TERSMETTEN, Johannes

Spellingvariaties:
Ter Smetten, Der Smetten, Smette  
Levensdata:
10-9-1778 (maar akte 13-04-1822 wijst op 1784)  (Honselersdijk) tot onbekend    
Subcommissie:
Den Haag
Aankomst:
1 november 1818
Hoevenr. (tot 1823)
Nr. 33
Vorig beroep:
 
Geloof:
katholiek
Echtgeno(o)t(e):
Antje Vlierhoek, 20-1-1777 (Monster) tot onbekend
Kinderen:
- Maria Sara ?-?-08 (naar oom pastoor in Noord-Holland)
- Kornelis 18-6-12
- Leendert 16-10-18
Op de kolonie geboren:
- Cornelia 12-4-22

Overige huisgenoten:
  
Opmerkingen: - Net als bij de andere proefkolonisten gebruik ik voor de naamspelling de vorm die het vaakst in de archieven van de Maatschappij voorkomt. Een paar keer kwam daar ook de variate 'ter Smetten' voor en die blijkt het meest door het nageslacht gebruikt, zodat zij vooral onder de ‘S' gezocht moeten worden.
- Gegevens over het voorgeslacht van Johannes Tersmetten/ter Smetten is te vinden via deze link.
- In het Maatschappij-archief staat dat de familie in 1827 terugkeert vanaf de boerderij bij de Ommerschans naar het westen, maar vreemd genoeg lijkt de jongste dochter Cornelia in de omgeving te blijven...? Of keert ze later terug? Hoedanook, ze trouwt in de buurt van de Ommerschans, Avereest, in 1841. Zie bovengenoemde link en ook hier.
- Zijn echtgenote mag dan in de Maatschappij-archieven als Vlierhoek staan, maar dat zal een keer een slordige O geweest zijn, want in werkelijkheid heette zij Olierook. Zie de hierboven genoemde links en meer van haar voorgeslacht is hier te vinden (zelf staat ze bij 24A.1).

Koloniale carrière

Samengevat:
 Goede werkers die in 1823 worden beloond met een grote boerderij bij de Ommerschans. Na een paar jaar zeggen zij echter op en keren zij terug naar het westen.
In het boek:
Bij naam op de bladzijden 53, 215-216, 219, 323, 352, 381. Verder is hij een van de brandblussers op bladzijde 161 en daarnaast zijn ze natuurlijk bij de beschreven algemene kolonie-gebeurtenissen als feesten en medaille-uitreikingen.

Fragmenten uit de archieven


Uit de voordracht van Den Haag dd 10 oktober 1818: Ter gedeeltelijke voldoening aan den brief der Kommissie van Weldadigheid van den 16 september laatstleden heeft de Subkom missie van Weldadigheid te 'S Gravenhage de eer de Kommissie te informeren dat zij hare keuze ten opzigte van een huisgezin voor de kolonie te Westerbeeksloot heeft gevestigd op dat van Johannes Ter Smetten, arbeider, wonende alhier in het tweede hoffe van Willen Kleij. Deze persoon is geboren ten jare 1779, heeft eene vrouw welke thans hoogzwanger is en twee kinderen in leven, respectievelijk tien en zes jaren oud, welke beiden zijn gevaccineerd. De vrouw kan spinnen, en alle de getuigenissen welke aan de Subkommissie zijn medegedeeld doen het huishouden zeer waardig voorkomen om een deel der kolonie uittemaken. De Subkommissie voegt ter meerdere illucidatie hiernevens de haar door den aspirant (welke niets heeft verlangt dan te worden aangenomen) overgelegde stukken met verzoek om dezelve na gebruik te mogen terug ontvangen.

Bijgevoegd:

Voor den Armen
Regenten van de Roomsch Catholijke armen der stad S'Gravenhage verklaren dat J. Tersmet ten van beroep arbeider en wonende alhier, bij hun bekend is als iemand van een goed, onbesproken en werkzaam gedrag, dat hij zich met zijn huisgezin in eene behoeftige omstan digheden bevindt, waardoor hij aanspraak heeft op de aanstaande winterbedeling, die van wege regenten voormeld, aan de behoeftigen zal worden uitgedeelt.
S'Gravenhage 26 september 1818
namens Regenten voormeld,
P. de Munninck

Ik ondergetekende H.J. van Beiersbergen woonende S-G no. 446 getuigen hier meeden dat den persoon J. de Smetten gedurende de tijd die heij beij hem gearbeid heeft als een nugter getrou en flijtig werkman zig gedragen heeft.
H.J. van Beiersbergen, koopman in den Haag"

Voorts nog een bericht van de wijkmeesters van wijk B dat het gezin in het huis no. 415 gewoond heeft en zich altijd braaf gedragen heeft. Daarnaast twee bewijzen van vaccinatie van de kinderen. In het bericht van de wijkmeesters staat de naam van een dochtertje, Maria Alida geboren 1815, doorgestreept.
NB: Dit briefje van de wijkmeesters is afgedrukt in Kloosterhuis, pagina 149.

Uit het contract tussen de Maatschappij en schipper Breijder dd 3 november 1818: ten einde daar in te 's Gravenhage intenemen het huisgezin van J. Tersmetten, sterk vier hoofden, mitsgaders zoo veele meubilaire en andere goederen als bij de vragtlijst zijn gespecificeerd.

Brief uit Leiden van R. Scherenberg, die de spinmaterialen heeft verscheept, dd 5 november 1818: De persoon van Johannes Ter Smette welke zich met zijn huisgezin als kolonist op het schip bevondt, heeft zich bij mij vervoegd, te kennen gevende dat hij met de ontvangene ƒ5"10. voor zijne verteering gedurende de reis onmogelijk tot konde komen. Om de ontstaane vertraging, daar dien het schip eerst heden morgen van hier heeft kunnen vertrekken, ik heb derhalve gemeend, hoewel daar niet toe geautoriseerd zijnde, hem met ƒ3.- te moeten assisteeren, waar van ik kwitantie genomen heb en dit op mijne voorschot in rekening genotteerd.

Uit een brief van Benjamin van den Bosch dd 20 januari 1819: Het huisgezin van Ter Smetten heeft mij verzogt aan de Kommissie voor te willen stellen, of zij de kolonie zouden mogen verlaten. Zijne famille wil zijne kinderen bij zich nemen en hen in goede omstandighe den plaatsen. Dewijl zij thans overtuigd waren dat hij in behoeftigen omstandigheid verkeer den; t geen zij vroeger slechts als voorwendsels ter bereiking van zeker oogmerk hadden beschouwd etc. Het is een goed en werkzaam huisgezin: dat ik gaarne in de kolonie had behouden. De vrouw is wel een weinig lastig, maar de man is een zeer goed en ijverig arbeider.

Uit de notulen van de pc dd 31 januari 1819: Brief van den Direkteur uit de kolonie van 31 januari 1819 accusserende de receptie van brieven en mandaten. Berichtende dat Ter Smettenblijven wil, mits zijn dochtertje naar 's mans broeder den pastoor in Noordholl. ter inwoning gez.: vragende voorts ƒ 12 voor reiskosten van dat kind: (...)
Besloten, aan Ter Smetten het verzoek gaaf te accordeeren, als ook de ƒ 12 reisgeld voor het kind op reize.

De ongelukken van Leendert en zijn vader uit begin 1820 zijn helemaal in het boek beschre ven (bladzijde 215-216), zie
voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files.

Gezinsuitbreiding in april 1822: Vledder, geboorteakte, 13 april 1822, aktenr. 20
Kind: Kornelia ter Smette, geboren te Frederiksoord (Vledder) op 12-04-1822, dochter van Johannes ter Smette, beroep: arbeider; oud: 38 jaren, en Antje Kornelis Olieroek, oud: 39 jaren.

Een misstap, uit een brief van Wouter Visser dd  7 juli 1822:
     Eindelijk ontvangt de Permanente Kommissie hiermede berigt, dat de kolonist ter Smette uit kol. no.1, aan wien de zilveren medaille was verleend, zich op eene onbetamelijke wijze heeft bedronken; dat hij ten gevolge daarvan is gebragt voor de Raad van Opzieners in de kolonie, welke Raad heeft ver meend aan ter Smette het dragen der medaille provisioneel te moeten ontzeggen, en de Permanente Kommissie te verzoeken, dat zij gelieve te bepalen, of aan hem de medaille geheel moet worden ontnomen, dan of dit slegts voor een bepaalde tijd behoort te zijn;
   ik neem de vrijheid mijn gevoelens hier omtrent der Permanente Kommissie mede te delen, hier in bestaande dat, aangezien ter Smette zich anders door een braaf en zedelijk gedrag onder scheid en zoover mij bekend is, geen gebruik maakt van sterke drank; het dragen der medaille na 14 dagen of een maand aan hem weder mogt worden toegestaan.

Uit een brief van Wouter Visser dd 20 december 1823:
     Te Veenhuizen zullen spoedig zeven en te O.S. vier boerenwoningen gereed zijn, bestemd om door meest oppassende en bekwame kolonisten uit de vrije kolonien te worden bewoond; ten gevolge daar van heb ik de eer te vragen authorisatie tot en overplaatsing van zodanige kolonisten welke op deeze bevoerdering een billijke aanspraak hebben verkregen: in de veronderstelling, dat deze verplaatsing door de Perm. Komm. wel zal worden geapprobeert, zullen eerstdaags naar de O.S. vertrekken uit kol. N1 Gerards & ter Smetten,

Volgens het stamboek Ommerschans is het 23 december 1823 dat Tersmetten en zijn gezin als "bouwman", dus vrijboer, op een boerderij bij de Ommerschans komen..

Hij wordt genoemd bij de vrijboeren op de pagina Ommerschans.

Volgens de rode boeken van Kloosterhuis verzoekt Tersmetten om ontslag in 1827; hij kan in Holland werk krijgen en zijn brood verdienen