|
LUCASSEN,
Lucas
|
|
| Spellingvariaties: |
Lukassen |
| Levensdata: |
28 september
1774 (Nijmegen) - 16 mei 1851 (Frederiksoord) |
| Subcommissie: |
Nijmegen |
| Aankomst: |
4
november 1818 |
| Hoevenr.
(tot 1823) |
Nr. 24 |
| Vorig
beroep: |
boerenarbeider |
| Geloof: |
katholiek |
| Echtgeno(o)t(e): |
Mechtilda
(of Magtilda) Mulder, 13 maart 1775 (Zyfflich in Duitsland) - 29
september 1839 (Frederiksoord) |
| Kinderen: |
-
Gerardus, 21-10-1801 (doopdatum, Nijmegen) - 02-08-1878 (Assen). - Wilhelmus, 02-02-1803 (doopdatum, Nijmegen) - 05-05-1874 (Veenhuizen) - Aleijda, 10-05-1807 (Nijmegen) - 16-09-1835 (F'oord) - Hendrikus, 26-08-1810 (Nijmegen) - 19-04-1874 (F'oord) - Mechtilda, 07-09-1813 (Nijmegen) - 17-04-1865 (Ommen) - Albertus, 13-07-1816 (Nijmegen) - 25-07-1893 (Almelo) Op de kolonie geboren: - Anna Maria, 14-05-1821 (F'oord) - 1894 (F'oord) |
| Overige
huisgenoten: |
|
| Opmerkingen: |
Uitgebreide informatie over de stamboom van de familie Lucassen is te
vinden via deze link
(kies 'Vanwaar komen wij' en dan generatie 7). - Zie voor een bijzondere toevalligheid - een herontmoeting na anderhalve eeuw van de families Lucassen en Bodenstaf - een notitie bij 'Opmerkingen' in het persoonsfile van proefkolonist Bodenstaf. |
Koloniale carrière |
|
| Samengevat: |
'Een zeer
goed huisgezin maar ondeugende kinderen' beoordeelt de directeur hun.
Lucassen krijgt zowel in 1820 als in 1821 een koperen medaille en wordt
voorjaar 1822 overgeplaatst naar een boerderijtje in de buurt van
Wateren. Later keert hij terug in Frederiksoord waar diverse van zijn
kinderen ook kolonist worden. |
| In
het boek: |
Bij naam op bladzijden 33, 166,
317, 320, 361, 374, 379. Als 'de Nijmeegse kolonist' op bladzijden 73
en 236. Over zijn subcommissie iets op bladzijde 279. . |
Uit de archieven
|
|
| Op de hierboven genoemde link valt te lezen dat ze bij hun vertrek van de subcommissie van weldadigheid Nijmegen meekregen tien gulden reisgeld en 1 roggebrood en 5 pond kaas. De subcommissie had gelogen over hun leeftijden, ze beweerden dat Lucas 38 was (40 gold als maximumleeftijd voor proefkolonisten), terwijl hij in werkelijkheid 44 was. Zij horen tot de gezinnen die in de kazerne in Amsterdam worden opgevangen, zie de illustratie boek bladzij 32. Volgens de notitie van de ‘onderdirecteur van Policie' Holtrop komen ze zaterdag 31 september aan en vertrekken ze dinsdagavond 3 november met de nachtboot naar Blokzijl. Op 9 november 1818 plaatst de subcommissie Nijmegen een berichtje in de Staatscourant dat de Lucassens naar Frederiksoord vertrokken zijn. Uit een brief van Benjamin van den Bosch 23 januari 1819, waarin hij kolonisten vergelijkt: Er zijn huisgezinnen als bijvoorbeeld van Lucas Lucassen die 10 pond per week spinnen kunnen. Op een lijstje van de ‘vlijtigste of talrijkste spinnende huisgezinnen' in De Star, eerste jaargang pagina 193, valt te zien dat het gezin in de week van 7 tot 14 februari 1819 met spinnen 5,50 gulden verdiend heeft. Uit de notulen van de pc 12 februari 1819: Brief van den Direkteur, partikulier aan den Generaal, rakende vrouw de Ruiter, vrouw Koppejan en vrouw Burks, verzoekende verlof voor eenige dagen om naar hare famieljes te gaan. Insgelijks vraagt verlof Lukas Lukassen. Te antwoorden, geen verlof dan bij plechtige gelegenheden te geven b.v. nieuwjaar, ten zij bewezen worden dat er dringende omstandigheden zijn. Uit een brief van Benjamin van den Bosch 12 juni 1819 over zoon Gerardus: De kolonisten gedragen zich zeer wel. Vergeer, Lucassen en Molewijk maken hierop eene uitzondering. Voor zo verre namentlijk dat zij de jonge dennen bomen te getallen van 20, langs de weg in de kolonie, niet tegenstaande het strengste verbod, moedwillig hebben vernield. Ik heb ieder met 8 dagen provoost gestraft en wanneer de Kommissie het approbeert zullen zij om de anderen dag water en brood hebben. Zie de desbetreffende files voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 (koperen medaille voor Lucassen) en de jaarinkomen over 1820. Uit een brief van Benjamin van den Bosch rond 12 april 1820 als opstand over de kolonie waart en de directie uit wil vinden wie daar achter zitten: Lucasse heeft mij gezegd, dat Vos met Rausch en Hogenbirk bij hem waren geweest, om hem in het bekende complot te doen deelneemen. Hij (Benjamin doelt op De Vos) wilde een rekwest opstellen en door alle getekend, aan een Heer doen toekomen die beij Prins Frederik daar van zou gebruik maken. Hij wilde verder dat wanneer hij in de provoost kwam, de anderen zich zouden verbinden hem met geweld daaruit te halen, wanneer ik zulks weigerde. Ook bij de medaille-uitreiking op 24 augustus 1821 scoort Lucassen koper (Star 1821 p 680). Voorjaar 1822 is Lucassen, op basis van het besluit van 8 november 1821, een van degenen die is ‘verplaatst naar kleine hoeven der Maatschappij, buiten dezelve gelegen’ .Het gezin krijgt een boerderijtje in Wateren. Uit het schoolrapport van 5 april 1822: En ofschoon wij ons bij het onderwijs zeer goed zonder eenen wijkmeester kunnen redden, zien wij telkens dat de kinderen, zoo dra er geenen wijkmeester is meer losbandig naar huis gaan dan anders. Heden bleek ons hiervan een doorslaand bewijs: eenige jongens van de avondschool maakten onder het naar huis gaan, nadat wij hen tot bedaardheid en zedigheid hadden aangespoord, zulk een geweldig leven, dat wij hen vervolgden, om te zien wat er te doen was. Bij hen komende, hielden wij ons, hen weder naar de school te willen terug nemen. De een verontschuldigde zich, een tweede maakte stilletjes voort te komen, maar de derde, namentlijk Gradus Lucassen, zeide "as ik uit de school ben, dan heb jij geen blixem op mij te zeggen". Wij voelden ons gedrongen u deze uitdrukking mede te deelen, wijl wij weten dat gij dezen jongen van de oprigting der gezegende volksplanting af, als een oproerigen en stouten jongen kent, die niet meer voor redenering vatbaar zijnde, zekerlijk door eenen anderen weg tot zijnen pligt gebragt zal moeten worden. Directeur Wouter Visser heeft hier bij geschreven dat Gradus Lucassen door de Raad van Opzieners tot twee dagen gevangenis is veroordeeld. Het gezin blijft in Wateren wonen als dat in 1825 onderdeel wordt van kolonie 2 en keert in 1831 terug naar Frederiksoord. Als vader Lucas te oud wordt voor het landwerk krijgt hij ontslag en wordt hij als bestedeling in huis genomen, eerst bij dochter Anna Maria, daarna bij zoon Albertus. Lucas Lucassen overlijdt in 1851, zijn echtgenote was hem twaalf jaar eerder voorgegaan. De naam Lucassen komt even voorbij op de pagina over Amersfoortse ingedeelden De nakomelingen bevalt het blijkbaar op de kolonie, want zij parenteren zich en masse aan andere kolonisten en prolongeren hun koloniebestaan:: - In 1832 trouwt de oudste zoon Gerardus of Gradus met een dochter van de kolonist uit Tiel die ook een hoeve in Wateren had (van Os, opvolger van de weggezonden De Vos) en wordt ook kolonist. - Zoon Wilhelmus was al eerder - 1825 - getrouwd met een dochter van proefkolonist De Wals. Ook hij wordt kolonist, later schaapherder in dienst van de Maatschappij. - Zoon Henricus woont na zijn trouwen (1832 met Akke Boensma uit Steenwijk) eerst in Nijensleek, vermoedelijk de desperado-kolonie, voor hij in 1847 als kolonist in Wilhelminaoord geplaatst wordt. Later wordt hij nog een tijdje vrijboer binnen de Maatschappij. Een van zijn dochters trouwt weer met een zoon van een Rotterdamse kolonist, zie hier, en blijft óók op de kolonie. - Dochter Mechtilda trouwt met een zoon van proefkolonist Burks, Gilliam of Willem. Hun nageslacht staat in deze genealogie. - Zoon Albertus trouwt met een dochter van een kolonist.uit Schiedam (Hille). Hij wordt zelf kolonist, later wijkmeester, nog later vrijboer, belandt uiteindelijk in Almelo. - Dochter Anna Maria trouwt met een Michiel Antonius Overhoff, die evenals zijn broer Hendricus, door de regenten van het Wees- en Kinderhuis in Bergen op Zoom als ingedeelde wordt geplaatst in de kolonie, en die na zijn huwelijk met Anna Maria zelf kolonist wordt. Het echtpaar zal op hoge leeftijd overlijden in Rustoord, zie genealogie Bex/Vromen/Overhof(f)/Herings |
|
|
|
|