Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen




Verwarring rond de vermoedelijke gebroeders Johannes Hermanus Lenting en Hendrikus Lenting


Of de koloniedirectie is in de war met de namen van de twee kinderen Lenting, wier achternaam ook wel als Lentink voorkomt, of er zijn dingen niet goed genoteerd in de wezenregisters. Er zal wel nooit achter te komen zijn. Gewoon maar bij het begin beginnen:

Op 26 maart 1829 worden twee jongens uit Arnhem het kindergesticht te Veenhuizen binnengebracht. Ze worden ingeschreven in het wezenregister met invnr 1410:

Johannes Hermanus Lenting is geboren 6 april 1814 en heeft designatienummer 149/1 en weesnummer 149.

Hendrikus Lenting is geboren 18 maart 1817 en heeft designatienummer 149/2 en weesnummer 1902.

Het zullen dus wel broers zijn. Ze trekken het een maand. Dan, op 28 april 1829, lopen ze allebei weg, Johannes Hermanus is dan vijftien en Hendrikus is twaalf jaar oud.

De terugkeer van... Hendrikus?

Volgfens de wezenregisters slaagt Johannes Hermanus Lenting erin om voorgoed weg te blijven. Hendrikus niet. Hij wordt opnieuw ingeschreven met weesnummer 510, met achter zijn naam '(2)' en met aankomstdatum 16 augustus 1829, wat dus de datum zal zijn dat hij van zijn desertie is teruggebracht.

Maar als hij zich voor de tuchtraad van 22 augustus - zie hier voor het zittingsverslag - moet verantwoorden voor zijn desertie, wordt hij Johs Hermanus Lenting genoemd?? Is de Raad van Tucht in de war? Of is het echt Johannes Hermanus die hier terechtstaat en is men vergeten aan te tekenen dat Johannes Hermanus van desertie is teruggebracht?

Als vanwege een slechts één dag durende desertie op 8 september 1829 weer een tuchtraad wordt gehouden op 12 september - zie hier het zittingsverslag - dan is het weer 'Hermanus Lentink' die terecht staat.

Daarna is de verwarring wel voorbij. Bij de zitting van de Raad van Tucht van 12 februari 1830, zie het zittingsverslag, staat voor het stelen van sayet uit de fabriek terecht Hendrik Lenting.

Hendrik Lenting in het derde gesticht

De blijkbaar nog steeds heel graag weg willende Hendrik is een van de jongens die zich opgeven als belangstellende voor de marine, zie deze scan (en even doorbladeren). Dat gaat niet door en in plaats daarvan wordt hij overgeplaatst van het eerste gesticht te Veenhuizen naar het derde. En dus staat hij voortaan voor die tuchtraad:

- Op 26 juni 1830 komt voor 'Lentink' als een van de jongens die 'de tuinvruchten met kwade oogmerken' hebben bezocht, zie het zittingsverslag.

 - Op 1 november 1830 komt voor 'J. Lenting' die zich 'wederom van het werk heeft verwijderd', zie het zittingsverslag.

- En op 15 januari 1831 komt voor 'H. Lenting wegens het steelen van twee roode luieren(?) van het drooghek en toebehorende aan een geemployeerd huisgezin', zie het zittingsverslag, en dan heeft de tuchtraad er ook genoeg van. Met (niet helemaal correcte) verwijzingen naar eerdere vonnissen stelt ze voor Hendrik te verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans.

De directeur der koloniën ondersteunt dat verzoek omdat hij zelf hun 'halsstarrigheid' heeft geconstateerd toen hij hen sprak, zie de scan van de brief.

Hendrik Lenting in de strafkolonie

Dus hij vliegt die kant op. In het register van strafkolonisten met invnr 1580 vinden we hem op folio 13. Aankomst in de strafkolonie 21 februari 1831. Naam Hendrikus Lenting. Geboortedatum 6 april 1814. Maar... maar... dat is de geboortedatum van Johannes Hermanus!?! Ik weet het niet meer, ik ga niet meer proberen het te begrijpen.

Hij staat ook in de registers van de strafkolonie met invnrs 1584 en 1585. Hij gaat er nog een keer vandoor: 'Lenting gedeserteerd 5 aug 1833, terug 6 januarij 1834'. En hij eindigt zijn verblijf daar met de notitie: 'Lenting in militaire dienst 30 Julij 1836.' Zijn verblijf van meer dan vijf jaar in de strafkolonie wordt genoemd op pagina 129-130 van De kinderkolonie.

Overigens zijn de namen van zowel Johannes Hermanus Lenting als van Hendrik Lenting in later jaren terug te vinden in de bedelaarsregisters.