Jan Post, in 1821 ingedeelde, in 1824 kwekeling en in 1829 aspirant ambtenaar en dan ineens volledig uit de boeken verdwenen

Jan Post is een van de wees- of armenkinderen die door de Wees- en Armbestuurders der stad Zaandam naar de kolonie gezonden worden. Dat gebeurt op basis van het bij april 1821 op deze pagina genoemde contract.


Willemsoord

Volgens de kolonieadministratie is Jan Post geboren op 22 januari 1807 en dus veertien jaar oud als hij op 10 juli (of 19 juli volgens latere aantekeningen) 1821 in Willemsoord arriveert, een jaar nadat die kolonie van start was gegaan. Misschien heeft hij eerst bij een ander gezin gezeten, dat heb ik niet gevonden, maar op een gegeven moment is hij in huis bij Niesje Blokkers weduwe Molenbroek uit de Beemster. Zie bij hoeve 100 van de Willemsoord-pagina.

Wateren

Blijkbaar is hij veelbelovend, want Jan Post behoort tot de eersten die worden uitverkoren voor het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding te Wateren. Zie voor meer over dat Instituut deze pagina's.

In het eerste stamboek van 'kwekelingen' met invnr 1610 staat hij op folio 2 met nummer 13. Volgens de aantekeningen van mevrouw Kloosterhuis die zijn opgenomen in de kolonistendatabase zou hij op 28 juni 1824 uit Willemsoord vertrokken zijn. Dat kan, maar dan is het Instituut nog nat van de bouw.

Zindelijkheid

In de bijlage bij het jaarverslag 1825-1826 wijdt de Instituteur van Wateren speciale woorden aan Jan Post. Zie ook op deze pagina in het september-nummer van het maandblad de Star waarin de bijlagen bij het jaarverslag zijn afgedrukt. Op pagina 687-688 schrijft de Instituteur Kornelis Mulder:


En ofschoon ik niet bevoegd ben, om de uitkomsten mijner bemoeijing en verrigting voor U H. Ed. Gestr. te beoordeelen, mag ik echter mijne tevredenheid over velen mijner kweekelingen niet verbergen.
Inzonderheid moet ik noemen JAN POST, welke zeer veel aan diegenen zijner medekweekelingen gedaan heeft, bij welke zekere onzindelijkheid tot de tweede natuur was geworden, en ik mag niet ontveinzen, dat ik het aan dezen jongeling te danken heb, dat geene mijner opvoedsterlingen meer door dierlijke onzindelijkheid hunne ligchamen verzwakken, noch de lenterozen op hunne kaken doen kwijnen;


Vrijstelling

Eigenlijk zou hij in militaire dienst moeten, maar blijkbaar stelt men zo'n prijs op de aanwezigheid van Jan Post in de kolonie dat er jaarlijks verlof wordt gevraagd om niet onder de wapenen te hoeven. Op 14 januari 1829, invnr 95, schrijft de directeur:


Eindelijk neem ik de vrijheid de Perm. Komm. te herinneren aan den kwekeling Jan Post te Wateren, loteling van 1807 en als milicien ingelijfd in de 7e Afdeling Nat. Infanterie, doch waar voor jaarlijks een verlof aan Z.K.H. den Kommissaris Generaal van Oorlog wordt aangevraagd, om bij voortduring in de koln te mogen verblijven.


Aspirant geemployeerde

In het hiervoor al genoemde stamboek van kwekelingen wordt achter Jan Post geschreven: '10 Augustus 1829 ontslagen, en als aspirant geemployeerde tot de sterkte der ambtenaren opgenomen'. En inderdaad staat hij vermeld in het oudste bewaard gebleven personeelsregister, met invnr 997, dat op folio 60 Jan Post en twee andere jongens vermeldt als 'aspirant-ambtenaar' te Wateren.


Foetsie

Maar de naam is ook doorgestreept en hoe lang hij is gebleven en hoe het hem verder is vergaan weet ik niet. Hij komt nergens in de boeken van de kolonie nog voor. Zijn ze vergeten vrijstelling van de militaire dienst aan te vragen? Of is hij terug naar Zaandam?