|
RUITER,
Hubrecht de
|
|
| Spellingvariaties: |
Ruyter, Gruyter,
Huybrecht |
| Levensdata: |
1762 of 1769
(Terneuzen) -
8-4-1834 (Frederiksoord) |
| Subcommissie: |
Axel |
| Aankomst: |
woensdag 4 november 1818 |
| Hoevenr.
(tot 1823) |
Nr. 50 |
| Vorig
beroep: |
|
| Geloof: |
Hervormd |
| Echtgeno(o)t(e): |
Levina Lameijze wed.
Smies, 8-8-1774 - 30-4-1851 |
| Kinderen: |
- Catharina Smies 31-5-1797 - Elisabeth Smies 13-9-1799 - Jan Smies 2-3-1802 - Pieter Smies 1-5-1804 - Rokus Smies 1-8-1806 - Magdalena 4-10-1808 - Pieter 20-11-1812 - Petronella 1-10-1803 (?) |
| Overige
huisgenoten: |
|
| Opmerkingen: | - De kinderen met
achternaam Smies zijn voorkinderen van moeder. - Bovenstaande data komen uit het kolonie-archief, NIET uit officiële registers. - Over Axel en de kolonie, zie Nieuwsbrief Heemkundige Vereniging Terneuzen, nr 65, 2008, artikel door Marion Lippens |
Koloniale carrière |
|
| Samengevat: |
Weinig
opzienbarende prestaties als kolonist, volgens de beoordeling 1820
'Ordinair huisgezin, zonder overleg en aanhoudend krakeel'. Vader De
Ruiter is 'echter ieverig'. Volgens de jaarinkomens behoort hij tot de
topverdieners, maar meer dan koperen medailles zit er niet in. Hij en
veel van het nageslacht blijft voor altijd op de kolonie. |
| In
het boek: |
Bij naam alleen op de
bladzijden 379 en 381. Als de kolonist uit Axel op de bladzijden 31,
74, 191, 222 en 243. Zijn voordichter Elisabeth is de bruid in het
allereerste kolonie-huwelijk, zie bladzijden 166 ('Zeeuws meisje van de
vierde linie'), 191 en 243. Over zijn subcommissie iets op bladzij 73,
74 en
160 |
Fragmenten uit de archieven
|
|
Uit de voordrachtsbrief van de subcommissie Axel dd 29 september 1818: Voorts heeft de subcommissie de eer hierbij te voegen de opgaven van één huisgezin, dat wenschte geplaatst te worden in de colonie van Westerbeeksloot. Hubregt de Ruiter, oud vierenvijftig jaren en Levina la Maire, oud agt en veertig jaren, in twede huwlijk zijnde haar eerste man overleden. kinderen Catharina Smies, oud twintig jaren Jan Smies, oud zeventien jaren Pieter Smies, oud vijftien jaren Rokus Smies, oud elf jaren Petronella de Ruiter, oud elf jaren Pieter de Ruiter, oud zes jaren (...) Wij geloven dat dit huisgezin kan dienen als voorbeeld voor anderen. Het is waar, de hoofden van dit huisgezin zijn boven de bepaalde jaren, maar wij vleijen ons, dat eensdeels hunne kragten, en anderdeels de ouderdom en sterkte der kinderen genoegzaam zullen opwegen tegen de inconvenienten van den ouderdom, die er bij dit huisgezin plaats hebben. Er zijn nog wel verscheidene huisgezinnen, die zig aangeboden hebben om te vertrekken, dog die de vereischte niet hadden, gerequireerd bij de aanschrijving der Commissie, en van welken wij, ter goeder trouw, het getuigenis niet konden afleggen, gelijk dat van Hubregt de Ruiter. Voorgeval de pc dit wil afwijzen (de gewenste maximumleeftijd was 40) gaat Axel dreigende taal uitslaan, zie hier en dan mogen de De Ruiters toch komen. Zij horen tot de gezinnen die in de kazerne in Amsterdam worden opgevangen, zie de illustratie boek bladzij 32 In een brief van Benjamin dd 13 januari 1819 worden zij genoemd als een van de gezinnen die veel verdiend hebben bij spinarbeid en veldarbeid, in het kader van een verhaal dat ondanks stevige verdiensten vaak toch de schulden toenemen. Notulen pc dd 12 februari 1819: Brief van den Direkteur, partikulier aan den Generaal, rakende vrouw de Ruiter, vrouw Koppejan en vrouw Burks, verzoekende verlof voor eenige dagen om naar hare famieljes te gaan. Insgelijks vraagt verlof Lukas Lukassen. Te antwoorden, geen verlof dan bij plechtige gelegenheden te geven b.v. nieuwjaar, ten zij bewezen worden dat er dringende omstandigheden zijn. Zie voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files. Uit een brief van Benjamin dd 17 april 1820: Uit de kolonie verdwenen: Pieternella de Ruiter Axel oud 17 jaar dogter van de kolonist de Ruiter Voordochter Elizabeth trouwt met de bij Baade ingedeelde jongeman. Het aller-allereerste interne kolonie-huwelijk van zo vreselijk vele (zie boek bladzij 243) Vledder, huwelijksakte, aktedatum 7 mei 1820, aktenr. 4 Bruidegom: Dirk Johannes Wiemes, oud: 29 jr., zoon van Alexander Wiemes en Gesina Labrie. Bruid: Elizabeth Smies, oud: 21 jr., dochter van Jan Smies en Levina Lamiere. Uit een brief van Benjamin dd 12 mei 1820: Dirk Wiemes, ingedeelde bij Bade zal binnen weinig dagen trouwen met een dochter van de kolonist de Ruiter. Beide zijn oppassende jonge lieden. Den 2 assessor, die tot huwelijk zijne toestemming gaf, zou tevens aan de Kommissie voorstellen, hem als huisverzorger over de kinderen uit Zaandam komende te plaatzen. Dat laatste gebeurt ook, zij het dat het weeskinderen uit Koog aan de Zaan zijn. In een brief dd 5 juni 1820 wordt vader De Ruiter door spinbaas Anthonie Brouwer 'een slecht spinner, maar niet brutaal' genoemd.. Uit de Star van september 1822: De kolonist de ruiter en twee zijner kinderen, een zoon en dochter van den kolonist molewijk, in no.1, de vrouw en dochter van den kolonist dykstra, in no. 3, en de vrouw van den kolonist thesink, in no. 4, welke in het begin dezer maand min of meer gevaarlijk ziek waren, zijn, benevens eenige andere zieken van minder belang, alle herstellende. In het op 19 februari 1823 gedateerde schoolrapport over 1822 wordt als ‘hebbende uitgemunt in gedrag en vorderingen’ ook genoemd Rokus Smies Later: Hubrecht de Ruiter overlijdt in Frederiksoord (1834), zijn echtgenote in 1851. Voordochter Elisabeth Smies en haar echtgenoot (zie hierboven hun huwelijk) Dirk Wiemes worden een tijdlang als huisverzorgers aangesteld. Later belanden ze in de strafkolonie op de Ommerschans, maar later zijn ze daar gewoon arbeidersgezin. Ze krijgen vier dochters, eemtje daarvan komt later als schoenmakersvrouw terecht in Groningen (zie genealogie Omlo) Voordochter Catherina Smies is in 1823 ongehuwd zwanger, ze wordt daarom vanaf 30-12-1823 opgesloten in de strafkolonie op de Ommerschans, bevalt daar op 14-4-1824 van een dochter, Leeuwina, die op 18-4-24 naar Catharina's ouders gaat. Catharina zelf blijft gevangenzitten, ze mag pas 2-3-1827 vertrekken van de Ommerschans. Blijkbaar woont ze daarna weer thuis, want ze trouwt 1832 te Vledder met ene Jacob de Vogel, zie stamboom Otter. Een dochter van haar vond ik terug in genealogie Schokker. Voorzoon Jan Smies trouwt eerst met een dochter van tijdelijk kolonist van der Griend en later als weduwnaar met de weduwe van proefkolonist Krabshuis. Hij en zijn zoon worden zelf ook kolonist, zie dit verhaal op de site. Daar staat ook de link naar het huwelijk van de ouders van hem en de andere kinderen Smies. Voorzoon Rokus Smies trouwt met een dochter van kolonist Puper uit Bourtange, zie de Burggraaf genealogie De rest heb ik nog niet teruggevonden. |
|