Het vrije kolonistengezin van Johann Friedrich Adolph Schnoor en Jantje Claasen: 'Siso heb ik mij nou niet Dondersgoed gehouden tegen den Wijkmeester'

De Provinciale Commandant van West-Vlaanderen mag begin 1830 een gezin in de vrije koloniŽn plaatsen 'uit de contributie' (zie een uitleg van dat begrip). Hij draagt het gezin van Johann Friedrich Adolph Schnoor en Jantje Claasen voor, de permanente commissie van de Maatschappij van Weldadigheid accepteert de voordracht en op 7 april 1830 komt het gezin in de kolonie aan.


Even terzijde: dat is maar net op tijd want later in datzelfde jaar roept BelgiŽ de onafhankelijkheid uit en dan heeft Nederland helemaal geen provinciale commandant meer in West-Vlaanderen!

Locatie

De familie Schnoor wordt gehuisvest in hoeve 85 van de kolonie Wilhelminaoord, zie de locatie op dit kaartje. Dat heet tegenwoordig Boschoord, in die tijd was het een afgelegen stukje kolonie met een stuk of twintig kolonistenhuizen.

Ze staan als bewoners van hoeve 85 geadministreerd in de stamboeken van Wilhelminaoord met de invnrs 1354 en 1355. Daarvan zijn scans, zie helemaal bovenaan de pagina hoe die scans te bereiken zijn.

Uit die stamboeken neem ik de gezinsgegevens over, met de kanttekening dat de kolonieadministratie slechts de aantekeningen zijn van een particuliere organisatie en dus GEEN officiŽle bron waarop blindgevaren mag worden.

Gezinssamenstelling

Johann Friedrich Adolph Schnoor, in de kolonie vaak met de verNederlandste vorm Johan Frederik Aldof aangeduid, is volgens die stamboeken geboren op 7 mei 1791. Hij is 'evangelisch-lutersch', de rest van het gezin hervormd. Ze hebben het laatst gewoond in Amsterdam. Hij is getrouwd met:

Jantje Claasen, soms Janneke en soms Klaassen, geboren 10 mei 1788. Bij hun aankomst hebben ze zes kinderen bij zich:

Engel Elizabeth Schnoor, geboren 11 november 1817,
Aleida Frederika Schnoor, geboren 3 september 1819,
Johanna Petronella Schnoor, geboren 2 februari 1822,
Frederik Adolph Schnoor, geboren 24 april 1824,
Jannetje Schnoor, geboren 24 oktober 1826, en
Johanna Alberdina Schnoor, geboren 4 september 1829.

Op de kolonie komt daar bij:

Adriana Wilhelmina Schnoor, geboren 6 december 1832.


Kleermaker

■ Een maand na aankomst komt Jantje Claasen op de zitting van de kleine raad van 15 mei 1830 vragen om met verlof van de kolonie af te mogen, maar de kleine raad vindt dat te snel.

■ Op de zitting van de kleine raad van 9 april 1831 komt zij vragen om '6 pond brood meer' voor het huishouden van acht personen. 'Er wordt genoten 3 Ĺ pond brood, de man is kleermaker, de kinderen zijn klein en het huisgezin verdient zeer weinig.' De raad vindt dat er eerst meer verdiend moet worden.

Het kan zijn dat ze best vaker bij de kleine raad verschijnt, maar dat weet ik niet want ik heb van lang niet alle kleine raadzittingen transcripties.


Stompen op de borst

Op zondagavond 27 november 1831 is Johann Friedrich Adolph Schnoor volgens getuigen erg dronken, zie de bijlagen 2 en 3 op deze pagina. Hij uit zijn onvrede over het feit dat zijn koe 'tot aan de hakken In de mest stond' door uit te varen tegen wijkmeester Van Heest en die zelfs stompen op de borst te geven.

Zie over Jan van Heest deze pagina. De uitspraak van Schnoor tegen zoon Leendert na afloop, 'Siso heb ik mij nou niet Dondersgoed gehouden tegen den Wijkmeester', wordt geciteerd in De strafkolonie pagina 53.

Bij de tuchtraad (hoger op de pagina) wordt Schnoor bij verstek veroordeeld want hij komt niet opdagen.

De pogingen van Engel

■ In 1835 probeert de eerste van de kinderen uit te vliegen. Engel Elizabeth Schnoor krijgt 16 mei 1835 drie maanden Groot Verlof om te proberen in de gewone maatschappij een baantje te vinden, zie de regeling waar dat op gebaseerd is. Het lukt niet, ze is 13 juli 1835 weer terug.

■ Haar tweede posing is op 2 augustus 1835, maar dan is ze 12 september 1835 weer terug.

■ Een jaar later is de derde poging: 11 juni 1836 gaat ze met drie maanden verlof. Dat overschrijdt ze, ze keert 5 november 1836 terug in het ouderlijk nest.


'Moord'

Bij de raad van toezicht van Wilhelminaoord van 23 september 1836 vertelt een jongeman die als ingedeelde bij andere kolonisten woont, dat Johann Friedrich Adolph Schnoor eerst 'zijn vrouw de ingang in huis had betwist', daarna haar 'met een stoel heeft willen slaan en welke twist zoo hevig was geklommen dat zijn vrouw ďmoordĒ riep en de dochter gevlugd is'.

Zie bijlage 2 op deze pagina. Van de behandeling hiervan in de raad van politie en tucht voor de gewone koloniŽn op de volgende dag, 24 september 1836, heb ik helaas geen transcriptie. De jongen die de verklaring aflegt is

Everhardus Bastianus Josephus Robijn, geboren 16 januari 1822, zie voor meer over hem deze pagina bij 1830.


Mishandeling kat

Bij de raad van toezicht van Wilhelminaoord van 18 november 1836, bijlage 7 op deze pagina, gaat het over 'de kat van den kolonist J F Schnoor' die door een kolonistenzoon mishandeld zou zijn. Schnoor denkt te weten wie dat gedaan heeft omdat zijn dochter achter een groepje jongens liep die bij opbod en afslag hadden bepaald wie de schuld op zich zou nemen.

Ook van deze behandeling bij de raad van politie en tucht voor de gewone koloniŽn op17 december 1836 heb ik geen transcriptie.


Verhuizing

■ Na drie maal Groot Verlof gehad te hebben, krijgt Engel Elizabeth Schnoor waarschijnlijk voorlopig geen nieuw verlof, want ze probeert een andere manier: ze deserteert van de kolonie op 26 augustus 1837.

■ De rest van het gezin wordt 7 juli 1838 overgeplaatst naar hoeve 38 van Wilhelminaoord, zie de locatie op dit kaartje. Ze staan als bewoners van hoeve 38 in de stamboeken Wilhelminaoord met de invnrs 1355, 1356 en 1357.

■ Vanuit die hoeve gaat Aleida Frederika Schnoor met Groot Verlof op 21 maart 1839 en dat lijkt te lukken.

Terugkeer

Maar in 1840 keren beide dochters terug.

■  Op 1 juni 1840 is Engel Elizabeth Schnoor er weer. Alleen staat haar natuurlijk nog wel straf te wachten voor haar desertie in 1837 en dat zal de reden zijn dat ze op 17 augustus 1840 opnieuw deserteert. En dit keer voorgoed, ze zal niet meer op de kolonie terugkomen.

■ Aleida Frederika Schnoor wordt weer in het gezin opgenomen op 23 juli 1840.


Dorschstok

De enige zoon in het gezin, Frederik Adolph Schnoor, heeft in 1840 een andere ervaring. Ik heb geen transcriptie van de tuchtraad van 21 september 1840, maar in de samenvatting op deze pagina staat dat de zestienjarige Frederik door een drie jaar oudere jongeman 'met een dorschstok' is mishandeld. De mishandelaar is:

Johannes du Bois, geboren 14 december 1821, zie voor hem over hem op deze pagina bij 1835.


Menigvuldig huiskrakeel

Dat het in huize Schnoor nogal kan stormen is eerder langsgekomen en bij de raad van toezicht van Wilhelminaoord van 23 december 1840, bijlage 2 op deze pagina, is er sprake van 'het zo menigwerf plaatshebbende huiskrakeel tusschen hem en zijne vrouw'.

Op 6 december schijnt het zo erg geweest te zijn dat Jantje Claasen en de kinderen tot twee maal toe het huis zijn ontvlucht en door de onderdirecteur zijn teruggebracht. Volgens Schnoor zijn er alleen problemen als de kinderen op zondag thuis zijn en niet doordeweeks als ze naar school of aan het werk zijn.

De behandeling hiervan bij de raad van politie en tucht, hoger op de pagina, is wat onbegrijpelijk geformuleerd, maar het lijkt erop dat Johan Frederik Adolf vooral ruzie met de kinderen heeft en Jantje Claasen en zoon Frederik Adolf de anderen in bescherming proberen te nemen.

Vertrek Aleida Frederika

Na een poging in 1839-1840 gaat Aleida Frederika Schnoor ten tweede male met Groot Verlof op 10 juni 1842. Maar ook deze keer lukt het niet en is ze op 8 december 1842 weer terug.

Tenslotte vertrekt ze op 18 april 1844 defenitief met ontslag. Misschien zijn er dan al trouwplannen, want ze treedt 1 mei 1845 in het huwelijk met:

Johannes Wilhelmus Mol, geboren 31 mei 1814. Hij is sinds juni 1842 in de kolonie op een hoeve die niet zo ver van die van de familie Schnoor af ligt en staat te boek als 'schoonzoon' van kolonist Leendert Vogelsang, wat hij volgens mij niet is. Zie over de familie Vogelsang en Mol deze pagina.

Het eerste kind van Johannes Wilhelmus Mol en Aleida Frederika Schnoor wordt geboren te Noordwolde, dus waarschijnlijk wonen ze in het semi-illegale huttendorp van zelfgebouwde plaggenhutten, dat op het moment bekend staat als 'de hutten onder Noordwolde', later als Noordwolde-Zuid en nog later in de geschiedenis als Lombok.

Ontvreemde veldvruchten

Bij de raad van toezicht van Wilhelminaoord van 1 augustus 1843, bijlage 3 op deze pagina, meldt zich Johann Friedrich Adolph Schnoor, 'zich beklagende dat bij hem in den nacht tusschen de 23ste en 24 Julij jl ontvreemdingen van veldvruchten in zijn tuin hebben plaats gehad'.

Dankzij een oplettende buurman wordt de identiteit van de veldvruchtendieven achterhaald, jongens die uit de avondschool kwamen.

Bij de behandeling voor de raad van politie en tucht van de volgende dag, 2 augustus 1843, hoger op die bladzijde, krijgt Schnoor schadevergoeding van de daders toegekend.


Vertrek Johanna Petronella

Op 1 augustus 1845 vertrekt Johanna Petronella Schnoor om 'te gaan dienen'. Maar het is eerder om te gaan trouwen, want mei 1846 treedt ze in het huwelijk met:

Willem Helm, geboren 2 juni 1819. Hij is 13 november 1834, vijftien jaar oud, in de kolonie geplaatst door de regenten van het Luthers Weeshuis in Amsterdam op grond van het contract E96 (zie een uitleg over E-contracten en vandaar kun je doorklikken naar een onvolledige lijst met E-contracten, waar ook E96 op staat).
Hij wordt bij verschillende koloniale gezinnen ingedeeld, gaat van 15 augustus 1835 tot 26 november 1836 naar het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding in Wateren (zie hier voor meer over het Instituut), komt daarna als katoenwever en vervolgens opzichter der fabriek in Frederiksoord en verlaat 13 november 1844 de kolonie met ontslag.

Ook de eerste kinderen van Willem Helm en Johanna Petronella Schnoor worden te Noordwolde geboren, zodat ze waarschijnlijk in hetzelfde huttendorp wonen als zus Aleida Frederika.

Strafkolonie

■ Dochter Johanna Alberdina Schnoor moet maart 1848 voor straf naar de strafkolonie op de Ommerschans. Waarom dat is weet ik niet, want zoals te zien op dit overzicht is van de tuchtzittingen in 1848 nog bijna niets teruggevonden.

Ze komt, zie hier, op 25 maart 1848 met een konvooitje aan op de Ommerschans, waar zij op 7 februari 1849 overlijdt.

■ Datzelfde jaar, op 22 mei 1849, overlijdt de man des huizes Johann Friedrich Adolph Schnoor.

Zijn weduwe Jantje Claasen mag in eerste instantie op de hoeve blijven wonen met de nog thuiswonende dochters Jannetje en Adriana Wilhelmina en zoon Frederik Adolf.


De laatste vertrekkers

■ Dochter Jannetje Schnoor vertrekt volgens het stamboek met ontslag van de kolonie op 21 februari 1851. Die datum zal niet kloppen, want ze is twee dagen eerder al getrouwd met Nicolaas Vermeeren, telg van een kolonistengezin dat de sterke neiging heeft iedereen op de kolonie te houden, zie hier. Ook bij hun heb ik de indruk dat ze tot Jannetjes dood in oktober 1854 in de hutten onder Noordwolde wonen.

■ Dochter Adriana Wilhelmina Schnoor gaat zonder toestemming weg, zij deserteert van de kolonie op 11 augustus 1851.

■ Zoon Frederik Adolph Schnoor gaat dan weer wel met officieel ontslag, op 31 maart 1852. Op hem kom ik nog terug.

Bij de ontslagen staat genoteerd wanneer de besluiten genomen zijn. Bij Jannetje op 11 februari 1851 N5 en bij Frederik Adolph op 23 maart 1852 N4. Die stukken heb ik niet gezien, maar zijn voor geÔnteresseerden in het archief te vinden in respectievelijk invnr 689  en invnr 721.

Inwonen bij schoonzoon

Dan zijn alle kinderen het huis uit. De hoeve wordt toegewezen aan een ander kolonistengezin en moeder Jantje Claasen wordt per 19 april 1852 ingedeeld bij een ander koloniaal gezin, dat van Gerrit Jan de Willigen en Sara Metzelaar op hoeve 54 van Wilhelminaoord.

Maar in de kantlijn is bij haar genoteerd: 'kan voor een onbepaalden tijd bij haren schoonzoon W. Helm te Noordwolde gaan inwonen', volgens besluit van 1 juni 1852 N6 (ook niet gezien, maar invnr 727). Dat gaat Jantje Claasen doen op 10 juni 1852.

Ze komt weer terug na twee jaar, op 20 mei 1854, en weer een jaar later, 25 juli 1855, deserteert ze van de kolonie..


Koloniale nakomelingen Schnoor

De enige van het gezelschap die terugkeert op de kolonie is zoon Frederik Adolph Schnoor. Hij trouwt Geertruida Elisabeth Scholsbroek of Schoolbroek, een van de vier dochters van Willempje van der Dooze. Zie de pagina's over laatstgenoemde, waarbij de terugkeer op de kolonie en het nageslacht uit het huwelijk van Frederik Adolph Schnoor en Geertrui Elisabeth Schoolbroek hier te vinden zijn.

Na zo'n negen jaar in het huttendorp te hebben gewoond, krijgen ze op 26 februari 1861 via de afdeling Amsterdam een koloniale hoeve en worden zij kolonisten. Van hun vijf kinderen worden er twee later ook kolonist, zodat er tot in de twintigste eeuw kinderen met de achternaam Schnoor in de kolonie worden geboren. Die dus allemaal afstammen van de Johann Friedrich Adolph Schnoor die in 1830 naar de kolonie kwam.