Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS





Sommigen worden ontslagen, anderen nemen ontslag, maar bij mijn weten is Meester Pieter Johannes Hijgenaar de enige onderwijzer die wegloopt

Pieter Johannes Hijgenaar is volgens de in dat opzicht lang niet altijd betrouwbare kolonieadministratie geboren op 24 februari 1812. Hij wordt genoemd op pagina 211 van De kinderkolonie als een van de weeskinderen dia vanuit het Instituut te Wateren in de kolonie een baan krijgen.

Hij komt uit Den Haag en hij wordt door die stad op 31 mei 1825 afgeleverd bij de wezengestichten in Veenhuizen. Uit genealogieën op internet begrijp ik dat Pieter Johannes behoort tot de ongeveer dertig procent van de bewoners die geen echte wees zijn. Zijn moeder is overleden maar zijn vader leeft nog en is inmiddels hertrouwd, dus tegenwoordig zouden we hem geen wees noemen.

Derde gesticht en Wateren

Hij staat met het weesnummer 1256 in de wezenregisters met de invnrs 1572, 1410 en 1411. Daarvan zijn scans, zie helemaal bovenaan de pagina hoe die te bereiken zijn. Invnr 1572 is het stamboek van het derde gesticht dus dat is de plek waar hij is ondergebracht.

Het is de vraag of hij daar nog zit als de gezondheidstoestand daar dramatisch wordt, zie hier, want op enig moment (er staan geen datum bij) wordt hij uitverkoren voor het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding te Wateren. Meer informatie over dat Instituut is te bereiken via deze pagina.

Ondermeester

Hij staat in het stamboek van kwekelingen te Wateren met invnr 1610 (daarvan zijn geen scans) op folio 5 met het kwekelingennummer 55. Vandaar gaat hij op 16 maart 1831 naar de kolonie Willemsoord. Hij wordt ondermeester op de school daar en gaat dus werken onder leiding van hoofdonderwijzer Harmen Barend Otten, zie over hem deze pagina. De gebruikelijke situatie is dat de hoofdonderwijzer de grotere kinderen les geeft en de ondermeester de kleintjes.

Er staat nergens aangetekend waar hij tijdens die 'stage' verblijft. Misschien is hij bij een koloniaal gezin ondergebracht, maar dat staat niet in het stamboek van Willemsoord, dus waarschijnlijker is dat hij bij het gezin van de hoofdonderwijzer inwoont, zie de locatie op dit kaartje.

Klachten

Na een half jaar is ondermeester Hijgenaar mede-ondertekenaar van een brief vol klachten hoe de onderwijzers door kwaadwillende jongens gehinderd worden op de avonden dat de meisjes school hebben, bijlage 2 van dit verslag. Er wordt op de ramen getikt, er worden zedenbedervende liedjes gezongen en de deur wordt van buitenaf gebarricadeerd. Ook na afloop zijn de meisjes niet veilig.

De meesters schrijven dat ze van een van de betrokken jongens een karakter kunnen schetsen 'dat in ondeugden de ware menschheid zoude doen ijzen'. In de er boven staande bijlage 1 is in het verslag van de Raad van Toezicht Willemsoord te lezen dat er is ingegrepen. 'Zijnde wijkmeester op de menigte aangevallen en daarvan gearresteerd en in de provoost overgebracht...' en dan volgen de namen van vier jongens.

Helemaal bovenaan de pagina staat de behandeling bij de Raad van Politie en Tucht en daar willen de zes opgeroepen jongens doen geloven 'dat zij allen, dien avond toevallig voorbij de school komende, daar stil waren blijven staan, zonder iets aan het gebeurde toetebrengen'. Vijf van hen gaan vijf dagen de strafkamer op de kolonie in, degene die er echt niets mee te maken had gaat één dag de cel in.

Veenhuizen

Uit het overzicht van het loongebouw van het koloniale onderwijs blijkt dat de beloning voor ondermeesters met één of twee gulden per week uiterst karig is. Het is dan ook de bedoeling dat ze geleidelijk opklimmen naar een hogere rang en een betere betaling. Voor Pieter Johannes Hijgenaar komt dat in april 1832, na een dik jaar Willemsoord.

De precieze datum is niet helder. Volgens folio 13 van het personeelsregister met invnr 997 (daarvan zijn geen scans) wordt hij 17 april 1832 overgeplaatst naar het eerste gesticht te Veenhuizen, volgens folio 33 van dat register op 26 april.

Op een overzicht dd 15 juli 1832 dat ik zelf niet gezien heb maar dat wordt geciteerd in de kolonistendatabase, staat hij nog als ondermeester bij dat wezengesticht voor 104 gulden per jaar. Maar na de nieuwe regeling van 27 augustus 1832, zie hier, is hij derde onderwijzer en verdient hij dan 150 gulden per jaar.

Ontslag als wees

Hij is wel twintig jaar oud en zou dus eigenlijk ontslagen moeten worden als wees. Daar heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken 3 februari 1832 op gewezen, invnr 122 scan 63 en verder. Op scan 66 heeft de permanente commissie achter de naam van Pieter Johannes Hijgenaar aangetekend 'suppletoir', wat inhoudt dat hij op de aanvullende ontslaglijst voor 1832 zal komen.

Aldus geschiedt en het gevolg is dat hij op 26 april 1832 officieel als wees ontslagen wordt. Hij blijft gewoon werken als onderwijzer.

Maar niet zo vreselijk lang. Op 17 juni 1833 wordt hij afgevoerd 'als hebbende zonder voorkennis der directie zijn post verlaten'. In het personeelsregister met invnr 997 staat kortweg dat hij op die datum is 'gedeserteerd'. Omdat hij als wees ontslagen is kunnen ze daar ook niets tegen doen en kunnen ze hem niet laten opsporen en terugbrengen. Als hij elf jaar later trouwt, staat als beroep genoteerd 'huisonderwijzer'.

Nog een Hijgenaar

Overigens komt er een kleine dertig jaar later een halfbroer van Pieter Johannes Hijgenaar heel even de kolonie op. Op 7 oktober 1861 worden vanuit Den Haag als vrije kolonisten in Willemsoord gevestigd:

Johannes Pieter Hijgenaar, geboren 15 februari 1825. Hij is getrouwd met
Klazina Geertruida van Leeuwen, geboren 24 maart 1834, een voormalige ingedeelde in de vrije koloniën die tussen allemaal achternaamgenoten te vinden is op deze pagina. Het echtpaar heeft één kind:
Dirkje Pieternela Hijgenaar, geboren 29 januari 1860.

De kennismaking bevalt NIET. Al op 22 november 1861, dus na anderhalve maand, loopt het gezinnetje van de kolonie weg. Gedeserteerd, net als de halfbroer.