|
PEEN,
Wouter
|
|||
| Spellingvariaties: |
Wouter Klaasen Peen,
soms Beem |
||
| Levensdata: |
ged. 11-4-1784
Harlingen, rest onbekend. |
||
| Subcommissie: |
Harlingen |
||
| Aankomst: |
2e maal (zie de fragmenten
uit de archieven) 24-8-1820 |
||
| Hoevenr. |
Willemsoord |
||
| Vorig
beroep: |
schoenlapper |
||
| Geloof: |
|
||
| Echtgeno(o)t(e): |
tr. 8-5-1816 met Johanna
Lubberta Bosch |
||
| Kinderen: |
- Jacob Willem, geb.
7-2-1820 Harlingen Op de kolonie geboren: - Barend, 17-5-1824 (Ommerschans) - Aaltje, 5-5-1827 (Ommerschans) - Johannes, 4-5-1830 - Hendrikus, 2-1-1834 |
||
| Overige
huisgenoten: |
|
||
| Opmerkingen: | Wouter Peen is een
schoonzoon van proefkolonist Johannes Bosch, zie hier, de grote antagonist van de stichter van de
kolonie Johannes van den Bosch. |
||
Koloniale carrière |
|||
| Samengevat: |
Wordt huisverzorger in
Willemsoord, maar verdwijnt al rap mét zijn schoonvader naar de
strafkolonie op de Ommerschans. Wordt pas 1829 vrijgelaten en keert dan
als kolonist terug op de kolonie. Wordt 1837 ontslagen en dan vertrekt
het gezin met onbekende bestemming. |
||
| In
het boek: |
Op de bladzijden 37, 253, 312 en 365. Iets over zijn subcommissie op de bladzijden 253 en 279. | ||
Fragmenten uit de archieven
|
|||
Als Amsterdam op 2 oktober 1818 haar kandidaat Johannes Bosch aanmeldt voor de kolonie, noemt zij ook: - een behuwd zoon Wouter Jacob Peen, oud 30 jaren, zijnde getrouwd met voornoemde Luberta Bosch, welke ook bij hem zwanger is. Maar na een tijdje merkt Benjamin dat Peen niet is meegekomen en op 15 februari 1819 meldt hij dat in een brief aan de pc: De schoonzoon die bij Bosch inwoont onder de naam van Beem heet Dumersie, dewijl Beem niet meede wilde gaan is deze ruiling geschied. Ik weet niet of de Kommissie hiervan kennis heeft bekomen. Aanleiding voor die melding is dat Wouter Peen er alsnog bijgekomen is: Bosch, met wie ik veel moeite en onaangenaamheden heb, heeft zijn zoon Beem uit Harlingen met vrouw en kind bij zich gekregen; die hij gaarne wil behouden. De man is, zegt hij, volkomen met den veldarbeid en de vrouw met het spinnen bekend. In de notulen van de pc van 17 februari staat: Besloten (...) voorts in 't vervolg niet toetelaten dat iemand bij de kolonisten gaat inwonen of ook logeren zonder kennis van de P.K. en derhalve die famielje die bij Bosch logeert, te doen delogeeren." Volgens Kloosterhuis pagina 152 geeft de familie Peen geen gehoor aan dat bevel, maar ze moeten na een tijdje talmen toch vertrokken zijn, want in januari 1820 wordt in Harlingen een zoon geboren. Op 24-8-1820 komt het gezin met dat zoontje naar het net opgerichte Willemsoord om als huisverzorgers te dienen voor een groepje wezen uit Harlingen. Nadat schoonvader Johannes Bosch met andere dochters en andere schoonzoon al in april 1821 naar de strafkolonie Ommerschans is gegaan, kan Peen wachten op een veroordeling. Op 17-12-1821 wordt het gezin wegens 'onbetamelijke schuldenlast' veroordeeld tot verbanning naar de Ommerschans voor onbepaalde tijd. Pas op 1-10-1829 worden ze vrijgelaten en keren ze terug naar Willemsoord. Op 7-10-1837 wordt het gezin ontslagen en verdwijnen ze van de kolonie.
Bij hun plaatsing in 1820 komen ze terecht op hoeve 95 van Willemsoord Zie over andere Harlingse huisverzorgers een stukje elders op de site. |
|||