JANSEN, Lubbert

Spellingvariaties:
Janssen, Janszen  
Levensdata:
23-8-1775 - 13-3-1855
Subcommissie:
Wageningen
Aankomst:
1-11-1818
Hoevenr. (tot 1823)
Nr. 13
Vorig beroep:
 
Geloof:
 
Echtgeno(o)t(e):
Margaretha Kerkenaar, 25-8-1777 - 28-1-1849 
Kinderen:
- Hendrina Maria 1799
- Arend 15-8-1807
- Sylbert 15-10-1809
- Jan 18-7-1816

Op de kolonie geboren:
- Christoffel 29-10-1821
- Annekje 21-12-1825 

Overige huisgenoten:
  
Opmerkingen:   

Koloniale carrière

Samengevat:
Modelkolonist die vanaf een paar maanden na het begin door de directie steeds zeer wordt geprezen. Tot twee keer toe is hij de enige kolonist die een gouden medaille krijgt. Op zijn echtgenote en haar huishouding is echter kritiek en dat zal vermoedelijk de reden zijn dat ze het niet tot vrijboer brengen. Ze blijven wel voor altijd op de kolonie.
In het boek:
Bij naam op de bladzijden 146, 172, 185, 186, 217, 255, 257, 260, 307, 378 en verder zijn ze natuurlijk bij de bijeenkomsten waar alle kolonisten bij zijn. Ietsje over zijn subcommissie op bladzij 279.

Fragmenten uit de archieven


Wageningen meldt op 18 september 1818 een acceptabel gezin gevonden te hebben. De man, Lubbert Jansen, is 41 jaar oud, vrouw Grietje Kortenaar is 39. Voorts zijn er 4 kinderen van 18, 11, 9 en 2. De man en oudste zoon (11) acht men 'voor veldarbeid geschikt'. De vrouw en oudste dochter zijn echter te 'onhandig' om te spinnen. Zij zullen hierin voor hun vertrek onderwezen worden.

Uit een brief van Benjamin dd 16 december 1818 over de dochter van wijlen Stellinga: Lubbert Jansen uit Wageningen had aangeboden dit meisje tot zich te neemen.

In een brief van Benjamin dd 28 december 1818 wordt Wageningen genoemd als een van de voorbeelden van 'subcommissies die ons zodanige gezinnen (zonden) die de Maatschappij ter bereiking van haar groot doel zou kunnen verlangen.'

Uit een brief van Benjamin dd 9 maart 1819: Over het weesmeisje bij Brandsma ingedeelt, heb ik reeds vroeger aan de Permanente Kommissie geschreven, ten einde hetzelve in het huis van Lubber Jansen te doen overgaan.

Uit een brief van Benjamin dd 10 maart 1819: Aan de vrouw van Lubbert Jansen heb ik een verlof van 6 dagen naar Zwolle gemeend te mogen accordeeren, dewijl haar oude vader eene beroerte gekregen hebbende, zijn eenig kind nog wenschte te zien.

Uit een brief van Benjamin dd 9 april 1819: Ik heb van den onderopziener Jansen veel dienst.

NB: bovenstaande is de eerste keer dat Jansen onder-opziener genoemd wordt.

Zie voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files.

Uit een brief van Benjamin dd 6 mei 1820:
    De onder opziener Jansen geeft mij bij aanhoudendheid reden tot de meeste te vreedenheid.
    Reeds herhaalde maalen heb ik deze brave oppassende man gunstig aan de Kommissie doen kennen.
    Bij den aanleg der nieuwe kolonie heeft hij door goede directie, ijver en vlijt, veele diensten aan de Maatschappij bewezen en gaarne wil ik hem bij voorkomende gelegenheid de Kommissie aanbeveelen.
     De beloning die de Kommissie aan deze man zou willen toekennen zou zich dienen te bepalen tot het geven der medaille, eene kleine beloning in geld, of waarde daarvan, of wel een betere hoeve, dewijl zijne vrouw en huisgezin in het verkrijgen van groter avancement hem altijd zullen hinderlijk zijn.
     Op last van den 2 assessor gaf ik hem eenmaal ƒ 4-. na het poten aardappel landen, waarmede hij in het bijzonder belast is.
    Zou een nieuw pak kleeren ter waarde van ƒ 9 of ƒ 10- hem zeker een aangename beloning zijn.

Notulen pc dd 9 mei 1820: Brief van den Direkteur, 6 mei (...) en dat ten aanzien der opzieners Jansen en Meder de Kommissie besloten heeft, uit aanmerking van hun goed gedrag, aan Jansen toeteleggen eene gratifikatie van drie dukaten (...).

Uit de Star van augustus 1820:
     Zeer verdienstelijk is mede geweest het gedrag van den kolonist janssen; reeds kort na zijne aankomst in de kolonie zich door werkzaamheid en overleg onderscheidende, werd hij tot onder-opziener aangesteld, en heeft in deze betrekking uitmuntend voldaan: de Kommissie heeft gemeend, zijne betoonde diensten dit jaar in de kolonie no. 2 met eene goudene medaille te moeten beloonen.

Uit de Star van augustus 1820 over het bezoek van de Prins van Oranje: Ook aan het huis van janssen was Z.K.H. zeer tevreden.

November 1821 hoort Wageningen tot de steden die in de Star melding maken van 'nieuwe aanwinsten loeden, donateurs en giften'.

In het op 19 februari 1823 gedateerde schoolrapport over 1822 wordt ook ge noemd als 'hebbende uitgemunt in gedrag en vorderingen: Jan Jansen'.

Ergens in 1823 verhuist het gezin naar kolonie 3, Willemsoord. Verdere belevenissen zijn onbekend, maar ze blijven altijd en Jansen blijft tot zijn dood in 1855, dus tachtig jaar oud, onder koloniale hoede.

Wageningen behoort tot de eerste steden die begin 1824 kinderen levert voor het dan net gereedgekomen Veenhuizen. Uit een brief van de pc aan de Administrateur Armenwezen dd 9 maart 1824:
      Thans hebben wij de er UWHEdG. van deze aankomst opzettelijk te informe­ren; zijnde er op den 19 february uit Wageningen 23, den 20= uit Thiel 56 en uit Heemse 15 en op den 21 derzelfde maand uit Goor 4 weeskinderen, vondelingen of verlatene kinderen aangeko­men, welke in het gen. etablisse­ment zijn opgenomen en gevestigd.