|
HAFTEN,
Walraven van
|
|
| Spellingvariaties: |
Haaften, Hoften
|
| Levensdata: |
19-1-1774 tot
onbekend |
| Subcommissie: |
Edam |
| Aankomst: |
1-11-1818 |
| Hoevenr.
(tot 1823) |
Nr. 35 |
| Vorig
beroep: |
|
| Geloof: |
Hervormd |
| Echtgeno(o)t(e): |
Hillegonda Dekker,
2-7-1770 - 28-6-1833 |
| Kinderen: |
- Antje 11-8-1794 - Klaas 24-7-1796 - Trijntje 25-6-1798, - Sijtje 5-2-1806 - Cornelis 14-10-08 |
| Overige
huisgenoten: |
|
| Opmerkingen: | Bovengenoemde
geboortedata zijn uit de Maatschappij-administratie en dus
onbetrouwvbaar. Vermoedelijk is hij de Walraven Claaszn die op 21
januari 1770 te Oosthuizen is gedoopt als zoon van Claas Walravenszn
van Herssen en Trijntje Elbers, zie deze digitale bronbewerking. |
Koloniale carrière |
|
| Samengevat: |
Geen opzienbarende arbeidsprestaties, maar ook niet slecht: een 'ordinair' (= gemiddeld) gezin. Wel het enige gezien dat in 1819 een beloning krijgt voor netheid en properheid. Blijft altijd op de kolonie en het merendeel van het nageslacht ook. |
| In
het boek: |
Bij naam op bladzijden 377 en 381, als 'echtpaar uit Edam' op 185, over hun subcommissie iets op bladzij 190. |
Fragmenten uit de archieven
|
|
Op 24 juli 1818 ontvangt de pc bericht dat ook Edam een subcommissie van weldadigheid heeft opgericht. Daarmee behoort ze tot de eerste 50 plaatsen die dat meldden. De plaats telt dan 69 contribuanten en daarnaast hebben de inwoners ingetekend voor in totaal '488 ellen gebleekt linnen' dat in de kolonie vervaardigd zal gaan worden. Uit de voordracht van de subcommissie Edam dd 18 september 1818: De Sub-commissie van Weldadigheid gereusseerd zijnde binnen deeze stad Edam te vinden het huijsgezin van Walraven van Haften (dat aan de verijschte opgegeeven bij UWEds. aanschrijving in dato 12 augustus ll. alleszins voldoet en (na bekend gemaakt te zijn met de opgegeevene bepaalingen) geneegen is een lid der opterichtene colonie uijt te maken) haast zich UWEds. hiervan te informeren. Daar raakt Edam wat geïrriteerd, blijkens een schrijven van de subcommissie een week later, 26 septem ber 1818: (...) heeft de sub-commissie de eer UWEds te berichten, dat zij ten deezen aanzien. over het algemeen wel degelijk UWEds voorschriften heeft in acht genoomen en geen jota daarvan is afgeweeken; dat het opgegevene huijshouden bestaat uit zes persoonen; hetzelve zig geheel vrijwillig heeft aangegeven en aan ons allervriendelijkst verzocht (als zulks voor hun een groot voorrecht en menschlievende weldaad beschouwende) daartoe geemployeerd te moogen worden; dat de man is genaamt Walraven van Haften, deszelfs vrouw Hillegonda Dekker, hebbende vier kinderen, de oudste jongen Klaas, de tweede jongen Cornelis het oudste meijsje Trijntje, en het tweede meijsje Sijtje van Haften genaamd: Zonder tegenspraak arm of behoeftig, dan op haare zedelijkheijd en inwendi ge geschiktheijd en braafheijd en naarstigheijd valt (niet tegenstaande alle mogelijke door ons gedane navorschingen) volstrekt niets te zeggen; zijnde wijders de ouders in het beste van hun leeven, frisch en gezond beneevens de kinderen, en (om eijgene woorden van UWEds eerste aanschrijving te gebruijken) de man (als zijnde van een robustige gestalte) voor den veldarbeid geschikt, (en aan dezelve gewoon) hebbende een aankomenden, ja volwaschen jongen, die hem daarin behulpsaam zijn kan, en, behalve de vrouw, een of twee aankomende meijsjes, om haar in het spinnen van vlas behulpzaam te zijn: wordende hetzelve huijsgezin thans, overmits deszelfs verdiensten niet genoegsaam ter sustentatie toereijkende zijn, door de Gereformeerde Diaconie deezer stad gealimenteerd. De Van Haftens horen tot de gezinnen die in de kazerne in Amsterdam worden opgevangen, zie de illustratie boek bladzij 32 Volgens haar jaaroverzicht heeft de subcommissie 7 gulden 60 besteed aan de reis van de familie 9 november 1818: De subcommissie van weldadigheid Edam maakt in de Staatscourant melding van het vertrek van het gezin naar de kolonie. In een brief van Benjamin van den Bosch dd 28 december 1818 wordt Edam genoemd als een van de voorbeelden van 'subcommissies (die) ons zodanige gezinnen (zonden) die de Maatschappij ter bereiking van haar groot doel zou kunnen verlangen.' Zie voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files. 30 december 1819: Brief van de subcommissie Edam dat 19 leden hun lidmaatschap hebben opgezegd vanwege de aankondiging van het systeem van huisverzorgers. In het voorjaar van 1822 is Van Haften een van de 'bestoppassende kolonisten' die op basis van het besluit van 8 november 1821 worden ‘verplaatst naar kleine hoeven der Maatschappij, buiten dezelve gelegen'. Vanaf dan wonen ze op een boerderijtje in het buitengebied in Wateren of Doldersumsche veld of Boschoord. - Dochter Antje gaat eind 1822 als 'huishoudster' mee naar een grote boerderij bij Ommerschans met de Alkmaarse proefkolonist Tijmes, die eerder het jaar zijn vrouw heeft verloren aan de besmettelijke ziekte die over de kolonie ging, Uit een brief van Wouter Visser dd 9 september 1823: De kolonist, weduwnaar Thiemes, in kolonie no.5 verlangende een wettig huwelijk aantegaan met de dochter van den kolonist van Haaften te Doldersum, welker dochter zedert het overlijden der vrouw van Thiemes zijn huishouding heeft waargenomen - en er bij ons geene redenen ter kontraire bekend zijn, neem ik de vrijheid de authorisatie daartoe voor gen. kolonist bij de Permanente Kommissie aantevragen. Voor het zover is bevalt Antje op 1 februari 1824 van een zoontje dat echter op 2 april alweer overlijdt. Ze trouwen een paar maanden later, 26 april 1824, in 1825 wordt geboren Walraven (genoemd naar zijn grootvader dus), gevolgd door Antje (1826), Hilletje (1827) en Albertje (1831). Later: - Zoon Klaas trouwt 1831 met een kolonistendochter uit Walcheren, wordt kolonist in Frederiksoord en blijft dat tot zijn dood in 1867. - Dochter Trijntje trouwt 1834 met de Rotterdamse bestedeling Wilhelmus Heronimus Kool. Die neemt - blijkbaar met instemming van Edam - de hoeve over en Trijntje wordt dus kolonistenvrouw, terwijl haar inmiddels 60-jarige vader Walraven als ingedeelde bij hun in huis komt. De familie Kool-van Haften gaat vier jaar later als vrijboeren bij Veenhuizen 1 (het wezengesticht). - Dochter Sijtje raakt op haar 19de ongehuwd zwanger, wil niet zeggen wie de verwekker is en wordt veroordeeld tot de strafkolonie Ommerschans. Volgens het stamboek Ommerschans komt zij daar aan op 19-4-1825 en bevalt ze daar van een zoon op 22-7-1825. Dat kind, Cornelis, gaat naar de grootouders Van Haften, maar overlijdt al snel. Sijtje moest blijven, deserteert op 20-3-1826, wordt weer teruggebracht op 2-8-1827 en deserteert opnieuw op 3-10-1827. Vele jaren later komt zij, inmiddels getrouwd, als koloniste in Veenhuizen waar zij 1849 overlijdt. - Genealogische informatie over de Van Haftens staat op de site van Gerrit van Haaften. |
|