BRANDSMA, Gerben Scheltes

Spellingvariaties:
Bransma / Scheltus
Levensdata:
29-12-1766
Subcommissie:
Sloten (Friesland)
Aankomst:
30 oktober 1818
Hoevenr. (tot 1823)
Nr. 20
Vorig beroep:
boer
Geloof:
Hervormd
Echtgeno(o)t(e):
Jikke Jochems Stellinga, 30-2-1780 - 10-11-1858 
Kinderen:
- Wieske 20-10-1802 (Drempga, in kolonie-administratie verbasterd tot Doniaga), ze wordt 25-7-1824 ontslagen, hoogzwanger,  trouwt op 3-6-1826 met Bastiaan, zoon van proefkolonist Kranendonk (zie diens file), wordt 6-11-1928 als koloniste geplaatst, komend uit Nijensleek, krijgt na die eerste nog 9 kinderen bij Bastiaan, ovl 30-6-1871 (Steenwijkerwold ovl akte 100)
- Aagje 2-7-1805 (vlg. RAF Klapper Dopen Doniawerstal, gedoopt 14-7-1805 te St. Nicolaasga)
- Schelte 27-11-1808
- Joachim 22-1-1814
Overige huisgenoten:
- Ingedeelde weesmeisje Geeske Durks Gadsonides
Opmerkingen: - In de kolonie-archieven staan verschillende andere versies van zijn geboortedatum, maar ik heb contact met lezers die genealogisch onderzoek naar Brandsma gedaan hebben en van hen komen bovenstaande gegevens. Als je die mensen wilt bereiken moet je mij mailen (zie rechtsboven reactieformulier) en dan stuur ik dat door.

- Volgens hun gegevens had Brandsma eerst met zijn broer Hendrik Scheltes de boerderij voortgezet die hun in 1790 overleden vader huurde op Dunegea (Doniaga) 25/26. Het gaat langzamerhand bergafwaarts met het bedrijf en tussen 1805 en 1811 stopt Gerben ermee. Hij wordt kastelein in Sloten. Ook dat wordt geen succes en dan komt hij via het armenbestuur in Frederiksoord terecht.

APRIL 2008: Over de Brandsma's uit Doniawerstal (Langweer - Joure) waartoe Gerben Scheltes Brandsma behoort, verschijnt 1 mei 2008 een prachtig boek onder de titel 'It Brânlân, grond onder de geschiedenis van de familie Brandsma uit Doniawerstal, 1575-2007'. Meer dan 200 bladzijden en rijk geïllustreerd met foto's, documenten en kaarten. Inlichtingen bij de schrijver van het boek Ruud Brandsma, tel. 0570-593091 of 06-23016142,


Koloniale carrière

Samengevat:
Wordt door de directie steeds goed beoordeeld. Overlijdt begin 1823, zijn weduwe en diverse kinderen blijven voorgoed op de kolonie.
In het boek:
Bladzijden 28-29, 213, 257-258, 376.

Fragmenten uit de archieven


Uit de voordrachtsbrief van de subcommissie Sloten 31 juli 1818: Wij dragen bij deze gelegenheid voor: een huisgezin geschikt voor de kolonie. De man genaamd, Gerben Scheltes Brandsma oud 51 jaren, kennis hebbende van de landbouw. Zijne vrouw 42 jaren. 2 dochters van 16 en 12 jaren. Vrouw en dochters kunnen spinnen. En 2 zoons van 10 en 5 jaren. Man en vrouw hebben beiden hunne geneigdheid ons verklaard en zijn van een betamelijk gedrag.
    De Armbezorgers van de Algemeene Armen, wilden bij dit huisgezin een weesmeisje gevoegd hebben oud 13 jaren, genaamd Geeske Durks Gadsonides. Zij is reeds op het land gewoon en kan het spinnen bij de vrouw van gemelden Brandsma leren. De Armbestuurders betalen wekelijks tot haar onderhoud ƒ 1,25G.    

Toelichtende brief van de subcommissie Sloten 2 oktober 1818: Gemelde huisgezin, heeft op onze voorstelling, vrijwillig besloten naar de kolonie te willen vertrekken. De man is met den landbouw bekend. De vrouw en kinderen kunnen spinnen. Het weesmeisje is voor één gulden 's weeks door de commissie, van de armbezorgers van Sloten aangenomen. Het huisgezin van G.S. Brandsma is over het geheel genoomen zeer armoedig, geschikt tot den arbeid, man en vrouw kunnen met het boerenwerk omgaan en weten alles wat tot den boerenstand betrekking heeft. Zij zijn van een betamelijk gedrag.
P.S.
Wij kunnen de Commissie verzekeren dat gemelden Brandsma zelf boer geweest is en volkomen alles verstaat wat tot verzorging van vee, het recalien(?) van boter enz. behoord. Hij wil gaarne geplaatst worden, doch ist thans zeer arm.
 
Uit een brief van Benjamin van den Bosch 16 december 1818: Bij het huisgezin van Scheltes Brandsma, uit Sloten is een meisje boven de 12 jaar door de subcommissie aldaar ingedeelt geweest. Genoemde Brandsma wenschte van dit kind waar voor hem ƒ 50,- s-jaars is toegezegd ontslagen te zijn, dewijl zijn kinderen met dit meisje niet overweg kunnen. De subcommissie heeft hem naar hij zegt vergund wanneer het niet meer mogt convenieren, dit meisje aan een ander huisgezin aftestaan hetgeen dan ook reeds zou hebben plaats gehad, wanneer ik zulks niet had verhinderd. Ik verzoek de permanente kommissie mij ook hieromtrent haarer bedoelingen te willen doen kennen. Lubbert Jansen uit Wageningen had aangeboden dit meisje tot zich te neemen.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch 9 maart 1819: Over het weesmeisje bij Brandsma ingedeelt, heb ik reeds vroeger aan de Permanente Kommissie geschreven, ten einde hetzelve in het huis van Lubber Jansen te doen overgaan. Nog steeds schijnt het mij wenschelijk te zijn, dit kind uit het huis van Bransma wet te neemen, dewijl het zelve tot aanhoudende twisten aanleiding geeft. het kind, dat geen gunstigen aanleg verraad, behoorde, zo mogelijk in een goed zedelijk huisgezin over te gaan. Aan de Haan zou men het niet wel kunnen vertrouwen. Ik denk hiertoe wel geleegenheid is, dewijl van het zelve ƒ 50=.=. naar ik hoor, betaald wordt. De Kommissie gelieve mij harer bedoelingen slechts te doen kennen. Aan de Haan zou kunnen gezegd worden, dat men de ƒ 50=.=. door een meer behoeftig huisgezin, dan het zijne, wenschte genoten te zien. Ingevolge instructie heb ik ook in het huisgezin van Bransma 4 kinderen gekleed en zijn geene huisgezinnen waarin dit getal is te boven gegaan.

Zie voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch 29 december 1819: Wanneer de Kommissie uit genoemde staat de geringe opbrengs sommiger hoeves ziet, oordeelt zij wellicht nodig, dat bij sommige eene kleine tegemoetkoming plaats hebben, zonder daarom van hare bepalingen aftewijken. Gerrits uit Kampen, en Brandsma van Sloten, beide braaf en kundig voor de landbouw, bewerkten hunne grond met vlijt en overleg. Beide hebben eene zwaar huisgezin, alles liep hen tegen. Zo dat den eene ƒ 14 en de andere ƒ 21 aan inkomen hadden. Schoon niet anders gelijk voor huur gekort wordende, hebben zij nimmer geklaagd en houden met vertrouwen staande dat hun grond in het aanstaande jaar zijn intrest zal opbrengen voor alle daar aan bestede arbeid.
 
Uit de Star augustus 1820: Met hetzelfde doel zijn ook twee kolonisten, met namen j. brandsma en w. gerritsma naar Holland gezonden, om gras te maaijen.

Uit de Star april 1823: Overleden zijn, in kolonie No 1 en 2, h.s. brandsma

Uit de rode boeken van Kloosterhuis: De twee zonen verlaten op volwassen leeftijd de Maatschappij. Schelte wordt oktober 1835 ontslagen, Joachim maart 1839. De twee dochters trouwen met kolonistenzonen. Wieske met Bastiaan Kranendonk (zie file Kranendonk) en ze worden in 1829 (waarschijnlijk woonden ze daarvoor in de desperado-kolonie op het Nijensleekerveld) als kolonist geplaatst. Ze krijgen een tiental kinderen en per oktober 1849 komt ook de oma Jikke bij hen wonen tot haar dood in 1858. Wieske zelf overlijdt in 1871 op de kolonie. Aagje, de andere dochter, trouwt met kolonistenzoon F.W. Elstrod of Elstrodt (zie hoeve nr 31 van Wilhelminaoord).