Naar het overzicht
van de MUNT-pagina's





Het maken van het metalen muntgeld, vooreerst alleen voor de Ommerschans, wordt vanaf 1837 door de permanente commissie steeds opgedragen aan de firma G. van Maanen & Zoon te 's Gravenhage

December 1836 stuurt de directeur de nog niet gebruikte gedrukte vellen koloniale munt naar de permanente commissie, die laat zich adviseren door de directeur voor de administratie en neemt 23 januari 1837 het besluit dat zij voortaan zelf zorgt voor de vervaardiging van koloniale munt (papier n metaal).

Daarna vindt de permanente commissie snel een drukker voor de winkelkaartjes (maar we weten nog niet wie) en voor de metalen munten wendt ze zich tot de firma G van Maanen en zoon, gevestigd in de Koediefstraat 144, een smal straatje vlakbij het Plein in Den Haag.
In het begin is dat alleen voor de Ommerschans, want alle andere kolonin hebben op het moment papiergeld.

ZELFDE STEMPELS ?

In het Handboek van de Nederlandse munten van 1795 tot 1975, door J. Schulman staat dat de munten door Van Maanen 'op dezelfde stempels geslagen' worden als waarop ze in de kolonie geslagen werden. In eerste instantie lijkt dat te kloppen. De brief van de directeur zit niet meer tussen de ingekomen post, maar de agenda van de permanente commissie van 6 februari 1837, invnr 457, maakt melding van de ontvangst van een

Missive van de Directeur 10 January N56 in vervolg op de missive van 29 December N2639 inzendende de stempels tot het vervaardigen van koloniale munt bij de Ommerschans in gebruik.

Dat hij dat zou opsturen had de directeur beloofd in zijn brief van 29 december 1836, zie hier. Genoteerd wordt dat de stempels worden afgegeven aan de Directeur voor de Administratie 'tot emplooij'.

NIEUWE STEMPELS !

Maar... In een in 1839 ingediende declaratie over 1837 en 1838, invnr 1035, meldt Van Maanen de vervaardiging op 7 oktober 1837 voor een bedrag van 66 gulden van '11 stuks staalen stempels voor koloniale munt'. Er zijn dus NIEUWE stempels voor het Ommerschans-geld.

Er zijn van de Ommerschans bekend de denominaties cent, 1 cent, 2 centen, 5 centen, 10 centen, 15 centen, 20 centen, 25 centen, 50 centen en 100 centen. Dat zijn tien soorten. De achterkant van de Ommerschans-munten is blanco en daar is ook een stempel voor nodig.

EERSTE NIEUWE MUNTEN

In theorie is het mogelijk dat deze nieuwe stempels volkomen identiek zijn aan het op dit moment op de Ommerschans gebruikte geld, maar verderop blijkt dat niet het geval te zijn.

Diezelfde 7 oktober 1837 levert Van Maanen ook de eerste Ommerschans-munten. Hij declareert, invnr 1035:

11 Nederlandse pond koperen plaatjes van differente grootte en dikte 46.---
8 Nederlandse pond zinken plaatjes dito
25,50
.

NIEUWE MUNTEN NAAR DE OMMERSCHANS

Die door Van Maanen gemaakte munten worden op 31 januari 1838 N3, invnr 468, door de permanente commissie naar de directeur gestuurd. Ze schrijven:

Bij dezen hebben wij de eer UWEd te doen toekomen 925.- koloniale munt van koper en zink bestemd voor de Ommerschans, als

150 stuks van 1.--
150.---
375 stuks van 0.50
187.50
750 stuks van 0.25
187.50
750 stuks van 0.20
150.---
750 stuks van 0.15
112.50
750 stuks van 0.10
  75.---
750 stuks van 0.05
  37.50
750 stuks van 9.02
   15.---
750 stuks van 0.01
    7.50
500 stuks van 0.00
    2.50
Totaal
925.---

waarvan wij UWEd verzoeken, gebruik te maken ter inwisseling van de thans bij genoemd gesticht in omloop zijnde koloniale munt, welke volgens eene vroeger gemaakte berekening, waarvan UWEd de juistheid heeft erkend bij brief van den 21 February 1837 N386, de som van 885.50 moet bedragen.

IN OMLOOP

Eerst even dat laatste stukje. Op 14 februari 1837 N3, invnr 457, stuurt de permanente commissie aan de directeur

ene rekening van de thans in omloop zijnde koloniale munt, met verzoek dezelve te verifieren en terugtezenden,

Maar er zit GEEN kopietje van die rekening in invnr 457. Daarop reageert de directeur op 21 februari 1837 in een brief met nummer N386, invnr 180, scan 459. Hij schrijft:

Ik heb de eer UwEdG. hierbij terug te zenden, de bij brief van 14 dezer maand N3 ontvangen rekening van de in omloop gebragte koloniale munt, waarop slechts deze ne aanmerking te maken is, dat de 31,32 den 24 Junij 1835 bij mij in ontvang genomen, dien eigen dag weder is uitgegeven met
10.- aan Veenhuizen N1,
11,32 aan N2 en
10.- aan N3.

Tevens heb ik de eer UwEdG. in bedenking te geven, of het ook nuttig zou kunnen zijn, om de in omloop zijnde sommen eens op te nemen en het daartoe bij den kolonist te doen voorkomen, of dezelve zoude worden verwisseld tegen andere, ten einde alles in handen te krijgen.
Daarbij zou de papieren munt van de gestichten te Veenhuizen en van de gewone kolonin inderdaad kunnen worden omgewisseld, indien UwEdG. daartoe zoo veel nieuwe munt aan mij mogten wilen doen toekomen.

Bij de eerste alinea van deze brief is door een lid van de permanente commissie in de kantlijn geschreven 'Deze aanmerking is juist.' Met het voorstel van de directeur alles in te nemen gebeurt niets. Als de brief op 9 maart 1837 N13, invnr 458, staat geagendeerd, wordt alles overgegeven aan de Directeur voor de Administratie en van diens spullen is niets bewaard gebleven.

Dus hebben we de bedoelde rekening van in omloop zijnde koloniaal geld niet gezien en moeten we gewoon maar aannemen dat er inderdaad voor 885.50 aan oud koloniaal geld op de Ommerschans is.

NIEUW GELD IN OMLOOP

De directeur schrijft op 11 februari 1838 in een brief met nummer N309, invnr 192 scan 235, dat hij het nieuwe geld in omloop heeft gebracht:

Frederiksoord, den 11 Febr. 1838

Ik heb de eer UwEdG de goede ontvangst te berigten des briefs van den 31 January jl. N3 met 925.- nieuwe koloniale munt voor de Ommerschans, welke ik den 3 dezer maand heb in ontvang genomen en den 8e te Ommerschans wer uitgegeven, tegen inname der oude koloniale munt, ten bedrage van 805,41, volgens onderstaande specificatie, welke munt bij dezen aan UwEdG wordt toegezonden.
Daar de in omloop gebragte som 885,50 heeft bedragen, zou er 80,09 zijn verloren geraakt, of buiten de kolonie in omloop gekomen, waarvan ik de inwisseling meen te hebben voorgekomen door de onverwachte en snelle omzetting.
Het is, echter, mogelijk, dat er zich nog eene kleinigheid op doet van kolonisten, die in der daad, door bijzondere omstandigheden, buiten de gelegenheid gebleven zijn, het hunne te doen omwisselen, waarvan ik, na gedaan onderzoek, UwEdG nader zal rapporteren.

CONCLUSIES

● De eerste door Van Maanen gemaakte munten zijn op 8 februari 1838 op de Ommerschans in gebruik genomen.
● Die zijn geslagen met de nieuwe stempels en die MOETEN er anders uitzien dan het tot nu toe gebruikte Ommerschans geld, want anders zou de directeur niet weten wat oud en wat nieuw geld is.

Theoretisch is het nog mogelijk dat de hierboven beschreven omwisseling heeft plaats gevonden door gelijk over te steken zodat oude en nieuwe munt toch identiek zouden kunnen zijn. Maar de directeur denkt ook alsnog van buiten de kolonie komend oud geld als zodanig te zullen herkennen. En hij neemt later ook nog oud geld van kolonisten aan, zie hieronder.

VERVOLG

De brief van de directeur staat bij de permanente commissie geagendeerd op 12 maart 1838 N6, invnr 470:

DE PERMANENTE COMMISSIE DER MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID

Gelezen het rapport van den Dir der Kol van den 11 febr ll N309

Besluit:

1. Hetzelve bij ?? te stellen in handen van den Dir over de Adm om rapport

2. Aan den Dir der Kol te schrijven als volgt:

Naar aanleiding van UwEd verslag van den 11 febr ll N309, betrekkelijk de door UwEd gedane omwisseling van koloniale munt te Ommerschans, hebben wij de eer UwEd te verzoeken ons het daarbij toegezegde nader rapport, nopens hetgeen nader nog ter omwisseling mogt zijn aangeboden, wel zoo dra het geschieden kan, te doen toekomen. 

Dat kan. Al op 19 maart 1838 in een brief met nummer N610, invnr 193 scan 356 schrijft de directeur:

In antwoord op den brief van den 12e dezer maand N6, heb ik de eer UwEdGeb. te berigten, dat er nader plaats gehad hebbende omwisseling der koloniale munt te Ommerschans, nog voor 7.15 is ingekomen van kolonisten, die inderdaad door bijzondere omstandigheden buiten de gelegenheid zijn geweest, dezelve tijdig ter verwisseling aan te bieden, welke som ik den 23 February jl van den Adjunct-Directeur heb overgenomen, en ook dien dag aan UwEdGeb. heb doen overschrijven, wordende de spatie hierbij aan UwEdGeb. ingezonden.

Die brief wordt behandeld 2 april 1838 N33, invnr 472, waarbij alleen wordt geconstateerd dat hij de 7.15 inderdaad opgezonden heeft. Verder staat er weer bijgeschreven dat de directeur voor de administratie een rapport moet opmaken, mar dat zal verder geen gevolgen hebben.

Met spatie zal de directeur bedoelen specie, maar belangrijker is dat hij dus blijkbaar verschil kan zien tussen oude en nieuwe koloniale munt. Oftewel de door Van Maanen met de nieuwe stempels geslagen munten hebben - in tegenspraak met Schulman - een ander uiterlijk dan de eerdere munten op de Ommerschans.

HET UITERLIJK

We weten hoe het door Van Maanen geslagen geld er uit heeft gezien, zie deze pagina. Maar hoe het daarvr op de Ommerschans gebruikte geld er uit heeft gezien zullen we wel nooit te weten komen.

Want dat oude geld gaat naar Van Maanen. Die maakt op de al vaker genoemde factuur in invnr 1035 melding van het in ontvangst nemen van

6 8/10 Nederlandse pond oude rood koperen plaatjes a .80 per Nederlandse pond   5.44
10 2/10 Nederlandse pond zinken plaatjes a 5 st
  0.51

Die zal hij echt niet bewaard hebben, maar in zijn bedrijf hebben hergebruikt.

VERDWENEN?

Zoals hiervoor gemeld was er te Ommerschans in omloop aan oude munt 885,50. Daarvan heeft de directeur opgehaald eerst 805.41 en later 7.15. Dat is naar Van Maanen gegaan en wat er dus 'ergens' nog zou kunnen rondzwerven als oude munt van de Ommerschans 1830-1838 is het restant van slechts 72.93.

Dat is erg weinig en ons is niet bekend dat daarvan iets is teruggevonden. De enige kandidaat is de koperen munt van vijftien cent die bij archeologisch onderzoek op de Ommerschans is gevonden.

TEKORT

De directeur heeft het niet helemaal goed gedaan. Al kort daarna, op 6 april 1838, in een brief met nummer N795, invnr 194 scan 112, schrijft hij:

Daar het gebleken is, dat er bij de jongste omwisseling van koloniale munt te Ommerschans, veel te weinig klein geld in omloop gebragt is, waardoor aldaar groote ongelegenheid ontstaan is, die tot ongenoegen en verschil leidt, zoo heb ik de eer UwEdGeb. te verzoeken, om daarin wel zoodra mogelijk te willen voorzien, al ware het zelfs door voorloopige overzending van eene der soorten afgekeurde oude munt, waaraan tijdelijk de waarde eener cent kon worden toegekend.
Ik had UwEdGeb. hierom reeds eerder moeten verzoeken.

NABESTELLING

Van Maanen wordt meteen weer aan het werk gezet. Volgens dezelfde factuur als hierboven genoemd, invnr 1035, levert hij in april 1838:

4 3/10 Nederlandse pond zinken plaatjes 12.90

De permanente commissie stuurt 11 april 1838 N8, invnr 472, ' 20:-- aan kleingeld voor de Oschans'. De directeur meldt 17 april 1838 in een brief met nummer N881, invnr 194 scan 338. de ontvangst van twintig gulden 'nieuwe koloniale munt' dus de permanente commissie is niet meegegaan in zijn voorstel de oude munt te hergebruiken.

BESTELLINGEN IN 1839 ?

Of er in 1839 ook munten geslagen zijn voor de Ommerschans weten we (nog) niet. De klappers op de post over 1839, invnr 935, heeft wel een mapje 'Comptabiliteit Koloniale Munt', maar daar is NIETS ingevuld. Dus de enige manier zou zijn het doorbladeren van de twaalf uitgaande post van 1839 en dat is onbegonnen werk.

Van 1840 weten we het wel, maar we hebben nog geen rekening van Van Maanen over dat jaar gevonden. Het navolgende is dus geheel gebaseerd op wat we in de post aantroffen:

EERSTE BESTELLING 1840

Op 6 juli 1840 in een brief met nummer N1712, invnr 232 scan 155, schrijft de directeur:

Ik heb de eer UwEdGeb. te berigten, dat de plaatselijke Directie te Ommerschans, met overleg van den Heer Directeur voor de administratie, van mening is, dat er nog de volgende koloniale munt benoodigd is, om de verrekeningen gemakkelijk te kunnen doen, als
voor 30.-- aan halve centen
voor 30.-- aan cent stukken
voor 30.-- aan twee centen,
ten einde UwEdGeb. in deze behoefte zouden kunnen voorzien.

Blijkbaar is de directeur voor de administratie H.W.L. Post voor overleg in de kolonie geweest. Op 24 juli 1840 N3, invnr 505, stuurt de permanente commissie ' 35.-- koloniale munt uit stukken van 2, 1 en cent bestaande'. Op 27 juli 1840 in een brief met nummer N1896. invnr 233 scan 144 bevestigt de directeur de ontvangst daarvan.

TWEEDE BESTELLING 1840

Op 30 november 1840 in een brief met nummer N2999, invnr 237 scan 744, schrijft de directeur:

Voornamelijk ten gevolge der toeneming van de bevolking, welke thans ook te Ommerschans plaats heeft, bestaat er aldaar behoefte aan 100.-- 150.-- meerder koloniale munt in omloop, onverschillig van welke waarde de stukken zijn, mits geen 20 cents stukken, die, als nagenoeg van gelijke grootte als de 25 cents stukken zijnde, buiten omloop gebragt zijn, zoo als UwEdGeb. geacht medelid den WelEdG. Heer Mr J.C. Faber van Riemsdijk laatst in loco bepaald heeft.

Ik heb de eer UwEdGeb. om die meerder koloniale munt te verzoeken, met voorstel tevens, om de 20 cents stukken, als ongeschikt geheel intenemen en UwEdGeb terug te zenden.

Het voorstel de stukken van 20 cent uit de roulatie te halen, zal pas een jaar later tot een besluit leiden. De permanente commissie bespreekt de brief op 4 december 1840 N30 en stuurt op 22 december 1840 N36 voor 150 gulden koloniale munt voor de Ommerschans naar de directeur. Op 30 december 1840 in een brief met nummer N3257, invnr 238 scan 736 bevestigt de directeur de ontvangst.

Dan is het 1841 en ontstaat een nieuwe situatie. Van Maanen gaat ook munten maken voor eerst Veenhuizen en dan de vrije kolonin. Dat komt tzt op een aparte pagina, maar staat nu nog hieronder.

REKENING 1841-1843

Bij de stukken voor de financile jaarverslagen van de Maatschappij van Weldadigheid zitten door Van Maanen gemaakte overzichten wat hij geleverd heeft. Blijkbaar stuurt hij niet elk jaar een rekening, maar neemt hij enkele jaren samen.

We hebben tot nu toe n rekening gedaan. Die zit bij de financile stukken voor 1847, invnr 1051.

INDELING

Die rekening ziet er als volgt uit
● De eerste kolom (niet altijd volledig ingevuld) geft de datum van levering.
● De tweede kolom vermeldt de plaatjes koper of zink die voor de vervaardiging gebruikt zijn.
● De derde kolom het gewicht van die plaatjes.
● De vierde kolom het gewicht vermenigvuldigt met de kiloprijs (het vermenigvuldigtekentje ('x') heb ik er tussen gezet) en
● De vijfde kolom de totaalkosten.

Geleverd ten dienste van de
Maatschappij van Weldadigheid
Door G. van Maanen en Zoon

1841



V 1
April 13
Koperen plaatjes van 15 Ct
2 9/10


Koperen plaatjes van 25 Ct 2



Koperen plaatjes van 50 Ct 1 1/10





6. x 4.-
24.---

Zinken plaatjes van Ct
2 8/10



Zinken plaatjes van 1 Ct
3 3/10



Zinken plaatjes van 5 Ct
3 7/10



Zinken plaatjes van 10 Ct
6 4/10





16.2 x 3.-
48,60





V 2

Koperen plaatjes van 15 Ct 5 8/10



Koperen plaatjes van 25 Ct 3 5/10



Koperen plaatjes van 50 Ct 2 8/10



Koperen plaatjes van 100 Ct 2 1/10





14.2 x 4.- 56,80

Zinken plaatjes van Ct 2 8/10


Zinken plaatjes van 1 Ct 4 1/10



Zinken plaatjes van 5 Ct 6 1/10



Zinken plaatjes van 10 Ct 10 1/10





23.1 x 3.- 69.30





V 3

Koperen plaatjes van 15 Ct 3.--



Koperen plaatjes van 25 Ct 1 7/10



Koperen plaatjes van 50 Ct 1 1/10





5.8 x 4.- 23.20

Zinken plaatjes van Ct 2 7/10


Zinken plaatjes van 1 Ct 3 3/10


Zinken plaatjes van 5 Ct 5.--



Zinken plaatjes van 10 Ct 4 2/10




15.2 x 3.- 45.60










V 3
July 28 Koperen plaatjes van 25 Ct 1 6/10


Koperen plaatjes van 50 Ct 2.--



Koperen plaatjes van 100 Ct 1 3/10




4.9 x 4.- 19.60





V 1
Octob 5
Koperen plaatjes van 50 Ct -7/10





-7 x 4.- 2.80

Zinken plaatjes van 10 Ct 5 8/10


Zinken plaatjes van 1 Ct 2 4/10




8.2 x 3.- 24.60





V 2
Novemb
Koperen plaatjes van 25 Ct 1.3



Koperen plaatjes van 50 Ct 2.4



Koperen plaatjes van 100 Ct 1.5




5.3 x 4.- 21.20

Zinken plaatjes van Ct 1.1



Zinken plaatjes van 1 Ct 2.2



Zinken plaatjes van 5 Ct 2.8



Zinken plaatjes van 10 Ct 3.1





9.3 x 3.- 27.90





V 3

Koperen plaatjes van 25 Ct .6



Koperen plaatjes van 50 Ct 1.2



Koperen plaatjes van 100 Ct 1.





2.9 x 4.- 11.60

Zinken plaatjes van Ct 1.1



Zinken plaatjes van 1 Ct 2.2


Zinken plaatjes van 5 Ct 2.8


Zinken plaatjes van 10 Ct 3.




9.2 x 3.- 27.75





1842




Ommerschans
Febr 23
Koperen plaatjes van 25 Ct 1.3


Koperen plaatjes van 50 Ct 1.2





2.5 x 4.- 10.20

Zinken plaatjes van Ct 1. 1



Zinken plaatjes van 1 Ct 1.5


Zinken plaatjes van 5 Ct 1.7


Zinken plaatjes van 10 Ct 1.9





6.3 x 3.- 19.05





V 1

Koperen plaatjes van 100 Ct 1.5




1.5 x 4.- 6.20





Ommerschans
July
Zinken plaatjes van 1 Ct 2.9



Zinken plaatjes van 5 Ct 3.1



Zinken plaatjes van 10 Ct 2.5





8.5 x 3.- 25.50





V 1

Koperen plaatjes van 25 Ct 1.4



Koperen plaatjes van 50 Ct 1.3



Koperen plaatjes van 100 Ct 1.





3.7 x 4.- 15.-

Zinken plaatjes van 10 Ct 8.5





8.5 x 3.- 25.50





V 3

Koperen plaatjes van 25 Ct 1.2



Koperen plaatjes van 50 Ct 1.7


Koperen plaatjes van 100 Ct 1.7





4.6 x 4.- 18.60

Zinken plaatjes van 1 Ct 1.4





1.4 x 3.- 4.20





Gewone Kolonien

Koperen plaatjes van 25 Ct 3.6



Koperen plaatjes van 50 Ct 4.6



Koperen plaatjes van 100 Ct 6.7





14.9 x 4.- 59.60

Zinken plaatjes van 1 Ct 2.9



Zinken plaatjes van 5 Ct 4.3



Zinken plaatjes van 10 Ct 5.7





12.9 x 3.- x 38.70





1843




Gewone Kolonien

Koperen plaatjes van 25 Ct 1.03


Koperen plaatjes van 50 Ct 1.03





2.6 x 4.- 10.60

Zinken plaatjes van 1 Ct 4.03


Zinken plaatjes van 5 Ct 3.07



Zinken plaatjes van 10 Ct 3.07





11.7 x 3.- 34.95





V 3

Koperen plaatjes van 50 Ct - 6


Koperen plaatjes van 100 Ct 1.04





2. x 4.- 8.20

Zinken plaatjes van 1 Ct 4.03




4.03 x 3.- 13.05









692.30

Voldaan
G. van Maanen & Zoon

CONCLUSIES

■ Alle vervaardigde munten behoren tot de serie die beschreven wordt op deze pagina.

■ De eerste leverantie van deze rekening, op 13 april 1841, zijn de eerste munten van deze serie voor de kolonie Veenhuizen, die daar op 20 april (tweede gesticht) en op 11 mei 1841 (eerste en derde gesticht) in gebruik worden genomen, zie hier.

■ Op 11 oktober 1841 neemt de permanente commissie een besluit welke waarden de koloniale munten hebben, zie hier. Vanaf dat moment komt in bovenstaande rekening het 15 centstuk niet meer voor.

■ Volgens datzelfde besluit zou er ook een centsstuk zijn, maar dat krijgen de gewone kolonin nog niet. Veenhuizen-3 krijgt pas juli 1841 het 100 centstuk en Veenhuizen-1 pas februari 1842.

■ Eind 1842 maakt Van Maanen voor het eerst munten voor de vrije of gewone kolonin. Die worden op 28 december 1842 'onverwachts en zeer schielijk' in die kolonin ingevoerd, zie hier.

JAARVERSLAG 1847

Bij de stukken voor het jaarverslag 1847, invnr 1051, wordt op de 'Algemeene Staat van Uitgaven van 1 January 1847 tot Ultimo December daaraanvolgende' bij de '5e Uitgaaf', wat staat voor de 'Aankoop van kleeding, huisraad, gereedschappen en grondstoffen' melding gemaakt van een betaalde rekening aan G. van Maanen en Zoon van 781.-.

Op de specificatie van de 5e uitgaaf wordt dat omschreven als 'G. van Maanen en zoon, voor de vervaardiging en leverantie van koloniale munt en knoopen', wat is betaald met het op 18 september 1847 gecrerde mandaat nummer 586.

ONREGELMATIGE REKENINGEN

Samengevat brengt Van Maanen in rekening:
- in 1839 de werkzaamheden in 1837 en 1838,
- in 1847 de werkzaamheden in 1842 -1843.

Blijkbaar levert hij dus een heleboel dat hij niet declareert. Hij lijkt daar echter van te hebben geleerd en in 1848 en 1849 declareert hij netjes op tijdf wat hij in 1847 en 1848 geleverd heeft. Verder dan 1849 hebben we niet gekeken.

Hij declareert wel op een andere manier. Hij zet er niet meer altijd bij voor welke kolonie hij munten geleverd heeft. Als we dat willen achterhalen, kan dat wel door in de mapjes 'Comptabiliteit koloniale mut' van die jaren te kijken welke munten naar welke kolonie gezonden zijn.

DE REKENING OVER 1847

Bij een van de dozen met financile stukken voor het boekjaar 1848, invnr 1053, zit de navolgende rekening:

Geleverd ten dienste van de Administratie der Maatschappij van Weldadigheid

Door G. van Maanen & Zoon

1847



Juli 7
10-. pond ned zinken munrplaatjes
3.--
30.---
Octob 1
2-7 pond ned rood koperen dito
4.--
10.80

12- pond ned zinken dito
3.--
36.15
Decemb 17
2-7 pond ned rood koperen dito 4.--
10.80

7-6 pond ned zinken dito 3.--
22.80



110.55

Op de rekening is met een andere hand geschreven 'Geboekt onder N85' en 'Betaald met mandaat N550' en er is op geschreven 'voldaan G. van Maanen & Zoon'.

DE REKENING OVER 1848

Bij een van de dozen met de financile stukken voor het boekjaar 1849, invnr 1055, zit de navolgende rekening:

Geleverd ten dienste van de Administratie der Maatschappij van Weldadigheid

Door G. van Maanen & Zoon

1848



Novemb 22
2 7/10 pond N koperen muntplaatjes V3
4.--
10.80

10 6/10 pond N zinken dito V2
3.--
31.80



42.60

Op de rekening is met een andere hand geschreven 'Geboekt onder N80' en 'Betaald met mandaat N417' en er is op geschreven 'voldaan G. van Maanen & Zoon'.