Naar het overzicht
van de MUNT-pagina's





Na het besluit van 23 januari 1837 werkt alles anders, de directeur der koloniλn beperkt zich voortaan tot het plaatsen van bestellingen bij de permanente commissie

December 1836 stuurt de directeur de nog niet gebruikte gedrukte vellen koloniale munt naar de permanente commissie, die laat zich adviseren door de directeur voor de administratie en neemt 23 januari 1837 het besluit dat zij voortaan zelf zorgt voor de vervaardiging van koloniale munt (papier ιn metaal).

Regelde de directeur vσσr die tijd alles zelf, zie hier, erna meldt hij slechts waaraan er in elke kolonie behoefte bestaat en dan wordt dat door de permanente commissie naar hem toegezonden. Het nadeel voor de koloniλn is dat ze regelmatig met te weinig koloniaal geld zitten, waar niet snel en adequaat op wordt gereageerd.

Het voordeel voor de onderzoekers is dat het perfect te volgen valt.

De eerste keer dat de directeur zo'n bestelling plaatst is al meteen op 2 februari 1837, brief N245, invnr 180 scan 37.

Ik heb de eer UwEdGeb te verzoeken, mij, zoodra mogelijk, te willen toezenden ƒ 300 koloniale munt voor de gewone kolonien, als waaraan in dit oogenblik zulk eene dringende behoefte bestaat, welke mij eerst heden is bekend gemaakt, dat men daarin door briefjes van den onderdirecteur heeft moeten voorzien, die, intusschen, zoo als te denken is, ligtelijk aanleiding tot verwarring en verschillen geven kunnen, welke ik zoo gaarne voorgekomen zag.

TE SNEL

Die aanvraag is eigenlijk te snel. Op 8 februari 1837 bij agendapunt 35 neemt de permanente commissie het navolgende besluit, invnr 457, waar ze bij heeft geschreven 'Spoed':

DE PERMANENTE COMMISSIE DER MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID

Gelezen de brief van den Dir der Kol van den 2 dezer N245

Besluit

daarop te antwoorden als volgt:

Ter gedeeltelijke voldoening aan de aanvrage bij UwEd brief van den 2 dezer N245 om ƒ 300 koloniale munt voor de Gewone Kolonien, hebben wij de eer UwEd hiernevens te doen toekomen een bedrag van ƒ 174.32½ van die munt, te weten:
38 kaartjes ad ƒ 1 ƒ 38.---
95 kaartjes ad ƒ 0,50 ƒ 47,50
190 kaartjes ad  ƒ 0.25 ƒ 47.50
228 kaartjes ad  ƒ 0.10 ƒ 22,80
228 kaartjes ad  ƒ 0.05 ƒ 11.40
285 kaartjes ad  ƒ 0.02½ ƒ 7.12½
tezamen 
ƒ 174.32½
zijnde daartoe nog gebruik gemaakt het oude ?? door UwEd toegezonden materiaal, voor zoo verre hetzelve strekte, daar het nieuwe nog niet gereed is. Zoodra zulks het geval zal zijn, zullen wij UwEd het ontbrekende aan de aanvrage doen geworden.

SLIM BEZIG

Oftewel, de vellen die de directeur in december naar de permanente commissie had opgestuurd, zie hier, stuurt de permanente commissie nu weer terug naar de directeur. Ze zijn daar lekker bezig. Op 13 februari bevestigt de directeur de ontvangst van ƒ 174.32½ aan winkelkaartjes.

MAAR... het besluit levert wel informatie over de waarden van de in de vrije koloniλn gebruikte winkelkaarten. Wie zien dat er geen kleinere waarden zijn dan 2½ cent, wat inhoudt dat ze in combinatie met de koperen munten van ½ cent en 1 cent gebruikt worden.

NIEUWE KAARTJES

Er wordt te Den Haag wel vaart gezet achter het laten drukken van vellen met winkelkaartjes. Op 7 maart 1837 bij agendapunt 38 neemt de permanente commissie het navolgende besluit, invnr 458:

DE PERMANENTE COMMISSIE DER MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID

Besluit

aan den Dir der Kol te schrijven als volgt:

In vervolg op onze brief van den 8 february ll N35, hebben wij de eer UwEd hiernevens nog te doen toekomen  ƒ 125.67½ koloniale munt voor de Gewone Kolonien, als
27 kaartjes ad ƒ 1 ƒ 27.---
69 kaartjes ad ƒ 0,50 ƒ 34,50
136 kaartjes ad  ƒ 0.25 ƒ 34.---
168 kaartjes ad  ƒ 0.10 ƒ 16,80
160 kaartjes ad  ƒ 0.05 ƒ 8.---
215 kaartjes ad  ƒ 0.02½ ƒ 5.37½
tezamen 
ƒ 125.67½
uitmakende met de ƒ 174.32½
bij onze gen. brief gezonden de som van
ƒ 300.--

INTRODUCTIE VRIJE KOLONIΛN

NB: Nog steeds geen waarde kleiner dan 2½ cent. Op 11 maart bevestigt de directeur in een brief met nummer N540, invnr 181 scan 260, de ontvangst van ƒ 125.67½ aan winkelkaartjes zodat 11 maart 1837 kan worden genomen als datum dat de nieuwe koloniale munt met de handtekeningen van Post en Visser zijn intrede doet in de gewone koloniλn.

Lager op de bladzijde een overzicht wanneer nieuw geld naar de vrije koloniλn wordt gestuurd, maar eerst de andere koloniλn:

INTRODUCTIE VEENHUIZEN-2

Op 3 maart 1837, invnr 181 scan 69, vraagt de directeur om ƒ 1000.- koloniale munt voor het tweede gesticht te Veenhuizen, omdat 'de voorraad oude zeker zeer versleten zal wezen'. De permanente commissie delegeert dat 21 maart 1837 bij agendapunt N8, invnr 458, aan de Directeur voor de Administratie en op 1 april 1837 N33, invnr 459, meldt die dat de duizend gulden winkelkaartjes verzonden zijn.

DENOMINATIES

In invnr 459 bevindt zich een notitie van de Directeur voor de Administratie wat er precies naar de directeur gezonden is:

Nota van op den 1 April 1837 aan den Heer Directeur der Kolonien toegezonden koloniale munten ten behoeve van het 2e Gesticht te Veenhuizen, als
72 vel, ieder bevattende voor een bedrag van ƒ 13.72
ƒ 987.84
En in losse kaartjes:

10 stuks ieder ΰ ƒ 0.50 ƒ  5.---
14 stuks ieder ΰ ƒ 0.25 ƒ  3.50
20 stuks ieder ΰ ƒ 0.10 ƒ  2.---
20 stuks ieder ΰ ƒ 0.05 ƒ  1.---
20 stuks ieder ΰ ƒ 0.02½ ƒ  0.50
16 stuks ieder ΰ ƒ 0.01 ƒ  0.16

ƒ 1000.--

OFTEWEL

Eronder geeft hij een alternatieve formulering van dezelfde zending:

Of
730 kaartjes ieder a ƒ 0.50 ƒ  365.---
1454 kaartjes ieder a ƒ 0.25 ƒ  363.50
1460 kaartjes ieder a ƒ 0.10 ƒ  146.---
1460 kaartjes ieder a ƒ 0.05 ƒ   73.---
1460 kaartjes ieder a ƒ 0.02½ ƒ  36.50
1600 kaartjes ieder a ƒ 0.01 ƒ  16.---

ƒ 1000.--

EEN VEL

Aan de hand van die twee opgaven valt te beredeneren hoe zo'n vel met winkelkaartjes voor het tweede gesticht er oorspronkelijk uitgezien heeft. Er zitten op zo'n vel 730 min 10 gedeeld door 72 kaartjes van 50 cent. Zo rekenend bevat een vel:

10 kaartjes van 50 cent, gezamenlijke waarde
ƒ 5.---
20 kaartjes van 25 cent, gezamenlijke waarde ƒ 5.---
20 kaartjes van 10 cent, gezamenlijke waarde ƒ 2.---
20 kaartjes van 5 cent, gezamenlijke waarde ƒ 1.---
20 kaartjes van 2½ cent, gezamenlijke waarde ƒ 0.50
22 kaartjes van 1 cent, gezamenlijke waarde ƒ 0.22
Totaal per vel (en dat klopt met de opgaaf hierboven)
ƒ 13.72

INTRODUCTIEDATUM VEENHUIZEN-2

Op 3 april 1837 in een brief met nummer N711, invnr 182 scan 99, bevestigt de directeur de ontvangst van dit nieuwe papiergeld. Dan moet het nog van Frederiksoord naar Veenhuizen, zodat 4 april 1837 kan worden genomen als datum dat de nieuwe koloniale munt met de handtekeningen van Post en Visser zijn intrede doet in het tweede gesticht te Veenhuizen. Zie voor verdere bestellingen onder.

INTRODUCTIE VEENHUIZEN-1

Op 13 oktober 1837 in een brief met nummer N2357, invnr 188 scan 186, schrijft de directeur:

Gisteren schreef mij den Adjunct-Directeur bij het 1e Gesticht te Veenhuizen, dringend verlegen te wezen, om ƒ 250.- nieuwe koloniale munt, waarom ik de eer heb UwEdG. bij dezen te verzoeken.

Deze brief wordt behandeld 18 oktober 1837 bij agendapunt N3, invnr 465, en dan wordt meteen het gevraagde bedrag in nieuwe koloniale munt gezonden. Men schrijft de directeur:

Wij hebben de eer UWEd ter voldoening aan de aanvrage bij brief van den 13 dezer N2357 ten behoeve van Veenh. N1 te doen toekomen ƒ 250.-- koloniale munt, te weten:
21 vellen a ƒ 11.42
ƒ 239.82
7 stuks kaartjes ΰ ƒ 0.50 ƒ  3.50
16 stuks kaartjes ΰ ƒ 0.25 ƒ  4.---
14 stuks kaartjes ΰ ƒ 0.10 ƒ  1.40
17 stuks kaartjes ΰ ƒ 0.05 ƒ  0.85
10 stuks kaartjes ΰ ƒ 0.02½ ƒ  0.25
18 stuks kaartjes ΰ ƒ 0.01 ƒ  0.18

ƒ 250.--

EEN VEL VOOR HET EERSTE GESTICHT

Blijkbaar is een vel winkelkaartjes voor het eerste gesticht (ΰ ƒ 11.42) anders ingedeeld dan een vel kaartjes voor het tweede gesticht (ΰ ƒ 13.72). Hoe zo'n vel voor het eerste gesticht eruit ziet, blijkt uit een onderaan deze pagina afgedrukte latere (23 december 1840) specificatie die ik hier herhaal:

8 kaartjes ΰ ƒ 0,50
ƒ 4.---
16 kaartjes ΰ ƒ 0,25 ƒ 4.---
16 kaartjes ΰ ƒ 0,10 ƒ 1.60
20 kaartjes ΰ ƒ 0,05 ƒ 1.---
20 kaartjes ΰ ƒ 0,02½ ƒ 0,50
32 kaartjes ΰ ƒ 0,01
ƒ 0,32

ƒ 11,42

INTRODUCTIEDATUM VEENHUIZEN-1

Op 23 oktober 1837 in een brief met nummer N2455, invnr 188 scan 414, bevestigt de directeur de ontvangst van dit nieuwe papiergeld. Dan moet het nog van Frederiksoord naar Veenhuizen, zodat 24 oktober 1837 kan worden genomen als datum dat de nieuwe koloniale munt met de handtekeningen van Post en Visser zijn intrede doet in het eerste gesticht te Veenhuizen. Zie voor verdere bestellingen onder.

INTRODUCTIE VEENHUIZEN-3

Op 5 december 1837, invnr 189 scan 97, in een brief met nummer N2829 schrijft de directeur:

Ik ontving gisteren van het 3e Gesticht te Veenhuizen voor ƒ 113.02 onbruikbaar geworden koloniale munt, met verzoek om eenig nieuw kleingeld, zoo mogelijk alle centen terug te bekomen.
Ik heb de eer UwEdG. dat verzoek over te brengen, met bijvoeging, echter, dat ik niet geloven kan, dat men het met de gewone proportie tusschen de verschillende soorten papieren munt niet zoude kunnen doen.

Oftewel de directeur vindt de verhouding tussen 1 cent en andere waarden al goed zoals die is, in tegenstelling tot de directie van het derde gesticht.
Deze brief wordt behandeld op 23 december 1837 bij agendapunt 3, invnr 467, en dan wordt 'tien stuks vellen koloniale munt ten gezamenlijke bedrage van ƒ 114.20' voor het derde gesticht naar de directeur gezonden. Er zit geen specificatie bij, maar gezien die ƒ 11.42 is zo'n vel voor het derde gesticht blijkbaar gelijk aan een vel voor het eerste gesticht.

Op 27 december 1837 in een brief met nummer N2990, invnr 190 scan 504, bevestigt de directeur de ontvangst van dit nieuwe papiergeld. Dan moet het nog van Frederiksoord naar Veenhuizen, zodat 28 december 1837 kan worden genomen als datum dat de nieuwe koloniale munt met de handtekeningen van Post en Visser zijn intrede doet in het derde gesticht te Veenhuizen.

DE KOMENDE JAREN

Dat was 1837 en zo gaat het ook in de komende jaren. Hieronder de regelmatige bestellingen door de directeur van papieren munt voor de gestichten in Veenhuizen en voor de vrije koloniλn, met uitzondering van 1839. De klappers op de post over 1839, invnr 935, heeft wel een mapje 'Comptabiliteit Koloniale Munt', maar daar is NIETS ingevuld. Dus de enige manier zou zijn het doorbladeren van de twaalf uitgaande post van 1839 en dat is onbegonnen werk.

VEENHUIZEN-1

Bestelling directeur
Besluit PC te zenden
Bevestiging ontvangst
13 oktober 1837, zie boven
zie boven
zie boven
4 juli 1838 N1591, invnr 197 scan 59, liefst in kaartjes van 10, 5, 2½ en 1 cent.
11 juli 1838 N2, invnr 476, bedrag ƒ 100.--
16 juli 1838 N1659, invnr 197 scan 257.



27 januari 1840 N216, invnr 223 scan 415.
7 februari 1840 N7, invnr 498, bedrag ƒ 160.--
11 februari 1840 N408, invnr 224 scan 405.
23 juli 1840 N1865, invnr 233 scan 37.
14 augustus 1840 N1, invnr 506, bedrag ƒ 150.--
19 augustus 1840 N2117, invnr 234 scan 485.
4 december 1840, zie onder.
zie onder
zie onder

VEENHUIZEN-2

Bestelling directeur
Besluit PC te zenden
Bevestiging ontvangst
3 maart 1837, zie boven.
zie boven
zie boven
6 april 1838 N795, invnr 194 scan 112
12 april 1838 N1, invnr 472, bedrag ƒ 1000.--
18 april 1838 N894, invnr 194 scan 361.



19 mei 1840 N1282, invnr 229 scan 384.
13 juni 1840 N32, invnr 504, bedrag ƒ 500.-- 17 juni 1840 N1520, invnr 231 scan 158.
14 december 1840, zie onder
zie onder
zie onder

VEENHUIZEN-3

Bestelling directeur
Besluit PC te zenden
Bevestiging ontvangst
5 december 1837, zie boven
zie boven
zie boven
17 april 1838 N880, invnr 194 scan 316, vooral stukken van 10, 5, 2½ en 1 cent
30 april 1838 N1, invnr 472, bedrag ƒ 200.--
5 mei 1838 N1043, invnr 195 scan 57.
24 september 1838 N2291, invnr 199 scan 585.
29 september 1838 N7, invnr 478, bedrag ƒ 250.--
5 oktober 1838 N2455, invnr 200 scan 187.
30 oktober 1838 N2688, invnr 200 scan 875. 23 november 1838 N2, invnr 480, bedrag ƒ 400.--
28 november 1838 N2968, invnr 202 scan 268.



24 december 1839 N3544, invnr 221 scan 681.
4 januari 1840 N33, invnr 496, bedrag ƒ 600.--
20 november 1840 N2939, invnr 237 scan 481.
zie onder
30 december 1840 N3257, invnr 238 scan 736.

GEWONE KOLONIΛN

Bestelling directeur
Besluit PC te zenden
Bevestiging ontvangst
2 februari 1837, zie boven
zie boven
zie boven
13 maart 1837 N552, invnr 181 scan 306.
22 maart 1837 N37, invnr 458, bedrag ƒ 300.--
25 maart 1837 N634, invnr 181 scan 607.
2 september 1837 N2015, invnr 187 scan 29.
9 september 1837 N12, invnr 464, bedrag ƒ 600.--
12 september 1837 N2092, invnr 187 scan 199.
30 oktober 1838 N2688, invnr 200 scan 875. 19 november 1838 N32, invnr 480, bedrag ƒ 500.-- 22 november 1838 N2915, invnr 202 scan 72.



1 januari 1840 N4, invnr 222 scan 28, vraagt ƒ 500.-- 10 januari 1840 N9, invnr 496, bedrag ƒ 300.-- 15 januari 1840 N139, invnr 223 scan 506.

3 april 1840 N2, invnr 501, bedrag ƒ 200.-- 8 april 1840 N929, invnr 227 scan 232.
8 april 1840 N930, invnr 227 scan 245.
22 mei 1840 N1, invnr 502, bedrag ƒ 500.-- 27 mei 1840 N1353, invnr 229 scan 646.
9 oktober 1841, zie onder.
zie onder.
zie onder.

LAATSTE BESTELLING PAPIERGELD VEENHUIZEN

Op 4 december 1840, invnr 238 scan 149, schrijft de directeur:

Ik heb de eer UWEdGeb. te verzoeken, om Een Honderd Vijftig Gulden nieuwe koloniale munt, voor het 1 Gesticht te Veenhuizen, voor ten naasten bij zulk eene som door mij ingenomen onbruikbare welke bij de verantwoording over deze maand zal worden ingezonden.

Op 23 december 1840 maakt de agenda van de permanente commissie bij agendapunt 2, invnr 510, melding van die brief en van het besluit om die kaartjes naar hem toe te zenden. Een dag ervoor zijn er kaartjes voor het derde gesticht te Veenhuizen en munten voor de Ommerschans op de bus gegaan. Waarbij de directeur voor de administratie lekker gaat puzzelen hoe hij op precies de gevraagde bedragen uitkomt, zoals hij dat elke keer doet om op een rond bedrag uit te komen. Lijkt me dat er hιιl veel tijd in dat gereken gaat zitten...

SPECIFICATIE VEENHUIZEN-1

De uitkomst van dat gereken is te lezen in een bij dit agendapunt horende nota, ook invnr 510, van wat er aan de directeur gezonden wordt. De waarden van de bij het eerste gesticht te Veenhuizen in gebruik zijnde winkelkaartjes zijn dus de hele tijd gelijk gebleven.

Nota van op den 23 December 1840 aan den Directeur der Koloniλn toegezonden koloniale munt ten behoeve van het 1e Gesticht te Veenhuizen ter voldoening aan deszelfs aanvraag bij brief in dato 4 December 1840 N3057:

13 vel ieder bevattende:
8 kaartjes ΰ ƒ 0,50
ƒ 4.---
16 kaartjes ΰ ƒ 0,25 ƒ 4.---
16 kaartjes ΰ ƒ 0,10 ƒ 1.60
20 kaartjes ΰ ƒ 0,05 ƒ 1.---
20 kaartjes ΰ ƒ 0,02½ ƒ 0,50
32 kaartjes ΰ ƒ 0,01
ƒ 0,32

ƒ 11,42
(maal 13 =)
ƒ 148,46
losse kaartjes:

8 stuks ΰ ƒ 0,10
ƒ 0,80
9 stuks ΰ ƒ 0,05
ƒ 0,45
8 stuks ΰ ƒ 0,02½ ƒ 0,20
9 stuks ΰ ƒ 0,01
ƒ 0,09
tezamen
ƒ 150.---
De directeur voor de Adminstratie
bij de Maatschappij van Weldadigheid
HWL Post

SPECIFICATIE VEENHUIZEN-3

Een dag ervoor zijn er dus munten naar de Ommerschans (zie hier) en kaartjes naar het derde gesticht gegaan, 22 december 1840 N36, invnr 510:

Nota van op den 22 December 1840 aan den Directeur der Koloniλn toegezonden koloniale munt ten behoeve van het 3e Gesticht te Veenhuizen ter voldoening aan deszelfs aanvraag bij brief van de 20 Nov 1840 N2939:

43 vel, ieder bevattende:
6 kaartjes ΰ ƒ 0,50
ƒ 3.---
16 kaartjes ΰ ƒ 0,25 ƒ 4.---
18 kaartjes ΰ ƒ 0,10 ƒ 1.80
20 kaartjes ΰ ƒ 0,05 ƒ 1.---
20 kaartjes ΰ ƒ 0,02½ ƒ 0,50
32 kaartjes ΰ ƒ 0,01
ƒ 0,32

ƒ 10,62
(maal 43 =)
ƒ 456,66
losse kaartjes:

35 stuks ΰ ƒ 0,50 ƒ 17,50
74 stuks ΰ ƒ 0,25 ƒ 18,50
35 stuks ΰ ƒ 0,10
ƒ 3,50
42 stuks ΰ ƒ 0,05
ƒ 2,10
44 stuks ΰ ƒ 0,02½ ƒ 1,10
64 stuks ΰ ƒ 0,01
ƒ 0,64
tezamen
ƒ 500.---
De directeur voor de Adminstratie
bij de Maatschappij van Weldadigheid
HWL Post

EINDE PAPIERGELD VEENHUIZEN

Op 30 december 1840 in een brief met nummer N3257, invnr 238 scan 736, bevestigt de directeur de ontvangst van dit geld. Maar het is wel de laatste keer, want bij diezelfde vergadering, dus ook invnr 510, bij agendapunt 2b besluit de permanente commissie 'order te stellen' op het vervaardigen van metalen munten voor Veenhuizen. De bestelling van 14 december 1840 in de brief met nummer N3147, invnr 238 scan 326 van ƒ 500.-- papieren geld voor Veenhuizen-2 wordt niet meer in behandeling genomen.

Zie voor de invoering van de metalen munten in Veenhuizen op 20 april 1841 (tweede gesticht) en op 11 mei 1841 (eerste en derde gesticht) op deze pagina.

Zoals daar te zien verandert er voor de directeur niet veel. Voortaan plaatst hij bestellingen voor koperen en zinken munten voor Veenhuizen.

LAATSTE BESTELLING PAPIERGELD VRIJE KOLONIΛN

Op 9 oktober 1841 in een brief met nummer N2429, invnr 250 scan 193, schrijft de directeur:

Ik heb de eer UwEdGeb. te verzoeken om ƒ 600 nieuwe coloniale munt, voor de gewone koloniλn, ter vervanging van zoo veel oude, die gedeeltelijk al, doch geheel nog niet, is ingenomen, om de omloop niet te zeer te stremmen.

Op 20 november 1841 N3, invnr 521, voldoet de permanente commissie aan dat verlangen en op 29 november 1841 in een brief met nummer N2851, invnr 252 scan 555, bevestigt de directeur de ontvangst van de 600 gulden winkelkaartjes.

Maar het volgende jaar laat de permanente commissie - voor zover wij kunnen zien zonder daarover de directeur in te lichten - ook voor de gewone koloniλn metalen munten maken. Die worden door Van Maanen gemaakt en dan krijgen ook de vrije koloniλn metalen munt, zie deze pagina.