METZ, Hendrik

Spellingvariaties:
Mertz, Merts  
Levensdata:
±1784 (Bayreuth??)    
Subcommissie:
Amersfoort
Aankomst:
29-10-1818
Hoevenr. (tot 1823)
Nr. 7, op de eerste linie. 
Vorig beroep:
dagloner, soldaat 
Geloof:
 
Echtgeno(o)t(e):
Wilhelmina van Koot (of de Kort?), ±1781 (Doorn) 
Kinderen:
jongens van 10 en 14, meisjes van 3, 6, 11 en 13
Op de kolonie geboren:
- Simon, 4-12-18

Overige huisgenoten:
  
Opmerkingen: - Door de korte duur van hun verblijf op de kolonie, komt de familie niet voor in de stamboeken van de Maatschappij. Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan de voordracht van de subcommissie Amersfoort, maar zijn volgens mij erg onbetrouwbaar. Inmiddels heb ik op internet wel gegevens over de familie gevonden in de genealogie van Fulpen.

Koloniale carrière

Samengevat:
Vanaf het prille begin grote ruzie met de directie. Zij zorgen voor het allereerste kind ter wereld dat de geboorteplaats Frederiksoord in de papieren heeft. Het gezin wordt al in april 1819 van de kolonie weggestuurd.
In het boek:
Op de bladzijden 9, 19-21, 72, 82, 110, 129, 132, 146, 156-157, 207, 210, 256, 303, 361, 379. 

Fragmenten uit de archieven


Uit de voordracht van de subcommissie Amersfoort dd 3 oktober 1818: Voorts hebben wij het genoegen UWEds voor te stellen, tot het vertrek naar de kolonie, voor deze stad, de persoon van Hendrik Mertz, oud 34 jaren, geboren te Baireuth in Duitschland, doch zedert jaren inwoonder dezer stad, van zijne jeugd af met de werkzaamheden van den landbouw beken, en nog thans zich als daglooner gewezende, hebbende eenige jaren als Fransch soldaat gediend, in zeer behoeftige omstandigheden, gehuwd aan Wilhelmina van Koot, oud 37 jaren, thans zwanger, geboren te Doorn, onder onzen ban, hebbende 5 kinderen als 1 jongen van 8 en 4 meisjes van 13, 11, 6 en 3 jaren, vrijwillig en gaarne lid der kolonie wordende, en volgens ingewonnen berigten van een goed zedelijk gedrag. Kunnende de vrouw en meisjes weinig of niet spinnen, hetwelk hun dus door de Maatschappij zou dienen geleerd te worden.
    Wij hebben onder de vrijwillig zich aanbiedende personen, wier getal zeer gering is, geen geschikter huisgezin kunnen vinden, en hopen deze inlichtingen genoegzaam zullen zijn, terwijl wij wenschen geinformeerd te worden, wat ons verder in deze zaak te doen staat.

De familie Meiz behoort tot de gezinnen die op doorreis in de kazerne in Amsterdam worden opgevangen, zie de illustratie boek bladzij 32

7 november 1818: Melding vertrek van het gezin in de Staatscourant

Allereerste op de kolonie geboren kind:
Vledder, geboorteakte, 6 december 1818, aktenr. 14
Kind: Simon Merts, geboren te Fredriksoort (Vledder) op 04-12-1818, zoon van Hendrik Merts, beroep: landman; oud: 34 jaren, en Willemine Merts, oud: 37 jaren.

Voor Benjamins zure reactie op die geboorte zie boek blz. 21.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 28 december 1818: Ook zijn er subcommissies die zich, naar het schijnt maar van hunne armen hebben willen ontslaan of dezelve al of niet geschikt voor eene proefneming waren.
Amersfoort verdient hier de eerste plaats.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 17 januari 1819: Het slegte huisgezin van Amersfoort heeft mij genoodzaakt tot strenger maatregelen.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 19 januari 1819 over de verwijdering van Dikkeboom: Dit voorbeeld zal zeer veel goeds uitwerken, en bevrijd ons van een zeer slegt huisgezin, dat voor geene verbetering meer vatbaar waar. Vooral hoop ik dit van effect zijn zal voor het Amesfoorder huisgezin.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 23 januari 1819: Met uitzondering van Rigagneau of liever vrouw Rigagneau - dewijl de man zeer strak en zakelijk is - van Rhee en Metz, gedragen de kolonisten zich steeds wel, en werkzaam.
Aan vrouw Metz heb ik uithoofde van slegt gedrag het gevraagd verlof geweigerd.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 15 februari 1819: Bosch, Bade, Metz, Van der Heijden en Weender, ook de weduwe Vergeer zijn niet voor den veldarbeid geschikt. Ik heb dus begonnen, hun de geheele week in den fabrijk t laten, waar zij alle, met uitzondering van Bade, die in de keuken is, geemployeerd zijn, en zal hun ƒ 1=.= op het verdiende loon korten, en daarvoor een bekwaam arbeider 2 dagen op hunne grond doen werken. Ik heb mij door herhaalde proefnemingen van de noodzakelijkheid van deze maatregel, die ik U verzoeke aan het oordeel der Kommissie te willen onder werpen, overtuigd.
(...)
Het huisgezin uit Amersfoort, zou verdienen in een werkhuis opgesloten te worden.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 9 april 1819: Het ondankba re en zich steeds slegt gedragende huisgezin uit Amersfoort heeft mij verzogt de kolonie te mogen verlaten, voorgevende bij hen te plaatse meer geld te kunnen verdienen; maar inderdaad uit geene andere motief dan zucht naar hun vorig luij bedelend leven.
Zonder hemd kwam deze famille die, zoals uit alle mijne rapporten blijkt, hier als vagebonden aan, en onderscheiden zich reeds in den beginne door den verre gaanste onbescheidenheid.
Terwijl ik niet kon beletten zijn zelfs binnen de kolonies somtijds den vreemdeling een aalmoes afvroegen, dan waartoe de ondeugden van deze famille opgesomt. Den 2 assessor kent dezelve even zo goed als ik.
    Tot het algemeen welzijn, en te voorbeeld voor andere ware het te wenschen zij in een werkhuis op zodanige plaats konden opgenomen wor den. Waar men meerdere en strenger middelen te hunner teregtbrenging zou kunnen aanwenden.

Notulen pc dd 10 april 1819: De Permanente Kommissie de herhaalde berichten wegens het slecht gedrag van J. Metz en de vrouw van Rigagneau ontvangen hebbende, overwegende dat dergelijke voorbeelden in de kolonie niet kunnen worden gedult, heeft besloten, gelijk dezelve besluit bij dezen
1stelijk
Dat het huisgezin van J. Metz en Rigagneau zal worden verklaard het eerste onwaardig, het 2de ongeschikt om in de vrije kolonie van de Maatschappij te worden opgenomen en het eerste mitsdien uit dezelfde gebannen, het 2de de inwoning daar in ontzegd word.
2de
Dat genoemde huisgezinnen zullen teruggeven alle zodanige kledingstukken, gereedschappen en andere zaken toebehorende aan de Maatschappij als hun ten gebruike gegeven zijn.
3de
Reserveert de Maatschappij aan zich zodanige rechtelijke actie wegens gemaakte schulden tegens hen te institueren als zijn dienstig oordelen zal.
En zal hiervan, kennis worden gegeven aan de gezamentlijke kolonisten en aan J. Metz en Rigagneau in het bijzonder.

Uit het brievenboek pc 11 april 1819: Besluit van de Perm. Kommissie. Om aan subk. Amersfoort te berigten de demissie van Metz c.s. uit de kolonie; met notificatie om een geschikter huisgezin te zenden

Uit een brief van de pc aan de subcommissie Amersfoort dd 12 april 1819:
Na een grote mate van geduld met het huisgezin van He. Metz uit ulieder stad, geoefend te hebben, heeft de Direkteur van Frederiksoord ons eindelijk moeten voordragen de onmogelijkheid, om dat huisgezin, aan 't bedelen gewoon en zich aan allerlei onbetamelijkheden schuldig makende tot de orde en zedelijkheid terug te brengen, te meer, daar hetzelve zich binnen de kolonie gedurig het bedelen veroorlooft. Wij hebben daarop, hoe ongaarne ook, moeten besluiten om dit huisgezin onverwijld uit de kolonie te doen terug zenden. Het is met leedwezen, Mijne Heeren! doch voor ons niet onverwacht, dat wij tot dezen maatregel hebben moeten besluiten. Wij wensen dat dezelve met de noodige behoedzaamheid nieuwe keuze zal doen regelen van een ander, meer geschikt huisgezin, het welk wij UEd voorstellen ons in plaats van dit voortedragen, en waarvan wij de nadere, naauwkeurige opgave van UEd zullen inwachtig.

Uit een door mij niet-gevonden brief van Benjamin, geciteerd in de rode boeken van Kloosterhuis: Mertz en Rigagneau zij heden met een sergeant naar Steenwijk vertrokken en ik heb de vracht tot Amsterdam voor mijne reekening genomen en een weinig reisgeld uitbetaald. Van de kleeding is zoveel teruggenomen als de omstandigheden veroorloofden. Daar deze huisgezinnen doorgaans slordig en zonder orde zijn moet er te dezen aanzien bij zoodanige terugzen ding veel verlies voor de Maatschappij onstaan. Ik zal alles in gereedheid brengen voor de ontvangs der remplaceerende gezinnen.

Uit de notulen pc van 7 juni 1819: Brief van de subkommissie Amersfoort, rechtvaardigende ons gedrag in het terug zenden van 't huisgezin van Metz.


De subcommissie Amersfoort laat Metz opvolgen door de familie Hopman die wél weet hoe het hoort, zie elders op de site.