De familie Jasper komt in 1825 aan in de vrije koloniŽn, op een gegeven moment zijn het twee families Jasper, ze komen vaak in de strafkolonie en pas in 1862 zijn ze allemaal van de kolonie vertrokken

De eerste keer dat ik de naam van de familie Jasper in mijn aantekeningen heb (maar in dit overzicht van de post kan gekeken worden of ze niet eerder voorkomen), is in het kader van de plaatsing van arbeidershuisgezinnen. De subcommissie van weldadigheid te Leiden zit nogal te hannesen met die bewonerscategorie, zie op deze pagina.


De subcommissie heeft begin 1825 het aanbod gekregen om - geheel gratis - zulke gezinnen te plaatsen in het dan gereedgekomen tweede gesticht te Veenhuizen. Op 15 maart 1825 schrijft de subcommissie, invnr 72 scan 734 en verder (zie helemaal bovenaan de pagina hoe de scans te bereiken zijn; op scan 737 staat een overzichtje hoe de familie er volgens de subcommissie uitziet):


(...) hebben wij de eer de ingesloten staten van vier huisgezinnen onzer stad voor Veenhuizen UEds toetezenden, en daar bij de volgende nodige inlichting en sollicitatie te voegen, dat:

alhoewel de huisgezinnen Jaspers en van der Heijden twee kinderen boven het zoo gunstig verleend ultimatum van vijf kinderen bevatten, het der Perm. Kommissie moge goed dunken dezelve aantemerken als kinderen van Hubertus Warreman, die daardoor mede vijf bekomt;

zoodat dezelve bij het huisgezin van den laatstgenoemden worden ingeschreven, even als ons het zenden van huisgezinnen naar de vrije kolonien, welke te weinig kinderen hadden, herhaalde reizen vergund is geworden.

Wil men hebben dat daartoe de staten veranderd en aan elk ouderenpaar vijf kinderen gegeven worden, wij zijn bereid dezelve aldus overtezenden; en zoo het ons vergund is, te anticiperen op de keus der kinderen welke van Jasper aan Warreman zullen gegeven worden,
voegen wij hierbij dat vrouw Jasper liefst de beide middelbaarsten in jaren, Corn. Joh. Georgius en Martinus Pieter zoude willen missen; Van der Heijden heeft geen verschil, wie hij missen wilde, zoo het slechts het kraamkind van 4 dagen niet zij, waarmede zijn huisgezin vermeerderd is.

Men zal opmerken dat van der Wallen nu een kind minder heeft, dan in den staat, op 24 febr. gezonden; maar het zelve zal eene andere destinatie erlangen.

Buiten het gereformeerde armbestuur heefd geen ander bestuur alhier op ons aanschrijven huisgezinnen verlangen optegeven; en de boven≠staande geref: zijn slechts met vele moeite zoo ver gebragt.

De Perm. Komm. moge thans onzen voorslag goedkeuren, wij wenschen zulks ten sterksten; kan men er echter volstrekt niet in treden, dan blijft echter Jo. van der Wallen geldig, waarbij wij alsdan een huisgezin van billijke grootte uit Lisse zouden voegen, welks staat ik reeds onder mij hebbe.

Bijgevoegd zijn gezinsstaten van Crijn Nicoos Jasper en Matthijs van der Heijden:

de ouders
Crijn Nicoos Jasper 1784 verwer en glazenmakersknegt en
Francina Post 1782 schoonmaakster

de kinderen
Johanna Josina 12 july 1807 dienen
Jan Hendrik Jacob 1 nov. 1809 timmeren
Johannes 11 mrt. 1812 bezemmaker
Corn. Joh. Georgius 2 mey 1815
Martinus Pieter 11 december 1817
Christiaan Obus 8 oct. 1820
Jacobus 25 juny 1823

Gereformeerde godsdienst
te Leyden op de agtergragt aan de Rhijnburgsche Poort


de ouders
Matthijs vd Heijden 1784 grijnwever en
Rosa Cath. Grissť 1788 spinster

kinderen
Naatje 6 nov. 1807 spinnen
Kaatje Ao 1810 idem
Mietje 13 oct. 1812 idem
Grietje 7 febr. 1815
Antje 25 jan. 1818
Rosa 26 febr. 1823
Matthijs 11 mrt. 1825

Gereformeerde godsdienst
te Leijden in de Grote straat

Het gaat niet door

Het is een constructie waar de permanente commissie van de Maatschappij van Weldadigheid niets voor voelt. Op 20 maart 1825 trekt Leiden de gezinnen terug, invnr 72, scan 823:

Onze subkommissie de redenen billijkende, op welke de Permanente Kom≠missie onze te talrijke huisgezinnen genoodzaakt is, afteslaan, en voor de ontwikkeling derzelve dankzeggende, verblijdt zich in staat te zijn, den staat van twee andere gezinnen te kunnen inzenden, van Jacob Garst c.s. zijnde het Lissische reeds vermelde, en dat van Andries van den Berg uit Leijden, welke zich slechts voor een paar dagen bij ons heeft aangemeld; het eerste zes en het andere zeven hoofden sterk; wier goedkeuring wij verlangen te gemoetzien.


Zie over het gezin van Andries van den Berg deze pagina. Voor de familie Jasper betekent het dat een carriŤre als arbeidershuisgezin niet doorgaat. NB: In de kolonistendatabase staat dat het gezin wťl een tijdje arbeidershuisgezin in Veenhuizen is geweest, maar dat is NIET juist, want de voordracht hierboven is afgewezen en in de registers van arbeidersgezinnen zijn ze nergens te vinden.


Uit de contributie

Later in 1825 mag Leiden een gezin plaatsen in de vrije koloniŽn 'uit de contributie' (zie een uitleg van dat begrip). Ze dragen het gezin voor van Matthijs van der Heijde en die lijkt naar de kolonie te vertrekken, maar op het laatste moment haakt die af, zie daarover op deze pagina onder het tussenkopje 'Derde poging'.

En dan draagt Leiden de familie Jasper voor. Op 11 augustus 1825, invnr 75, schrijft de subcommissie:


Het huisgezin van M. van der Heijden is weinige dagen geleden achteruit getreden tot ons leedwezen.
Ofschoon in groote haast, melde ik dus, dat van Crijn Nicool. Jaspers mede in maart ll. door ons voor Veenhuizen aan UEds. voorgedragen, thans wordt voorgesteld in de vacature van Bodri.
Het zelve heeft wel is waar 7 kind:, de oudste 18, de jongste 2 jaren, maar wij vertrou≠wen dat de Perm. Komm. hier in geene zwarigheid zal maken en bevelen haar hetzelve als zeer geschikt aan.


Aan vrije kolonnistengezinnen worden niet dezelfde eisen gesteld qua gezinsgrootte als aan arbeidersgezinnen (die in erg kleine woninkjes gehuisvest worden) en de voordracht wordt 17 augustus 1825 geaccepteerd, zie designatie 23 in het designatieregister 1825.


Aankomst

Op 6 september 1825, invnr 75, schrijft de subcommissie Leiden:

Wij hebben de eer UEds. medetedeelen dat het huisgezin van Jasper, sterk man, vrouw en 7 kinderen, den 2den dezer van hier naar de kol. vertrokken is, gaande de verlangde stamlijst daarvan hiernevens.

Dat is een beetje mosterd na de maaltijd, want ze zijn al op 4 september 1825 aangekomen. Er is een aankomststaat in invnr 1370, waarvan geen scans zijn zodat we het moeten doen met mijn amateuristische fotootje:


Het op dezelfde dag aankomende kolonistengezin Slebe heeft er verder niks mee te maken, die gaan op 28 mei 1827 op eigen verzoek al weer weg uit de kolonie en daar heb ik verder geen aantekeningen over.


Hoeve 69

De in het designatieregister en op dit fotootje genoemde hoeve 56 klopt niet, want als ze aankomen in kolonie 3, Willemsoord, worden ze gehuisvest in hoeve 69 van die kolonie, zie de locatie op dit kaartje,

Ze staan nu ingeschreven in het stamboek van Willemsoord met invnr 1358 op scan 26. En daarna als bewoners van hoeve 69 in de stamboeken met de invnrs 1359, 1360, 1361 en 1362.

Van die inschrijvingen neem ik de gezinsgegevens over, met de kanttekening dat de kolonieadministratie slechts de aantekeningen zijn van een particuliere instantie en GEEN officiŽle bron (met als gevolg dat heel veel geboortedata niet kloppen):

Gezinsgegevens

Crijn Cornelis Jasper zou zijn geboren in 1784. De kolonistendatabase geeft als geboortedatum 23 maart 1783. NB: In die kolonistendatabase staan hij en de kinderen als Jaspers, dus met een 's' erachter. Hij komt in de stukken vaak voor met de voornaam Nicolaas in plaats van Cornelis. Hij is getrouwd met:

Francina Post, geboren in 1782. De kolonistendatabase geeft als geboortedatum 13 mei 1781. Het echtpaar komt aan met de volgende kinderen:

Johanna Josina staat als Johanna Josina Jasper in het stamboek, maar ze heet Johanna Josina Dubbis en is een kind uit een eerder huwelijk van Francina Post, geboren 12 juli 1807,
Jan Hendrik Jacob Jasper, geboren 1 november 1809,
Johannes Jasper, geboren 11 maart 1812,
Cornelis Johannes Georgius Jasper, geboren 2 mei 1815,
Martinus Pieter Jasper, geboren 11 december 1817,
Christiaan Obus Jasper, geboren 8 oktober 1820, en
Jacobus Jasper, geboren 25 juni 1823.


Ongeschikt

■ Op de zitting van de kleine raad van 25 februari 1826 komt 'Nicolaas Jasper, kolonist in kolonie 3' vragen om met verlof naar Leiden te mogen. De raad geeft toestemming en 'hierbij is in aanmerking genomen, dat Jaspers, als ongeschikt voor alle veldarbeid, voor eenige dagen wel gemist kan worden'.

Als die zo ongeschikt is, vraag je je af waarom Leiden het gezin als 'zeer geschikt' heeft aanbevolen.

Ze weten blijkbaar wel hoe het hoort: als je van de kolonie af wil moet je bij de kleine raad toestemming vragen. Maar:

■ Op 14 juni 1826 vertrekt de enige dochter in het gezin Johanna Josina Dubbis zonder toestemming te hebben. Ze komt dus in de boeken als 'gedeserteerd'. Dat zal met meer van de kinderen het geval zijn.

Niet zindelijk

■ Op de zitting van de kleine raad van 14 juli 1827 probeert de vrouw des huizes Francina Post het op de nette manier en vraagt ze verlof naar Leiden te gaan. Maar dat verlof krijgt ze niet en het oordeel van de raad over het gezin is vrij vernietigend. 'Hier wordt weinig verdiend, en doorgaans is het er niet zindelijk in huis.'

NB: Er kunnen veel meer verlofaanvragen geweest zijn, maar ik heb van lang niet alle kleine raadzittingen transcripties.

■ Op 7 mei 1830  is in het stamboek genoteerd dat Crijn Cornelis Jasper is gedeserteerd. Hij is op 11 september 1830 weer terug. Waarom hij voor die ongeoorloofde afwezigheid geen straf krijgt is mij een raadsel.


Schutterij

We leven in de tijd dat de Zuidelijke Nederlanden oftewel BelgiŽ zich los wil maken van de Verenigde Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. De Maatschappij van Weldadigheid stimuleert het deelnemen aan de 'algemene wapening' om daartegen op te treden, zie de besluiten op deze pagina.

Johannes Jasper heeft de goede leeftijd en geeft gehoor aan die oproep. Hij gaat 22 november 1830 in dienst bij de schutterij en zal daar bijna drie jaar blijven. In een overzicht van de Drentse Schutterij dat ik heb staat hij niet dus hij zal met de Overijsselse schutters meegetrokken zijn.


Stijntje

Op hoeve 72 van Willemsoord, dus vlakbij de familie Jasper, zie de locatie, woont de familie Van Welsum. Daar moet nog een pagina over komen, maar voorlopig staan ze alleen bij hoeve 59 (het oude hoevenummer) op de pagina Willemsoord. Van belang in dit verband is dat ze een dochter Christina, roepnaam Stijntje, hebben en dat die zwanger raakt van Jan Hendrik Jacob Jasper.

Dat 'op eene onzedelijke wijze geleefd hebben' komt aan de orde op de zitting van de Raad van policie en tucht voor de gewone KoloniŽn van 22 januari 1831.
'De raad heeft hierop zoo wel Stijntje van Welsum als Hendrik Jaspers gehoord, welke beide de waarheid dezer aanklagte belijden, te kennen gevende voornemens te zijn, zoo spoedig mogelijk, een wettig huwelijk met elkanderen aan te gaan.'


Strafkolonie-1

Het vonnis is verbanning voor onbepaalde tijd naar de strafkolonie op de Ommerschans. Gelukkig mogen ze eerst nog trouwen, 3 maart 1831 te Steenwijkerwold. Als ze daarna blijkens dit overzicht op 15 maart 1831 in de stafkolonie aankomen mogen ze daardoor samen een woning in het gebouwtje van de strafkolonie betrekken. Daar wordt geboren:

Francina Jaspers, geboren 23 april 1831, vernoemd dus naar de moeder van Jan Hendrik Jacob.

NB: Het hele verhaal van Christina van Welsum en eerst Jan Hendrik Jacob Jasper en later Jacobus Jasper wordt kort ook verteld op de pagina's 287-289 van De strafkolonie.


Terug in Willemsoord

Ze worden twee jaar vastgehouden en mogen op 12 april 1833 terug. In de tussentijd is Christina's moeder overleden en het echtpaar Jan Hendrik Jacob Jasper-Christina van Welsum wordt als nieuwe kolonisten op hoeve 72 aangesteld. Christina's bejaarde vader blijft er wonen en wordt beschouwd als ingedeelde bij dit huishouden. Hij zal zeven jaar later, 30 september 1840, overlijden. Daarentegen komen er bij:

Arie Johannes Evert Jasper, geboren 23 augustus 1833,
Cornelis Johannes Gregorgius Jasper, geboren 23 augustus 1835 (dus twee verjaardagen op ťťn dag),
Maria Barbera Jasper, geboren 14 oktober 1836,
Christiaan Jasper, geboren 20 november 1837, en
Martinus Pieter Jasper, geboren 21 oktober 1839.


Verwarring-1

Vanaf april 1833 zijn er dus twee - vlak bij elkaar wonende - kolonistenfamilies met de naam Jasper en dat maakt het allemaal wat verwarrend.

■ Op de zitting van de kleine raad van 16 juni 1832 is het nog duidelijk, want dan zit zoon Jan Hendrik Jacob nog in de strafkolonie, dus dan is het de oude Jasper die vermaand wordt omdat hij de afgelopen week geen mest gemaakt heeft.

■ Maar op de zitting van 14 december 1833 is onduidelijk bij wie ťťn brood wordt ingehouden omdat er aan de oogst '11 kop' rogge' ontbrak!

In de tussentijd - op 30 juni 1833 - is Johannes Jasper teruggekeerd van zijn schuttersdienst. Maar eind van het jaar, 21 december 1833, deserteert hij van de kolonie en we zien hem niet meer terug.


Verwarring-2

■ Op de zitting van de kleine raad van 25 januari 1834 wordt 'Jasper' vermaand omdat 'de greppen om het huis niet schoon' zijn, maar onduidelijk is welke Jasper ze bedoelen.

■ Bij de Raad van toezicht van Willemsoord van 8 april 1834 wordt wel de voornaam genoemd van de getuige die de belediging van wijkmeester Van Buiten heeft bijgewoond: Hendrik Jasper. Daarmee zal bedoeld zijn Jan Hendrik Jacob, want dat is de enige met 'Hendrik' in zijn naam.


Martinus Pieter

In het stamboek is genoteerd dat zoon Martinus Pieter op 20 mei 1837 van verlof is achtergebleven en pas op 14 september 1837 weer in de kolonie is. Van de raad van toezicht van Wiilemsoord waar dit behandeld is heb ik helaas geen transcriptie. Wel van de tuchtraad van 7 oktober 1837, waar Martinus Pieter de niet geheel te begrijpen verklaring aflegt 'dat zijne moeder gedurende den verloftijd ziek was geworden en daar hij haar niet ziek wilde achterlaten, en het ledig loopende hem vervelende had hij zich aldaar verhuurd, waarvan hij niet weder was terug gekomen op het schrijven van zijn moeder uit hoofde zijn moeder ongesteld was geworden'.


Dubbel gebroken

Het maakt niet uit, hij wordt veroordeeld tot verbanning naar de strafkolonie. Daarop grijpt vader Crijn Jasper op 10 oktober 1837 de pen, invnr 188 scans 154 & 155. Die brief heb ik niet helemaal gelezen, maar het komt er op neer dat het gezin in nood verkeert omdat zoon Cornelis bij het werken met mest geblesseerd is geraakt, ten bewijze waarvan een briefje wordt bijgevoegd, scan 157, van de geneesheer:


De ondergeteekende, Geneesheer in de vrije kolonie verklaart door dezen dat de Persoon van Cornelis Jasper dubbel gebroken is en daardoor voor zware arbeid ongeschikt. Frederiksoord den 10 october 1837
De Geneesheer voornoemd
C.D. v.d.Velde.


En omdat er anders niemand is om voor de bejaarde ouders te zorgen, smeekt vader Krijn Jasper om Martinus Pieter niet naar de strafkolonie te sturen. Dergelijke smeekbedes hebben over het algemeen weinig effect en Martinus Pieter wacht niet op de verbanning: op 4 november 1837 deserteert hij van de kolonie.


Leegloop

Blijkbaar valt de blessure op de duur mee, want op 28 april 1838 gaat Cornelis Johannes Georgius Jasper in militaire dienst.

Een jaar later, op 1 mei 1839, gaat ook Christiaan Obus Jasper zijn militaire dienstplicht vervullen. Dan is alleen nog de zestienjarige Jacobus Jasper in huis.


Turf en aardappelen

Rond de tijd van het vertrek van Christiaan Obus is zijn oudere broer Jan Hendrik Jacob Jasper, wonend dus op hoeve 72 en getrouwd met Christina van Welsum, in de problemen gekomen. Bij de Raad van toezicht van Willemsoord van 25 april 1839, bijlage 1 op deze pagina, wordt hij verlinkt door een 'onnozele' vrouw die bij hem ingedeeld is geweest. Die verklaart dat hij 'meer dan eens des nachts bij de wijkmeester J van Buiten turf en aardappelen van de bulten gehaald heeft'.

Bij de behandeling bij de Raad van Policie en Tucht van 27 april 1839, hoger op die pagina, komt hij er met een vermaning van af. Maar er volgt wel een verhuizing naar aanleiding van de suggestie van de Raad van toezicht dat 'het wenschelijk is, dat Jaspers die naast den wijkmeester woont op eene andere verder afgelegene hoeve mag verplaatst worden'.

Op 7 mei 1839 gaat het gezin Jasper-Van Welsum over naar hoeve 96 van Willemsoord, zie de locatie op dit kaartje. Niet zo vreselijk ver uit de buurt maar wel niet meer naast de wijkmeester.


Overlijden Francina Post

Op 25 augustus 1840 overlijdt de vrouw des huizes in het oude gezin Jasper, Francina Post, bijna 60 jaar oud. De directie neemt meteen maatregelen, want met alleen de oude Krijn Jasper en de jonge Jacobus Jasper in huis krijg je de huishouding natuurlijk niet voor mekaar. Dus er wordt per 2 september 1840 een kolonistenweduwe in huis geplaatst. Maria Christina Jeannetje Sleicher, geboren 24 juli 1780 of 28 juni 1779, dus zo'n 60 jaar oud, weduwe van Philip Christiaan Pracht, zie over dit echtpaar deze pagina.

Blijkbaar denkt men dat er meer vrouwelijke ondersteuning nodig is, want op 12 september 1840 wordt ook Grietje of Geertje Starrenberg bij het gezin ingedeeld. Zij is geboren 22 februari 1777 dus er zitten nu drie ouwetjes rond de zestig in huis. Een klein beetje meer over haar staat bij hoeve 80 op de pagina Willemsoord. Zij blijft niet zo lang, op 1 april 1841 wordt zij bij een ander gezin ingedeeld.


Een voer stroo

Ook in zijn nieuwe onderkomen en bij een nieuwe wijkmeester raakt Jan Hendrik Jacob Jasper in de problemen. Het begint met de Raad van toezicht van Willemsoord van 30 december 1840, bijlage 3 op deze pagina. Hij had aan iemand van buiten de kolonie '125 bossen stroo verkocht', bij de tuchtraad omschreven als 'een voer stroo'. Maar vermeld wordt dat hij 'op het ogenblik toen het stroo op den wagen geladen werd door den wijkmeester J. Kleijzing is tegengehouden, waardoor hetzelve dadelijk weer afgeladen en op die Hoeve gebleven is'.

Hij had die verkoop gedaan 'omdat den winkelier J. Kientz geld van hem hebben moest en daarom zijn horologie ten pand had'. De Raad geeft tegelijkertijd wel als haar mening Jasper en zijn gezin 'zeer knap en geschikt' te vinden.


Overlijden Jan Hendrik Jacob Jasper

Bij de behandeling in de tuchtraad op 2 januari 1841, hoger op dezelfde pagina, besluit de raad 'H.Jaspers de straf op te leggen van acht dagen opsluiting in de strafkamer benevens eene vergoeding van f 2,00 en hem van de betrekking als opziener (welk hij thans bekleed) te ontslaan'.

Later in datzelfde jaar, op 9 oktober 1841, overlijdt Jan Hendrik Jacob Jasper. Echtgenote Christina van Welsum blijft achter met zes kinderen.


Herschikking

Enkele maanden later, in februari 1842, besluit de koloniedirectie het anders te gaan regelen. Christina en haar zes kinderen verhuizen op 12 februari 1842 vanuit hoeve 72 naar de hoeve nummer 69 van de oude Krijn en diens zoon Jacobus. Christina wordt hoofdbewoonster, Krijn en Jacobus worden beschouwd als ingedeelden.

De huishoudelijke hulp Maria Christina Jeannetje Sleicher weduwe Pracht, is dan niet meer nodig en wordt 17 februari 1842 overgeplaatst naar Veenhuizen.


Er gaan dingen mis

Misschien als gevolg van de drukte van de verhuizig gaat er even iets mis met de schoolgang. Op de zitting van de kleine raad van 26 februari 1842 krijgt het gezin twintig cent boete wegens schoolverzuim. (Nogmaals: ik heb van lang niet alle kleine raadzittingen transcripties, dus dit kan vaker voorgekomen zijn.)

Maar er gaat meer mis. Nog in hetzelfde jaar is Christina van Welsum, weduwe van JHJ Jaspers en inmiddels ongeveer 34 jaar, zwanger van 'hare mans broeder Jacob Jaspers, oud 19 jaren'. Aldus de Raad van toezicht van Willemsoord van 2 september 1842, bijlage 1 op deze pagina.


Strafkolonie-2

Bij de tuchtraad van 3 september 1842, hoger op diezelfde pagina, wordt daarom Jacobus voor onbepaalde tijd verbannen naar de dependance van de strafkolonie in Veenhuizen en de rest van het gezin naar de strafkolonie op de Ommerschans. Blijkbaar bevalt die regeling Jacobus niet, want hij deserteert op 16 september 1842, maar hij is op 24 september al weer terug.

Blijkens dit overzicht komen ze op 29 oktober 1842 in hun respectieve strafkolonies aan. Omdat men niet weet wat men met hem aanmoet wordt de oude Crijn Jasper maar gelijk met zijn schoondochter en kleinkinderen naar de strafkolonie op de Ommerschans gebracht. Daar wordt geboren:

Jacobus van Welsum, geboren 11 januari 1843, maar hij overlijdt al weer 13 maart 1845.


Mutaties

Ook de oude Crijn Cornelis Jasper overlijdt in de strafkolonie, op 28 februari 1844.

Met dochter Maria Barbera Jasper is ook iets, maar ik weet niet wat. Haar naam is doorgestreept en er bij is geschreven 'zie 21 januari 1845 (of 1843) N7'. Dat moet zich bevinden in invnr 561. Dat is op het archief in te zien (er zijn geen scans van), maar dat heb ik niet gedaan.

Blijkbaar lukt het Jacobus Jasper vanuit Veenhuizen het nodige te regelen om te kunnen trouwen, want op 5 juni 1844 treden Jacobus Jasper en Christina van Welsum te Stad Ommen in het huwelijk. In het stamboek wordt (foutief) genoteerd dat ze 8 juni getrouwd zijn en Jacobus bij Christina en de kinderen kan intrekken.

Als gevolg daarvan komt er bij:

Jacobus Jaspers, geboren 18 augustus 1845.


Terug in Willemsoord

Pas in 1847 mogen ze terug naar Willemsoord. Op 11 maart 1847 gaan ze naar hoeve 130 van die kolonie, zie de locatie op dit kaartje. Ze staan in het stamboek met invnr 1362 als bewoners van die hoeve, scan 181. Jacobus, Christina en zeven kinderen waarvan Maria Barbera weer is doorgestreept.

Dat duurt maar ontzettend kort. Op 9 april 1847 deserteert Jacobus Jasper, de vader. Op 1 mei is hij weer terug, maar ja, deserteren is deserteren. Voor de raad van toezicht van Willemsoord van 20 juli 1847, bijlage 4 op deze pagina, verklaart Jacobus 'te geloven in zinsverbijstering te hebben verkeerd, daar hij ook dadelijk toen hij zijnen verkeerden stap inzag, terug gekomen is'. Welke uitspraak wordt geciteerd op pagina 289 van De strafkolonie.


Strafkolonie-3

Voor de tuchtraad, hoger op die pagina, is deserteren gewoon deserteren waarop verbanning naar de strafkolonie op de Ommerschans volgt. De directeur voegt daar aan toe: 'Daar het huisgezin bovendien slordig is, is zijn overplaatsing naar de Ommerschans noodzakelijk.'

Dus daar gaan ze weer, voor Christina is het de derde keer. Blijkens dit overzicht komen ze 15 september 1847 in de strafkolonie aan. Daar wordt geboren:

Johanna Christina Jaspers, geboren 1 april 1849.

De oudste dochter Francina Jaspers is inmiddels op de leeftijd dat ze met Groot Verlof mag om een baantje te zoeken, zie de regeling waar dat op gebaseerd is. Ze vertrekt op 24 april 1851, maar ze keert onverrichter zake op 18 mei terug.


Wilhelminaoord

Twee maanden later mogen ze weer naar de vrije koloniŽn. Ze komen nu terecht in Wilhelminaoord, op hoeve 95, zie de locatie op dit kaartje. Een uithoek van de kolonie die later Boschoord zal gaan heten. Ze staan geadministreerd in het stamboek met invnr 1357.

■ Het is een familiegewoonte dus Francina Jasper deserteert van de kolonie op 2 september 1852.

■ Volgens het stamboek gaat daarna vader Jacobus Jasper er weer vandoor. Misschien zinsverbijstering? Op 1 juni 1853 vertrekt hij en op 16 juli 1853 is hij weer terug. Van die periode heb ik nauwelijks transcripties, zie hier, dus ik heb geen idee hoe dit tuchtrechtelijk is afgehandeld.


De volgende leegloop

■ Cornelis Johannes Gregorgius Jasper gaat op 3 mei 1854 vrijwillig in militaire dienst.

Datzelfde jaar komt er ook nog eentje bij. Maar dat is wel de laatste:
Jan Hendrik Jacob Jasper, geboren 20 september 1854.

■ Arie Johannes Evert Jasper gaat, en daarmee is hij een uitzondering, op 17 februari 1856 netjes met officieel ontslag.

■ Christiaan Jasper tenslotte deserteert 5 maart 1857, keert terug op 15 maart 1857 en deserteert dan opnieuw, en nu voorgoed, op 20 april 1857.


Na 1859

In 1859 neemt de Staat de gestichten te Ommerschans en Veenhuizen over en trekt de Maatschappij van Weldadigheid zich terug in de vrije koloniŽn Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord. Ze moet voortaan haar eigen broek ophouden en de touwtjes worden aangetrokken.

De kolonisten worden verdeeld in arbeiders, die je beter niks op het land kan laten doen zonder streng toezicht, en vrijboeren. Jacobus behoort in eerste instantie tot de laatste categorie. Het gezin bestaat naast hem en Christina nog uit Martinus Pieter van 1839, Jacobus van 1845, Johanna Christina van 1849 en Jan Hendrik Jacob van 1854.


Tenslotte

Ze staan eerst als bewoners van hoeve 95 in het stamboek met invnr 3006 en daarna in invnr 3007. Daarvan zijn gelukkig ook scans.

Het zal Martinus Pieter zijn die bedoeld wordt bij de tuchtraad van 31 augustus 1860, zie hier. Een kolonistenzoon heeft onderwijzer Albertsma mishandeld (in diens eigen huis) en de raad besluit 'M. Jasper te straffen met 1 dag opsluiting in de strafkamer'.

Op 17 februari 1862 overlijdt de man des huizes Jacobus Jasper.

Op 26 april 1862 verlaat Christina met de vier kinderen met officieel ontslag Wilhelminaoord en dan zijn alle Jaspers van de kolonie verdwenen.