|
KLAVER,
Dirk
|
|
| Spellingvariaties: |
|
| Levensdata: |
15-1-1773 tot
21-3-1848 |
| Subcommissie: |
Harderwijk |
| Aankomst: |
maandag 2 november 1818 |
| Hoevenr.
(tot 1823) |
Nr. 49 |
| Vorig
beroep: |
|
| Geloof: |
Hervormd |
| Echtgeno(o)t(e): |
Hendrika Brouwer,
14-5-1772 tot 15-7-1844 |
| Kinderen: |
- Albert 1799 - Jannetje 1809 - Giliam 1813 - Geertje 1815 (moet zijn 1805) |
| Overige
huisgenoten: |
|
| Opmerkingen: | - Een volledige genealogie
van Dirk Klaver is hier
te vinden, daar is hij nr. Vf. Die site behandelt alleen - maar dat zijn er nogal wat - de
Harderwijkse Klavers, er is ook een www.klaver.info waar behalve
gegevens over Dirk en zijn voor- en nageslacht gegevens over Klavers
elders in het land te vinden zijn. Hij komt in de genealogiën ook
voor als Dirk Albertsen Klaver en
met regelmaat wordt hij als Claver gespeld. - Dochter Geertje of Geertjen mag dan in het Maatschappij-archief als geboren in 1815 staan, volgens de NoordwestVeluwse doopregisters is ze van 1805. Ook op deze site.die haar familiegeschiedenis geeft. |
Koloniale carrière |
|
| Samengevat: |
Dirk Klaver zelf is weinig
spraakmakend, maar zoon Albert krijgt verkering met een dochter van
Johannes Bosch en komt dan in de voorste gelederen van de opstandige
kolonisten te staan. Uiteindelijk komt het allemaal goed en zal het
grootste deel van het gezin voor altijd op de kolonie blijven. |
| In
het boek: |
Bij naam op de bladzijden 166, 201, 231, 264, 362, 364, 378 en verder natuurlijk bij de gebeurtenissen waar alle kolonisten bij zijn. Iets over zijn subcommissie op bladzijde 115, 160 en 329. |
Fragmenten uit de archieven
|
|
De Klavers horen tot de gezinnen die in de kazerne in Amsterdam worden opgevangen, zie de illustratie boek bladzij 32 23 november 1818: De subcommissie Harderwijk maakt in de Staatscourant melding van het vertrek van het gezin naar de kolonie.. Zie voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files. Uit een brief van Johannes van den Bosch dd 26 maart 1820: (,,,) Het vlasgaarn gisteren door verscheide kolonisten ingebragt had nog de lengte noch de zwaarte en toen den Directeur weigerde hetzelve aanteneemen is hij grovelijk beledigd. De zoon van Klaver noemde hem openlijk een bloedzuiger, een bloedhond en dergelijke. Hij is dadelijk in het cachot geplaatst. (...) Het volkomen zeker dat iemand uit Amsterdam voor eenige maanden aan den kolonist Bosch gezonden is en dat deze tot 's nagts twaalf uren zich bezig gehouden heeft aan het huis van Bosch ter inwinning van informatien waarbij de Vos geassisteerd heeft benevens de zoon van Klaver (die met de dochter van Bosch vrijd) en de kolonist Gerrits. Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 27 maart 1820: De zoon van Klaver was altijd een oppassend jong mensch. Thans verkeerd hij met de dochter van Bosch, en is ten eenmaal veranderd. Hij heeft deHeer Brouwer, die streng toeziet, zeer grovelijk beleedigt. Ik heb hem in de provoost doen op water en brood zetten. Bijzonder aangenaam zal mij in deze omstandigheid de bepaling der Kommissie zijn, waarop de schuldigen, uitgenomen Klaver, in hun tegenwoordig verblijf zullen wachten. Als deze kwestie is afgehandeld, doen Albert Klaver en zijn aanstaande een verzoek te mogen trouwen. Uit de notulen pc dd 16 juli 1820: Op den brief van den Direkteur 62/7 dat de P.K. besloten heeft ... dat de dochter van Bos op de gewone voorwaarden trouwen mag met Claver, de zoon: mits geinformeerd wordende dat de Maatsch. hun geen bijzondere woning verstrekt, en zij dus of bij de ouders moeten inwonen, of de kolonie verlaten; De notulen pc dd 23 augustus 1820 citeren uit een brief van Benjamin van den Bosch: dat het huwelijk van Klaver met de dochter van Bosch niet kan geschieden. Albert moet in dienst, zijn aanstaande wordt april 1821 met haar vader en verdere familie opgesloten in de strafkolonie op de Ommerschans. Op 19 februari 1823 wordt in het schoolrapport over 1822 genoemd als ‘hebbende uitgemunt in gedrag en vorderingen': Jansje Klaver Uit een brief van directeur Wouter Visser dd 19 april 1823: De dochter van Bosch uit de kolonie N1 voor circa 2 jaren van hier naar de Ommerschans verwezen, zijnde uit hoofde dat zij zwanger was, bij de jonge Klaver meede kolonist alhier, die destijds haar niet trouwen kon, uit hoofde dat hij in dienst was, heeft thans zijn tijd uitgediend, en verzoekt haar te mogen trouwen. Ik stel voor beide te ontslaan, de eene uit de vrije kolonien, de ander uit de Ommerschans, ten einde hun gelegenheid te geven van t huwen. Uit de notulen van de pc dd 4 mei 1823: Besluit der P.K. Om aan den Hr Direkteur ... te berigten ... het gegeven ontslag aan de dochter van de kolonist Bosch en den zoon van de kolonist Klaver; Uit een brief van Wouter Visser dd 27 januari 1825: Eindelijk heb ik de eer te vragen authorisatie tot het geven van ontslag aan Wijnand, zoon van Johannes van der Heide, Geertje, dogter van Dirk Klaver en Johanna Gerdina, dogter van Mathijs Koensen; de beide eerste uit kolonie N 1&2, de laatste uit kol N6, hebbende hun respective ouders daar in toegestemd. Dochter Geertje en Wijnand van de Heijde, zoon van proefkolonist Van der Heijde, vroegen ontslag om met elkaar te kunnen trouwen. Later neemt Wijnand de hoeve van zijn vader over (zie ook bij Johannes van der Heijde) en blijft het stel op de kolonie. Dirk Klaver wordt in 1839 door zoon Gilliam - getrouwd met een dochter van proefkolonist Nak - opgevolgd als kolonist. Dirk blijft tot zijn dood 9 jaar later bij hem in huis. Albert Klaver wordt later met Aleijda Luberta Bosch ook kolonist. Volgens de rode boeken van Kloosterhuis worden zij op 5-6- 1837 vanuit de desperado-kolonie (zie boek bladzij 364) in Nijensleek geplaatst in Frederiksoord. Ze hadden vijf kinderen en bleven verder op de kolonie wonen. Albert en Aleijda overleden beide in 1880. |
|