het bij herhaling bezoeken der koloniŽn, toonde een overwegend belang te stellen in het welzijn van zoo vele duizende armen, door die Maatschappij opgenomen en behouden.

De Star, het nummer van AUGUSTUS 1824

pagina 551 Algemeen Verslag wegens den staat der Maatschappij van Weldadig≠heid, harer koloniŽn en etablissementen, in het Noordelijk gedeelte des Rijks, over het zesde dienstjaar, uitgebragt door de Permanente Kommissie ter Algemeene Vergadering der Kommissie van Weldadigheid, gehouden binnen 's Gravenhage, den 12 julij 1824

... Eerst de landbouw...

pagina 554 over de 'leemachtige natuur van den grond' in kolonie 3.

pagina 557 Vijf nieuwe hoeves OS, nu 13, dit jaar wederom 5 a 6, verder over landbouw Ommerschans

pagina 558 De 8ste Kolonie te Veenhuizen, voor een etablissement van weezen bestemd, komt in grondgesteldheid niet alleen met de Ommerschans overeen, maar gaat die zelfs in vele opzigten nog te boven. De gewassen staan hier voortreffelijk; ongeveer 100 morgens rogge, 100 morgens aardappelen en 50 morgens boekweit, die dit jaar de eerste vruchten dragen, staan zoo schoon, als op de beste gronden zou kunnen worden verlangd; reeds is men bezig, bij dat Instituut, wederom 250 ŗ 300 morgens gronds tot kultuur te brengen, welke gronden althans eene niet mindere geschiktheid voor den Landbouw bezitten, dan de reeds aangelegde.
De inrigtingen ten aanzien der groote Hoeven zijn hier gelijksoortig aan die van de Ommerschans, en bieden dezelfde voordeelen ter bebouwing aan.

volgen nog de rest van VH plus Watren

pagina 561 de gezamenlijke bedelaars in de Ommerschans hebben, boven en behalve de kosten van hun onderhoud, dat is: voeding, kleeding, administratie, oververdiend van de eerste aankomst af, tot 30 nov 1823, de som van É 18,946:-  waarvan aan hen in geld is uitgereikt É 6,315.33, en op hun tegoed is aangeschreven É 6,315.33.
Het overige, mede ten bedrage van É 6,315.33, is ingestort in de kas der Maatschappij, om daaruit te vinden de kosten van verpleging bij ziekten; daar de Maatschappij niets meer verlangt, dan eene verdienste, gelijkstaande met de vertering, en het meerdere geheel vrijwillig verrigt wordt,
geeft dit tevens een allergunstigst denkbeeld van de nijverheid, die door middel onzer inrigtingen onder de Bedelaars is te weeg gebragt,
en men ziet hieruit, hoe dikwerf de eerste stappen, op den goeden weg gedaan, de volgende aan een mensch gemakkelijk maken;
want wie toch zou zich hebben durven vleijen, dat in een tijdperk van ruim ťťn jaar, zulk eene mate van vrijwillige nijverheid bij de in het algemeen voor de minst nijverig gehoudene klasse door de Maatschappij zoude zijn te weeg gebragt?
Deze ijver heeft dan ook het gevolg gehad, dat een 29 tal der meest nijverigen ontslagen heeft kunnen worden, terwijl aan hen É 1, 097.41 van de hun kompeterende oververdiensten is uitgekeerd, en 94 anderen reeds wederom eene oververdienste van É 2,940.65 hebben te goed gemaakt, en derhalve eerlang ontslagen kunnen worden.

pagina 562 Over de wezen
Evenzeer verdient de nijverheid der kinderen, uit het Aalmoezeniers-Weeshuis van Amsterdam afkomstig, en in het Instituut te Veenhuizen geplaatst, opmerking; de ruime voeding, die hier gegeven wordt, is kostbaarder dan in de Ommerschans, te meer, omdat 6 dagen in de week vleesch of spek bij het middagmaal gegeven wordt, en, bij gebrek van noodige krachten tot den bepaalden arbeid, voorschot wordt verleend; en echter hebben de oververdiensten sinds den 1 Maart dezes jaars hier reeds É 440:- bedragen, waarvan aan de kinderen É 134.33Ĺ is uitgekeerd en É 151.74 voor hen in de spaarbank gestort

pagina 565 Allerwegen wordt de Geneeskundige dienst in de kolonien door geschikte mannen uitgeoefend; dit, gepaard met de gezonde ligging der kolonien en den arbeid in de vrije lucht, maakt het verblijf in de kolonien zeer gezond.
te Veenhuizen zijn de noodige inrigtingen voor eene ziekenzaal gemaakt.

pagina 569 Het Opvoedings-Gesticht te Wateren, onder Direktie van de Heer Mulder, wordt dagelijks meer bevolkt.
Het heeft Ul. Permanente Kommissie belangrijk toegeschenen, alvorens dit Instituut uit te breiden, eenen publieken geest in dit Gesticht, op zedelijke beginselen gegrond, voort te brengen,
wel overtuigd, dat alleen dan het doel met dat Gesticht bereikt kan worden, als de zedelijke beschaving in een juist verband staat met de physieke en verstandelijke ontwikkeling: zonder dezen waarborg toch, dat meerdere verkregen kennis volgens zedelijke beginselen zal worden aangewend, is dezelve niet zeldzaam schadelijker, dan eene meer beperkte mate van verstand en kennis.
In het aanstaande jaar hopen wij in staat te zijn, om, aangaande de aard en de vorderingen dezer inrigting, een meer omstandig Verslag te kunnen overleggen.


pagina 571 De Heer Harloff, dien wij in het voorgaande jaar zo gunstig als Onder-Direkteur aan de Ommerschans deden kennen, is sedert tot Adjunkt-Direkteur aldaar opgeklommen, in plaats van den Heer Von Hoff, wiens particuliere financiele aangelegenheden niet veroorloofden, zich langer aan den dienst der Maatschappij te wijden.
De Heer Harloff voldoet volkomen aan zijne nieuwe bestemming, en gaat met onafgebroken ijver voort, de inrigtingen voor het Bedelaars-Instituut te voltooijen, waarvan de grondslagen zoo gelukkig gelegd zijn.
(...)
Over den Onder-Direkteur der fabrikatie, Honing, aan de Ommerschans hebben wij minder reden van tevrede te zijn. Hij schijnt niet die hoge mate van aktiviteit te bezitten, die de aard onzer inrigtingen vordert. 

pagina 573 over tegenstanders wier naam men uit kiesheid niet noemt, maar 'die welligt eenmaal, blozende, hunne verkeerdheid zelve zullen erkennen'.

(NB: Geen woord over de katholieke eredienst op de Ommerschans)

pagina 580-589 Bijlage Godsdienst in de vrije kolonien vanuit Vledder

pagina 590-595 Bijlage Godsdienst vanuit Steenwijkerwold

pagina 596-600 Bijlage No 4. Verslag van den Godsdienstigen en zedelijken staat der Protestanten in het koloniaal gesticht de Ommerschans
- 9 mei Nieuwe Kerk in gebruik genomen.
- 30 mei eerste Avondmaalsviering, plegtigen eerbied en heilige stilte (+ broederlijke vereeniging kolonisten en ambtenaren, waaronder de adjunct-directeur)
- zomer 1823 enige tijd geen godsdienst omdat die zaal nodig was: De openbare en bijzondere Godsdienstoefeningen hebben in dit jaar haren geregelden gang gehad, uitgezonderd eenige weinige Zondagen in den vorigen zomer, toen wegens toenemende bevolking, het lokaal, voor den eeredienst bestemd, een korten tijd moest worden ingeruimd.
Plus 4 personeelsleden en 8 kolonisten die belijdenis gedaan hebben (maar geen datum genoemd):
- H. Katerberg, opziener
- N. Ketelaar, wijkmeester
- TrŲsjes, opziener
- Jacobus de Rooy, zaalopziener
Kolonisten:
- Kornelis Nelis
- P. Lentjes
- A. van der Veen
- A. Tiessens
- J. van den Berg
- Sjouke van der Veen
- Antje Molenwijk
- Geesje Egberts Geerts

pagina 601-608 Bijlage Schoolonderwijs
INTERESSANT VERHAAL OVER NIET-WERKTUIGLIJK AANLEREN
Leerlingenaantallen, in kolonie No 5 200 leerlingen
Over dat de onderwijzers door hun gedrag het goede voorbeeld moeten geven
In de kolonie N5 (Ommerschans) is de onderwijzer Boonstra opgevolgd door H. Hoogstra, die aan de zaak van het onderwijs aldaar eene betere houding gegeven, en in zijnen betrekking eenen lofwaardigen ijver aan de dag gelegd heeft.
Schoolverlaters kolonie 5:
- B. Munter
- E. Vermeise
- J. Meijerhove
- H. Hollering
- J. Donders
- J. Vonk
- J. Hazeveld
- D. de Greef
- J. Stalman

pagina 610 Nadere berigten wegens de Maatschappij van Weldadigheid, en den staat der koloniŽn, in de Zuidelijke ProvinciŽn. (vervolg van pagina 276)

pagina 622 Kolonieberichten (augustus):
Eindelijk zijn, den 21 dezer maand, 200 kinderen, van 6 tot 10 jaren oud, uit het Aalmoezeniershuis te Amsterdam, in het instituut te Veenhuizen aange≠komen, die doorgaans zeer wel met hunne nieuwe bestemming tevrede waren.
Men verneemt, dat, in den loop der daarop volgende week, 400 andere kinderen van daar zouden volgen. -
Uit Amsterdam vernemen wij, dat de inscheping dezer eerste bezending in alle stilte en zeer ordelijk heeft plaats gehad.

Er zijn - dus luiden de kolonieberigten des Heeren Direkteurs, - in de koloni≠n, over het algemeen, thans weinige zieken. Alleen in No 6 is de wed. Den Ouden, en de kolonist Van Helten ongesteld.

In de afgeloopene maand zijn geboren:
in kolonie No.1 .... 1
in kolonie No.2 .... 2
in kolonie No.3 .... 1   
zamen ........ 4 kinderen

En overleden:
in kolonie No.3 ....... 3
in kolonie No.4 ....... 2
Ommerschans ....... 6
in kolonie No.6 ....... 1   
zamen ........... 12 personen

Wegens het gedrag der kolonisten, en de middelen van bestaan, wordt niets gemeld, en is er dus niets ongunstigs.

Op zondag den 1 augustus is ds. J.H. Heerspink, tot hiertoe predikant te Vledder, als Herder en Leeraar der Protestantsche koloniale gemeente te Veenhuizen bevestigd. (...) Des namiddags hield de bevestigde Leeraar eene korte intreerede, over de liefderijke zorg voor kleinen en geringen. (...) De gemeente zong bij die gelegenheid.

Er zijn thans ook schikkingen gemaakt, dat de Eerw. Heer Schriever, R.K. Pastoor te Steenwijker≠woude, of ťťn zijner kapellanen, ťťnmaal des weeks, zich, op kosten der Maatschappij, naar Veenhuizen zal begeven, ten dienste der R.K. kolonisten in die kolonie, tot dat er bepaaldelijk een geestelijke zal zijn benoemd, om, even als de Protestantsche Leeraar, in die nieuwe gemeente te wonen, en aan derzelver zedelijke opvoeding opzettelijk te arbeiden.

De Star, het nummer van SEPTEMBER 1824

pagina 627 FinanciŽel Verslag over het zesde dienstjaar der Maatschappij van Weldadigheid, 1 april 1823-1824, van wege de Permanente Kommissie van Weldadigheid overlegd ter vergadering der Kommis≠sie van Toevoorzigt, gehouden in 's Gravenhage, den 13 julij 1824.

pagina 665 Brief aan den Heer George Canning, over het beginsel en het bestuur van de Engelsche Armen-wetten. (vervolg van pagina 498)

pagina 695 Landelijke armenschool in Pruissen. (uit de BibliothŤque Universelle)

pagina 698 Kolonieberichten (september)
Een edel menschenvriend en waardig Honorair Lid, der Maatschappij, doch wiens naam het ons zediglijk geweigerd is te mogen noemen, heeft onlangs eene dispositie gemaakt, en aan de Perma≠nente Kommissie wettiglijk medegedeeld, waarbij Zijn H.E.Gestr. aan het fonds der Maatschappij na deszelfs overlijden heeft besproken een legaat van É10,000:- onder voor≠waarde eener zekere billijke jaarlijksche uitkeering, bij wijze van lijfrente, aan twee bejaarde personen.
Reeds vroeger door eene jaarlijksche gift aan de Maatschappij met eere bekend, heeft deze waardige man hierdoor eene nieuwe aanspraak ontvangen op onze dankbare hoogachting, en op die van zijn geheele Vaderland. Nog lang spare de Hemel zijn nuttig leven, en doe zijn edelmoe≠dig hart de zalige bewustheid smaken, van aan zoo velen belangeloos te hebben welgedaan!

In een volgend nommer hopen wij eenige algemeene bepalingen en berigten wegens eene thans in de vrije koloniŽn gevestigde Zondagschool te kunnen mededeelen.

Den 3 september is wederom bij het Instituut te Veenhuizen aangekomen en opgenomen een getal van 217 kinderen, uit het Aalmoezeniers-Weeshuis te Amsterdam; zoodat thans het geheele getal van kinderen, aldaar geplaatst, zoo van binnen dat huis, als aan buitenbestedelingen, daartoe behorende, bedraagt 567.

De kinkhoest heeft zich meer algemeen onder de kinderen in de vrije koloni≠n verspreid; dezelve blijft echter steeds van een niet gevaarlijken aard. Overigens zijn er thans in de koloniŽn geene zieken van belang, dan de vrouw en zoon van den kolonist Bleek in No 6.

In deze maand zijn geboren:
in kolonie No.1 ..... 1
in kolonie No.2 ..... 1
in kolonie No.5 ..... 2
Ommerschans ...... 1
in kolonie No.6 ...... 1   
zamen ....... 6 kinderen

en overleden:
in kolonie No. 1 ...... 1
Ommerschans ....... 11
in kolonie No.6 ....... 1   
zamen ......... 13 personen

De middelen van bestaan zijn thans ruimer, dan in de twee voorgaande maanden, wijl de kolonisten nu allen aardappelen van hun eigen land heb≠ben, en elke kolonie thans wederom genoegzamen veldarbeid oplevert.
De kolonisten onderscheiden zich steeds allergunstigst door hun goed gedrag. Behalve twee, die zonder voorkennis of verlof de koloniŽn hadden verlaten, heeft men niemand hoeven te korrigeren.

De bemesting en bezaaijing der roggelanden worden met kracht doorgezet. Te Diever wordt thans weinig gewerkt, omdat de kolonisten, gelijk vroeger gemeld is, tot de werkzaamheden in de bestaande koloniŽn noodig zijn en gebezigd worden.
Er zijn wederom eenige koeijen en schapen aangekocht; voornamelijk koeijen voor de Ommerschans, en schapen voor Diever; ook enkele koeijen voor kolonisten in No 4, die in stat zijn twee koeijen te onderhouden.

De 31 augustus ll. was voor de kolonisten in het algemeen, maar in het bijzonder voor een zeker aantal hunner, een ware feestdag.
Den Wel≠Ed.Gestr. Heer Faber van Riemsdijk, lid der Perm. Kommissie, was de vereerende en aangename taak opgedragen, om aan de kolonisten, op den hier achter gevoegden staat vermeld, welke zich door hunnen ijver en goed gedrag hadden onderscheiden, eene zilveren of koperen medaille, met een geschenk van É 5:- of É 2.50, ter belooning uit te reiken. -
Te dien einde was, op last van den Direkteur, op de plaats vůůr het huis van den Onder-Direk≠teur in Kol. No 1, eene lange tafel geplaatst met stoelen, en waren de kolonisten, die beloond zouden worden, aldaar bijeengekomen; terwijl bovendien al de inwoners van No 1 en 2, en een groot aantal uit de andere koloniŽn vrijwillig waren opgekomen, om deze plegtigheid bij te wonen.
Ten 5 ure nadenmid≠dag, begaven zich de beide leden der Permanente Kommissie, de Heeren Van den Bosch en Faber van Riemsdijk, de Heer Direkteur, een een aanzienlijk gezelschap der voornaamste ingezetenen uit de omtrek der koloniŽn, naar de ter prijsuitdeeling bestemde plaats.
Daar aangekomen namen de Heeren en het gezelschap de voor hen geschikte plaatsen in.
Vervolgens deed de Heer Mr. J.C. Faber van Riemsdijk die kolonisten, welke eene medaille zouden ontvangen, binnen eenen door de aanschou≠wers gevormden kring plaatsen, en gaf aan elk hunner die medaille over, welke eene naauwkeurige en onpartijdige beoordeeling hem of haar had toegekend. -
Vervolgens deed Zijn.E.Gestr. eene krachtige en gepaste aanspraak, zoo aan hen, als aan de overige kolonisten, waarin met weinige woorden werd geschetst het doel der Maatschappij van Weldadigheid, de voorregten, hun daardoor ten deel gevallen, hunne verpligting deswege, en de belooning, welke de getrouwe vervulling dier pligten in het algemeen aanbrengt, maar bovendien wordt toegewezen aan diegenen, welke door hun gedrag zich eene bijzonder achting weten waardig te maken, blijkbaar in de uitdeeling der medailles, welke zoo even had plaats gehad.
Was deze rede treffend en aandoenlijk, treffend en aandoenlijk was tevens de uitwerking, die zij deed op al de aanwezigen.
Diepe en aandachti≠ge stilte heerschte onder de groote menigte, en bij velen waren zachte tranen de tolken van het getroffen hart.
Na het eindigen der aanspraak keerden de getrouwden en bejaarden naar hunne woningen terug, terwijl aan de jonge kolonisten gelegenheid werd gegeven, om het overige van den dag in gepaste vrolijkheid door te brengen.

pagina 702 De Medaillelijst.

De Star, het nummer van OKTOBER 1824

pagina 703 Brief aan den Heer George Canning, over het beginsel en het bestuur van de Engelsche Armen-wetten. (vervolg en slot van pagina 694)

pagina 747 Wijngaardteelt in het koningrijk der Nederlanden (uit het Journal d'Agri≠culture etc. du Royaume des Pays-bas)

pagina 751 Iets over het gevogelte, in betrekking tot de landbouwkunde (uit het Journal d'Agri≠culture etc. du Royaume des Pays-bas)

pagina 759 Iets over de aspergie-teelt (uit het Journal d'Agri≠culture etc. du Royau≠me des Pays-bas)

pagina 764 Middel om het gezigte koren op het veld voor den regen te beveiligen.

pagina 766 Kolonieberichten (oktober)
Bij voortduring mag men zich verheugen in eene vrij algemeene gezondheid der kolonisten. In kolonie No 1 is thans de kolonist Haakmeester de eenige zieke, welke verdient vermeld te worden. Het huishouden van Braak in kolonie No 6 is geheel hersteld.
Het roodvonk, dat zich in No 4 bij den kolonist Nieuwenkemper had geopenbaard, en wiens zoon aan de gevolgen dier ziekte is overleden, heeft geene verdere sporen nagelaten, en de genomene voorzorgen, om aan de leden van dat huisgezin alle gemeenschap met anderen, behalve den geneesheer en een ouden oppasser, te onthouden, hebben alzoo de gewenschte uitwerking gehad.

Geboren zijn:
in kolonie No.6 ............ 1
in de Ommerschans .... 1   
zamen ................ 2 kinderen

Overleden:
in kolonie No.3 ......... 1
in kolonie No.4 ......... 2
in kolonie No.6 ......... 1
Ommerschans ........ 10
Veenhuizen .............. 1   
zamen .............. 15 personen

Het gedrag der kolonisten blijft voortdurend, over het geheel, lof verdienen.

De werkzaamheden der kolonisten bestaan thans uitsluiten in het rooijen van nog eenige stukken aardappelen, en het bemesten der gronden voor winter≠rogge.
De aankoop van koeijen en schapen voor onderscheidene koloniŽn gaat steeds met derzelver uitbreiding regelmatig voor.
Te Ommerschans, waar bij de zes eerste hoeven thans het genoegzame weiland en eigen gewonnen hooi voorhanden is, om het volledig getal koeijen en schapen te kunnen onderhouden, is eene betere soort dan die der gewone Drenthsche schapen aangekocht, geschikt om op graslanden te weiden.

De kinderen van beide seksen en van alle jaren komen bij voortdu≠ring vlijtig ter school, en genieten steeds met het gewenschte gevolg, gere≠geld en doelmatig onderwijs.
De Heer Van Wolda, voorheen onderwijzer te Vledder, en tevens met het algemeen toevoorzigt over het onderwijs in de koloniŽn belast, heeft voor zijne eerstgemelde betrekking bedankt, en wijt alzoo thans zijne bekende kunde en bekwaamheid geheel en alleen toe aan de belangen der koloniale jeugd, welker vriend en voorganger hij is. -

Daar wij, in dit oogenblik, door het vertrek van Do. Heerspink naar Veenhuizen, des zondagsnamiddags geen godsdienstig onderwijs in de koloniŽn, noch te Vledder hebben, heeft de Heer Van Wolda vrijwillig, met goedkeuring der Permanente Kommissie, de taak eener zondagsschool op zich genomen, welke nu sedert eenige weken in kolonie No. 1, 2 en 4 gehouden wordt.
Deze school [waarvan wij de provisionele bepalingen hierachter zullen laten volgen] wordt door ouderen en jongeren van jaren met ijver en geheel uit vrije verkiezing bezocht, en vergoedt, ook door den aard der werkzaamheden, welke daarin plaats hebben, eenigermate het gemis van den openbaren godsdienst, of het onderwijs, anders door Do. heerspink gegeven.

Hadden wij in de voorgaande maand het genoegen, de plaats gehad hebbende uitdeeling van medailles aan een aanzienlijk getal verdienstelijke kolonisten te berigten, thans kunnen wij wederom melden het vertrek van eenige derzelven, als boeren, naar de nieuwgebouwde groote hoeven in kolonie No. 5 (Ommerschans).
Aangenaam is het, telkens te mogen opmer≠ken, dat de Maatschappij van Weldadigheid aanhoudend gelegenheid vindt, om diegenen harer kolonisten, welke zich door deugd en vlijt onderscheiden, daarvoor eene bijzondere belooning te kunnen toewijzen, welke met de vestiging van hunne welvaart in de gewone maatschappij, en met de verede≠ling van hun zedelijk karakter in het naauwste verband staat. -
[Waar vindt men tot nog toe ergens in Europa het voorbeeld eener landbouwende kolonisatie, die den braven en vlijtigen kolonist, na eene opleiding van drie, vier jaren, terug voert tot den onafhankelijken stand eens welvarende land≠bouwers, gelijk dit thans reeds met een aantal der onzen te Ommerschans het geval is. Ons tenminste is toe hiertoe niets van dien aard, buiten of binnen 's Lands, bekend geworden. de red.]

pagina 771 Eenige algemeene provisionele bepalingen, omtrent het oprigten eener Zondagsschool in de vrije koloniŽn der Maatschappij van Weldadigheid.

pagina 774 Brief van een kolonist te Veenhuizen, aan Regenten van het Wees- en Armhuis te Enkhuizen geschreven, over zijn tegenwoordig lot:

Veenhuizen, den 3 September 1824.

Zeer Geagte Vader en Moeder!

Wij doen U.E. hier mede te weeten, dat wij door des Heeren Zeegen nog welvarende zijn, en hoopen hetzelfde van U.E., alsmeede van Broer en Suster, te verneemen.
Wij verlangen ook zeer, om eens te weeten, hoe het onse kinderen maaken.
Wat degeene aangaat, die bij ons zijn, dat gaat wel, en wij hebben door des Heeren Zeegen daar tans brood voor, en zoo men gezont is en werk heeft, om het dagelijks brood te winnen, dan heeft men alles , wat mensen van onse staat behoeven, en zijn den Heer daar dank voor schuldig.
Dus, lieve ouders ! zoo iemand naar ons vraagt, dan kunt U.E. gerust zeggen, dat het ons welgaat; maar zoo U.E. in de okasie bent, om ons eens noorthollands kaasjen te stueren, dat zullen wij met dank ontvangen.
Hier is geen nieuws, alsdat het aanleggen van bouland en het timmeren van gebouwen ten spoedigsten voortgaat, en om die reeden zal dit onbewoonde land weldraa in een bewoond en vrugtbaar land veranderen.
Wat het voorige jaar nog heidevelt was, daar heeft men van dit jaar al een gezeegende oogst van.
Het is voor mensen, die voor een groot jaar deze lantstreek gekent hebben, tans verwonderingswaardig om te zien.
Verder, lieve ouders ! voor ditmaal niets meer, als de groetenis aan broer en suster en verdere vrinde en bekende, van ons en onse kinderen, en wij noemen ons met alle agting en liefde U. E. Zoon en Dogter
C. Weinstok.

De Star, het nummer van NOVEMBER 1824

pagina 779 Besluit der Kommissie van Toevoorzigt, ter harer vergadering van den 5 oktober 1824 binnen 's Gravenhage genomen op de rapporten harer sub-kommissiŽn, zoo ter inspektie der koloniŽn, als ter verifikatie der rekening en verantwoording van ontvangsten en uitgaven, ten dienste der Maatschappij gedaan over het zesde dienstjaar 1823-1824, benevens die rapporten zelve.

14 augustus is de commissie ter inspektie der koloniŽn in Frederiksoord aangekomen; enkele dagen later bezoek OS (pagina 791). De infirmerie is dan in een afzonderlijk gebouw op het buitenplein. Lof voor Douwe Petrus van Steenwijk. 'zoo door het nazien der receptboeken, als door examinatie van den voorraad en kwaliteit der geneesmiddelen'
Extra argument voor hoevenaars is: opwekking naijver onder de bewoners der vrije kolonien.

pagina 794 Veenhuizen
Deze snelheid in de uitvoering van een ontwerp
den ongeloofelijk korten tijd
daar waar nimmer te voren een schip gezien was
het kanaal, in drooge zomers uit een, eenige voeten hooger liggend, meertje van het noodige water kan worden voorzien'

Bij het gesticht N1 gekomen, werden wij aangenaam verrast door het uiterlijk aanzien van het gebouw, hetwelk slechts eene verdieping hoog, aan de buitenzijde de kleine, maar nette, van schuiframen voorziene, arbeiderswoningen, alsmede die van de geŽmploijeerden, bevat; terwijl aan de binnenzijde de zalen, de verblijven der Zaalopzieners, keukens enz., voor de weeskinderen gevonden worden, en het geheel zich het best vergelijken laat met een zoogenaamd hofje;
elk der zalen is geschikt voor 80 weeskinderen, zijnde bij de twee zalen eene Zaalopzieners woning en eene keuken gevoegd; de werkzalen, benevens de magazijnen van allerlei behoeften, zijn op de ruime zolders geplaatst, met uitzondering van eene weefzaal, die zich beneden in het gebouw bevindt.

pagina 798 arbeidershuisgezinnen
tevredenheid die bewijst de juistheid van het denkbeeld, om eene middelsoort daar te stellen, tusschen de gewone kolonisten, aan wie de meer vrije aanwending hunner verdiensten wordt overgelaten, en de bewoners der strafkoloniŽn, die geene de minste beschikking daarover hebben.

tevreden, maar sommigen weleer op het platteland besteed, en, aan een groote mate van vrijheid gewoon, zich moeijelijk naar de aldaar heerschende orde konden schikken.

pag 801 Opmerkingen:
- dat de Maatschappij heeft opgehouden hare eigene steenen te Veenhuizen te bakken, eensdeels, om dat de lage prijzen derzelver aankoop verkiesselijker maken, te meer, daar er thans meer dan genoegzame veldarbeid voor de Kolonisten voorhanden is; anderdeels, om dat de plaats waar de steen moet gebruikt worden, geene steen-aarde oplevert, en het voordeel van eigen konfektie niet zoude kunnen opwegen tegen het bezwaar der kosten van vervoer.
- dat de turfgraverij, in de vrije KoloniŽn alleen voor eigen konsumtie, te Veenhuizen in het groot als objekt van uitvoer met gunstig succes wordt voortgezet, zo dat aanzienlijke hoeveelheden van dit produkt in dezen zomer of reeds zijn verkocht, of voor verkoop gereed liggen
- Ten derde, dat het ons is voorgekomen, dat de Geneeskundige dienst in de vrije KoloniŽn meerder voorziening zoude vorderen, vermits door den afstand van Steenwijk, en het overlijden van den Geneesheer te Noordwoidc, niet altijd met den vereischten spoed en gercgeldheid Geneeskundige hulp kan worden ingeroepen; ongaarne moeten wij zelfs vermelden, dat het ons is voorgekomen, dat die Geneesheer te Steenwijk, aan welken de behandeling der zieken in de Kolonie Frederiksoord is opgedragen, in zekere, tijdens ons verblijf aldaar plaats hebbende omslandigheid, niet die hulpvaardigheid betoond heeft, welke gevorderd werd, evenmin als dezelve, schoon herhaalde malen door den Geneeskunst-oefenaar aan de Ommerschans verzocht om denzelven van de benoodigde koepokstof te voorzien, en de bezorging daar van op zich genomen hebbende, tot nu toe aan die aanvrage voldaan had; (zie ook dokter Schuurmans reactie)

-
pagina 809 Nieuwe ontwikkelingen omtrent de opvoeding van het landvolk, volgens het beginsel van Hofwijl (Uit de BilbliothŤque Universelle)

pagina 843 Kolonieberichten (november):
Vergadering Commissie van Toevoorzicht op 5 oktober:
De presente leden dier Kommissie hebben daarop des middags de in de stad zijnde Leden der Kommissie van Weldadigheid, benevens den tweeden Sekretaris, en verdere gasten, voor hunne rekening op een vriendschappelijk middagmaal in den Nieuwen Doelen onthaald, welken maaltijd, door gulle minzaamheid en opgeruimdheid gekenmerkt, na het drinken van eenige voorname toasts, tot algemeen genoegen is afgeloopen.

De kolonisten der vrije kolonien en verdere instituten der Maatschappij hebben, benevens eenige geŽmploijeerden aldaar, uit vrijen wil, bewogen door het grievend leed, dat dezer dagen zes familiŽn te Huisduinen getroffen heeft, voor dezen eene gift bijeengebragt van É 150:-, waaromtrent men een nader, ophelderend berigt vindt in de Staats-Kourant van den 25 dezer, en hetwelk hiernevens, als bijlage, is overgenomen.

Ten gevolge van de aanmoedigende pogingen des Heeren Gouverneurs van Drenthe, en den welwillenden ijver der sub-kommissie te Meppel, zijn in die stad en omliggende gemeenten van Coevorden, Borger, Dwingelo, Diever, Oosterhesselen, Sleen, Vledder, Runenwold en de Wijk, een aantal nieuwe leden vor onze Maatschappij aangewonnen die men, volgens de provisionele opgave, op 140 begrooten kan.

Nog zal men hierachter vinden den afdruk eens briefs van den kolonist Steunenberg, uit Deventer, gevestigd ten gevolge van zijn braaf en arbeid≠zaam gedrag in eene der groote boerderijen bij de Ommerschans, waarbij hij aan de sub-kommissie dier stad zijne dankbare voldaanheid uitdrukt over zijn gelukkig lot; en welken brief de gemelde sub-kommissie aan de Permanente Kommissie, ter opgenbare mededeeling in de de Star, vriendelijk heeft doen toekomen.

Wij hebben thans geene andere zieken in de koloniŽn, dan twee geŽmploi≠jeerden op het Algemeen Bureau, welke niet buiten gevaar zijn, [en waarvan de ťťn na de inkomst dezer berigten, is overleden.] (*)

(*) Deze bijzonderheid, en de sterflijst hier onder, die geene dooden aangeeft, dan alleen in de Ommerschans, verdient inderdaad opmerking, daar zij, over eene bevolking van eenige duizende zielen gaande, eene schier algemeene gezondheid aanduidt, en zulks in een jaarsaizoen, dat bij verre niet geacht kan worden het gezondste te zijn. de red.

Geboren zijn deze maand:
in kolonie No.4 ....... 2
in kolonie No.6 ....... 2
te Veenhuizen ........ 2   
zamen ......  6 kinderen

Overleden zijn er geen,
dan alleen in de Ommerschans 7 personen.

De kolonisten blijven zich wel gedragen, zoodat men bij voortduring, daarom≠trent, alles goeds kan melden.
Daar de kolonisten thans, behalve aardappelen, ook brood van hun eigen graanprodukt hebben, waarvan slechts lasten en bakloon behoeven betaald te worden, zijn de middelen van bestaan, niettegenstaande het voor den veld-arbeid ongunstige weder, niet minder voldoende, dan in de voor≠gaande maanden.

De beide hoofdgebouwen van het tweede en derde etablissement te Veen≠huizen zijn voltooid, en tot den ontvangst van kinderen en huisgezinnen gereed. Ook zijn aldaar, in den loop van dezen zomer, gebouwd een Onder≠direkteurshuis en vier boerenwoningen, terwijl drie oude boerenhuizen mede tot koloniale woningen zijn ingerigt, zoodat de etablissementen te zamen reeds bevatten, behalve de hoofd- en bijgebouwen, twee nieuwe Onderdirek≠teurshuizen, en dertien woningen, of groote hoeven.

Te Ommerschans is het getal der hoeven of boerenwoningen met zeven vermeerderd, en dus tot zeventien gebragt, waarbij zijn bebouwd, - de grond voor het Onderdirekteurshuis mede gerekend - 750 morgens.

Bijgevoegd zijn een kopie van een artikel in de Staatscourant over de collecte en de brief van Steunenberg aan zijn sub-commissie:

Brief van den Kolonist J. STEUNENBERG aan den Subkommissie te Deventer.

Ommerschans, den 11 Nov. 1824.

Mijnheer !
Daar het mijne pligt vordert, tot mijne dankerkentenis uw deeze letteren te doen geworden, zo hoop ik deze uw allen in een goede gezondheid mooge aantreffen, wat mij benevens de verdere huisgenooten aangaat, genieten de ruimste gezondheid.
Ik ben dan tevens zo vrij, uw benevens de verdere Heeren te melden, dat ik in de maand Julij ll. vereerd ben geworden door de Generale Kommissie van Weldadigheid te 's Hage met een zilveren medaille, welke mij 's jaarlijks f 5:-- aan contanten opbrengt.
Te meer moet ik u ook melden, dat ik van Frederiksoord verhuist ben naar de Kolonie Ommerschans als Landbouwer, in de maand Oktober jl., de aaneenschakeling van weldaden, welke ik geduurende mijn tijd te Frederiksoord genooten heb, zijn prijzenswaardig, en nu reeds alweder mijne staat dubbeld verbeterd zie.
Wij hebben hier 12 ŗ 14 koeijen, waar wij 's weekelijks een gedeelte van de boter moeten inbrengen, dog de verdere revenuen van melk etc. zijn de onzen, en kunnen voorzeker zeggen hier reeds een ruim en burgerlijk bestaan te hebben gevonden.
Dan mijne Heeren, kan ik niet genoeg hieromtrent uv mijne hartelijke dankbetuiging hier voor toe te dragen, van ons gered te zien uit de poel des armoede, en tot zulk een staat te zijn gekomen, aangenaam zal het ons zijn, uw in het aanstaandc jaar hier te mogen zien, gij zult ondervinden en ooggetuigen zijn onses beteren toestands.
Waarmeede ik heb de Eer te zijn na hartelijke groete en dankbetuiging mijner huisgenooten,
Uw Ond. Dienaar
(Get.) J. Steunenberg,
Landbouwer aan de Kolonie Ommerschans

De Star, het nummer van DECEMBER 1824

pagina 853 Overzigt over de aardrijkskunde, den handel en de zeevaart der oude volken, als ook der nieuwe, vůůr de ontdekking van Amerika. (ingezonden door een anoniem persoon)

pagina 880 Rekwest, van wege een aantal Rotterdamsche kooplieden, enz., onlangs bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal ingezonden, wegens den vrijen of belasten graanhandel.

pagina 897 Nadere berigten wegens de Maatschappij van Weldadigheid, en den staat der koloniŽn in de Zuidelijke ProvinciŽn. (Uit de Philantrope)

pagina 908 Iets omtrent de aardappelenteelt. (Uit de Almanak: Tot Nut en Verge≠noeging)

pagina 909 Verbouwing van Zweedsche rapen.

pagina 911 Kolonieberichten (december):
In het laatst van november en in het begin dezer maand heeft het Algemeen Bureau der koloniale administratie het ongeluk gehad, twee verdienstelijke geŽmploijeerden door den dood te verliezen, zijnde de Heeren H. van Loghem en A. van Riemsdijk.

Wat de kolonisten zelve betreft, mogen wij ons, bij voortduring, in een' algemeenen staat van gezondheid in de vrije koloniŽn en in het etablis≠sement te Veenhuizen verblijden. In de Ommerschans zijn eenige zieken, doch meestal oude en gebrekkige menschen, die sedert lang een ziekelijk ligchaam omdroegen.

Geboren zijn in deze maand:
in kolonie No.1 en 2 ......... 1
in kolonie No.3 ................. 1
in kolonie No.4 ................  2
in kolonie No.6 ................. 1
Te Veenhuizen ................. 1   
zamen .................... 6 kinderen

Overleden zijn:
in kolonie No.3 ............... 1
in de Ommerschans ...... 11   
zamen .............. 12 personen

Over het geheel genomen, verdient het gedrag der kolonisten steeds allen lof. - Een huisverzorger is beschuldigd van uit een huisje buiten de koloniŽn eenig goed te hebben ontvreemd, en ten gevolge daarvan voor de politieken regter gebragt; terwijl een andere huisverzorger zich niet ontzien heeft, een der bij hem ingedeelde weezen te mishandelen. Deze zal, hoewel hij zulks ontkent, uit de koloniŽn worden verwijderd.

Het winterkoren, vooral de rogge, staat in al de koloniŽn zeer goed, zelfs in de 3e kolonie (Willem≠soord), waar wij tot nu toe slechts ter naauwernood een' middel matigen oogst mogten hebben, niet uitgezonderd. Een bewijs, dat ook daar de grond in vruchtbaarheid aanmerkelijk toeneemt.

Het spitten en plaggesteken wordt thans met kracht voortgezet. Aan de Ommerschans worden eenige klaverstukken overmest, hetgeen aldaar met den kruiwagen geschiedt; ook wordt de mest wel in manden of met burries op het land gedragen; dit veroorzaakt, door de nabijheid van het land, geene meerdere kosten, en verschaft tevens aan de kolonisten, in dit jaarge≠tijde, geregeld werk. -

Te Veenhuizen wordt de ontginning thans wederom sterker, dan in de vorige maand, voortgezet. - Te Diever wordt thans weinig gewerkt.

In den staat van het vee is weinig verandering van belang voorgeval≠len. Hetzelve blijft steeds, zoowel op de stallen der Maatschappij als bij de kolonisten, gezond en in een' goeden staat.

De kinderen komen vlijtig ter school, en maken, zelfs in de Ommer≠schans niet uitgezonderd, goede vorderingen. Ten einde die kinderen, welke in de gedeelten der 3e, 4e en 6e koloniŽn, te verre van de scholen verwijderd, wonen, te gemoet te komen, wordt hun, gedurende de wintermaanden, in eene ledigstaande kolonisten-woning in kolonie No. 6, door een leermeester uit kolonie No. 3, onderwijs gegeven.

De lust tot het bijwonen der zondagscholen vermeerdert nog, zoodat al de plaatsen in die scholen bezet zijn.

In deze en in de voorgaande maand is wederom een aantal kinderen, zoo nieuw aangekome≠ne als in de koloniŽn geborene, met de koepokstof onder het beste gevolg ingeŽnt. Wij maken daarvan met zooveel te meer genoegen melding, daar dit als naar gewoonte door den Heer Med. Doktor Schuurman, te Steenwijk, gratis is verrigt.