|
OMMEN,
Hendrik van
|
|
| Spellingvariaties: |
|
| Levensdata: |
geboren ?-4-1754,
gestorven 30-09-1836 |
| Subcommissie: |
Zwolle |
| Aankomst: |
31 oktober 1818 |
| Hoevenr.
(tot 1823) |
Nr. 28 |
| Vorig
beroep: |
onbekend |
| Geloof: |
Gereformeerd |
| Echtgeno(o)t(e): |
Van Ommen is weduwnaar,
volgens twee latere actes (zie onder) heette zijn vrouw Hermina
Assendorp |
| Kinderen: |
- Hendrik Jan 12-8-1784 - Alberta 17-8-1786 - Harmina 3-1-11 |
| Overige
huisgenoten: |
|
| Opmerkingen: | Bij mij zijn verder geen
genealogisch gegevens over hem bekend. |
Koloniale carrière |
|
| Samengevat: |
Een weinig spraakmakende
proefkolonist met
weinig arbeidsresultaten, waarschijnlijk vanwege zijn leeftijd: hij was
al 64 toen hij in Frederiksoord landarbeider moest worden! Zijn zoon
vertrekt al snel, zijn dochter blijft op de kolonie. |
| In
het boek: |
Bij naam alleen op bladzij
380, als 'de kolonist uit Zwolle' op bladzijde 191, aankomend uit
'Zwol' op bladzij 36 en anoniem is hij
degeen die op bladzij 306 zijn koperen medaille krijgt wegens 'ijver
naar zijn vermogen'. |
Fragmenten uit de archieven
|
|
Al vrij snel na de circulaire waarin steden worden opgeroepen om een plaatselijke subcommissie van weldadigheid te vormen (zie hier) meldt 'Zwol' er een te hebben opgericht: ingekomen post pc dd 23 juli 1818. Volgens de staat van aankomst arriveert Hendrik van Ommen op zaterdag 31 oktober 1818 op de kolonie. Op 12 november 1818: De subcommissie Zwolle maakt in de Staatscourant melding van het feit dat het gezin naar de kolonie is gegaan. Op 17 juli 1819 schrijft Benjamin van den Bosch: De zoon van Van Ommen met zijnen ouden vader niet in de beste verstandhouding levende, is van verlof terug gebleven en elders werkzaam, voorgevende niet voor de winter te zullen retourneren. De vader is over zijn afwezigheid zeer tevreden. Hij zelve is intusschen een brave maar niet schrandere jongeling. Met dat laatste bedoelt hij de zoon. Die wil daarna terugkeren op de kolonie, maar dat wordt niet toegestaan: Uit een brief van Benjamin dd 4 augustus 1819: De zoon van van Ommen nog niet van verlof terug zijnde, neem ik de vrijheid mij dien aangaande aan vroeger ingezonden rapport te refereren, en de Kommissie harer decisie te solliciteren. Uit de notulen van de Permanente Commissie dd 10 augustus 1819: Brief van den Direkteur no 38/8. (...) Verder adfiseert, den zoon van Van Ommen in de kolonie niet te admitteren, maar terug tezenden. Besloten, dan konform de Direkteur aanteschrijven. Uit een brief van Benjamin dd 23 augustus 1819: De zoon van van Ommen is ingevolge bekomen last de kolonie ontzegd. Zie voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files. Op 26-06-1826 trouwt zijn dochter: Vledder, Huwelijksakte, Aktenummer: 4 Bruidegom: Jan Geerts Smit, geboortedatum: 21-11-1804, geboorteplaats: Groningen, zoon van Johannes Smit en Marieke Groenewolts Bruid: Alberta van Ommen, geboortedatum: 31-10-1784, geboorteplaats: Zwolle, dochter van Hendrick van Ommen en Hermina Assendorp Op 30-09-1836 overlijdt hij (de hier vermelde geboortedatum geloof ik niet; dan zou hij op 74-jarige leeftijd op de kolonie gekomen zijn en dan was daar vast melding van gemaakt): Vledder, overlijdensakte, Aktenummer: 31 Aangiftedatum: 01-10-1836 Overledene: Hendrik van Ommen, geslacht: M, overlijdensdatum: 30-09-1836, overlijdensplaats: Frederiksoord (Vledder), geboortedatum: 10-04-1744, geboorte plaats Zwolle, beroep kolonist, zoon van NN NN en NN NN, weduwnaar van Hermina Assendorp |
|