|
JANSZ,
Sietsen
|
|
| Spellingvariaties: |
Voornaam: Sissen,
Sytze |
| Levensdata: |
1775 - ??
|
| Subcommissie: |
Steenwijk |
| Aankomst: |
10 februari 1819 |
| Hoevenr.
(tot 1823) |
38 |
| Vorig
beroep: |
|
| Geloof: |
Hervormd |
| Echtgeno(o)t(e): |
Annigje Beuke, geboren
7-6-1789 |
| Kinderen: |
- Maartje 22-8-1810 - Jan 18-9-1812 - Rieke 26-12-1814 Op de kolonie geboren: - Rensje 17-7-1819 - Geertje 1-12-1821 - Grietje 24-3-1824 - Jantien 7-2-1827 |
| Overige
huisgenoten: |
Als ingedeelde: Wietske
Stellinga. Plus de van Dikkeboom overgenomen wezen Geert
Winters (geboren 1802) en Klaasje Winters (geboren 1804). Later vermoedelijk
ook kinderen van de overleden kolonist Van Limbeek |
| Opmerkingen: | Zij zijn de opvolgers van
het januari 1819 weggezonden gezin Dikkeboom. |
Koloniale carrière |
|
| Samengevat: |
Weinig arbeidsresultaten,
maar ook niet opstandig of ontevreden, zoals hun voorgangers. Koperen
medailles in 1820 en 1821. |
| In
het boek: |
Omdat
zij niet behoren tot de in het boek gevolgde eerste 52 kolonisten,
wordt slechts melding gemaakt van het feit dat de nsubcommissie
Steenwijk een nieuw gezin mag zenden op bladzijde 126. |
Fragmenten uit de archieven
|
|
Uit een brief van Benjamin aan de pc dd 11 februari 1819: Het huisgezin uit Steenwijk is gister hier aangekomen. Uit een brief van Benjamin aan de pc dd 17 juli 1819: De vrouw van Sissen Jans uit Steenwijk is heden morgen voorspoedig van eene dochter bevallen. Zie voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files. Uit een medisch verslag van dokter Schuurman in de Star van juni 1822: In het midden der verloopene maand april vertoonde zich eerst in de kolonie no. 1, in de huishouding van de kolonist de wals, eene ziekte bij twee der kinderen; kort daarop werd de moeder en nog eene dochter ernstig ziek; zoo ook de vrouw, zoon, en ingedeelde meid van sitze jans; - het waren alle febres rheumaticae of catharales. In het op 19 februari 1823 gedateerde schoolrapport over 1822 worden ook genoemd als ‘hebbende uitgemunt in gedrag en vorderingen': Jan en Maarten Sietzen |
|