Teunis Verboom en Hendrika van der Linden komen in 1821 uit Dordrecht naar de kolonie, van hun vijf kinderen kiezen drie er voor in de kolonie te blijven

De kolonistendatabase telt maar liefst 45 personen met de achternaam Verboom. Die stammen allemaal af van de Teunis Verboom die in 1821 met echtgenote Hendrika van der Linden en vier kinderen vanuit Dordrecht naar de kolonie kwam. Er blijken generaties lang een heleboel kinderen Verboom te zijn die zelf ook kiezen voor het koloniale bestaan.


Goed, Dordrecht dus. Die plaats levert enorm veel bewoners van de vrije koloniŽn op basis van het contract waarmee burgemeesters en wethouders in 1820 hun weeshuis legen. Maar er is ook een subcommissie van weldadigheid Dordrecht en er zijn Dordtenaren die contribuerend lid van de Maatschappij zijn en dus mag de stad ook een gezin plaatsen 'uit de contributie'. Zie een uitleg van dat begrip op deze pagina.

Op reis

Het wordt aangetekend in de 'Staat van de gedesigneerde Huisgezinnen in komputatie der Kontributie te vestigen in het voorjaar 1821', invnr 1395, waarvan geen scans zijn en dat dus alleen in het archief is in te zien.

Op 30 mei 1821, invnr 57 scan 456, stuurt Dordrecht de lijst van het gezin. Die zit er niet meer bij, alleen in de samenvatting op scan 457 wordt de naam Verboom genoemd.

Op 6 juni 1821, invnr 57 scan 527, meldt de kassier van de Maatschappij Petrus Ameshoff in Amsterdam, dat hij het gezin bij aankomst zal doortransporteren richting de kolonie, en op 7 juni 1821 schrijft Dordrecht, invnr 57 scans 537-537, dat ze die nacht het gezin Verboom op een schip via Gouda naar Amsterdam zullen zetten, gelijk met een lading weeskinderen en andere gezinnen, welk schip dan zaterdagmiddag in Amsterdam zal zijn, wat mooi uitkomt omdat die avond het beurtschip naar Blokzijl vertrekt.

Wilhelminaoord

Op de aankomststaat van 10 juni 1821, invnr 1343 (geen scans), staan in totaal 59 personen uit Dordrecht, waaronder dus:


De 4 in de eerste kolom wil zeggen dat ze gehuisvest worden in Wilhelminaoord wat dan kolonie 4 is. En in de rechterkolom staat dat ze hoeve 23 betrekken. Dat is ook het hoevenummer dat ze hebben op deze pagina. Er zijn uit die tijd van Wilhelminaoord geen stamboeken bewaard gebleven.

Ommerschans

Blijkbaar doet Teunis Verboom het als werker in de landbouw heel goed, want al na drie jaar bereikt hij het hoogste dat een kolonist kan bereiken: hij wordt per 11 mei 1824 hoevenaar op een van de grote boerderijen op het terrein van de Ommerschans. Ze bewonen hoeve nummer 10, zie de locatie op dit kaartje.

Ze staan ingeschreven in het stamboek van hoevenaars met invnr 1579. Klik bij bovengenoemde kaartje op 'spring naar eerste blad', vul dan in bij gezin het cijfer '12' en klik op 'spring' en je hebt een fotootje van die inschrijving en de transcriptie.

Uit dit stamboek en latere inschrijvingen neem ik de gezinsgegevens over, met de kanttekening dat geboortedata in de kolonieadministratie zelden juist zijn en altijd moeten worden gecheckt met officiŽle bronnen:

Gezinssamenstelling

Teunis Verboom is volgens die kolonieadministratie geboren 15 juni 1791 te Zegwaard (bij Den Haag, tegenwoordig een wijk van Zoetermeer), maar volgens zijn overlijdensakte op 15 juli. Hij is net als de rest van het gezin gereformeerd. Hij is getrouwd (12 december 1813 in Bergschenhoek) met

Hendrika van der Linden, geboren 5 november 1788 of 1789. De stamboeken melden de volgende kinderen, waar ik tussen haakjes al bijgezet heb of ze op de kolonie blijven of dat ze vertrekken:

Johannes Verboom, geboren 30 oktober 1815, maar dat moet 30 september zijn (blijft),
Gabriel Verboom, geboren 16 april 1817 (vertrekt),
Margaretha Verboom, geboren 29 januari 1821 (blijft),
Johannes Cornelis Verboom, geboren 19 oktober 1823 in Wilhelminaoord (vertrekt), en
Thijs Jacobus Verboom, geboren 6 januari 1827 op de Ommerschans (blijft).

Als hoevenaar

Invnr 85 scan 519 meldt dat Verboom op 15 mei 1827 op zijn hoeve heeft rondlopen 11 koeien, 5 stuks jongvee en 3 kalveren.

Maar... op 15 oktober 1827, invnr 87 scans 593-594, stuurt de directeur der koloniŽn aan de permanente commissie een stuk van de adjunct-directeur van de Ommerschans Harloff en merkt daarbij op: 'Betrekkelijk de bouwboer Verboom, neem ik de vrijheid de Permanente Commissie te adviseren dezelve zo al niet geheel te ontslaan, tenminste naar de gewone kolonie terug te brengen.'

Ontslag

Het stuk van Harloff is (nog) niet teruggevonden en daarom weet ik niet of Verboom iets heeft fout gedaan en zo ja wat, of dat het gezin zelf van de kolonie weg wil. Het ontslag gaat, met enige vertraging, wel door:

Op 1 januari 1828, invnr 89 scan 35, stuurt de directeur de  rekening van 'de bouwboer Verboom' in en daarna meldt het hoevenaarsgedeelte van het stamboek van de Ommerschans met invnr 1584 (geen scans) dat het gezin per 14 februari 1828 is ontslagen.

Spijtoptant

Waar ze daarna uithangen weet ik niet (ik denk Dordrecht), maar het is niet van harte en na twee jaartjes schijnt Teunis Verboom een brief geschreven te hebben waarin hij vraagt om weer in de kolonie opgenomen te mogen worden. Op 17 maart 1830, invnr 103 de scans 239-240, schrijft de directeur der koloniŽn:

Ten aanzien van het verlangen om herplaatsing van het huisgezin van Teunis Verboom, uitgedrukt in de hierbij wedergezonden wordende stukken, welke UWEdG mij bij derzelver dispositie van den 12e dezer N12 hebben in handen gesteld, kan ik UWEdG berigten, dat dit huisgezin hier inderdaad bekend staat als een uitmuntend huisgezin, hetwelk toen het zich nog hier bevond, een der beste van kolonie N2 was.
Het was dan ook daarom, dat de man indertijd tot hoevenaar is bevorderd geworden, en het is evenzeer mogelijk dat slechts eenig gering verschil aanleiding tot zijn ontslag als zoodanig gegeven heeft;
om alle welke redenen de directie der vrije kolonien geen de minste zwarigheid vindt, hetzelve wederom in deze koloniŽn op te nemen, waartoe ik UWEdG alzoo dus wel kan adviseren.
Ofschoon de brief van Verboom van hier gedateerd is, heeft hij zich hier slechts eenige dagen opgehouden.

Terug als kolonist

Blijkbaar is Teunis Verboom dus vanuit zijn huidige verblijfplaats naar Frederiksoord gereisd om zich te oriŽnteren op een mogelijke terugkeer. Ik vermoed dat 'de hierbij wedergezonden wordende stukken' bestaan uit een brief van Verboom en een begeleidend schrijven van de subcommissie Dordrecht.

De permanente commissie neemt hierover een besluit op 26 Maart 1830 bij agendapunt N15. Dat moet in invnr 374 zitten, waarvan geen scans zijn en wat ik niet bekeken heb, maar er is goede kans dat zich daar ook die stukken bevinden. Anders zitten ze misschien bij 12 maart 1830 N12, dat in hetzelfde invnr zit.

In het designatieregister 1830, invnr 1395, wordt een plek op de kolonie toegewezen, met de aantekening: 'Dit gezin op deszelfs verzoek vroeger ontslagen is nu op nieuw gevestigd, met bepaling dat de rekening met de vroeger nagelaten schuld moet worden belast.'

Zijkamertjes

Op 24 april 1830 zijn ze er weer. Ze worden gehuisvest in hoeve 3 van Wilhelminaoord, zie de locatie op dit kaartje. Dat is aan de Westvierdeparten. Ze staan op scan 5 van het stamboek Wilhelminaoord met invnr 1354. Binnen een jaar wordt Teunis Verboom opnieuw bevorderd tot hoevenaar en op 5 januari 1831 gaan ze weer naar de Ommerschans.

De zitting van de kleine raad van 12 maart 1831 geeft wat aanvullende informatie over de hoeve waar de familie Verboom in Wilhelminaoord gewoond heeft. Voor de raad verschijnt:

Vrouw Coenrades, verzoekende met haar huisgezin, bestaande uit 8 zielen, overgeplaatst te worden in de openstaande hoef te voren door Verboom bewoond, waarin 2 zijkamertjes zijn, die in haar tegenwoordig huis niet gevonden worden. De huizen staan dicht bij elkanderen, de kamertjes zouden hen dienstbaar zijn, in de landerijen is geen verschil. Is alzoo toegestaan.

Visite

En de zitting van 14 mei 1831 is ook leuk. Dan verschijnt een ook uit Dordrecht afkomstige kolonistendochter die een paar huizen verder aan de Westvierdeparten woont, Grietje Pons(s)e, die het blijkbaar goed met de familie kan vinden, want Grietje vraagt de kleine raad verlof 'voor 8 dagen naar de Ommerschans, om Verboom te bezoeken'. De kleine raad geeft toestemming.

Weer naar de Ommerschans

Over een incident tijdens het overbrengen van het gezin Verboom en een ander gezin naar de Ommerschans, wordt door de begeleider van het transport verteld in invnr 111 scans 10 en 11, maar daar speelt Verboom geen belangrijke rol.

Ze bewonen opnieuw boerderij 10. Ze staan op folio 5 van het hoevenaarsregister met invnr 1580 en op folio 4 van het hoevenaarsgedeelte in invnr 1584. Van allebei zijn geen scans.

Volgens een brief van de directeur van 30 december 1831, invnr 120 scans 391 en 392, heeft Verboom in 1824 een zilveren medaille gekregen, hoewel hij op de lijst van medaille-ontvangers NIET voorkomt. De brief gaat over het ontvangen van de toelage die bij de medaille hoort en onduidelijk is hoe dit afloopt. Wel meldt de directeur tussen de regels door dat Verboom zich op de Ommerschans 'in alle opzigten uitstekend gedraagt'.

Als hoevenaar

In de post zitten een paar stukken die betrekking hebben op zijn tijd als hoevenaar:

■ Invnr 122 scan 273 is een 15 februari 1832 opgemaakt overzicht van wat er in 1832 verbouwd gaat worden. Heel interessant, maar moeilijk te begrijpen want er staat niet bij welke eenheden er gebruikt worden.

■ invnr 140 scan 383 meldt wat er in 1832 geoogst is en hoeveel daarvan boven of beneden de vooraf gemaakte 'tauxatie' was.

■ invnr 137 scan 319 is het aantal gestorven kalveren van 1 januari 1833 tot 16 juni 1833. Bij Verboom was dat er maar eentje, en in de laatste kolom staat dat hij er nog 6 heeft.

■ Invnr 139 scan 56 gaat op 6 september 1833 over de vraag of Gabriel Verboom op 16 of 17 april 1817 geboren is.

■ De sterkte van de bevolking van de Ommerschans op 25 september 1833 staat in invnr 140 op scan 445

■ Qua burgerlijke stand valt de familie Verboom onder het schoutambt Ommen, invnr 141 scan 175.

Het gaat weer mis

Maar dan gaat het weer mis en dit keer weten we wel wat er aan de hand is. Op 14 september 1833 schrijft de directeur een verslag over de Ommerschans, dat begint bij invnr 140 scan 216. Met daarin op scan 222:

De hoevenaar Verboom, die reeds eens van hier ontslagen is geweest, uit hoofde van een verschil met den voormaligen onderdirecteur, doch naderhand eerst weder in de gewone kolonien is opgenomen, en daarna te Ommerschans is herplaatst, heeft zich niet ontzien, om, op Zaturdag den 7 September jl, des avonds laat, een klein half mud rogge naar de vaart ter verkoop te brengen, alwaar hij door den zoon des onderdirecteurs is gezien en waarop het onverwijld gevolgde onderzoek den uitslag gehad heeft, dat hij zijne schuld bekende en de rogge is terug gehaald.
Hierop is dien hoevenaar, op zijne kosten, een veldwachter gezonden, tot bewaring der goederen van de Maatschappij en is hem den volgende dag al het afgedorschte graan ontnomen en de dorschvloer gesloten, terwijl, met mijn speciale goedkeuring, het gebeurde bij den Heer Officier van de regtbank is aangebragt, om, zoo mogelijk, Verboom geregtelijk te doen vervolgen, en de Maatschappij, voor het vervolg, voor diergelijke schade te hoeden.
Aangaande deze vervolging, welke ik bemerk, dat van een bijzonderen aard is, komt het mij voor, dat Verboom niet wel voor den kolonialen raad van tucht kan gebragt worden, maar lijdt het intusschen geen twijfel, of hij behoort uit zijne betrekking te worden ontslagen, welk voorstel ik mitsdien de eer heb, UwEdG bij deze te doen.

Geremployeerd

De permanente commissie praat hierover op 4 oktober 1833 N14 (het verslag moet in invnr 417 zitten) en schrijft aan de directeur, waarschijnlijk met de mededeling dat Verboom inderdaad als hoevenaar kan worden ontslagen. Maar de directeur reageert op 11 oktober 1833, invnr 141 scan 177-178:

Wat Verboom betreft, daarover ben ik min of meer in verlegenheid, daar hij noodwendig moet geremployeerd worden, om de werkzaamheden op zijne hoeve niet langer te doen stilstaan en de Regter nog geen uitspraak in zijne beschuldiging genomen heeft, hangende welk proces, hij niet wel naar Frederiksoord kan worden overgeplaatst en ook niet in de strafkolonie kan worden overgeplaatst, om dat hij niet voor den kolonialen Raad van tucht heeft te regt gestaan, ten ware UwEdG mogten goedvinden en mij gelasten, het huisgezin inmiddels eene plaats in de strafkolonie aan te wijzen..

Stukken hierover moeten zich bevinden bij de notulen van de permanente commissie van 1 november 1833, invnr 430 (geen scans). Later in oktober is er iemand gevonden die het werk op boerderij nummer 10 van de Ommerschans kan voortzetten en dan wordt het gezin Verboom uit de rangen der hoevenaars gehaald en overgebracht in de sterkte van de arbeidersgezinnen.

Naar Willemsoord

Per 29 oktober 1833 staan ze nu in het arbeidersgedeelte van invnr 1584 op folio 2. Niet voor lang. Blijkbaar komt er niets uit de gerechtelijke vervolging, want op 15 november 1833 wordt het gezin overgeplaatst naar de vrije koloniŽn.

Ze komen in Willemsoord hoeve 144, zie de locatie op dit kaartje. Dat is Willemsoord-Steggerda, het gedeelte van Willemsoord dat in Friesland ligt en valt onder de gemeente Weststellingwerf. Ze staan op scan 144 van het stamboek Wilemsoord van 1830 tot 1835 met invnr 1360 en op scan 145 van het stamboek 1835-1840 met invnr 1361.

Vertrek zoon Johannes

Zoon Johannes verlaat het ouderlijk nest. Hij treedt op 5 maart 1836 te Weststellingwerf in het huwelijk met de kolonistendochter Wilhelmina Lodewijk. Hun kinderen komen lager op de pagina, hier de vermelding dat ze per 12 maart 1836 worden geplaatst als kolonisten, met dank aan Dordrecht dat nog een hoeve over had.

Ze komen te wonen op hoeve 122, zie de locatie op dit kaartje. Dat is het gebiedje De Pol, dat twee jaar later 'de Jodenhoek' zal worden en waar nog later Johannes Verboom als wijkmeester de scepter over zal zwaaien. Ze staan op scan 123 van het stamboek Willemsoord met invnr 1361.

Het vervelende voor ons is dat er nu twee kolonistengezinnen Verboom in Willemsoord zijn, wat aanleiding kan geven tot allerhande verwarring. Maar daar wordt wat aan gedaan, dat duurt maar twee weken!

Verhuizingen

Op 26 maart 1836 wordt het 'oude' gezin Verboom overgeplaatst van hoeve 144 in kolonie 3 naar hoeve 2 in kolonie 1, Frederiksoord. Diezelfde dag trekt het gezin van Johannes Verboom in de net door zijn ouders verlaten hoeve 144 van kolonie 3. Er is dus nu een kolonistengezin Verboom (de ouders) in Frederiksoord en een gezin Verboom (Johannes) in Willemsoord.

Dat is makkelijker maar de kans op verwarring blijft groot en daarom ga ik ze uit elkaar trekken. Hier gaat het voorlopig alleen over de ouders Teunis Verboom en Hendrika van der Linden en hun overige kinderen. De jonge kolonist, later wijkmeester, Johannes Verboom doe ik verder op de pagina onder de rode streep.

Frederiksoord

We blijven dus bij de ouders in Frederiksoord. Een in juni 1836 geschetst kaartje, invnr 172 scan 326, geeft aan hoe de wijken zijn ingedeeld en tot welke wijk de woning van het gezin behoort. De volgende scan, 327, meldt dat Teunis Verboom gerekend wordt tot de valide kolonisten.

Ze wonen dus op hoeve 2 van Frederiksoord en daar BLIJVEN ze verder altijd wonen, zie de locatie op dit kaartje.

De familie staat vermeld op scan 3 van het stamboek Frederiksoord 1835-1841 met invnr 1349, op scan 3 van het stamboek Frederiksoord 1841-1848 met invnr 1350. en op scan 4 van het stamboek Frederiksoord 1848-1859 met invnr 1351.

■ Op 29 april 1836 gaat Gabriel Verboom in militaire dienst, hij zal daar pas zes jaar later weer uitkomen.

Pieter Duurman

Het gezin heeft de hele tijd interessante ingedeelden in huis, maar eentje pik ik er uit. Per 13 december 1836 wordt bij het gezin in Frederiksoord ingedeeld:

Pieter Duurman, geboren 14 februari 1817. Hij is een wees uit Hillegom en is door het bestuur van die plaats op 27 maart 1828 naar het kindergesticht te Veenhuizen gebracht. Hij staat met het weesnummer 68 op de scans van de wezenregisters met de invnrs 1571, 1410, 1411 en 1412.

Hij is op enig moment (er staat geen datum bij) overgegaan naar het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding te Wateren, meer over dat Instituut is te bereiken vanaf hier. In de kwekelingenregisters, waarvan nog geen scans zijn, staat hij met kwekelingennummer 13 in invnr 1584 en op folio 2 van invnr 1582.

Hij is aangesteld als schrijver in Frederiksoord voor twee gulden per week, wordt op 1 mei 1837 in die functie overgeplaatst naar Willemsoord (en vertrekt dan bij de familie Verboom), maar keert op 31 december 1837 al weer terug in Frederiksoord en bij het gezin. Pieter Duurman is volgens folio 11 van het personeelsregister met invnr 998 (geen scans) dan '1e adsistent van de boekhouder van kol 1' voor drie gulden per week. Hou de naam even vast!

Divers

De familie wordt vermeld op een staat van verdiensten en uitbetalingen, Invnr 178 scan 519, waar de directie vergeten is een datum op te zetten (het zal naar schatting ergens eind 1836 zijn) en die verder niet goed te begrijpen valt, maar er wel mooi uitziet.

Iets soortgelijks geldt voor de vermelding van de familie op de staat van verdiensten van 6 augustus tot 2 september 1837, invnr 188 scan 552, ingedeeld per sectie en per wijk. Heel veel cijfertjes die op zich niet veel zeggen, maar die misschien iets opleveren als je de werkprestaties van verschillende kolonisten met elkaar vergelijkt.

De 'mutatien in de invaliditeit' in de maand oktober 1837, invnr 188 scan 572, ingedeeld naar wijk en sectie, melden dat Teunis Verboom nog steeds wordt beschouwd als valide kolonist.

Vanwege de strenge vorst

Begin 1838 schijnt het ongemeen koud te zijn. De kleine raad behandelt elke week verzoeken van kolonisten die 'eene toelage verzoeken uit hunne reserve, daar het aan hun uitbetaalde niet toereikende is tot de noodigste behoeften in het huisgezin'. Ook als je rekening met de Maatschappij al rood staat, kun je vanwege de strenge vorst wat krijgen (wat daarna natuurlijk wel bij je schuld opgeteld wordt).

Het oude gezin Verboom in Frederiksoord krijgt bij de zittingen van de kleine raad van:
▪ 20 januari 1838, invnr 191 scan 317, É 0,45,
▪ 10 maart 1838, invnr 193 scan 56, É 0,90.

Daarna houdt het blijkbaar op met vriezen. Teunis Verboom is hiermee een van degenen die de minste steun nodig heeft, heel veel andere kolonisten krijgen bijna tien weken lang elke week een extraatje. Op deze overzichten staat ook hoeveel tegoed of schuld elk gezin heeft, zodat dat met elkaar vergeleken kan worden.

Een ontuchtig lied

Bij de raad van toezicht van Frederiksoord van 19 juli 1838, bijlage 12 op deze pagina, wordt gemeld dat de nu 14-jarige zoon Johannes Cornelis Verboom, die hier als alleen 'Cornelis' staat, en enkele leeftijdsgenootjes 'in de katoenweverij een ontuchtig lied gezongen hebben, waarin de R.K. Pastoor de heer van Dam, betrokken was'.

Dit voorval wordt verhaald in De strafkolonie pagina 266-267. De tuchtraad vindt het blijkbaar zeer ernstig want ze straft de jongens met acht dagen opsluiting in de strafkamer.

Sterrebos

Bij de raad van toezicht van Frederiksoord van 25 april 1839, bijlage 4 op deze pagina, wordt een Verboom opgeroepen als getuige en omdat het Frederiksoord is, is dat dus Teunis Verboom. Zo te lezen verklaart hij hier niks, maar bij de tuchtraad van 11 september 1839, zie deze pagina, verklaart hij wel dat een andere kolonist een dennenboom heeft omgehakt.

Teunis Verboom wordt hierbij 'boschwerker' genoemd, dus hij werkt vlakbij zijn woning in het heden ten dagen nog steeds bestaande Sterrebos.

Bedrijfsresultaten 1839

Invnr 223 scan 238 geeft een overzicht van de oververdienste (= wat je meer hebt verdiend dan je kost) en schuld van de kolonisten in Frederiksoord over het hele jaar 1839.

Het huishouden van Teunis Verboom heeft zowel aan het begin als aan het eind van het jaar geen schuld, per 1 januari 1839 heeft hij een tegoed van É 2,42 en een halve cent (maar ook al was het in die tijd best veel waard, aan halve centen doe ik verder niet) en per 31 december 1839 een tegoed van É 40,64. Dat zijn positieve cijfers.

Zwangerschap Margaretha Verboom

Margaretha Verboom gaat op 9 juni 1839 met drie maanden verlof om te proberen in de gewone maatschappij een baan te zoeken. Zie de regeling waar dat op gebaseerd is. Maar in haar geval is de datum pikant, want bijna exact negen maanden later zal ze bevallen.
Ze keert op 10 augustus 1839 alweer terug van haar verlof en daarna moet haar zwangerschap langzamerhand te zien zijn.

De hiervoor al genoemde ingedeelde bij het gezin Pieter Duurman deserteert op 28 december 1839 van de kolonie. Waarom dat is wordt duidelijk bij de zitting van de raad van toezicht van Frederiksoord van 10 januari 1840. Daarvan heb ik geen transcriptie, maar de samenvatting op deze pagina luidt: 'Margaretha Verboom, K1H2: zwanger door onzedelijke omgang met gedeserteerde bestedeling Pieter Duurman'.

Als de directeur op 21 januari 1840 het verslag van de tuchtzitting naar de permanente commissie stuurt, invnr 223 scan 204, meldt hij dat 'de schrijver Pieter Duurman, welke door Margaretha Verboom voor haren verleider wordt opgegeven, reeds den 28 December jl de kolonien heimelijk heeft verlaten.'

Verbanning Margaretha Verboom

De permanente commissie behandelt het tuchtverslag op 1 februari 1840.N17, invnr 498 (geen scans), en zij 'bekrachtigd de verwijzing van M. Verboom naar de strafkolonie op de Ommerschans'. Zo'n verwijzing is altijd voor onbepaalde tijd.

Blijkens dit overzicht komt Margaretha Verboom op 11 februari 1840 in de strafkolonie aan. Zij bevalt daar van:

Teunis Verboom, geboren 7 maart 1840 op de Ommerschans, en dus zoon van Pieter Duurman en Margaretha Verboom.

Op 11 oktober 1841, na een kleine twee jaar, mogen Margaretha en zoon Teunis weg van de strafkolonie en trekken ze weer in bij de familie op hoeve 2 van Frederiksoord.

Touwtjes aangehaald

Na 1842 als de koloniŽn erg afhankelijk zijn geworden van overheidssteun en een gecommitteerde der regering alle vergaderingen van de permanente commissie bijwoont en streng toeziet, worden de financiŽle touwtjes aangehaald. Zo MOET elke vrije kolonist elk jaar de landhuur van 50 gulden betalen, waarbij men met een schuin oog kijkt naar de betreffende subcommissie of die dat niet uit haar contributies wil betalen.

De stand per 1 juli 1843 staat in invnr 280 scan 594. Teunis Verboom heeft geen schuld en een tegoed van É 75,86.

De stand per 30 juni 1844 staat in invnr 295 scan 868. Teunis Verboom heeft geen schuld en een tegoed van É 73,40. Vermeld wordt met potlood 'vrijwillige bijdrage Dordrecht', wat volgens mij betekent dat Dordrecht uit de door haar opgehaalde contributies de 50 gulden landhuur heeft betaald.

De stand per 30 juni 1845 staat in invnr 309 scan 729. Teunis Verboom heeft geen schuld en een tegoed van É 93,37. Vermeld wordt met potlood 'vrijwillige bijdrage Dordrecht'.

Omzwervingen Gabriel Verboom

Op 25 juli 1842 keert Gabriel Verboom terug uit militaire dienst. Daarna gaat hij als extra arbeidskracht op 3 november 1842 naar boerderij nummer 12 bij de Ommerschans. Hij staat op folio 5 van het hoevenaarsregister met invnr 1582 (geen scans) als inwonend bij de hoevenaar Jannes Nieuwenhuis en diens echtgenote Neeltje Olie.

Op 1 september 1844 wordt Gabriel overgeplaatst naar boerderij nummer 16, op folio 4 van hetzelfde register. Bij de hoevenaar Jan Mulaard en diens echtgenote Johanna Hazeloop. Waarna Gabriel op 28 januari 1845 terugkeert op het ouderlijk nest in hoeve 2 van Frederiksoord.

Vertrek dochter Margaretha Verboom

Als hierboven gezegd komen dochter Margaretha Verboom en kleinzoon Teunis Verboom op 11 oktober 1841 uit de strafkolonie en vanaf dat moment wonen ze bij het gezin.

Maar een maand later, op 30 november 1841, arriveert een nieuw kolonistengezin, dat van Matthijs Julius Hobus en Clasina de Kuijper uit Amsterdam. Laatstgenoemde overlijdt na zeven maanden kolonie, op 21 juni 1842.

Volgens de kolonistendatabase werkt Matthijs Julius Hobus op de kolonie als assistent van de boekhouder en blijkbaar heeft Margaretha Verboom iets met die functie (zie boven bij Duurman), want het raakt aan en op 18 december 1842 trouwt ze met Hobus en gaat ze bij hem op de hoeve wonen als kolonistenvrouw. Dat haal ik om het simpel te houden verder hier ook weg en de verdere koloniale belevenissen van Margaretha staan onderaan de pagina.

Naam Thijs Jacobus

De Maatschappij weet al lang dat een kolonieadministratie die is gebaseerd op mondelinge uitspraken van kolonisten en op notities van notabelen in de plaatsen van herkomst al-les-be-hal-ve deugdelijk en betrouwbaar is, en neemt daar maatregelen tegen.

■ Op 13 januari 1843 maakt de directie een lijst van jongeren voor wie geboorteaktes moeten worden opgevraagd, invnr 273 scan 135. Over Thijs Jacobus Verboom zijn de kolommen 'geboortedatum volgens het stamboek' en 'geboortedatum volgens de ouders' het roerend eens.

■ De geboorteakten in de directe omgeving worden door de directie zelf opgevraagd. Het resultaat staat in invnr 276 scan 106. Voortaan staat hij niet meer in de boeken als Matthijs Jacobus maar overeenkomstig de akte als Thijs Jacobus.

Militaire dienst

Op 21 mei 1843 gaat Johannes Cornelis Verboom in militaire dienst. Hij keert daarvan terug op 9 september 1843.

Johannes Cornelis, die in de wandeling vaak gewoon Cornelis lijkt te heten, en Thijs Jacobus, die vaak als alleen Jacobus wordt aangeduid, hebben niets te maken met de loting voor de dienstplicht in 1844, want die loting is in het jaar dat je negentien wordt en dat is voor Johannes Cornelis al geweest en moet voor Thijs Jacobus nog komen.

Maar toch zijn ze er, blijkens de raad van toezicht van Frederiksoord van 18 april 1844, bijlage 2 op deze pagina, bij als een aantal koloniejongens in Meppel heeft geloot.

Aangevallen en geslagen

Na die loting hebben ze zich te Meppel laten vollopen en dat heeft bij terugkomst problemen veroorzaakt. Een kolonist komt klagen dat hij en zijn zwager door de jongens zijn 'aangevallen, en geslagen'. Een jongen had hem 'bij den nek genomen', Johannes Cornelis had hem geschopt, 'meer heeft hij, daar het avond was en allen hem aanvielen, niet kunnen onderscheiden'.

De jongens zeggen dat zij de mannen per ongeluk 'voor boeren gegroet' hadden en dat is blijkbaar heel erg. Van de behandeling bij de tuchtraad, hoger op dezelfde pagina, heb ik geen transcriptie, maar uit de samenvatting blijkt dat Johannes Cornelis acht dagen cel krijgt en Thijs Jacobus vijf dagen moet zitten.

Vertrek Gabriel Verboom

Gabriel Verboom, die op 28 januari 1845 is teruggekeerd van de Ommerschans (zie boven), gaat op 12 april 1845 met ontslag weg van de kolonie en het ouderlijk huis. Hij komt tussentijds nog wel eens terug (zie verderop bij 'Brooddiefstal'), maar trouwt een aantal jaren later te Almelo en zal in die stad altijd blijven wonen.

Bij de raad van toezicht van Frederiksoord van 9 mei 1845, bijlage 3 op deze pagina, blijkt dat Johannes Cornelis Verboom werkt als assistent bij de katoenweverij. Hij wordt samen met twee andere assistenten door een kolonistenzoon uitgemaakt voor 'drie groote smeerlappen'.

Vertrek Johannes Cornelis Verboom

Johannes Cornelis gaat opnieuw in militaire dienst op 24 augustus 1845 en is alweer terug op 8 oktober 1845.

Thijs Jacobus gaat in militaire dienst op 8 mei 1847 en is 4 augustus 1847 weer terug.

Op 7 maart 1848 gaat Johannes Cornelis Verboom met ontslag weg van de kolonie. Hij treedt enkele jaren later in het huwelijk te Goor en werkt daar als wever.

Brooddiefstal en vertrek Thijs Jacobus

Bij de raad van toezicht van Frederiksoord van 18 april 1849, bijlage 1 op deze pagina, blijkt dat Gabriel Verboom bij zijn ouders op visite is. Hij betrapt eenmeisje dat brood van de familie steelt.

De laatste die nog thuis woont, Thijs Jacobus Verboom, gaat ten tweede male in militaire dienst op 13 maart 1848 en keert weer terug op 18 oktober 1848. En dan treedt ook hij in het huwelijk, op 22 mei 1850, met de kolonistendochter Johanna Krabshuis. Ze worden kolonist, maar omdat je op deze pagina al helemaal simpel wordt van alle Verbooms doe ik hun kinderen en geschiedenis op de pagina van zijn vrouw.

Leeg nest

Om het lege nest-syndroom bij Teunis Verboom en Hendrika van der Linden te bestrijden stopt de koloniedirectie her huis helemaal vol met ingedeelden.

De inschrijving loopt door in het stamboek met invnr 2999. Daar staat genoteerd dat op 20 februari 1862 de stamvader-in-koloniale-zin Theunis Verboom overlijdt. Zoon Thijs Jacobus Verboom en zijn gezin komen dan op 28 februari 1862 in de hoeve wonen en nemen moeder Hendrika van der Linden als ingedeelde in huis. Maar op 4 mei 1862 verkast die naar de hoeve van dochter Margaretha en haar man Hobus, waar Hendrika van der Linden weduwe Verboom inwoont tot ze op 11 september 1863 overlijdt.




Johannes Verboom is 5 jaar als hij als kolonistenzoon aankomt, 20 als hij kolonist wordt en 25 jaar als hij als wijkmeester wordt aangesteld

Johannes Verboom, geboren 30 september 1815, is in 1821 met zijn ouders, drie broers en ťťn zus, in de koloniŽn gekomen en we waren gebleven bij de verhuizing op 26 maart 1836 van hem en zijn echtgenote naar de hoeve waar eerst zijn ouders woonden, hoeve 144, zie de locatie.

Stamboeken

Ze staan zo vaak vermeld in stamboeken, dat ik er maar een schemaatje van gemaakt heb:

invnr
scan
data
hoevenr
1361
123
vanaf 12 maart 1836
122
1361
145
vanaf 27 maart 1836
144
1362
148
--
144
1362
26 vanaf 22 juni 1841 24
1362
27
vanaf 12 november 1841 25
1363
28
--
eerst 25, na 1853 34
1363
83
vanaf 10 november 1855 90
3013
24

90
3014
15

90 / 353
3015
24

90 / 353
3016
24

353
3017
24

353
3018
24

353


Vanwege de strenge vorst

Maar nu terug naar de chronologie. Begin 1838 schijnt het ongemeen koud te zijn, zie het stukje hierover hoger op de pagina met hetzelfde tussenkopje. Ook Johannes Verboom in Willemsoord krijgt extra ondersteuning.

Hij krijgt bij de zittingen van de kleine raad van:
▪ 3 februari 1838, invnr 192 scan 37, É 0,50,
▪ 10 februari 1838, invnr 192 scan 43, É 1,50,
▪ 17 februari 1838, invnr 192 scan 49, É 1,32.
▪ 24 februari 1838, invnr 192 scan 57, É 1,32,
▪ 3 maart 1838, invnr 193 scan 54, É 1,32,
▪ 10 maart 1838, invnr 193 scan 61, É 1,30.

Daarna houdt het blijkbaar op met vriezen. Op deze overzichten staat ook hoeveel tegoed of schuld elk gezin heeft, zodat dat met elkaar vergeleken kan worden. De stand van de rekening van Johannes Verboom is best florissant.

Om dat met de stand van zijn rekening af te maken gelijk de andere aangetroffen notities:
Die per 1 juli 1843 staat in invnr 280 scan 598. Bij Johannes Verboom is niets genoteerd.
De stand per 30 juni 1844 staat in invnr 295 scan 873. Johannes Verboom heeft een schuld van 64 cent.
De stand per 30 juni 1845 staat in invnr 309 scan 733. Johannes Verboom heeft geen schuld en een tegoed van É 5,29.

Bedrijgingen

De raad van toezicht van Willemsoord van 22 juni 1838, bijlage 1 op deze pagina, maakt melding van een minder leuke ervaring van Johannes Verboom te Willemsoord. Het gaat over de kolonist Sprang, 'die des avonds bij den kolonist Verboom beschonken is aangekomen, en met de grootste bedrijgingen laatstgenoemde het huis heeft weten uit te krijgen en in zijn dronkenschap ook de buren heeft doen vrezen dat hij bij hun zou komen'.

De situatie wordt gedeŽscaleerd door de plaatselijke wijkmeester. Bij de behandeling in de tuchtraad, hoger op die pagina, krijgt kolonist Sprang vier dagen cel opgelegd.

Johannes Verboom wijkmeester

Dan wordt de nog jonge Johannes Verboom aangesteld als wijkmeester. Er zijn twee tegenstrijdige notities:
▪ Volgens folio 25 van het personeelsregister met invnr 998 wordt het besluit over de aanstelling genomen door de permanente commissie op 26 mei 1841 N23 (moet in 515 zitten, vermoedelijk mťt een gemotiveerde voordracht door de directeur) en staat als loon genoteerd 3 gulden per week.
▪ Volgens het mapje '1842' van de personeelsregisters in invnr 1007 is het besluit genomen op 27 oktober 1840 (moet in invnr 508 zitten) en verdient hij 5 gulden per week.

Volgens mij is het loon inderdaad 5 gulden (want dat verdienen de meeste wijkmeesters) en is het besluit genomen 26 mei 1841, want de aanstelling is per 22 juni 1841 op dezelfde dag dat wijkmeester Jan Verhagen wordt overgeplaatst van Willemsoord naar Wilhelminaoord zodat er een plek in Willemsoord vrijkomt.

De gevolgen

Het heeft wel de nodige gevolgen:

■ Er moet verhuisd worden, want een wijkmeester moet wonen in de buurt van de wijk die hij bestiert. Op 22 juni 1841 gaan ze van hoeve 144 (scan 148 van invnr 1362) naar hoeve 24 (scan 26 van invnr 1362), zie de locatie op dit kaartje, en op 12 november 1841 gaan ze naar de daar vlakbij gelegen hoeve 25 (scan 27 van invnr 1362). Daar blijven ze wonen, zie de locatie op dit kaartje.

■ Als wijkmeester zit Johannes Verboom vaak bij de raad van toezicht van Willemsoord, bijvoorbeeld 3 juni 1842 en 2 september 1842, maar ook regelmatig in 1844 en bijvoorbeeld op 6 mei 1846, 25 november 1846, 29 december 1846, 5 september 1848, 22 april 1854 en nog vaker. Wie dat op een rijtje wil hebben, moet vanaf hier alle zittingen doorlopen.

■ Maar er volgt ook een onafgebroken stroom conflicten met kolonisten. Er zijn weinig wijkmeesters geweest die zo vaak mot hebben als Johannes Verboom. Van het eerste conflict heb ik geen transcriptie, alleen een onduidelijke vermelding bij 19-12-1842 op deze pagina. Maar er volgt meer:

Kolonist Spel versus de wijkmeester

De kolonist Jan Spel is bij de tuchtraad van 8 februari 1843 - zie hier - veroordeeld tot degradatie als arbeidershuisgezin in Veenhuizen. Hij protesteert daartegen in een brief aan de permanente commissie dd 11 februari, invnr 271 de scans 122-123 met de adressering op scan 224. Daarin schrijft hij, doorspekt met uitroeptekens, onder andere:

De oorzaak ! waar door de haat tegen hem wordt uitgevoerd is ! om hij in het afgelopen jaar een wijkmeester genaamd Verboom had beschuldigd, van tersluiks bij de nacht rogge had vervoerd die de Maatschappij toebehoorde en verkogt had !! en dus dieverij was.
Ook weet hij aan te toonen waar hij dezelve verkogt had !!!
Maar men heeft hem niet wille koomen waar door genoemde wijkmeester niets onbeproeft laat hem en zijn vrouw in 't ongeluk te storte.

Het protest van Spel is tevergeefs, op 14 maart 1843 worden Spel en zijn vrouw overgeplaatst naar Veenhuizen.

Smeerlap

Bij de raad van toezicht van Willemsoord van 1 augustus 1843, bijlage 4 op deze pagina, wordt binnengeroepen de 16-jarige

Marcus Abraham, zoon van den Kolonist Boas, die den wijkmeester voor een Smeerlap heeft gescholden: hij bekend zulks en beloofd zoo iets niet weer te zullen doen, doch om het voorbeeld dient hij gestraft te worden.

Bij de behandeling bij de raad van politie en tucht in de Gewone KoloniŽn, hoger op de pagina, blijkt het Johannes Verboom te zijn die voor smeerlap is uitgemaakt. Het levert de kolonistenzoon Boas drie dagen opsluiting in de strafkamer op.

Schelden-1

Bij de raad van politie en tucht in de gewone kolonien van 25 juli 1844, zie hier, blijkt dat de wijkmeesters in Willemsoord het over het algemeen zwaar te verduren hebben. Bij puntje 2 blijkt wijkmeester Klijzing uitgescholden, bij puntje 5 is de wijkmeester Van Agteren beledigd en hoewel het er niet bij staat blijkt uit mijn aantekeningen dat puntje 4 gaat over het beledigen van wijkmeester Johannes Verboom.

Volgens die aantekeningen doet Verboom bij de raad van toezicht van Willemsoord van 24 juli 1844, de grotendeels niet getranscribeerde bijlage 1 op dezelfde pagina, aangifte van belediging door twee joodse kolonisten Broekman en Nordt. Die komen echter zowel bij de raad van toezicht als bij de tuchtraad niet opdagen, want de rabbijn heeft in bijlage 2 gezegd dat ze 'godsdienstuige verplichtingen' hebben, het zijn joodse feestdagen.

Schelden-2

Daardoor wordt de behandeling uitgesteld tot de tuchtraad van 17 oktober 1844, zie hier. De kolonist 'M.G. Broekman, welke den wijkmeester Verboom zoude hebben beledigd en gescholden', krijgt drie dagen opsluiting. De kolonistenzoon Meijer Joseph Nordt, die voorkomt 'wegens ongehoorzaamheid en brutaliteit tegen den wijkmeester Verboom', is tegenover de tuchtraad ook nog eens brutaal en krijgt daarom acht dagen opsluiting aan de broek.

Waar zijn de wortelen?

Als ze je niet uitschelden, dan stelen ze van je. Twee zoons van de kolonist Mozes Hartog Bremer moeten verschijnen voor de raad van toezicht van Willemsoord van 15 juli 1846, bijlage 4 op deze pagina, omdat ze 'bij den wijkmeester Verboom wortelen uit den tuin gestolen hebben'. De raad, waar Johannes Verboom zelf zitting in heeft, meldt dat de 'kleine ondeugden volhouden het niet gedaan te hebben'.

Dat doen ze ook bij de tuchtraad, hoger op dezelfde pagina, en die schenkt daar geloof aan en houdt de jongens voor onschuldig. Zodat onduidelijk blijft waar de wortelen van de wijkmeester gebleven zijn.

Heterdaadjes

De raad van toezicht van Willemsoord van 28 oktober 1846, bijlage 7 op deze pagina, geeft spannende verslagen van de avondlijke activiteiten van wijkmeester Johannes Verboom als hij probeert kolonisten te betrappen die aardappelen zouden willen verkopen. Bij de ene kolonist staat hij om zeven uur 's avonds door het schuurraampje te gluren, bij de andere om negen uur.

Of het daarna echt heterdaadjes zijn wordt niet steeds door alle betrokkenen erkend. Bij de behandeling bij de tuchtraad, hoger op de pagina, blijkt een van de gezinnen al te zijn gedeserteerd. Bij de andere is de raad 'van oordeel, dat de verklaring van den wijkmeester geloof verdient' en wordt het kolonistengezin veroordeeld tot verbanning naar de strafkolonie.

Er kunnen meer kwesties geweest zijn, maar de verslagen van latere tuchtzittingen zijn nog lang niet allemaal teruggevonden. Het wordt eerst tijd om te noteren wat de stamboeken te melden hebben over de:

Gezinssamenstelling

Johannes Verboom, die in de stamboeken gewoon als Jan staat, gegevens zie boven, is op 5 maart 1836 getrouwd met:

Wilhelmina Lodewijk, die in de stamboeken als Willempje staat, geboren 27 september 1814, dochter van de kolonist Jan Lodewijk en Fennigien Jans Koopmans, welk echtpaar nu alleen nog op de pagina Hoogeveen staat, maar die later een eigen pagina krijgen. De boeken vermelden de volgende kinderen van het echtpaar Verboom-Lodewijk, de eerste drie geboren in hoeve 144, dus vallend onder de burgerlijke stand van Weststellingwerf, de anderen ingeschreven in Steenwijkerwold:

Teunis Verboom, geboren 18 augustus 1836 (stond eerst als 17 augustus in de stamboeken, maar wordt bij besluit van 2 augustus 1852 N1, moet in invnr 731 zitten, verbeterd naar 18),
Fennigje Verboom, geboren 21 oktober 1838,
Hendrikus Verboom, geboren 29 mei 1841, maar hij overlijdt al 15 december 1841,
Hendrika Verboom, geboren 24 april 1843,
Jan Verboom, geboren 9 april 1846,
Gabriel Verboom, geboren 3 oktober 1848,
Klaas Verboom, geboren 13 februari 1851 en
Cornelis Verboom, geboren 1 maart 1854.

Gebeurtenissen

■ Vanaf 14 oktober 1848 krijgen ze de ouders van Willempje in huis, Jan Lodewijk en Fennigje Jans Koopman. Haar vader overlijdt 15 november 1849.

■ Per 1 januari 1853 wordt de hoeve met nummer 25 omgenummerd tot hoeve nummer 34.

■ Op 27 oktober 1855 overlijdt wijkmeester Johannes Verboom op 40-jarige leeftijd.

■ Daarna moet het gezin de wijkmeesterwoning uit. Op 10 november 1855 verhuist Willempje Lodewijk weduwe Verboom met haar moeder en haar zeven kinderen naar hoeve 90 van Willemsoord, zie de locatie op dit kaartje.

De eerste vertrekkers

■ Zoon Teunis Verboom gaat 1 april 1856 in militaire dienst en keert daarvan terug op 3 oktober 1856.

■ Dochter Fennigje Verboom gaat op 5 mei 1857 met drie maanden groot verlof om te proberen in de gewone maatschappij een baantje te vinden. Zie de regeling waar dat op gebaseerd is. Het lukt niet en ze keert 16 mei 1857 alweer terug op het moederlijk nest.

■ Daarna vertrekt Teunis Verboom op 7 maart 1859. Hij trouwt later in dat jaar met de kolonistendochter Jenneke van Agteren, net als hij een kind van een wijkmeester, en hij blijft dicht bij de kolonie te Steenwijk wonen.

■ Op 17 juli 1860 vertrekt de moeder van Willempje en gaat ze terug naar de plaats waar ze 40 jaar eerder vandaan was gekomen, Hoogeveen.

Hertrouwen

Op 28 december 1860 hertrouwt Willempje Lodewijk weduwe Verboom met:

Klaas Willemse Vreeling, geboren 27 oktober 1816, zoon van de kolonist Willem Vreeling uit Monnickendam en Klaartje Hartwijk, voor welk kolonistenechtpaar al wel een pagina gereserveerd is, maar nog niet gevuld). Hij is getrouwd geweest met Johanna Lodewijk, een zus van Willempje, in 1856 overleden, en hij neemt uit dat huwelijk twee kinderen mee:

Jan Vreeling, geboren 22 november 1847, en
Aaltje Vreeling, geboren 7 juli 1851.

Vertrekkende dochters

■ Op de dag van het huwelijk van haar moeder, dus 28 december 1860, verlaat dochter Fennigje Verboom met ontslag de kolonie. Zij trouwt augustus 1861 met de kolonistenzoon Thomas Cornelis den Ouden en woont daarna te Leiden.

■ Op 4 december 1865 vertrekt Hendrika Verboom van de kolonie zonder toestemming te vragen, ze deserteert. Ze trouwt een paar jaar later de kolonistenzoon Jan Kramer en blijft een tijd in de buurt wonen tot ze naar Renkum gaat waar haar man veldwachter is.

Volgens het stamboek met invnr 3015 gaan Jan Verboom en Jan Vreeling allebei op 6 mei 1867 als plaatsvervanger in militaire dienst. Jan Vreeling is november 1868 weer terug, Jan Verboom op 23 januari 1869. Volgens stamboek 3016 gaan ze 20 juli 1870 weer allebei in dienst en komen ze 28 september 1870 weer terug, maar het is de vraag of de klerk die de boeken bijhoudt de twee jongens wel uit elkaar kan houden...

Meer uitvliegers

■ Op 15 augustus 1872 wordt Jan Verboom formeel ontslagen. Hij is dan rijksveldwachter te Steenwijk en gaat op 22 oktober 1873 in die functie naar Zorgvlied. Hij trouwt vervolgens met de kolonistendochter Remptje Klijzing, die net als hij kind van een wijkmeester is.

■ Op 31 oktober 1872 wordt Aaltje Vreeling 'gehuwd ontslagen' als ze is getrouwd met de kolonistenzoon Klaas Kramer.

■ Op 4 oktober 1873 wordt Gabriel Verboom 'gehuwd ontslagen' als hij is getrouwd met de kolonistendochter Engel Helena Schmidt (zie over haar grootvader Johan Andries Schmidt bij hoeve 68 op deze pagina). In 1881 krijgen zij een koloniale hoeve en maakt Gabriel Verboom deel uit van de derde generatie Verboom die kolonist is (maar ietsje later dan zijn broer Cornelis, zie verderop). Volgens de kolonistendatabase (ik heb het zelf niet nagekeken) staat hij in invnr 3017 bij hoeve 400, in invnr 3018 bij de hoeves 400 en 426, en in invnr 3019 bij de hoeves 426 en 354.
Een van zijn zoons heet ook Gabriel Verboom en die wordt in 1925 de VIERDE genearatie Verboom-kolonist.

■ Op 7 december 1875 overlijdt Klaas Verboom, 24 jaar oud.

■ Op 4 maart 1876 wordt Jan Vreeling 'gehuwd ontslagen' omdat hij die dag trouwt met de kolonistendochter Catharina Schmidt, een zus van de hierboven genoemde Engel Helena.

■ Op 25 januari 1879 trouwt Cornelis Verboom met de kolonistendochter Antje Jordan en ze worden die dag kolonisten. Daarmee is hij de eerste van de derde generatie Verboom-kolonisten. Volgens de kolonistendatabase (ik heb het zelf niet nagekeken) staat hij in het stamboek met invnr 3017 bij hoeve 331, met invnr 3018 bij de hoeves 331 en 336 en in invnr 3019 bij hoeve 336. In 1900 vertrekt het gezin naar Losser.

Nest leeg

Ook hier wordt het huis naarmate meer kinderen weggaan steeds meer volgeplempt met ingedeelden.

Op 23 december 1885 overlijdt Klaas Willemse Vreeling en op 8 november 1886 Willempje Lodewijk weduwe Verboom.




Margaretha Verboom, kolonistendochter en strafkolonisten en tenslotte tot haar dood kolonistenvrouw

Margaretha Verboom, geboren 29 januari 1821, is later in 1821 met haar ouders en twee broers in de koloniŽn gekomen en we hadden haar verblijf in de strafkolonie en haar onechte kind al gehad en we waren gebleven bij 18 december 1842 als zij in het huwelijk treedt. Ik doe meteen de...

Gezinssamenstelling

Matthijs Julius Hobus, geboren 25 januari 1814, geloofsovertuiging remonstrants, op de kolonie aangekomen op 30 november 1841, geplaatst door de subcommissie van weldadigheid Amsterdam 'uit de contributie'  (zie een uitleg van dat begrip). Toen vergezeld van Clasina de Kuijper, geboren 30 december 1814, maar zij is overleden 21 juni 1842. Waarna hij dus hertrouwt met:

Margaretha Verboom, gegevens zie boven, van de hervormde godsdienst.

Het gezin begint met twee, ongeveer even oude kinderen:

Maria Cornelia Hobus, geboren 27 oktober 1840, dochter van Matthijs Julius en zijn eerste vrouw, en
Teunis Verboom, geboren 7 maart 1840 op de Ommerschans als onecht kind van Margaretha.

Daar komen op de kolonie bij:

Jacob Gilles Hobus, geboren 15 oktober 1843, maar hij overlijdt 5 november 1845,
Hendrika Johanna Hobus, geboren 26 juli 1845,
Gilles Karel of Jacob Hobus, geboren 20 augustus 1847, maar hij overlijdt 27 april 1848,
Maria Carolina Hobus, geboren 1 april 1849,
Jan Hobus, geboren 31 januari 1852, maar hij overlijdt 21 januari 1862,
Gilles Marius Hobus, geboren 30 april 1855, maar hij overlijdt 4 december 1856,
Gilles Marius Hobus, geboren 15 oktober 1857 en
Barbara Johanna Hobus, geboren 27 april 1861.

Assistent

Als eerder gemeld werkt Matthijs Julius Hobus volgens de kolonistendatabase als assistent van de boekhouder. Maar... in de diverse personeelsregisters vůůr 1859 heb ik hem nergens kunnen vinden, dus ik heb sterke twijfels of hij dat werk de hele tijd gedaan heeft.

Alleen in het personeelsregister met invnr 1675, dat in 1860 begint, staat hij op folio 8 (daarvan zijn geen scans). Als assistent van de boekhouder van kolonie 1, Frederiksoord, zonder dat er een aanstellingsdatum genoemd wordt, voor twee gulden per week. Daar kun je niet van leven, dus hij zal dit er bij doen, naast de gewone koloniale arbeid.

Stamboeken

Ook dit gezin, net als dat van Margaretha's broer Johannes, staat zo vaak in stamboeken dat er een schemaatje tegenaan moet:

invnr
scan
data
hoevenr
1350
75

69
1350
154
vanaf 25 juli 1845
95b
1351
105

95b
1351
126
vanaf 27 september 1849
eerst 116, na 1853 71
2999
18

71
3000
19

71
3000
24
vanaf 19 augustus 1864
58
3001
16

58
3002
16

58
3002
24
vanaf 3 november 1876
13a
3004
22

13a


Chronologisch

■ Het gezinnetje met de twee voorkinderen begint op 18 december 1842 in hoeve 69 van Frederiksoord, zie de locatie op dit kaartje.

■ In het stamboek is aangetekend dat ze per 25 juli 1845 worden overgeplaatst naar hoeve '1d', maar dat blijkt een foute notitie want ze staan daarna opgetekend als bewoners van hoeve 95B, zie de locatie. Dat is tegenwoordig Wilhelminaoord, maar werd toen gerekend tot Frederiksoord.

■ De volgende overplaatsing is op 27 september 1849. Ze gaan over naar hoeve 116 van Frederiksoord, zie de locatie op dit kaartje.

■ Per 1 januari 1853 wordt hoeve 1116 omgenummerd tot hoeve 71.

Detachering en strafkolonie

Dan worden in 1857 de beide voorkinderen blijkbaar ondeugend. Wat ze precies uitspoken weet ik niet, want zoals aan dit overzicht te zien heb ik van de tuchtzittingen uit die periode nauwelijks transcripties. Maar er staat voor de liefhebbers bij waar het te vinden moet zijn.

■ Op 14 juli 1857 wordt Maria Cornelia Hobus 'gedetacheerd naar Veenhuizen 3e gesticht'. Ze staat op scan 107 van het register van arbeidershuisgezinnen met invnr 1575. Ze mag uit Veenhuizen weer terug naar huis op 29 augustus 1857. Nog datzelfde jaar, 24 december 1857, vertrekt ze om 'te gaan dienen'.

■ Op 24 december 1857 N2 neemt de permanente commissie een besluit (niet gezien, maar moet in invnr 877 zitten) dat Teunis Verboom naar de strafkolonie moet. Blijkens dit overzicht komt hij daar op 23 januari 1858 aan, maar al binnen twee maanden, op 15 maart 1858, mag hij weer naar huis.

De eerste vertrekkers

■ De eerste poging om uit te vliegen van Maria Cornelia Hobus duurt niet zo vreselijk lang, ze keert 'van dienstbaarheid terug 13 maart 1858'. Maar eind van het jaar, 31 oktober 1858, vertrekt ze weer om 'te gaan dienen' en dan keert ze niet meer terug.

■ Teunis Verboom gaat op 17 april 1860 in militaire dienst en keert daarvan op 6 oktober 1860 terug. Op 28 juli 1862 gaat hij weer in dienst en dan is hij op 9 oktober 1863 terug. Daarna gaat hij 30 maart 1864 met 3 maanden verlof om te proberen in de gewone maatschappij een baan te vinden en dat blijkt te lukken, want hij komt niet meer terug.

■ In de tussentijd is er ook iemand tijdelijk bijgekomen, want per 4 mei 1862 is Hendrika van der Linden, dus Margaretha's moeder, bij het gezin komen inwonen. Dat duurt tot haar dood op 11 september 1863.

Overlijden Margaretha

■ Op 19 augustus 1864 wordt het gezin weer overgeplaatst, nu naar hoeve 58, zie de locatie.

■ Dochter Hendrika Johanna Hobus gaat met onbepaald verlof op 20 oktober 1866, maar ze keert 31 januari 1867 terug. Vervolgens krijgt ze op 15 augustus 1870 drie maanden verlof om een baantje te zoeken, maar dat lukt niet en 18 september 1870 is ze er weer.

■ Dan overlijdt op 18 maart 1871 de vrouw des huizes Margaretha Hobus geboren Verboom.

■ Op 26 april 1874 wordt Hendrika Johanna Hobus van de kolonie ontslagen omdat ze die dag trouwt met een hoofdonderwijzer uit Meppel.

■ Op 15 januari 1875 verlaat Gilles Marius Hobus de koloniŽn en erbij aangetekend is dat hij naar Lopik vertrekt.

Tot slot

■ En op 3 november 1876 wordt het gezin van de tweevoudig weduwnaar Matthijs Julius Hobus nog maar eens een keer overgeplaatst, nu naar hoeve 13a, zie de locatie.
In huis zijn nog twee kinderen, de 27-jarige Maria Carolina Hobus en de 15-jarige Barbara Johanna Hobus.

■ Op 5 maart 1880 overlijdt Matthijs Julius Hobus. De twee nog thuis wonende kinderen vertrekken op 7 juli 1880 van de kolonie en ook bij hen is aangetekend dat ze gaan naar Lopik, waar blijkbaar een heel Hobus-nest zit.

Klusje

Voor mensen die onderzoek doen naar de familie Hobus heb ik nog een leuk klusje. Hieronder zijn een aantal stukken uit de post van november 1841 tot eind 1847 waarin de naam Hobus voorkomt. Let op: de scannummers kunnen niet helemaal goed zijn als gevolg van latere wijzigingen in de bestanden. Maar veel kan het nooit schelen, dus als je de naam niet aantreft, moet je 2 ŗ 3 scans naar voren of naar achteren bladeren:

invnr 252 scan 419
invnr 259 scan 524
invnr 263 scan 441
invnr 265 scan 711
invnr 280 scan 424
invnr 280 scan 595
invnr 281 scan 204
invnr 292 scan 137
invnr 295 scan 868
invnr 309 scan 730
invnr 325 scan 193
invnr 332 scan 505
invnr 338 scan 477
invnr 339 scan 377
invnr 340 scan 785
invnr 340 scan 800
invnr 340 scan 818
invnr 340 scan 825
invnr 342 scan 264
invnr 344 scan 680