Albertus Jacobus Hoomoedt: vrije kolonist in Willemsoord van 1829 tot 1856

Albertus Jacobus Hoomoedt komt met zijn gezin in de kolonie Willemsoord aan op 14 oktober 1829. Hij is door de subcommissie van weldadigheid Den Haag in de kolonie geplaatst 'uit de kontributie' (zie voor een uitleg deze pagina).

De eerste vermelding staat in het stamboek Willemsoord 1828-1830, invnr 1359 en vul rechtsonder het paginanummer 41 in. Ze staan bij hoeve 103 en hiervandaan neem ik de gegevens van de ouders over:

Albertus Jacobus Hoomoedt is volgens de wat dit betreft lang niet altijd betrouwbare kolonieadministratie geboren op 19 februari 1789. Hij is getrouwd met

Anna van Putten, geboren 28 januari 1788. Ze hebben acht kinderen bij zich, maar de geboortedata en de namen (en daardoor soms zelfs de geslachten) zijn dermate abusief dat ik hier alleen de oudste dochter overneem:

Alida Hoomoedt, geboren 17 februari 1813,

De andere kinderen komen zo.

Van hoeve 103 naar 84

In het volgende stamboek Willemsoord, invnr 1360 en vul rechtsonder het paginanummer 103 in, zien we dat een eerst in Den Haag achtergebleven zoon zich alsnog, als negende kind, bij het gezin voegt.

Petrus Jacobus Hoomoedt, geboren 27 december 1809, komt op 3 januari 1830 bij het gezin wonen. Niet zo lang, want op 25 januari 1831 gaat hij in militaire dienst.

Oudste dochter Alida Hoomoedt komt op 21 mei 1831 bij de kleine raad, zie bij 21 mei op deze pagina, om te vragen of ze in Den Haag een baantje mag gaan zoeken. Daarna krijgt ze per 27 augustus 1831 voor datzelfde doel drie maanden verlof, volgens de voor kolonistenkinderen geldende regeling. En blijkbaar lukt het vinden van een baan want ze komt niet meer terug.

Op het eind van het jaar, 16 december 1831, wordt de familie overgeplaatst naar hoeve nummer 84. Dat is op paginanummer 84 van hetzelfde register met invnr 1360. Hier verandert er heel veel aan de namen en geboortedata. In de kantlijn staat: 'Aldus verbeterd naar de geboorteactes aan den directeur gezonden'. Als de klerk niet al te slordig geweest is zal het dus wel kloppen en ik neem de gegevens van de zeven nog thuiswonende kinderen over:

Hendrik Hoomoedt, geboren 31 december 1814,
Andries Johannes Hoomoedt, geboren 3 februari 1816,
Gijsberta Hoomoedt, geboren 11 augustus 1817,
Johanna Maria Hoomoedt, geboren 2 mei 1819,
Anna Maria Hoomoedt, geboren 13 augustus 1821 en
Gijsbertus Gerardus Hoomoedt, ook geboren 13 augustus 1821. Een tweeling dus.
Geertrui Arijetta Hoomoedt, geboren 9 december 1824.

De raad van politie en tucht

Af en toe komt de familie in aanraking met de raad van politie en tucht in de gewone koloniŽn. Een overzicht, dat vast niet compleet is omdat ik niet alle tuchtzittingen gezien heb:

● Op de zitting van 14 oktober 1833 verschijnt vader Hoomoedt als slachtoffer. Hij was 'uitgegaan om de klachten van zijn kind over mishandeling te onderzoeken', en krijgt een pak slaag van de zoon van kolonist Gutseloe, Helaas heb ik geen transcriptie van deze zitting of van de voorbereidende raad van toezicht van Willemsoord. Voor liefhebbers: invnr 1615.

● Ook van de zitting van 22 november 1834 en de voorbereidende raad van toezicht van Willemsoord heb ik geen transcriptie. De dan 18-jarige Andries Johannes heeft met twee leeftijdsgenoten baldadigheid gepleegd bij de 'IsraŽlitische' kolonisten Nijkerk en Polak en krijgt daarvoor een aantal dagen opsluiting in de strafkamer op de kolonie. Ook invnr 1615.

● Op de zitting van 24 september 1836 moet vrouw Hoomoedt, geboren Anna van Putten, zich verantwoorden wegens twisten en schelden met de buurvrouw van hoeve 82, de echtgenote van Gerrit Capelle, zie over die familie deze pagina. Slechts kort behandeld in de tuchtraad, en meer uitgebreider in bijlage 3, maar echt goed te volgen is het niet. Het lijkt erop of het hele buurtje ruzie heeft.

● Op de zitting van 11 maart 1837 is het de man des huizes, Albertus Jacobus Hoomoedt, die voor moet komen omdat hij te lang met verlof is geweest om zijn zoon (dat moet Petrus Jacobus zijn) in het huis van Militaire gevangenen te Leiden te bezoeken. Zie de transcriptie en korte behandeling raad van toezicht van Willemsoord. De uitgesproken veroordeling tot verbanning naar de strafkolonie op de Ommerschans gaat uiteindelijk niet door.

● Op de zittingvan 28 april 1838 komen we twee familieleden tegen, zie hier voor het verslag van de zitting en de bijlagen 4 en 5. Hendrik en Andries Johannes hebben de wijkmeester Van Buiten eerst beledigd en toen geslagen. Zie over wijkmeester Van Buiten deze pagina.
Ze worden Hoogmoed genoemd, en dat is verwarrend maar kolonist Dirk van Hoogmoed woont in Wilhelminaoord en niet in Willemsoord. De jongens lijken een behoorlijk grote bek te hebben en krijgen acht dagen cel opgelegd.

Hendrik kan die bewuste 28 april 1838 blijven staan want het volgende punt gaat ook over hem. Hij heeft zijn vriendin Lammigje Brands bezwangerd. Voor Lammigje is dat de tweede ongehuwde zwangerschap, de eerste was van haar zwager, zie De strafkolonie pagina 145-147. Ze weet dus al wat het is om in de strafkolonie te zitten en dat wil ze niet opnieuw. Op diezelfde 28 april 1838 deserteert Hendrik van de kolonie. Op 3 mei 1838 trouwen hij en Lammigje Brands in Steenwijkerwold.

Vertrekkende kinderen

Hendriks vlucht is onderdeel van de leegloop van huize Hoomoedt. Het is te volgen in het stamboek Willemsoord 1835-1840, invnr 1361 en vul rechtsonder paginanummer 85 in.
Gijsberta Hoomoed gaat dienen op 9 mei 1835 maar is op 1 juni 1835 al weer terug. Ze probeert het opnieuw op 24 juli 1837 en dit keer blijft ze weg.
Andries Johannes Hoomoedt gaat in militaire dienst op 28 april 1838, dezelfde dag als bovengenoemde tuchtzitting dus hij heeft zijn straf niet uit hoeven zitten, en keert daarvan terug op 22 februari 1840.
Johanna Maria Hoomoedt gaat een dienstbetrekking in de gewone maatschappij vervullen op 8 juli 1840.

Het zet zich door in het stamboek Willemsoord 1841-1847, invnr 1362 en vul rechtsonder het paginanummer 87 in.
Andries Johannes Hoomoedt trekt de wijde wereld in op 11 maart 1841.
Anna Maria Hoomoedt doet hetzelfde op 14 mei 1842.
En Gijsbertus Gerardus Hoomoedt verlaat het ouderlijk huis op 8 juli 1843.

De enige die dan nog thuiswoont is Geertrui Arijetta Hoomoedt en die zal ook niet van de kolonie weggaan.

Terugkerende kinderen

Het vervolg staat in het stamboek Willemsoord 1848-1859, invnr 1363 en vul rechtsonder het paginanummer 90 in. Het gezin wordt per 30 juni 1853 overgeplaatst naar hoeve 137. Die staat op paginanummer 135.

Geertrui Arijetta Hoomoedt trouwt op 6 oktober 1855 met de kolonist-weduwnaar Jan Hendrik Doodhagen en wordt per die datum kolonistenvrouw. Het huishouden op hoeve 137 wordt opgevuld met ingedeelden, maar blijkbaar wordt er toch onvoldoende geproduceerd. Blijkens een notitie in de kantlijn neemt de permanente commissie op 14 mei 1856 onder agendapunt N15 een besluit over hen. Ik heb het besluit zelf niet gezien, maar voor onderzoekers: invnr 832.

De directeur moet de oudjes Albertus Jacobus en Anna 'indelen bij den gewone kolonist J.H. Doodhagen of zoo noodig overplaatsen in een der gestichten te Veenhuizen'. Begrijpelijkerwijs kiezen ze voor het eerste. Ze gaan per 8 mei 1856 over naar hoeve nummer 80 - paginanummer 72 in invnr 1363 - en ze zijn voortaan ingedeelden bij hun schoonzoon en dochter.

Daar overlijdt Anna Hoomoedt geboren Van Putten op 1 januari 1857. Haar echtgenoot Albertus Jacobus Hoomoedt staat dan nog in de registers, maar na 1859 niet meer. Volgens de genealogie Hoomoedt, zie deze externe link, trekt hij op enig moment weer naar zijn geboorteplaats Den Haag waar hij later zal overlijden.

Zijn zoon Hendrik Hoomoedt en diens vrouw Lammigje Brands slagen er in 1861 in om ook een koloniale hoeve te krijgen en komen bij Geertrui Arijetta in de buurt te wonen. Per slot van rekening zijn de koloniŽn in de negentiende eeuw de enige plek in ons land met een garantie op werk, onderdak en voeding. Nog later zijn er nog een paar Hoomoedts die op de kolonie terechtkomen, maar hoe dat precies zit mogen anderen uitzoeken.