|
DIJKSHOORN,
Pieter
|
|
| Spellingvariaties: |
|
| Levensdata: |
1770 -
1838 |
| Subcommissie: |
Delft |
| Aankomst: |
1 of 2 juni 1819
vervanging van Rigagneau |
| Hoevenr.
(tot 1823) |
|
| Vorig
beroep: |
bouwman en tuinder. |
| Geloof: |
Hervormd |
| Echtgeno(o)t(e): |
- Trijntje van der Eijk
(tweede vrouw, gestorven februari 1820) - hertrouwd in 1825 met Aaltje Gerrits de Wit (1772 - 1847) |
| Kinderen: |
- Dirk 1807 - Keetje of Cornelia 1810 - Neeltje 1811 |
| Overige
huisgenoten: |
|
| Opmerkingen: | - Veel gegevens over
Dijkshoorn zijn te vinden op http://home.orange.nl/rianne.boek/gen_dijkxhoorn.htm#IX.1
- Daar blijkt ondermeer dat Trijntje van der Eijk al de tweede echtgenote is die Pieter Dijkshoorn aan de kraam verliest. |
Koloniale carrière |
|
| Samengevat: |
Volgens de directie
'ordinair' (= gemiddeld) gezin, blijft altijd op de kolonie. Ze zijn de opvolgers van de weggestuurde proefolonist Rigagneau. |
| In
het boek: |
Alleen anoniem op
bladzijde 219-220, over zijn subcommissie iets op de bladzijden 16 en
73,
en over andere kolonisten uit Delft 236, 261, 265 en 315. |
Fragmenten uit de archieven
|
|
Notulen pc 20 april 1819: Brief van de subkommissie van Delft verzoeken favorabel antwoord op den door de subkommissie voorgestelden man voor de kolonie. Te antwoorden dat er voor het tegenwoordige nog geen huizen in de kolonie open zijn, doch dat in meij een huisje open komt even buiten de kolonie, waar dan die man, indien hij daar toe geschikt gevonden wordt, zal geplaatst worden. Notulen pc 30 april 1819: Besloten de subkommissie te Delft aanteschrijven, dat hun aanbevolen kolonist naar Frederiksoord kan worden opgezonden; en tevens besloten den Direkteur kennis te geven, dat deze man komt in de plaats van Rigagneau. Notulen pc 10 mei 1819: Brief van de subkommissie te Delft, van 9 mei, bericht dat hun voorgedragen huisgezin bestaat uit man, vrouw en 3 kinderen. Pieter Dijkshoorn, zijnde braaf, zedig, werkzaam. Verzoekt de reisroute te mogen weten, en van waar de reiskosten goed te maken. Te antwoorden op Amsterdam en van daar met de beurtman op Steenwijk, en dat de gulden moeten voorsgeschoten worden en naderhand hier nog verrekend worden. Volgens de notulen pc van 28 mei 1819 meldt Delft dat het gezin Dijkshoorn morgen naar Frederiksoord vertrekt. Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 2 juni 1819: Het huisgezin uit Delft, bestaande uit man, vrouw en drie kinderen is in de kolonie aangekomen, en behoorlijk gehuisvest geworden. De kledingstukken zullen niet behoorlijk voorhanden zijn, dewijl door het vertrek van Dikkeboom, Metz en Rigagneau eenigen zijn verloren gegaan, en andere al te veel gedegradeert om te kunnen uitgegeven worden zonder dat de zelve gewaardeerd, en in draagtijd bij de berekening gekort worden. Zonder autorisatie der Permanente Kommissie heb ik zulks niet kunnen doen. Ook zou het mij verkieslijker voorkomen, ten aanzien van dit huisgezin geen uitzondering te maken, maar t geen aan kleding mogt ontbreken hier te doen aanmaken, waaromtrent het mij aangenaam zijn zal de bepaling der Kommissie te mogen ontvangen. Zie voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files. Uit een brief van Benjamin dd 27 februari 1820: Vrouw Dijkshoorn is, na een schrikkelijk leiden in de kraam overleden, het kind was bij de geboorte reeds dood. Doctor Schuurman en eene bekwame vroedvrouw hebben vruchteloos alles tot haar behoud aangewend. Het huisgezin van Dijkshoorn behoorde tot de meest oppassendste en vergenoegste der kolonie. Uit de Star van maart 1820: Op het einde der vorige maand is in de kraam overleden de brave huisvrouw van dykshoorn, die door haren man zeer betreurd wordt. Uit een brief van Benjamin dd 6 mei 1820: De Kolonist Alles uit de Beemster heeft, zo als ik reeds vroeger aan de Kommissie berigte, op de reis naar herwaards zijne vrouw verloren en is met zes nog jonge kinderen blijven zitten. De Kommissie had de goedheid op mijn voorstel, bij eene voorkomende gelegenheid deze man eene huishoudster toetezeggen, als mede aan Dijkshoorn die in het zelfde geval is. Uit een brief van Benjamin dd 7 juni 1820: De huishoudster aan den kolonist Alles toegedacht zou zeer welkom zijn, maar dewijl hij tot de roomsche kerk behoort zal dit niet kunnen doorgaan. Ik zal heden avond Dijkshoorn spreeken, die protestansch is, en in het zelfde geval verkeerd. Deze tijding zal hem zeker zeer aangenaam zijn. Bij een volgende berigt ik daarop aan de Kommissie nader. Deze brieven staan ook op de pagina met het familiedrama Alles Uit een brief van Benjamin dd 10 juni 1820: Ik heb den kolonist Dijkshoorn over de huishoudster uit Deventer gesproken. Hij zou daartoe zeer inclineren, ware het niet hij tegelijker tijd met de kennisgeving van een erfenis te hunner kunnen ontvangen, de aanwijzing van eene goede huishoudster had bekomen. Ik heb op verzoek zijner famille hem eenige dagen verlof gegeven. Bij zijn retour zal ik de Kommissie zijn verzoek mede deelen. Den vrouw uit Deventer zal mij eene voorkomende geleegenheid wel verlangd worden. Uit een brief van de subcommissie Delft dd 26 juni 1820: Onze kolonist Dijkshoorn is onlangs hier geweest wegens eene erfenis voor zijne kinderen; de Heer Direkteur der kolonie zal hem - volgens zijn verzoek - wel aan een huishoudster helpen. In het op 19 februari 1823 gedateerde schoolrapport over 1822 worden genoemd als hebbende uitgemunt in gedrag en vorderingen: Keetje en Neeltje Dijkshoorn Uit een brief van Wouter Visser dd 31 januari 1825: De kolonist Dijkshoorn kol N1, verlangende een huwelijk aan te gaan met zeekeren Aaltje de Wit geboren te Ruinen, oud vijf en veertig jaren, heb ik de eer dit ter kennis van de Permanente Kommissie te brengen, met verder informatie dat naar ons inzien, geene redenen bestaan dit verzoek te refuseren, en neem de vrijheid de Perm. te solliciteeren mij hare intentie dien aangaande te willen meedeelen. Dijkshoorn zelf is op de kolonie gebleven tot aan zijn dood in 1838. Zoon Dirk Dijkshoorn gaat in 1830 weg maar blijft in de buurt (Weststellingwerf), waar hij trouwt en altijd blijft wonen. Dochter Cornelia keert terug naar het westen. Dochter Neeltje Dijkshoorn trouwt met een kolonistenzoon Hoekstra, zie hoeve 26 van Frederiksoord-2. Ze wonen eerst in Nijensleek (vermoedelijk in de ‘desperado-kolonie'), maar krijgen dan als kolonisten een hoeve - of die van Hoekstra of die van Dijkshoorn, dat weet ik niet - waar vanaf 1834 Dijkshoorn plus zijn derde vrouw worden opgenomen. Deze dochter overlijdt 1891 in Frederiksoord en is er dus altijd gebleven. |
|