|
BERENDS,
Jan
|
|
| Spellingvariaties: |
Beerends |
| Levensdata: |
Geboren 6-12-1770,
rest onbekend |
| Subcommissie: |
Assen |
| Aankomst: |
1 november 1818 |
| Hoevenr.
(tot 1823) |
Nr. 17 |
| Vorig
beroep: |
heeft bij de Gendarmerie
gewerkt |
| Geloof: |
Hervormd |
| Echtgeno(o)t(e): |
Dirkje Bosch, geboren
22-6-1780 |
| Kinderen: |
- Bernardus geboren 13-3-09 - Dirkje geboren 2-1-14 - Jannetje 6-1-17 - Anna geboren 23-9-18 Op de kolonie geboren: , Hermannus 3-9-19 - Geertruida 12-10-24 |
| Overige
huisgenoten: |
|
| Opmerkingen: | |
Koloniale carrière |
|
| Samengevat: |
Blijkbaar stil en
gezeglijke kolonist, want er wordt bijna niets over hem vermeld. Neemt
in 1825 zelf ontslag en verlaat de kolonie. Een van de (weinige)
gezinnen die geen sporen of nakomelingen op de kolonie achterlaten. |
| In
het boek: |
Bij naam alleen op
bladzijde 375. |
Fragmenten uit de archieven
|
|
| Uit de voordrachtsbrief van de subcommissie
Assen 13 oktober 1818: Jan Berends en Dirkje Bos, woonachtig te
Assen, zijn gewillig om naar de colonie te gaan. Zij zijn menschen van
tusschen de 40 en 50 jaren. Zij hebben vier kinderen, van welke twee
jongens reeds mede werken kunnen en de andere spoedig aankomen. De man
kan niet alleen zeer goed werken, maar heeft ook te voren onder de
Gendarmerie het land gediend, en is dus aan orde gewend. De vrouw kan
zeer goed spinnen. Op hun gedrag is niet alleen niets te zeggen, maar
het zijn lieden, meer beschaafd dan de meeste van hunnen stand. Zij
zijn voorleden winter door zware ziekte achteruit geraakt, en kunnen
daarom thans moeijelijk weer boven op komen. Wij beveelen deze lieden
ten zeerste aan UWEd. aan, en vleijen ons eerstdaags berigt van UWEd.
te zullen ontvangen, dat zij door UWEd. gekozen zij, verlangende die
menschen zeer, om te weten te komen, of en wanneer men hen plaatsen
zal. De Diakonie der Hervormden te Assen is genegen om die menschen
eerst de volstrekt noodzakelijkste linnen tot hembden enz. te
geven. Zie voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files. Voorjaar 1822 is Berends op basis van het besluit van 8 november 1821 een van degenen die is ‘verplaatst naar kleine hoeven der Maatschappij, buiten dezelve gelegen’ Uit een brief van Wouter Visser 10 april 1825: Nog te vragen authorisatie tot het geeven van ontslag aan de jongelingen C.L. Dummers, Bernardus Berends en Klaas van Hoften, zonen van de kolonisten van die namen, in kol. N4 en 7. Uit een brief van Wouter Visser 7 oktober 1825: De kolonist Jan Berends uit kolonie N7 heeft mij zijn ontslag gevraagd, voorgevende door bijzondere omstandigheden in staat te zijn gesteld, in de gewoone maatschappij een behoorlijk bestaan te zullen hebben; ik heb gemeend dit ter kennis van de Permanente Kommissie te moeten brengen; en neem de vrijheid hier bij te voegen, dat zoo ver ik mij herinnere gene kolonist in den beginne der kolonisatie gratis is gevestigd, en hij hoewel niet tot de minste soort van kolonisten behorende, echter niet zelden tot ontvredenheid, voor al door zijn eigendunkelijke handelwijze, geeft; waarom ik dan tevens de vrijheid neem de Permanente Kommissie te adviseren, dit zijn verzoek te accorderen en mij tot het geven van het ontslag de authorisatie te verleenen. |
|