Cornelis Oosterveen, ingedeelde op particulier contract vanaf 1830, vrije kolonist vanaf 1844

Een particulier kan een zogenaamd E-contract afsluiten met de Maatschappij van Weldadigheid waarbij hij voor zestig gulden per jaar iemand in de vrije koloniŽn plaatst. Zie op deze pagina een uitleg over E-contracten. Hierbij mijn aantekeningen over een zo'n plaatsing, die ook te vinden is op de (onvolledige) lijst van afgesloten E-contracten.

Ene A. Oosterveen uit Schiedam

Zo'n contract sluit op 22 juli 1830 ene A. Oosterveen te Schiedam af (contract E78) en als gevolg daarvan arriveert op 1 augustus 1830 in de kolonie Frederiksoord Cornelis Oosterveen. Volgens de op dit punt niet altijd betrouwbare kolonieadministratie geboren op 8 december 1787 te Maassluis en bij aankomst dus 42 jaar oud. Als laatste woonplaats wordt Rotterdam genoemd.

Uit genealogieŽn op internet denk ik te begrijpen dat die A. Oosterveen een broer is van Cornelis. Ongeveer tien jaar jonger en maatschappelijk meer succesvol, want zestig gulden per jaar is een boel geld. Maar zeker weten dat het een broer is doe ik niet, er is ook een twee jaar oudere halfzus van Cornelis wier naam met een 'A' begint, die kan het ook zijn.

Bij Wiemes

Hoe dan ook, Cornelis Oosterveen komt die 1 augustus 1830 aan en wordt dan ondergebracht op hoeve 57 bij het gezin van Dirk Wiemes. Die speelt een rol in De proefkolonie als de bruidegom uit het allereerste koloniehuwelijk en ook in De strafkolonie als zijn echtgenote onder verdenking staat een verhouding te hebben met de schoolmeester van de Ommerschans. Maar dit terzijde.

De inschrijving bij Wiemes is te vinden op scan 59 van het stamboek Frederiksoord met invnr 1348. Zie bovenaan de pagina hoe die scans te bereiken. Daar staat aangetekend dat Dirk Wiemes en zijn gezin naar de strafkolonie op de Ommerschans moeten op 26 oktober 1830 en op die datum wordt Cornelis Oosterveen overgeplaatst naar hoeve 61.

Bij Pennings en Zorn

Daar komt hij bij het gezin van Pieter Jan Pennings en Elisabeth van der Heijden uit Middelburg. Terwijl hij daar woont komt hij op de zitting van de kleine raad van 20 augustus 1831 vragen om veertien dagen met verlof naar Rotterdam te mogen.
 
De inwoning bij Pennings duurt een jaar. Op 15 oktober 1831 wordt hij overgeplaatst naar hoeve 59, naar het gezin van Lodewijk Zorn. Daar zit hij goed. En voorgoed. Nou ja bijna, dertien jaar. Hij is bij deze hoeve te vinden in de stamboeken met invnrs 1348, 1349 en 1350. Zie over het Utrechtse gezin van Zorn hun eigen pagina.

Overigens staat Cornelis Oosterveen ook in het stamboek van alle op contract geplaatste koloniebewoners met invnr 1389. Daar is hij te vinden met het B-nummer (van 'bijzonder contract') B990. Maar daar staan geen extra bijzonderheden bij, alleen de bevestiging dat hij uiteindelijk op hoeve 59 woont. Zie voor de locatie van die hoeve dit kaartje.

Naar Veenhuizen?

In juni 1835 is er sprake van een carriŤre-switch. De directeur der koloniŽn rapporteert na een bezoek aan de kolonie Veenhuizen, zie hier: 'De zaalopziener van Dinteren heeft eindelijk om zijne ongeschiktheid, buiten dienst moeten worden gesteld, in wiens plaats zal worden beproefd de kolonist en bestedeling Cornelis Oosterveen B990 van de gewone Kolonien, waaromtrent ik UWEdG nader een voorstel doen zal, zoodra deze eenigzins schijnt te zullen voldoen.'

Of de proef echt genomen is weet ik niet, maar een inschrijving in de personeelsregisters van Cornelis Oosterveen als zaalopziener in Veenhuizen is niet te vinden. Hij blijft gewoon wonen bij de familie Zorn, ook als de man des huizes Lodewijk Zorn op 17 mei 1836 als kolonist is opgevolgd door zijn zoon Andries Zorn.

Dronkenschap

Bij de raad van toezicht van Frederiksoord van 20 september 1837 komt Cornelis Oosterveen ter sprake als een kolonist die beschuldigd wordt van herhaalde dronkenschap betoogt dat 'C. Oosterveen hem niet dronken, maar van vermoeidheid, door het kwalijk gaan uitrustende en zittende aan de weg heeft gevonden en toen met hem naar huis is gewandeld en hem in het dragen van een pak met winkelwaren behulpzaam is geweest'. Het staat in bijlage 1 van de tuchtzitting van 7 oktober 1837.

Op de tuchtzitting van 7 november 1840 staat Cornelis Oosterveen zelf terecht vanwege dronkenschap. Van die zitting heb ik helaas geen transcriptie, er staat alleen een korte samenvatting in dit overzicht.

Huwelijk

Vier jaar later, op 11 september 1844, Cornelis Oosterveen is 56 jaar, treedt hij in het huwelijk met Maria Hendrika Zorn. Zoals op de Zorn-pagina te zien onder het tussenkopje 'Ingedeelden' is het bij die familie standaardprocedure om met een ingedeelde te trouwen.

Maria Hendrika Zorn, ten tijde van dit huwelijk 35 jaar, is de weduwe van de jong gestorven kolonist Thomas van der Wulp, zie de pagina over Van der Wulp. Ze woont met vier kinderen uit dat eerste huwelijk op hoeve 80 van Frederiksoord en daar trekt Cornelis Oostveen per de huwelijksdatum bij in.

Ze staan bij die hoeve in de stamboeken met de invnrs 1350 en 1351. Bij de hernummering in 1853 wordt dit hoeve 112. Zie voor de locatie dit kaartje.


Kinderen

Bij de vier stiefkinderen van Cornelis komen de volgende eigen kinderen:

Elisabeth Jacoba Oosterveen, geboren 20 juli 1845,
Jacobus Adrianus Oosterveen, geboren 21 juli 1845, dus blijkbaar een over twee dagen gespreid geboren tweeling. Maar hij overlijdt al op 1 augustus 1845,
Antonia Oosterveen, geboren 5 oktober 1847, en
Jacobus Adrianus Oosterveen, geboren 23 januari 1850.

Straks hun verdere lotgevallen. Hoe het met die vier kinderen van Thomas van der Wulp en Maria Hendrika Zorn verder gaat staat op de pagina Van der Wulp onder het kopje 'De helft blijft, de helft vertrekt'.


Vrijboer

Als de Staat in 1859 de gestichten te Veenhuizen en Ommerschans overneemt en de Maatschappij van Weldadigheid zich terugtrekt in de vrije koloniŽn Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord verandert er veel. De kolonisten worden onderverdeeld in arbeiders en vrijboeren, Cornelis Oosterveen behoort tot de tweede groep.

Ze staan bij hoeve 112 in de stamboeken met de invnrs 2999 en 3000.

Op de tuchtzitting van 31 augustus 1860, geen transcriptie, alleen een samenvatting, is er sprake van 'den vrijboer C. Oosterveen, die ongeveer 1 Ĺ voer plaggen gestoken heeft op de hoeve van zijnen buurman'. Er volgt echter geen straf.

Tot slot

Op 14 augustus 1862 nemen Lodewijk van der Wulp, zoon van Maria Hendrika en stiefzoon van Cornelis Oosterveld, en zijn echtgenote de hoeve over van de inmiddels 74-jarige Cornelis Oosterveld en de 53-jarige Maria Hendrika. Daarna gaat het in rap tempo een paar maanden heel erg fout:

■ Op 27 september 1862 overlijdt Cornelis Oosterveen.
■ Op 11 oktober 1862 overlijdt Hendrika Maria Zorn, weduwe Thomas van der Wulp en weduwe Cornelis Oosterveen.
■ Op 4 november 1862 overlijdt de zeventienjarige Elisabeth Jacoba Oosterveen.

Er heerst duidelijk iets. Maar daarna houdt het wel op.

■ Antonia Oosterveen verlaat de kolonie op 1 april 1869.
■  Jacobus Adrianus Oosterveen gaat weg op 1 maart 1877 om te trouwen met een kolonistendochter, Hendrika Alida Hilkemeijer, geboren 8 mei 1857.

En dan is de laatste Oosterveen van de kolonie verdwenen.