Cornelis Nicolaas Goudsbloem uit Alkmaar, ingedeelde, strafkolonist, ingedeelde, strafkolonist, ingedeelde, 1824-1852

De 'Regenten van het Roomsch Katholijk Weeshuis te Alkmaar' sluiten op 23 april 1824 met de Maatschappij het contract E55. Zie voor uitleg over E-contracten deze pagina. Ze betalen 180 gulden per jaar en hebben dan het recht drie van haar pupillen in de vrije koloniŽn te plaatsen. Op 5 mei 1824 arriveren die, zie de 'Nominatieve Staat van aangekomene Weezen, met vermelding waar dezelve zijn ingedeeldt' in invnr 1370:



Ze zijn alle drie wat ouder dan de meeste ingedeelden.

David Schouten is volgens de kolonieadministratie geboren 29 juni 1799, Zie verder op deze pagina. Als hij is getrouwd en als kolonist gevestigd, wordt in het contractenboek, invnr 1394, bij contract E55 genoteerd: 'David Schouten den 30 April 1827 ontslagen, in het huwelijk getreden en gevolgelijk opgehouden bestedeling van Alkmaar te zijn, - De bestedingssom met een derde verminderd.' De roomse regenten hoeven voortaan dus maar 120 gulden per jaar te betalen en hebben nog twee klantjes:

Maria de Vrede is volgens de kolonieadministratie geboren op een onbekende datum in 1802. Zie verder deze pagina.


● En dus Cornelis Nicolaas Goudsbloem. Hij is volgens de kolonieadministratie geboren 15 oktober 1783. Volgens de hierboven afgedrukte staat komt hij in Wilhelminaoord (toen nog kolonie 4, eerste kolom) bij Trijntje Tjebbes op hoeve 84. Dat is vreemd, want volgens mij woont Tjebbes op hoeve 81, zie dit overzicht van Wilhelminaoord bij dat hoevenummer.

Hoe dan ook duurt het niet lang, want na een tijdje is hij in huis bij de kolonist Pieter Corba (of Korba), zie deze pagina. Terwijl hij daar zit komt hij een keer tevergeefs om verlof vragen, zie de kleine raad van 25 maart 1826.

Corba vertrekt van de kolonie en op de kleine raad van 24 juni 1826, zie op deze pagina, wordt besloten Cornelis Nicolaas over te plaatsen naar de huisverzorgster Maria Aarsen wed Gunther.
Daar gaat het een tijd goed. Op de kleine raad van 2 augustus 1828 komt hij namens de weduwe een verzoek indienen. En ook op de kleine raadzitting van 14 maart 1829 laat hij zich door de weduwe om een boodschap sturen.

Maria Aarsen weduwe Gunther, op hoeve 97 van Frederiksoord, overlijdt 10 november 1831. Volgens het register van Frederiksoord met invnr 1348, zie hier. wordt Cornelis Nicolaas vijf dagen later, op 15 november 1831, overgeplaatst naar hoeve nummer 107, bij Elisabeth Keetelaat weduwe Winkelhuis. 

Bij de raad van toezicht van Frederiksoord van 4 mei 1832 wordt hij genoemd als getuige bij een vechtpartij tussen een opzichter en een kolonistendochter. Maar een aantal jaren later moet Cornelis Nicolaas zelf als beschuldigde voor de raad verschijnen. Op de zitting van 27 oktober 1838, zie ook bijlage 3, wordt hij beschuldigd van dronkenschap.

De eerste keer dat zoiets voorkomt wordt dat afgedaan met een paar dagen strafkamer, maar bij recidive wordt het strenger bestraft. De zitting waarbij het volgende 'misbruik van sterken drank' geconstateerd wordt, is helaas niet teruggevonden, maar het leidt in elk geval tot een verbanning voor onbepaalde tijd naar de strafkolonie op de Ommerschans.

Bij de weduwe Winkelhuis op hoeve 107 van Frederiksoord, wordt in het stamboek met invnr 1349, zie hier, vermeld: 'Goudsbloem naar de strafkolonie 1 juli 1840.

In het register van strafkolonisten met invnr 1585 staat hij op folio 1. Ze houden hem een dik jaar vast. Op 11 oktober 1841 mag hij weer terug naar Frederiksoord en hij komt nu op hoeve 109, in een huishouden waar kolonist Bernardus Kinkelaar net een paar maanden is overleden.
Op 26 oktober 1843 gaat Cornelis Nicolaas over naar hoeve 95. Daar woont kolonist Gerrit van Os die is getrouwd met Suzanna Hoorgervorst die eerder als de weduwe Steenmetz bekend stond. En daarna gaat het weer mis.

Er is sprake van een tuchtzitting van 3 juli 1848 waar hij wegens dronkenschap veroordeeld wordt, maar het verslag van die zitting is (nog) niet teruggevonden. Wel de raad van politie en tucht voor de gewone koloniŽn van 5 april 1849, zie ook bijlage 1, 31 maart 1849, waar wordt gemeld dat hij zo dronken was dat hij met een ossenkar naar huis moest worden gebracht.

En dus gaat hij op 30 mei 1849 weer naar de strafkolonie op de Ommerschans. In het register van strafkolonisten met invnr 1586 staat hij op folio 11. Dit keer moet hij langer blijven, tweeŽnhalf jaar. Op 8 november 1851 gaat hij weer naar Frederiksoord.

Hij komt op hoeve 109, bij de kolonist F.C. Hentz. Niet zo heel lang, op 27 februari 1852 overlijdt Cornelis Nicolaas Goudsbloem op de leeftijd van 68 jaar. Hij is de laatste van het contract van de rooms katholieke regenten uit Alkmaar.