Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS





Janus Meijer Drees, van wees uit Hillegom tot schoolmeester van Willemsoord


Janus Meijer Drees begint in de kolonieadministratie als Janus Meijer. Zo staat hij met weesnummer 64 op de scans in het register van Veenhuizen-1 met invnr 1571. Pas later, in de wezenregisters met de invnrs 1410, 1411 en 1412 wordt er 'Drees' achter gezet. Hij is volgens die administratie geboren op 17 maart 1815, gereformeerd en afkomstig uit Hillegom, waar hij ook geboren is.

Hij komt op 27 maart 1828 in het kindergesticht aan. Designatienummer 72/1. Daarna is er iets vreemds: normaliter worden ingedeelden uit de vrije koloniŽn en weeskinderen in Veenhuizen geschoold voor het onderwijs op het Instituut te Wateren. Maar er is geen enkel teken dat Janus Meijer Drees op dat Instituut geweest is. Vermoedelijk heeft hij voor zijn komst naar de kolonie al zo'n goede opvoeding gehad dat hij meteen voor de klas gezet kan worden.

Hij zal dan begonnen zijn als een van de hulpmeesters in het kindergesticht. En blijkbaar doet hij dat goed, want als hij op 1 april 1835 ontslagen wordt uit Veenhuizen, wordt hij aangesteld als onderwijzer bij de tweede bijschool van Wilhelminaoord. Dat is het schooltje in Doldersum, in het gebied dat later Boschoord zal gaan heten.


Naar Wilhelminaoord

Wat niet goed te begrijpen is, is dat hij begin 1836 blijkbaar nog in Veenhuizen woont. Want op de tuchtzitting van het eerste gesticht van 20 februari 1836 is er sprake van dat een andere wees geld van hem gestolen heeft, zie het zittingsverslag. Zou hij heen en weer pendelen tussen Doldersum en Veenhuizen?? Of zou hij logeren in Doldersum en de weekends in Veenhuizen zijn? Geen idee.

De adjunct-directeur voor het onderwijs Jan Hessels van Wolda is lyrisch over de gaven van Janus Meijer Drees. Zie het jaarverslag over 1835 op deze pagina ergens halverwege. Van Wolda is van mening dat Drees meer aan zou kunnen dan alleen dat kleine bijschooltje.

Op zijn voorstel gaat Janus Meijer over naar de veel grotere bijschool in de Oostvierdeparten, zie de brief van 7 april 1836, invnr 170, klik hier en vul rechtsonder het paginanummer 95 in.

Het leven daar is niet helemaal zonder problemen.

Bij de Raad van Toezigt van Wilhelminaoord van 23 september 1836 klaagt hij twee jongens aan wegens ongeregeldheden bij de school, zie het zittingsverslag (bijlage 2).
En op de zitting van 11 februari 1837 is er zelfs sprake van 'mishandeling' van 'den Schoolonderwijzer Meijer Drees', zie het zittingsverslag (en ook bijlage 3). .

Intussen blijft Van Wolda de loftrompet over hem steken. Bijvoorbeeld in het jaarverslag van het koloniale onderwijs over 1836 dat is gepubliceerd in het maandblad Vriend des Vaderlands 1837, het juli nummer waarin Janus Meijer Drees genoemd wordt op pagina 526. In te zien via www.delpher.nl. Een bevordering kan niet uitblijven.


Naar Veenhuizen

Die wordt aangezwengeld door een brief van Van Wolda van 9 februari 1838, invnr 192, klik hier en vul rechtsonder het paginanummer 185 in. Door 'het vroegtijdig afsterven van den zeer verdienstelijken hoofdonderwijzer van Willemsoord H.B. Otten' moet er met het onderwijzend personeel geschoven worden.

Op 19 maart 1838 onder agendapunt N9 (heb ik niet gezien maar moet in invnr 470 zitten) neemt de permanente commissie een besluit over dat geschuif en op 1 april 1838 komt Janus Meijer Drees terug in het kindergesticht te Veenhuizen waar hij tien jaar eerder aangekomen was. Nu als 'tweede onderwijzer' op een salaris van 250 gulden per jaar.

Dan wordt het tijd in het huwelijk te treden. Dat gebeurt op 13 april 1839. De bruid is:

Aaltje Ides Leltz, geboren 30 oktober 1816 te Harlingen. Dochter van Ide Jan Gerrits Leltz en Elisabeth Brand Steeringa, die op 11 december 1827 als kolonisten uit Harlingen gekomen zijn. Na eerst Willemsoord en een tijdje als bakkersknecht op de Ommerschans zijn ze in Wilhelminaoord terechtgekomen en dus mogen we er van uitgaan dat Janus Meijer en Aaltje Ides elkaar hebben leren kennen toen Janus daar schoolmeester was. Het echtpaar krijgt de volgende kinderen:

Willemijntje Elisabeth Drees, geboren 14 maart 1840  Zij wordt maar twee jaar oud en overlijdt op 21 juni 1842,
Anne Marie Drees, geboren 23 juli 1842,
Ebertus Drees, geboren 20 mei 1845,
Willemijntje Elisabeth Drees, geboren 26 oktober 1848,
Hendrik Drees, geboren 27 juni 1852,
Alida Drees, geboren 2 maart 1855, en
Jan Drees, geboren 10 maart 1858.


Naar Willemsoord

Die laatste wordt niet in Veenhuizen geboren, maar in Willemsoord. Voordat die overplaatsing ter sprake komt moet eerst even gemeld worden dat Janus Meijer Drees in 1843 examen doet en onderwijzer van de tweede rang wordt, zie dit boek.

En het tweede dat nog even vermeld moet worden is dat vanaf 23 november 1853 de schoonmoeder van Janus Meijer Drees bij het gezin inwoont (de schoonvader is inmiddels overleden).

In het personeelsregister met invnr 998 (helaas nog niet op scan) staat op folio 55 vermeld dat Janus Meijer Drees per 16 januari 1857 vertrekt naar kolonie 3, Willemsoord. Hij is daar benoemd als hoofdonderwijzer en vervult daarmee een van de hoogste functies in het koloniale onderwijs.

Volgens het personeelsregister met invnr 1675 verdient hij dan 365 gulden per jaar. Een tijdlang werkt ook zoon Ebertus Drees op die school als 'tweede ondermeester'. Tot hij het huis uitgaat. Andere kinderen volgen.

In de daaropvolgende personeelsregisters wordt geleidelijk 'Meijer Drees' als achternaam gehanteerd in plaats van alleen 'Drees'. Sommige gezinsleden komen met die achternaam ook in de burgerlijke stand.

Tot wanneer Janus Meijer Drees als hoofdonderwijzer in Willemsoord blijft werken, weet ik niet. Daarvoor zouden alle latere personeelsregisters nog eens doorgevlooid moeten worden. Hij en Aaltje Leltz overlijden allebei in Deventer, waar kinderen van hen zijn gaan wonen. Aaltje Leltz in 1902 en Janus Meijer Drees in 1909. Jongste zoon Jan gaat ook in het onderwijs en wordt hoofd van een school.


Naar alles stukken over weeskinderen in Veenhuizen.
Naar alle stukken over onderwijs in de koloniŽn.