Twee generaties Kamstra in de vrije koloniŽn en bij de arbeidersgezinnen in Veenhuizen

De Friese plaats IJlst mag in 1827 helemaal gratis een gezin plaatsen in een van de woningen voor 'arbeidershuisgezinnen' aan de buitenkant van de gestichten te Veenhuizen. Ze doet op 2 november 1827 een voordracht voor 'een arm, doch anderzins tot werken welgezind huisgezin, sterk vijf hoofden', en als die voordracht is geaccepteerd arriveert op 29 november 1827 in Veenhuizen het gezin van Klaas Foekes Kamstra. Hierbij mijn aantekeningen over het gezin.

Bovengenoemde voordracht door IJlst is te vinden in invnr 88 scan 53 en het gezin staat ingeschreven op scan 116 van het register van het derde gesticht met invnr 1572. Zie bovenaan de pagina hoe de scans van dit en andere invnrs te bereiken zijn.

Frederiksoord

Ze wonen dan in huis nummer 42 van het derde gesticht, maar het verblijf in Veenhuizen duurt niet lang. Na enkele maanden, op 10 maart 1828, worden ze bevorderd tot vrije kolonisten en overgeplaatst naar de kolonie Frederiksoord, hoeve 108. Zie voor de locatie van die hoeve, waar ze vijftien jaar zullen wonen, op dit kaartje. Tegenwoordig is dat middenin Wilhelminaoord, maar in die tijd hoorde dat bij Frederiksoord.

Ze staan in de stamboeken van Frederiksoord met de invnrs 1346, 1347, 1348, 1349 en 1350 en uit die stamboeken neem ik de gezinsgegevens over, met de kanttekening dat de kolonieadministratie een particuliere bron is waarop niet blind gevaren mag worden en die altijd moet worden gecheckt met doop-, geboorte- en andere officiŽle registers.

Gezinssamenstelling

● Klaas Foekes Kamstra is volgens die kolonieadministratie geboren op 14 april 1785. Hij is evenals de rest van het gezin doopsgezind. De naam komt soms ook voor als Kampstra. Hij is getrouwd met:

Akke Jacobs ten Kate, volgens de kolonieadministratie geboren 6 december 1788. Het echtpaar komt aan met de volgende kinderen:

Jacob Klazes Kamstra, geboren 29 januari 1813,
Wikjen Klazes Kamstra, geboren 23 april 1819,
Jaske Klazes Kamstra, geboren 4 oktober 1824 (volgens wiewaswie is haar voornaam Idske Klazes Kamstra)

Op de kolonie komt daar bij:

Teunis Klaasses Kamstra, geboren 12 augustus 1831.

Gust

■ Zoals alle gezinnen met een beperkte omvang krijgen de Kamstra's ingedeelden in huis. Vrij veel zelfs. Zie daarvoor de stamboeken, ik noem hier alleen:

ē Lutske Blom, volgens invnr 1399 (geen scans) geboren 24 maart 1804, afkomstig uit Sneek, woont bij de Kamstra's van 6 augustus 1831 tot 26 maart 1832.

ē Anne Antoons Smal, geboren 26 augustus 1791, ook uit Sneek, woont bij de Kamstra's van 26 maart 1832 tot 11 feb 1833.

■ Op de zitting van de kleine raad van 25 april 1829 komt Klaas Foekes vragen 'om eene andere koe; de zijne was te oud en tevens gust'. De kleine raad belooft hem een nieuwe koe.

Paardeboonen

■ Op de zitting van de kleine raad van 16 april 1831 komen Klaas Foekes en een medekolonist protesteren tegen het dan op de kolonie verstrekte voedsel, 'klagende dat hunne vrouwen te zwak waren om paardeboonen te eten'.

■ De Kamstra's komen voor op enkele lijsten uit 1830-1832 die ik zelf niet bekeken heb, maar waaruit kan worden afgeleid hoe hun arbeidsprestaties zich verhouden tot andere gezinnen: invnr 102 scan 517, invnr 121 scan 306, invnr 141 scan 8 en scan 164.

Voormalige ingedeelden

■ Op de raad van politie en tucht voor de gewone koloniŽn van 10 maart 1834 treedt Klaas Foekes Kamstra op als getuige tegen zijn voormalige ingedeelde Anne Antoons Smal. Die is inmiddels kolonist geworden en heeft de adjunct-directeur voor 'Schelm Gauwdief Bankeroetier' uitgescholden. Zie het verslag van die zitting en de daarbij behorende bijlage.

■ Zoon Jacob Klazes Kamstra verlaat met ontslag de kolonie op 11 augustus 1838. Met een duidelijk doel want kort erop, op 14 september 1838 treedt hij in het huwelijk met de voormalige ingedeelde Lutske Blom.

Jacob keert terug

Een jaar later mag de subcommissie van weldadigheid te IJlst een hoeve in de vrije koloniŽn toewijzen 'uit de contributie' (zie een uitleg van dat begrip). Ze kiezen daarvoor Jacob Klazes Kamstra en echtgenote Lutske Blom uit. Per 2 mei 1839 worden ze vrije kolonist.

Ze wonen op hoeve 3 van Wilhelminaoord, zie de locatie. Dat is in Friesland, maar de afstand tot de woning van de rest van de Kamstra's valt wel te belopen. Ze staan in de stamboeken van Wilhelminaoord met de invnrs 1355 en 156. Ze krijgen een kolonistenweduwe en diverse andere ingedeelden in huis en er wordt melding gemaakt van twee kinderen:

● Aaltje Kamstra, geboren 28 juli 1840, en
● Maike of Meike Kamstra, geboren 21 april 1842.

1839-1843

■ Op de zitting van de tuchtraad 24 juni 1839 treedt Klaas Foekes Kamstra opnieuw op als getuige. Hij en een andere kolonist beschuldigen een kolonistenvrouw ervan 'dat zij het is, die een roggestuk op de hoeve van Kinkelaar, door afsnijden voor de koe zoude hebben bedorven'. Ik heb er geen transcriptie van, alleen een samenvatting.

■ Dochter Wikjen Klazes Kamstra vertrekt op 27 april 1843 met verlof om 'te gaan dienen'. Zie voor de regeling waarop dat gebaseerd is dit besluit. Maar het wordt hem niet, want ze is op 8 mei 1843 weer terug.

Terug naar Veenhuizen

Vrije kolonisten die onvoldoende presteren of die dingen doen waardoor ze 'ongeschikt zijn voor de vrije koloniŽn' worden gedegradeerd tot arbeidersgezin in Veenhuizen. Soms gaat dit via een tuchtraad, soms niet. Het komt ook voor dat gezinnen de bui al zien hangen en zelf vragen of ze naar Veenhuizen mogen.

Welk van die dingen bij de twee families Kamstra hebben gespeeld weet ik niet, maar het zal waarschijnlijk duidelijk worden als later dit jaar het laatste gedeelte (1834-1847) van de namenindex op de post online is gezet (dat komt dan hier).

Hoe dan ook worden allebei de families op 13 juni 1844 gedegradeerd tot arbeidersgezin. De vermelding onderaan dit overzicht wekt de indruk dat het op eigen verzoek was.

Van kwaad tot erger-1

Ze staan nu in het register van arbeidershuisgezinnen met invnr 1574. Jacob en gezin op scan 11, in woning 42 van het derde gesticht (dezelfde woning waar hij eerder met zijn ouders gewoond heeft), Klaas Foekes en gezin op scan 19, woning 69 van het derde gesticht.

Zijn dochter Wikjen Klazes Kamstra wordt daar ongehuwd zwanger. Ze schenkt op 11 februari 1846 het leven aan een zoontje Klaas. Daar moet een tuchtzitting van zijn, waarop waarschijnlijk zal duidelijk worden wie de vader is, maar die heb ik niet gevonden. Het resultaat bij een ongehuwde zwangerschap is altijd een verbanning naar de strafkolonie, waar Wikjen en zoontje Klaas volgens dit overzicht aankomen op 27 februari 1846. Ze worden ondergebracht in het tweede gesticht te Veenhuizen.

Vader Klaas Foekes Kamstra overlijdt later dat jaar, op 7 oktober 1846 op 61-jarige leeftijd.

Van kwaad tot erger-2

Nog later dat jaar komen Jacob Klazes Kamstra en gezin in de problemen. Ook de daarbij horende tuchtzitting heb ik niet, maar het resultaat is dat volgens het hiervoor al genoemde overzicht dit gezin op 5 december 1846 aankomt in de strafkolonie op de Ommerschans.

Daar overlijdt dochter Maike of Meike Kamstra op 29 juni 1847.

Het zoontje Klaas Kamstra van Wikjen Klazes Kamstra is een maand eerder, 29-05-1847, al overleden. Wikjen zelf keert niet terug naar het gezin van haar moeder, maar verlaat op 01-05-1849 de kolonie met ontslag.

Vrijlating

Jacob Klazes Kamstra, zijn echtgenote en dochtertje worden op 7 september 1850 vrijgelaten uit de strafkolonie en keren terug naar een woninkje bij het derde gesticht.

Het hele gezelschap staat inmiddels in het stamboek van arbeidersgezinnen met invnr 1575. Akke Jacobs ten Kate weduwe Kamstra op scan 49. Dochter Jaske/Idske Klazes Kamstra gaat op 15 mei 1852 door de voordeur weg met ontslag, zoon Theunis Klaasses Kamstra door de achterdeur door te deserteren op 2 oktober 1854.

De dochter blijft in de buurt. Op de dag van haar ontslag trouwt ze met een bedelaarskolonist (Johannes Blikkendaal) die ook om die reden een paar dagen tevoren is vrijgelaten. Na een jaartje in de buitenwereld melden ze zich samen, en met een zoontje, op 2 oktober 1853 bij het bedelaarsgesticht aan als de winter nadert.
Idske/Jaske wordt ingeschreven als Jitske, het blijft lastig voor de koloniale klerken, die Friese namen. Op 8 oktober 1853 gaan ze van de Ommerschans naar Veenhuizen waar ze net zo'n woninkje krijgen als de arbeidersgezinnen.

Tuchtraad

Jacob Kamstra en gezinnetje staan na hun terugkomst uit de strafkolonie op scan 88 van invnr 1575, In 1854 raakt hij weer in de problemen en van die tuchtraad, op 30 november 1854 heb ik wel een verslag. Hij is schuldig 'aan het inkopen van Koloniale kleeding en het wederverkopen van dezelve, buiten de Kolonie, in welk bedrijf hij is aangehouden door een veldwachter'.

De tuchtraad denkt dat het niet de eerste keer is en stuurt het gezin opnieuw naar de strafkolonie op de Ommerschans, waar ze volgens dit overzicht pas na een tijdje, op 18 mei 1855 aankomen. Daar overlijdt ook het dochtertje Aaltje Kamstra op 18 augustus 1856.

Tot slot

Terwijl Jacob en echtgenote nog in de strafkolonie zitten overlijdt te Veenhuizen zijn moeder Akke Jacobs ten Kate weduwe Kamstra op 25 juli 1858 op bijna 70-jarige leeftijd. Twee maanden ervoor, op 21 april 1858, is dochter Idske met echtgenoot en een kind uit Veenhuizen vertrokken.

Jacob Kamstra en echtgenote keren op 4 juni 1859 terug naar Veenhuizen. Ze staan nu op scan 10 van invnr 1575.

Als de Staat in 1859 de gestichten te Veenhuizen en Ommerschans overneemt van de Maatschappij van Weldadigheid, heeft laatstgenoemde twee jaar de tijd om de van haar uit in die gestichten geplaatste gezinnen of terug te halen naar de vrije koloniŽn of te ontslaan. Bij Jacob Kamstra en echtgenote gebeurt het laatste, ze worden per 1 juli 1861 uit Veenhuizen ontslagen. Dan zijn alle Kamstra's van de kolonie af.