Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS






1 juli 1835: Verslag van schoolbezoek te Veenhuizen door Van Wolda

Van Wolda stuurt het onderstaande verslag naar de directeur der koloniŽn Jan van Konijnenburg, die laat het kopiŽren ('Copie N128') en stuurt het naar de permanente commissie. Daar bevindt het zich bij de ingekomen post van juli 1835, inventarisnummer 161, wat hier valt in te zien (ga naar scans 035-037). Transcriptie is van Luurt Vrijen.


Wateren, den 1 July 1835

Met het gewone schoolbezoek van het waardige Lid der Permanente Commissie den Weleerwaardigen Zeer Geleerde Heer J. Sluiter, gelijk ik gehoopt had, nog niet vereerd geworden zijnde, zoo heb ik de eer UwEdG de volgende opgave te doen van de toestand der scholen te Veenhuizen zooals ik die in de vorige week bevonden heb.

Aan het 1e Gesticht waar het schoolonderwijs sedert eenige weken, wegens buitengewone geneeskundige verrigtingen veel heeft geleden, werd slechts aan vier plaatsen onderwijs gegeven, de vijfde, zijnde het 2e schoolvertrek was nog in onbruik. Het aantal scholieren beliep bij den dag:

In de 1e school 124

In de 2e school 125

In de meisjeszaal 122

In de jongenszaal 110

Tezamen 481 kinderen

Het onderwijs wordt er nu wederom met vrucht gegeven, in de beide eerstgenoemde schoolvertrekken bestaat dat voornamelijk in lezen, schrijven en rekenen, terwijl er bovendien op vaste tijden, ter meerdere ontwikkeling der verstandelijke vermogens ook eigene opstellen worden gemaakt.

Een en ander voldoet aan het oogmerk alleenlijk heb ik den Onderwijzer opgemerkt dat, daar de 3 afdeelingen in elk vertrek nogal groot zijn, de leestoon te zacht was, zoodat de kinderen moeite hadden elkanderen altijd te verstaan, ofschoon de werkzaamheden zoo verdeeld zijn, dat zij elkanderen het minst hinderen.

Het onderwijs in de zalen was, sedert mijn laatste schoolbezoek alhier, aanmerkelijk verbeterd, inzonderheid bij de kleine meisjes. Hier was het zeer goed ingerigt; de kinderen vrolijk en behoorlijk werkzaam.

Bij de kleine jongens was dat niet zoo volkomen, hetgeen vooral toe te schrijven is aan de meerdere of mindere geschiktheid der ondermeesters. De hoofdonderwijzer, met de bijzonderheden van beide bekend, en bezield met eenen zeer welwillende geest, zal er zich op toeleggen, dezelve gelijk te maken.

De 2e Onderwijzer Witzier voorzien van eene ruime mate van gezond verstand, volgt gaarne de wenken van zijnen Onderwijzer, terwijl de overige ondermeesters wederom trachten dezen gelijk te worden.


Aan het 3e Gesticht, waar ik het onderwijs des achternamiddags en des avonds bijwoonde, waren bij den dag 160, 176 en 49, alzoo tezamen 385 kinderen ter school.

Het 1e getal in het grootste schoolvertrek geplaatst, waar Schuurmans het meest zelf tegenwoordig is, wordt geoefend in lezen, schrijven en rekenen, bekend is ben ik ook zeer over de geschiktheid van den 2e onderwijzer Braak, en den ondermeester Van Rijn tevreden, die altijd oplettend en vlijtig bij hunne leerlingen bezig zijn, en goede geschiktheid hebben om met kinderen om te gaan, terwijl de ondermeesters Pegman, Faber en Van Emt ook alle gewilligheid aan den dag leggen.


Aan het 2e Gesticht trof ik juist de dag dat de Rooms-Catholieken naar de kerk waren, daarom was het getal scholieren, dat anders immers ruim 200 is, thans maar 49.

En van deze zijn er 88, die lezen kunnen en hieronder wederom 65, die ook schrijven en 28, die behoorlijk rekenen kunnen, terwijl de overige 31, zijnde kleine kinderen geplaatst in de kleine school, op het bord en in boekjes, voornamelijk letters en spellen leren dat, met meer deze deelen van het onderwijs, aan den ondermeester Albertsma zeer goed toevertrouwd is.

Ook op de avondschool misten, om dezelfde reden verscheidene leerlingen. 23 waren bezig met de eerste beginselen der spel-en leeskunst en de overige 59 zettende het lezen, schijven en rekenen naar behooren voort, en verschaffen den onderwijzer genoegzaam zelfs voldoening. Flierman blijft dezelfde goede onderwijzer.

De Adjunct-Directeur voor het schoolonderwijs
J. H. van Wolda.

voor copie conform De Directeur der Kolonien
J van Konijnenburg