Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen





Bedelaarskolonist en twee jaar lang zaalopziener in het kindergesticht Pieter Johannes van de Poel


Het gezin Van de Poel wordt op 15 juni 1842 het bedelaarsgesticht op de Ommerschans binnengebracht door de stad Leiden. Ze staan ingeschreven in het bedelaarsregister Drents Archief, toegang 0137.01 invnr 429 met de hieronder genoemde bedelaarsnummers. Het gaat om:


Gezinssamenstelling

● Pieter Johannes van de Poel met bedelaarsnummer 265. Volgens die inschrijving is hij geboren op 12 februari 1801 te Houten en is zijn geloofsovertuiging 'roomsch'. Hij is 1 meter 64 lang, hij heeft een ovaal aangezicht, bruin haar en grijze ogen, ronde kin en geen bijzondere kenmerken. Hij is getrouwd met:

● Anna Nicola, die bij binnenkomst het bedelaarsnummer 305 krijgt, met de vermelding 'vrouw van N 265'. Volgens die inschrijving is zij geboren 20 oktober 1804 te Utrecht en is ook haar geloofsovertuiging 'roomsch'. Anna Nauta is 157 cm lang, heeft een ovaal aangezicht, bruin haar en 'blaauwe oogen', een kleine neus en geen bijzondere kenmerken. Het echtpaar heeft de volgende kinderen:

● Alida Wilhelmina van de Poel, die bij binnenkomst het bedelaarsnummer 336 krijgt, met de vermelding 'kind van 265 en 305'. Volgens die inschrijving is zij geboren in 1825 te Utrecht. Maar of dat klopt is de vraag, want de genoteerde geboortegegevens zijn niet zo nauwkeurig, zie verder:

Sophia Wilhelmina Antoinette van de Poel, die bij binnenkomst het bedelaarsnummer 344 krijgt, met de vermelding 'kind van 265 en 305'. Volgens die inschrijving is zij geboren in 1829 te Utrecht., maar volgens wiewaswie moet dat zijn 1 september 1828.

Pieter Casper van de Poel, die bij binnenkomst het bedelaarsnummer 360 krijgt, met de vermelding 'kind van 265 en 305'. Volgens die inschrijving is hij geboren in 1839 te Leiden, maar volgens wiewaswie moet dat zijn 21 november 1838.

Volgens wiewaswie is er nog een kind, Constantijn Louis Henri van de Poel, geboren op 5 mei 1841 te Leiden. Hij overlijdt  6 december 1842 te Norg. In het bedelaarsregister is hij niet te vinden.

Naar Veenhuizen

Het hele gezin wordt op 20 of 23 juni 1842 overgeplaatst naar Veenhuizen en krijgt vermoedelijk een woninkje voor een bedelaarshuisgezin aan de buitenkant van een van de gestichten.

Nog datzelfde jaar Ė  volgens het personeelsregister met invnr 1007, mapje 7, zou dat 2 augustus 1842 zijn Ė wordt Pieter Johannes van der Poel aangesteld als zaalopziener in het kinderetablissement Veenhuizen -1 en verhuist het gezin naar een zaalopzienerswoning.

Er is bij het kinderetablissement altijd een tekort aan katholieke zaalopzieners en de roomse geestelijkheid vindt dat een zaal met katholieke kinderen per se een roomse zaalopziener moet hebben.

De eerste klacht

De directeur der koloniŽn schrijft op 20 april 1843 een brief, met nummer N1089, invnr 277 de scans 184 en 185, over diverse onderwerpen, waarin ook Pieter Johannes van der Poel ter sprake komt:


De Zaal-opziener P. J. van der Poel, aangesteld bij UwEdGeb. Resolutie van den 2e Augustus JL. N. 29, heeft zich, in den laatsten tijd, doen kennen, als zich aan misbruik van sterken drank schuldig te maken, die alzoo niet kan worden behouden.

Het is een bedelaars-kolonist, gelijk UwEdGeb: bekend is, die dus weÍr zal moeten aftreden en daar ik, onder de gewone kolonisten, geen geschikte personen van de R. C. Godsdienst, daartoe weet, zoo heb ik de eer UwEdGeb: daartoe voor te dragen: H. J. A. MorriŽn, schrijver bij zijn Vader, den boekhouder van Kolonie N. 2, die ik daarvoor niet ongeschikt zou oordeelen, en wiens plaats als schrijver ligtelijk te vervullen zal wezen.

De permanente commissie heeft op de brief geschreven '8 Mei 1843 N23 in advies en Nader 24 Augustus 1843 N21', wat inhoudt dat ze er op 24 augustus 1843 over besluit, maar voor het zo ver is ligt er al een tweede brief.


De tweede klacht

De adjunct-directeur van het tweede gesticht Cornelis Wilhelmus Rensing schrijft 3 augustus 1843 aan 'den Heer Directeur der KoloniŽn'. De brief wordt door de directeur gekopieerd (Extract N272) en aan de permanente commissie gezonden, invnr 277 de scans 187-188:

Veenhuizen den 3e Augustus 1843

Ik heb de eer enz.

Wat aanbelangt het onlangs alhier plaats gehad hebbende met de vrouw van den zaalopziener van der Poel van het 1e Gesticht, kan ik UwEd mededeelen, dat die vrouw onlangs op weg tusschen Westervelden en hier ontmoet heeft de vrouw van den Veteraan Vuistman van dit Gesticht, die zij vroeg waarheen de weg naar het 2e Gesticht leide, en daar deze vrouw huiswaards keerde, zoo is vrouw van der Poel met haar gegaan naar dit Gesticht voorgevende bij den Veteraan Van der Kamp te moeten zijn. Ė

Alhier komende in den avondstond omstreeks zeven uuren, verzogt zij eenige oogenblikken bij Vuistman in huis te mogen uitrusten, zulks toegestaan zijnde, is zij echter aldaar verbleven en zij moeten als toen te zamen sterke drank gebruikt hebben, daar vrouw van der Poel een halve fles jenever in de zak had, dewelke bij haar vertrek ledig is bevonden.-

Te middernacht is er over meergenoemde vrouw van der Poel ongenoegen in de woning van Vuistman ontstaan, zoo dat deze Veteraan haar buiten deur heeft gezet met nog een kind dat zij bij haar had, door dit rumoer zijn de buren op de been gekomen en hebben vrouw van der Poel in een beschonken staat provisioneel in de strafkamer geplaatst, uit dewelke zij in den morgenstond is ontslagen en onder geleide naar het 1e Gesticht gebragt.-

De Kapitein Thonhauser heeft de Veteraan Vuistman en vrouw beiden voor 24 uren in de cachot gezet, voor het onbehoorlijke ten hunnen voorgevallen.

De Adjunct Directeur
=Get=  Rensing
Voor Extract Conform
coll De Directeur der KoloniŽn
J Van Konijnenburg

Hij mag blijven

Ik heb de beslissing van de permanente commissie van 24 augustus 1843 niet gezien (voor liefhebbers die op het archief willen kijken is het invnr 543), maar blijkbaar besluiten ze niet om Van der Poel te onslaan, want hij blijft in het personeelsregister staan.

Drie dagen ervoor, op 21 augustus 1843, is te Veenhuizen geboren dochter Juliana Maria Therese van der Poel, die het bedelaarsnummer 657 krijgt, met de vermelding 'kind van 265 en 305'.

De afloop

Volgens het personeelsregister met invnr 1007 mapje 7 wordt een jaar later, op 25 juni 1844, alsnog het officiŽle besluit genomen om Pieter Johannes als zaalopziener te ontslaan (niet gezien, maar moet invnr 553 zijn). Ze zouden dus weer terug moeten naar een bedelaarswoninkje.

Dan duurt het even eer dat in Veenhuizen is en dat besluit kan de aanleiding zijn (maar dat is giswerk) dat - volgens het helemaal boven genoemde bedelaarsregister toegang 0137.01 invnr 429 - op 7 juli 1844 moeder Anna Nicola met de dochters Alida Wilhelmina van der Poel en Juliana Maria Therese van der Poel van de kolonie wegloopt.

Op 12 juli 1844 verklaart de vrijwillig van desertie teruggekomen wees Johannes Smit, op de zitting van de raad van tucht van die dag, dat 'de handelingen des zaalopzieners vd Poel' hem ertoe hebben gebracht te deserteren. Wat er dan door de zaalopziener gedaan is, wellicht naar aanleiding van het feit dat de jongen 'nog bij afwisseling niet droog slaapt', wordt niet uitgelegd.

Op 16 juli 1844 deserteert Pieter Johannes van der Poel met de rest van het gezin en ze worden allemaal niet teruggevonden, zodat ze na de gebruikelijke drie maanden op 7 en 16 oktober 1844 worden uitgeschreven. Daarna komen ze in de archieven van de kolonie niet meer voor.