GERRITSMA, Tjalling Gerrit

Spellingvariaties:
  
Levensdata:
Volgens kolonie-administratie geboren/gedoopt 10-11-1778, overleden 24-7-1834 
Subcommissie:
Bolsward
Aankomst:
31 oktober 1818
Hoevenr. (tot 1823)
Nr. 23, maar staat op een lijst uit 1822 op nummer 22 alsof hij met buurman Molewijk geruild heeft.
Vorig beroep:
 
Geloof:
katholiek
Echtgeno(o)t(e):
Trijntje Jelles, volgens kolonie-administratie geboren/gedoopt 25-7-1776, op 14 mei 1809 in de Franciscuskerk te Bolsward getrouwd met Tjalling Gerrit, haar achternaam is De Boer volgens de doopacte zoon Martinus.
Kinderen:
- Gerrit Tjalling, gedoopt Bolsward 14-4-1810
- Jelle, volgens kolonie-administratie geb/ged 11-9-1810, maar dat is gezien de doopdatum van zijn oudere broer dus hoogst onwaarschijnlijk
- Martinus, geboren Wymbritseradeel (mairie Nijland) 28-8-1813
- Klaas, geboren Bolsward 29-9-1815

Op de kolonie geboren:
- Elisabeth 16-10-1820

Overige huisgenoten:
Blijkbaar (zie onder) werd de oudste dochter van de overleden proefkolonist Stellinga.bij het gezin ingedeeld.
Opmerkingen: - Tenzij er nog staat 'volgens de kolonie-administratie' zijn de gegevens hierboven gecorrigeerd door Jan Keuvelaar van de Oudheidkamer Bolsward, waarvoor dank.
-
Ik heb contact met mensen die onderzoek naar de familie Gerritsma doen. Als je die wilt bereiken moet je mij mailen en dan stuur ik dat door.
- De Gerritsma's staan ook bij de 'kolonie-dynastiën', zie hier.  

Koloniale carrière

Samengevat:
Weinig opzienbarende koloniale carrière, geen conflicten en ook geen grote arbeidsprestaties. Haalt zowel in 1820 als in 1821 een koperen medaille. Veel nageslacht blijft op de kolonie.
In het boek:
Bij naam op de bladzijden 99, 257, 258, 349, 377. Naamloos bij zijn aankomst op bladzijde 35.

Fragmenten uit de archieven



16 november 1818:
De subcommissie van weldadigheid Bolsward maakt in de Staatscourant melding van het vertrek van het gezin naar de kolonie.

Op 23 november 1818 schrijft Benjamin van den Bosch: Op last van den 2 assessor is aan T.G. Gerritsma toegestaan de oudste dochter van den overleden Stellinga te laten bij hem inwonen.

Uit een brief van Benjamin dd 28 augustus 1819: (...) dat, wat betreft het meisje ingedeeld bij Gerritsma, bij de overkomst van den tweeden Assessor, daaromtrent maatregelen zullen worden beraamd.

Zie voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files.

Uit een brief van Benjamin dd 3 november 1819: De Kommissie gelieve mij mede te informeren of het bij Gerritsma inwonend meisje bij een ander kan ingedeeld worden.

Notulen pc dd 7 november 1819: Besloten dat het meisje van Gerritsma bij een ander kan worden ingedeeld.

Johannes van den Bosch legt in de Star van augustus 1820 uit dat het leren turfsteken en leren stenen bakken op de kolonie vooral dient...:
   (...) om onze kolonisten in staat te stellen, van in meer dan één opzigt vreemdelingen te vervangen, die thans jaarlijks bij duizenden ons land overstroomen, en de massa van arbeid verminderen, welken onze eigene ingezetenen zoo dringend behoeven.
    Met hetzelfde doel zijn ook twee kolonisten, met namen j. brandsma en w. gerritsma naar Holland gezonden, om gras te maaijen. Getrouw aan het beginsel, om al wat nieuw is eerst in het klein te beproeven, de hinderpalen, naar mate die zich voordoen, uit den weg te ruimen, en vervolgens de onderneming verder uit te breiden, zij wij daarmede slechts in het klein begonnen. In een volgend jaar zullen wij hieraan meerder uitbreiding geven en inzonderheid aan onze jeugd die opleiding verschaffen welke haar daartoe het meest geschikt kan maken.

19 februari 1823: Genoemd in schoolrapport 1822 als hebbende uitgemunt in gedrag en vorderingen: Jelle, Gerrit en Klaas Gerritsma

In de Star van april 1823 schrijft de Amsterdamse politiecommissaris en boekverkoper Christiaan Sepp bij een onderzoeksbezoek aan de kolonie: Gerritsma, een Bolswaarder, heeft 5 kinderen; reeds viereneenhalf jaar hier gewoond hebbende, kent hij de kolonie zeer goed. Hij roemt in zijn geluk.

De naam Gerritsma komt even voorbij op de pagina over Amersfoortse ingedeelden

Na het overlijden van Gerritsma (1834) worden drie zoons ook kolonist.

- De oudste, Gerrit Tjalling, trouwt met een dochter van de kolonist Van Os (de opvolger uit Tiel van de in 1820 weggestuurde Hendrik Vos) en neemt de hoeve van zijn schoonvader over.
Zijn nageslacht is hier en hier te vinden. De familie had de lastige gewoonte om de opeenvolgende oudste zonen afwisselend Tjalling Gerrit en Gerrit Tjalling te noemen waardoor ze allemaal wat lastig uit elkaar te houden zijn.

- De tweede, Jelle, trouwt op zijn 23ste met een 45-jarige kolonistenweduwe en neemt die hoeve over, zie deze pagina.

- Zoon Klaas tenslotte neemt de hoeve van zijn ouders over. Twee dochters van hem blijven als kolonistenvrouw en winkeliersvrouw ook op de kolonie.

- Zoon Marten of Martinus trouwt wel een kolonistendochter, zie hier, maar blijft niet op de kolonie.