Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



1839: Johannes Pieter Droit, een onaangekondigd weeskind in Veenhuizen

Als een weeskind naar Veenhuizen gaat, meldt het plaatselijke weeshuis of de voogd dat aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Die meldt het aan de permanente commissie en die laat weten of ze akkoord gaat. Dan schrijft het Binnenlandse Zaken aan het weeshuis of de voogd dat het kind kan vertrekken en de permanente commissie informeert de directeur der koloniŽn die op zijn beurt de directie te Veenhuizen op de hoogte stelt van de verwachte aankomst.

Is dat allemaal niet gebeurd, dan gaat het niet door. Op 13 april 1839 meldt directeur der koloniŽn Jan van Konijnenburg in een brief met nummer N1027, die zich vermoedelijk (sorry) bevindt in invnr 208:


Eergisteren is alhier met den Steenwijker beurtman aangekomen, zonder eenige bewijsstukken en zonder dat ik mij herinner van diens plaatsing eenig voorafgaand berigt van UWEdelGeb. te hebben bekomen, een kind  zich noemende Johannes Droit, naar zijn voorkomen 15 jaren oud en gezond van ligchaam, geboren te Amsterdam, uit Petronella Droit, in zijne kindschheid aldaar overleden, en opgevoed door zijne tante Catharina Antoinette Droit, tot voor anderhalf jaar gewoond hebbende in de Elandstraat te dier stad, daarop gaan dienen op de Lauliergracht, bij wien is hem onbekend en met St. Nicolaas ll. overleden.

Gedurende dat anderhalf jaar was hij uitbesteed eerst, een jaar lang, bij zekeren Reindert, schoenmaker van beroep en woonachtig in de Laulierstraat en het laatste halfjaar bij Hendrik Deijen, smidsknecht, op de Schans bij de Weesperpoort, naast een wijnhuis, werkende in de pottengieterij op het turfgrachtje, voor wien hij huiswerk verrigte, welke H. Deijen hem nu op den beurtman heeft bezorgd en den schipper ook het transport tot in de Kolonien heeft voldaan.

Ik zal den schipper heden morgen doen weten, dat dit kind slechts voorlopig is aangenomen; daar de Directie van zijne plaatsing geen kennis draagt, en het voor zijne verantwoordelijkheid is, wanneer het nader bleek, dat het eene onbehoorlijke wegzending is geweest, daar de schipper geen minderjarige, althans zoo jonge kinderen, zonder bewijzen van autoriteiten of hem bekende vertrouwde personen moest aannemen.

Ik heb de eer UWEdGeb. hiervan berigt te geven, met verzoek mij wel te willen doen kennen, wat ik hierin verder te doen heb.

De Directeur der Kolonien,
J. van Konijnenburg

Zo te zien heeft Van Konijnenburg de onaangekondigde gast aan een volledig verhoor onderworpen of laten onderwerpen. Als de brief bij de permanente commissie is, neemt die op 20 april 1839 bij agendapunt N18, invnr 486, het volgende besluit:


DE PERMANENTE COMMISSIE DER MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID

Gelezen den brief van den Directeur der Kol. van den 13 dezer N1027

Besluit:

daarop te antwoorden als volgt:

Ons gedragende aan onzen brief van den 17 dezer N14, hebben wij de eer UwEd te verzoeken, vermits er omtrent de kolonisatie van den bij UwEd brief van den 18 dezer N1027 bedoelde jongeling Johannes Droit bij ons niets bekend is, hem de Kolonien weder te doen verlaten.

De PC

De soep wordt niet zo heet gegeten als die wordt opgediend. Of misschien volgt er alsnog een bericht van Binnenlandse Zaken. Hoe dan ook, in het stamboek van weeskinderen met invnr 1412, zie hier, staat bij weesnummer 181 gewoon Johannes Pieter Droit. Als geboortedatum wordt genoteerd 30 oktober 1824, zodat de schatting van de directeur vrij accuraat blijkt.

Zijn godsdienstige gezindheid is 'Roomsch' en als aankomstdatum wordt genoteerd 9 mei 1839, wat de datum zal zijn dat er toestemming is gegeven voor zijn opname in het kinderetablissement. Zijn designatienummer is 437/11, zodat in invnr 1422 nagekeken kan worden wie hem gezonden heeft, maar dat heb ik niet bekeken.

Johannes Pieter Droit blijft vijf jaar in Veenhuizen. In de tuchtverslagen uit die periode, te bereiken via hier, ben ik hem niet tegengekomen. Op de gebruikelijke leeftijd verlaat hij op 5 april 1844 het kindergesticht.`

NB: Er duikt in 1856 wel een Johannes Droit op die als bedelaar in de Ommerschans wordt opgenomen, maar die zou volgens zijn inschrijving in 1833 geboren zijn, dus dat zal hem niet zijn.